Nemen de cyclotoeristen van Kortrijk definitief afscheid

 van  het

 "Hooggebergte”?  

Briançon 1994

 

  0.       INLEIDING  

In 1986 werd door een groep treinbestuurders uit Kortrijk besloten om een fietstocht te organiseren: na een voorzichtige start was men dit jaar reeds aan de negende editie toe. Deze toertochten leiden steeds naar de hoogste Alpen of Pyreneeëncols.    

De fietsvakantie '94, oorspronkelijk aangekondigd als een zeer zware toertocht circa. 12000 meters hoogteverschil te overwinnen in 6 dagen!  is buiten verwachting goed meegevallen.

Alle wielertoeristen waren er goed op voorbereid.

Voor een paar was dit zelfs op 54-jarige leeftijd pas hun eerste kennismaking met het hooggebergte: zo'n 'Col' beklimmen was voor hen dan ook een hele belevenis.  

De ervaring die door deze groep de voorgaande jaren werd opgebouwd, bewees haar nut. De vele deelnemers kunnen alvast met grote voldoening terugblikken op wat voorbij is.

  1.      DAG EEN: AANKOMST TE GRENOBLE  

Te Grenoble wisselen we in mum van tijd, onze stadskledij in wielrennerspakken, monteren we de fietsen en vertrokken we, zoals voorzien, om 12h30.

Iedereen, renners en begeleiders weten  dat er  na een 900 km. lange treinreis, nog een bergetappe te wachten staat van 120 km.

Aan de boord van de 'Isère' in Grenoble is het nog afwachten met het weer: het slechtste dat zo'n troep kan tegenkomen is regen en felle onweders. Gelukkig voor ons, breekt de zon snel door, en brengt ze zeer goed fietsweer: de wind van achter!  Hoopgevend voor de eerste dag.

Om drie uur 's namiddags arriveren we al te Bourg d'Oisans. We hebben er dan 51 km op zitten. Van daaruit vatten we de onregelmatige en lastige klim van de Lautaret aan.

De zon in de vallei en de onregelmatige en lastige  klim 39 km zorgen ervoor dat alle deelnemers zich voorzichtig gedragen: langdurig klimmen en zich dán nog goed voelen, dat is de kunst die je aan je lichaam oplegt. Vloeibaar voedsel nemen, dorstlessers gebruiken of een klink van de wagen vasthouden, zijn trucs voor diegenen die 'steendood zitten' (rennerstaal!). Jammer dat neofiet Norbert Berzin met een mechanisch defect af te rekenen heeft. Ronny, de berggeit van Vichte, is daarentegen in grote vorm en komt als eerste aan, boven op de Lautaret. Er wordt een mooie  sportieve strijd geleverd: aan een voor wielertoeristen  uitmuntend tempo fietsen we naar boven tegen 16-17 km­ per uur!

Eens de top voorbij, wacht ons een magnifieke afdaling  naar Briançon. (Nog 31 km! )

 

Aankomst:       tussen 17u30 en 18u15

Gemiddelde snelheid:         ± 26km/h


2.       DAG TWEE: Briançon-Sestrière-Fenestrelle ® 124 km

2.1.    Filosofische beschouwingen over wielerfanatisme en hoe diepgaand wielerfanaten elkaar beïnvloeden ...

Van wielrenners is geweten dat ze vlug beïnvloedbaar zijn. Spoorwegcyclotoeristen zijn nog het meest van allemaal beïnvloedbaar: ondermeer inzake fietsmateriaal en voeding, maar ook én vooral door gesprekken met collega’s en vrienden. Zo'n beïnvloedingsgesprekken beginnen reeds de avond voordien: je hoofd koel houden en doen waar je goed bij voelt, zijn dan de boodschap !.

            

2.2.    Over enkele tegenslagen...en de eerste uitdagingen

In Briançon en omstreken fietsen, is steeds klimmen en dalen, ópnieuw klimmen en wéér razendsnel afdalen.

