De
M
De
Maagdentoren werd op het einde van de 14de eeuw gebouwd door Reinier
II van Schoonvorst, heer van Zichem.
Cirkelvormige donjons (woontorens of meestentorens) zijn zeldzaam in ons land.
Voor Vlaanderen beperkt het bestand zich, behalve de Maagdentoren te Zichem, tot
de torens van Diepenbeek (ca. 1450), ’s Gravenwezel (eerste helft 16de
eeuw) en Leut.
Geen enkele van de hierboven aangehaalde voorbeelden kan de vergelijking
doorstaan met de Zichemse Maagdentoren op het vlak van de verfijnde
architecturale kwaliteiten van het interieur.
Wanneer men op zoek gaat naar vergelijkbare voorbeelden in Europa dan komt men
onvermijdelijk uit bij de zgn. “philippijnse torens”, gebouwd onder en vaak
(maar niet altijd) op initiatief van de Franse koning Philippe Auguste tussen
1185 en 1225. De belangrijkste voorbeelden zijn de torens van het Louvre
(Paris), Coucy-le-Château, Dourdan, Villeneuve-sur-Yonne, enz. Ook na 1225 zijn
echter nog torens gebouwd naar dit model.
De “philippijnse toren” bestaat over het algemeen uit drie verdiepingen boven
een volle sokkel met kegelvormige voet. Deze toren had wel meestal, juist zoals
bij de Maagdentoren, zijn eigen gracht. De bewoningskwaliteiten van deze torens
waren eerder beperkt en zeker niet geschikt als woontoren voor de koning.
Veeleer vormden deze torens met weliswaar ook een aantal defensieve
karakteristieken het symbool van de koninklijke macht.
De aarzeling die men vaststelt betreffende het onderling belang van de
woonkwaliteiten, de defensieve karakteristieken en de symbolische betekenis van
de “philippijnse torens” is zonder meer ook van toepassing op de Maagdentoren te
Zichem.
Hoewel de toren door de aanwezigheid van minstens vijf schouwen en één (!)
latrine in principe wel zou kunnen bewoond zijn geworden, duikt het eerste
probleem al op ter hoogte van de eerste verdieping, waar men de drie
“deur-vensters” eigenlijk zou moeten openen om licht in de meest prestigieuze
zaal te laten vallen. Bovendien kan men ook de pertinente vraag stellen waarom
men nog zo een woontoren zou hebben gebouwd als er vlak naast een volledig
uitgebouwd versterkt kasteel bestond. De uitzonderlijke kwaliteiten van dit
bouwwerk en vooral dan van het interieur, dat gemakkelijk de vergelijking kan
doorstaan met de religieuze architectuur van die tijd, suggereren zeer sterk dat
de eerste reden waarom de toren op het einde van de veertiende eeuw werd gebouwd
er een was van machtsvertoon en symboliek.
Een andere interessante vraag is waarom men in Zichem pas op het einde van de 14de
eeuw een gelijkaardige toren zou hebben gebouwd, als de “philippijnse torens”
reeds 150 jaar eerder in de mode waren, m.a.w. bestaat er wel een verband tussen
de “philippijnse torens” en de Maagdentoren? Mogelijk dient het verband te
worden gezocht in de torens van het 13de-eeuwse kasteel van Zichem.
Misschien was de invloed van de koninklijke Franse architectuur al merkbaar in
deze versterkte burcht en lag de rechtstreekse inspiratie voor de architectuur
van de Maagdentoren dan ook in zijn voorgangers ter plaatse. (Tekst: F.
Doperé)
De toren heeft een regelmatige cilindrische vorm. De buitendiameter is 15 meter. De toren heeft een hoogte van 26 meter. De dikte van de muren is aan de basis 4,2 meter en bovenaan 1,8 meter.

(Tekening F. Doperé)
De
gevelwanden zijn opgetrokken in ijzerzandsteen met kalkzandmortel. Hier en daar
zijn er baksteenvullingen te zien, maar dit is het gevolg van latere
verbouwingen.
Over de hele omtrek zijn verschillende raam- en deuropeningen aanwezig, vaak
deels beschadigd. Twee spitsboogvormige nissen sierden de gevel. Slechts eentje
overleefde de instorting van 1 juni 2006.

De donjon
bestaat uit verschillende verdiepingen. De gelijkvloerse verdieping is de
eigenlijke kelder van de toren, die dienst deed als bergruimte.
Hierboven, op de eerste verdieping, bevindt zich de ontvangstruimte. Het
grondplan ervan is achthoekig en de ruimte wordt door een achtdelig
kruisribgewelf. De gordelbogen en kruisribben worden opgevangen door
kraagstenen. Deze consoles stellen hurkende en stuttende figuren voor met een
boek of snaarinstrumenten in de handen.

Op de sluitsteen de sluitsteen van het gewelf staat het wapenschild van de bouwheer van de Maagdentoren, Reinier II van Schoonvorst, heer van Zichem.

Uniek is het gotische loofwerk dat langs de kruisribben en gordelbogen op de gewelfvlakken werd geschilderd. Het is bruinrood tot roestkleurig.

De vloer werd wellicht verwijderd in de loop van de 18de eeuw. Naast twee haarden bevinden zich vier nissen in dit vertrek. De kleinste deed dienst als lampnis; de grotere waren muurkasten. De wanden zijn opgetrokken in baksteen soms onderbroken door een laag ijzerzandsteen. De inrichting van de kamer was vergelijkbaar met deze van een ridderzaal in een Middeleeuwse burcht.

(Tekeningen F. Doperé)
Door het verdwijnen van de spiltrap aan de buitenkant van de toren, waren de tweede en derde verdieping sinds eeuwen niet meer toegankelijk. Boven de ontvangstniveau lagen de residentiële vertrekken. Op de tweede verdieping is er eveneens een achtdelig kruisribgewelf, maar zonder gebeeldhouwde consoles en sluitsteen. De twee haarden zijn identiek aan deze op de eerste verdieping. Zeven lampnissen dienden de ruimte te verlichten. De enige latrine van de Maagdentoren was ook hier terug te vinden. Via een deuropening bereikte men een trapkoker, uitgespaard in de muurdikte. Een splitrap gaf toegang het hoger gelegen slaapvertrek. Van dit derde niveau is enkel nog een deel van de muren bewaard gebleven. Ze vertoonden sporen van één haard en twee nissen.

De toren
stortte deels in op 1 juni 2006. De donjon wordt gerestaureerd. De eerste fase
beëindigde op 1 juni 2007.
Een tweede fase was
door minister Van Mechelen beloofd voor 2008. In 2008 werd een nieuwe architect
aangeduid die volop bezig is? met het project "restauratie fase 2".
In mei 2010 stelde minister Bourgeois de restauratieplannen voor. Eind 2010
zouden de werken starten en begin 2012 zou de Maagdentoren gerestaureerd zijn.
We rekenen op Vlaanderen!
De toren is niet toegankelijk.