De voltallige bende, dit wil zeggen 21 fietsers en 7 begeleiders waaronder 2 vrouwelijke schonen vertrekt om 9u40 voor de tweede rit: een tocht die iedereen moet aankunnen.   De deelnemers kunnen immers kiezen met welke groep ze optrekken, evenals het aantal kilometers dat ze van plan zijn te trappen.

 

De dag begint evenwel slecht voor Raf: gedurende zijn dagelijkse inkopen in de lokale supermarkt plakt een al te vlijtige 'pervanche' een heuse boetebon voor 'fout parkeren' op zijn voorruit. Die dagelijkse winkelwandelingen zijn voor Raf en zijn harem 'Jeannine en Erna' trouwens een stresserende bedoening. Enkele cijfers en letters volstaan om je een idee te geven van de omvang van zo'n picknick:

         10-tallen flessen water

         idem dito blikje cola

         20-tal stokbroden

         dozen vol puddinkjes en yoghurtjes

         plakken vol beleg (vlees of kaas)    

 

Op een lichtlopende baan, richting 'Col de Montgenèvre' ('slechts' 4 - 5 % klimpercentage) proberen Johan en John 'den Ferdy' te verrassen. Den Ferdy heeft namelijk 'den Frans' vooruitgestuurd met de boodschap het tempo strak te houden. 'Den Frans' spoort echter aanstonds aan tot een serieuze tempoversnelling, zodat er alras verbrokkeling gezaaid wordt in het peloton.

Paul (uw verslaggever ter plekke), steeds in goede doen op korte cols (= col min. 10 km, ca.1860 m hoog en niet te lastig), probeert de bergprijs te pakken, maar een vlugge Gilbert -dit jaar zeer goed aan 't pedaleren- is hem vlugger af. Toch moet Gilbert, in de laatste meters, het goud afstaan aan de Abdoedjaparov van de bende, met name primus en neofiet Norbert.

Vervolgens passeert de rest, met korte intervals de bergtop. Ronald die met verbazingwekkende, dikke zweetdruppels boven arriveert, bezweert toch ongeruste collega's zeer voor­zichtig te hebben geklommen. "'t Is lastig, maar... slechts ± 6 minuten achterstand: puike prestatie, Ronald !"

Tijdens de afdaling naar Cesana krijgen de niet klimmers, wat later dan de 'klimmers' hún 'fietsorgasme'; ze pronken met hun durf en met hun rijtechniek. Ander­en, de 'klimspecialisten' zeg maar, genieten nu rustig na en nemen de tijd om het mooie panor­ama te bewonderen.

De tweede klim, die naar Sestrière, loopt over ongeveer 11km en leidt ons tot een hoogte van 2020 m. Iedereen verteert de klim goed: sfeer en weer zijn excellent, de pick-nik goed verzorgd door de vrouwen en Raf. De mix van al deze ingrediën­ten geeft ons de kracht om er nog een paar 'Mountains' te veroveren.

'Reizen is improviseren', zo blijkt algauw. Het parcours dat in hartje winter werd uitgetekend, liet de B-ploeg op papier klimmen op een redelijke route, maar stuurt hen in werkelijkheid over een onverhard en onherbergzaam terrein, dat eerder geschikt is voor mountainbike-fanaten. De B-groep neemt dan ook noodgedwongen een 2-uur durende platte rust te Cesana, terwijl het 10-koppige A-team de geplande trip naar Fenest­relle, 'heen en terug', afwerkt.

2.3.    'Forza Italia' of hoe een sympatieke 'Tifosi' supportert voor 'de Belgen'...

  Daarvoor moet je je inderdaad op Italiaans grondgebied bevinden: als onze A-rijders beginnen aan de lastige beklimming van de 'Col de Sestrière' en wanneer Norbert achternagespurt door Joris en Freddy een uitval lanceert, terwijl Ronny zich laat verschalken, en de rest nog verder teruggeslagen wordt, dan ... begint 'onze bizarre Italiaan', vanuit zijn auto, te roepen "benè, benè, forza": Norbert, 39 jaar jong en aangespoord door de Italiaanse tifosi, steekt nóg een tandje bij en komt tot ieders verrassing als eerste boven.

De surpriseshow is nog niet ten einde: De eerste drie renners ontvangen een mooie naturaprijs van??? En ook onze begeleiders worden niet vergeten.

Ambiance troef met Gérard, Eddy en 'onzen Italiaan­der’!   

Al om 15u15 arriveren de snelste spurters in het dal: Daniel, Willy en Carlos, die iets vroeger startten in Cesana, zijn dan al hun tanden stuk aan 't bijten op de 'Col de Montgenèvre'­.

  Het mysterie dat in ieders hoofd blijft spoken: 'speelt Ronald daar, in dat Italiaanse dorpje "Cesana-Torinese" nu echt een stukje toneel met Johan?' Wij geloven van wel.

2.4.    Briançon:  ¬  ­  ®  ¯

De wegwijzers bij het binnenrijden van Briançon zijn nochtans duidelijk. Echter, Johan en Frans blijken niet te zijn ingelicht over Pauls voornemens om de 'Col de Granon' te gaan verkennen. Paul stooft zijn 2 metgezellen dan ook een peer: Johan zenuwachtiger aan 't worden omdat hij de omgeving van 's ochtends niet meer herkent interpelleert Paul telkens opnieuw met de vraag of ze niet misreden zijn: "Maar, Paul, we rijden hier bergop, terwijl ons hotel toch in een dal ligt... Dit kan toch niet de juiste weg zijn". Paul moet zijn lach inhouden om niet door de mand te vallen. Pas 4 km bergop én windop valt hun frank !!

    Wanneer de 2 'verloren zonen' als laatsten in het hotel toekom­en, slingeren ze de boosdoener enkel bijzonder onbijbelse krachttermen naar zijn hoofd. Tot groot plezier natuurlijk van Wim en de overigen, die een ander bijbels gegeven uitbeelden: ze laven hun dorst met een frisse, bruine Pelforth.

Duur:                            5u30

Aantal km:                     98km of 5h30'

Gemiddelde Snelheid:         17,9 km (groep José)

 

3.       DAG DRIE: Briançon - Col d'izoard - Col d'angel - Col d'Izoard - Briançon  ® 124 km

3.1.    Het weerbericht

  De meeste cyclotoeristen houden van zon en mooi weer.

Ook wanneer ze in het hooggeberte rijden, is de zon steeds welkom. De natuur en het landschap hebben dan hun mooiste kleren aangetrokken. Ook het moraal staat veel 'sterker en hoger' bij mooi weer, dan als er slechte weersvoorspellingen zijn.

Er zijn evenwel ook nadelen verbonden bij het fietsen in zeer warm weer:  de grote hitte in de vallei doet het wegdek smelten . Door de geleverde inspanning (veel zweten en soms te veel drinken) is er meer kans om een spectaculaire inzinking te krijgen .

Voor de cyclosportieve tocht die vandaag gereden moet worden, is dat niet anders. Alle deelnemers zijn van plan om geen stommiteiten uit te halen in zo'n rit.  Aankomen is het belangrijkste doel: meer dan zes maanden voorbereiding en training laat je trouwens niet zo maar te niet doen door de avond ervoor te gaan stap­pen.

Met deze “ pure wielrenners ingesteldheid” staan de coureurs supergemotiveerd aan de start van de 'Koninginnenrit'.

3.2.    Iedereen passeert de revue

    Met Ronny uit Vichte, die blaakt van zelfvertrouwen en met Joris 'de hardrijder uit Diksmuide', die zegt het kalmpjes aan te zullen doen (hij wil zaterdag in Morzine een goede tijd neerzetten in het niet te onderschatten klimbrevet), zijn er geen problemen.

De twee Guy's, die beiden bijna 90 kg wegen, zijn minder zelfzeker, maar daarom niet minder wilskrachtig: Het woord 'opgeven' staat niet in hún 'dictionaire’!  

Bertje, 50 jaar en de week hiervoor al op hoogtestage én bijna verdwaald op de 'Croix de Fer', rijdt niettegenstaande rugklachten nog steeds met hetzelfde enthousiasme als toen hij bij de nieuwelingen koerste.

    Frans overlegt met Rudy hoe hij de Polar (of polsslagmeter, een toestel dat bij wielertoeristen stilaan ingeburgerd raakt) zal gebruiken vandaag: met of zonder alarm ? Rijden op de hartslag of de overslagpols om niet in het rood te gaan is zeker in de bergen nuttig.

Een rusteloze Johan, zonder Dorientje aan zijn zij, is tevergeefs op zoek naar rust en zelfvertrouwen. " Hoe komt dat toch,... Johan?"

Ronald en  Willy beslisten de avond voordien een halfuur vroeger te vertrekken. Ze starten om 8uur.

Johan en Daniel, met zijn 61 jaar de oudste deelnemer, doen het beiden kalmpjes aan en vertrekken ook al om 8u15.

Norbert zal, niettegenstaande een snel gereden klim, dit halfuur niet goedmaken. Maar met 'zijn look' is hij hier ongetwijfeld de vedette langs de weg: dagelijks scheert hij z'n hoofd kaal. De vele Mariannes, langs de boord van de weg, bekijken zijn kop vol bewondering.

De 'wijze mannen', zoals Ferdy, Carlos en Jan, gooien het op een akkoordje: zij vormen de bus.

De col d'Izoard is  vooral gekend door wielerliefhebbers omwille van zijn legendarische betekenis in de 'Tour de France': 40 jaren geleden creëerden de campionissimo's, zoals Fausto Coppi en Louison Bobet, en iets later Anquetil, Merckx en Hinault, hier heroïsche strijdtaferelen. In de voetssporen van Hannibal treden  die deze ruwe Alpentop militair veroverde .... als fietstoerist toch iets speciaals.

Dit is ongetwijfeld een van de mooiste, meest indrukwekkende panorama's in de Alpen: de zeer ruwe rotsmassieven en gletschers stralen in een zalige zomerzon. 

Niet elke fietser zal die lastige rit volledig uitrijden volgens plan: zoveel is reeds duidelijk na 21 km.

Voor de meeste rennerstoeristen is het een voorzichtig aftas­ten tot waar ze kunnen putten uit hun reserves. Zo trekt Paul al na amper 38 km de remmen dicht, nog vooraleer de volgende beklimming goed en wel begonnen is. De verklaring is simpel: hij ziet het niet zitten om nog twee cols 'buiten categorie' te bestijgen in deze hitte. Met vier volgen ze zijn slechte voorbeeld: Johan, Willy, Daniel en Ronald.

Te Ville-Veille  genieten de opgevers, onder een loodzware zon maar óp een terrasje, van hun reeds geleverde prestaties met een paar frisse pintjes in de hand.

De overigen blijven presteren: kleine Wim regelt, gedurende vele kilometers, het tempo, tot ook hij een flauwte kent. De twee Guy's houden vol, dankzij hun wilskracht én dankzij de aan­moedigingen van de begeleiders. Het lukt hen allebei: 'n dikke Proficiat!         

"De col d'Angel, dat was pas een 'lastigaard'", zo luidt het commentaar van velen. De cameramannen Eddy en Marc zijn er in volle aktie: ze letten erop niet altijd de renners, maar ook af en toe de vergezichten en de natuurpracht  “de zon die schittert op de eeuwige sneeuw” op video vast te leggen. 

Allen zijn ze het erover eens: "zeer mooi is het daar op 2746 m hoogte"

    Guy Popelier vertelt aan 'uw verslaggever ter plaatse' hoe hij in z'n miserie om de berg op te rijden veel 'sterren' heeft gezien. Maar hij zat blijkbaar niet helemaal kapot, want hij kon nog stoppen om... een verloren polshorloge op te rapen en aldus een prijs in natura te winnen.

    De dappere renners komen uiteindelijk toe in Ville-Veille, waar ze de opgevers vervoegen en meegenieten van een verdiende rustpauze. De zon brandt ondertussen nog steeds ongenadig in het 'Massief de Querrais'. 

    Om ± 15u15, met nog 19 km klimmen voor de boeg, wordt aan de laatste én lastigste klim van de dag begonnen: 'de top van Col d'Izoard'. De dorstlessers en toverdrankjes moeten nu hun nut bewij­zen. Langzaam verbrokkelt de hoofdgroep opnieuw: afzien, plooien, maar niet breken!. Is het devies. Op die lange rechte baan, die vertrekt vanuit het dorpje Arvieux, is het onnoemelijk moeilijk, zodat enkelen in Brunissard er de brui aan geven. Namen noemen is nu niet aan de orde: ze hebben hun best gedaan.

    De huurwagen, met Gérard als chauffeur, doet tevens dienst als bezemwagen. De wagen is kosteloos door de firma Westauto van de auto­handel Vankeirsbilck ter onzer beschikking gesteld. Zodoende kunnen we dit jaar de fietsen van de opgevers zeer snel op het dak van de bezemwagen vastsjorren.

    Hoe staat het inmiddels met de kopgroep?

    Joris en Ronny proberen de beste klimmer, Norbert, te volgen. Maar Ronny beseft op tijd dat z'n motor  het zal begeven als hij in Joris' kielzog blijft rijden. Als toeschouwer onze  Joris op de fiets bezig zien een col te beklimmen:  is een mooi zicht!  Hopelijk heeft ook het oog van de camera dit beeld op video bewaard. 'Het heeft geen belang wie eerst boven komt', zegt men, maar ondertussen is Norbert hier op dit parcours met slechts 2500 km in de benen  beslist de beste klimmer. Joris gaf het hem evenwel niet cadeau.

    Een opgave dient hier toch wel vermeld: 'John den electro'. Gaat hier om  een gebrek aan karakter of spaart hij zijn krachten voor het avondcriterium te Briançon? Moeilijke speculaties.  

Freddy, José, Robert, Rudy, Wim, Guy, Ronny, Jan, Gilbert, Frans, Joris en Norbert hebben de rit volledig gereden: 12 op 21 deelnemers. Proficiat!

Maar... ook Daniel, Willy, Ronald en Johan die toch tweemaal de noord en zuid kant van de Izoard beklommen verdienen een speciale vermelding.

 

4. DAG VIER.

 vrije dag: Briançon - Névache - Chalet Laval - Au Bon Coin - Briançon ® 60 km

4.1.    Kuierend en luierend fietsen?

    Op aanraden van de patron van het hotel rijdt de groep naar het Chalet Laval, de toeristische trekpleister de vallei van Clarée-Névache. In tegenstelling met de dag ervoor valt er weinig nervositeit te bemerken bij de start. Dat kan ook moeilijk anders, na z'n dag van afzien én zo'n nacht van slecht slapen. Op je vrije dag moet je er dan van profiteren om je batterij terug op te laden.

    Net zoals in 'La Grande Boucle' zijn de zogenaamde over­gangsritten niet zonder gevaar. Eén krachtige demarrage van de meerijdende reporter, volstaat om in Chalet Laval met meer dan half uur voorsprong toe te komen. Is het een groot gebrek aan strijdl­ust of kunnen ze niet beter? 

    Rudy, Joris, Jan en Freddy gebruiken hun vrije dag om nog enkele mini-cols te verkennen.  Joris en Jan kunnen maar niet afkicken en nemen er nog de volledige klim van de 'Col de Granon' erbij. José gaat zelfs op zijn eentje tot de top van de 'Col de Galibier' en komt voorwaar nog eerst aan in hotel, eerder dan de rest, die tijdens hun vrije dag slechts 60 km fietsten.

4.2.    'Col de Granon': een pronostiek

    In 'Au Bon Coin' begint de psychologische beïnvloeding opnieuw. Kan een atleet beter presteren als hij mentaal goed begeleid wordt?  Als deelnemer én verslaggever is het moeilijk hierop in alle bescheidenheid een eerlijk antwoord te geven.

    De overtuiging van Bertje en Ferdy dat Paul 's anderendaags de beste klimmer zal zijn op 'de Granon' is voor betrokkene beslist een voordeel. Met nog een professionele massagebeurt er bovenop moet 'hun' renner beslist winnen. Dat er nog enkele outsiders bij zijn, waaronder Norbert, Jan en Ronny, speelt beslist geen rol. De bookmakers hebben veel werk.

De begeleiders hebben eveneens vrijaf: ze maken het gezellig.

    Tijdens de terugrit wordt toch nog gekoerst, zodat de brokkelaars achteropraken. Rara, wie zat er in de spits van de wedstrijd?


5.       DAG VIJF: Chantemerle - Col de Granon ® 11 km

5.1. Schrik en spanning aan de start

    Het mooie zomerweer houdt aan te Briançon. Dat is ook de reden om de 'wedstrijd' te herprogrammeren in de voormiddag. Er deden hier immers de afgelopen jaren veel afschrikwekkende verhalen de ronde over deze zware col, zodat hij vele deelnemers de stuipen op het lijf heeft gejaagd.

Groep B, Daniel en co, start wat vroeger. De A-groep is goed op de hoogte van wat hen te wachten staat: ieder spurt zo snel hij kan boven.

5.2. Mijn persoonlijke getuigenis

 

Voor uw verslaggever duurt het rustige tempo niet al te lang: al gauw geef ik het sein voor een onmiddellijke versnelling. Ik hoor mijn concurrenten nog roepen dat ze moeten meegaan in zijn wiel of dat ze me niet meer te pakken krijgen. Ik zit echter boordevol zelfvertrouwen en weet wat ik nog kan op 49-jarige leeftijd. De zeer steile doortocht, met 'n smal baantje te Villard-Late, ben ik reeds voorbij. Joris, die langs de boord van de weg afscheid van de groep neemt, maant me wel aan om voorzichtig te wezen, maar supportert niettemin hevig mee. Nu is het haarspeldbochten aftellen. Cameramannen en fotografen zijn wild enthousiast en moedigen me aan dóór te gaan. De voorsprong is groot: na ± 4km spreekt men al van 5 minuten: 'Opletten voor steken in de zij', gaat er door mijn hoofd, 'de krachten doseren'. Al deze wijze overpeinzingen beletten niet dat ik bij momenten aan mezelf twijfel: "de klim is voor iedereen zeer lastig: of hij nu op kop of aan de start fietst­." Het beeld van vriend Johan pakt me: hij, die met vereende kracht en courage de berg probeert te veroveren, ziet af. 'Johan, uw lijden gaf me de moed om door te zetten.'

Mijn benen draaien o zo moeizaam de pedalen rond. O, was ik nog maar tien jaar jonger! Maar ik moet  dan denken van beide Guy's en Ferdy, die mee gestart zijn in de A- groep. Wat hebben die een bewonderenswaardig eergevoel.

Aan het kapeltje van Le Tronchet haal ik geen snelheid meer.    Mijn fietscomputer is versierd met een bloemenruiker en ik vertik het om te kijken naar mijn tijd en gemiddelde snelheid. Stampen en je nog goed genoeg voelen om het nóg 5 en dán nog 4 km uit te houden: zo is het voor ieder van ons. Zo'n berg als de Granon, met lange rechte stukken, is zeker en vast moeilijker dan Alpe d'Huez.   

De vrienden op de achtergrond proberen de 5 minuten achterstand in te krimpen. Terwijl Ronald voorbijgestoken wordt, op 3 km van de top, voel ik plots gehijg achter me. Stille Jan maakt een formidabele remonte: hij maakte meer dan 5 minuten goed in een mum van tijd en hij rijdt zeker twee tanden klei­ner dan ik. Aanklampen heeft geen zin: langzaam schuift hij mij voorbij. Goeie klimmer, die Jan.

Nu moet Norbert me inhalen: als ik achterom kijk, zie ik hem rijden. Hij weert zich, maar toch duurt het tot anderhalve km voor de top eer hij me vervoegt. De klim is bijna ten einde, maar de helling is en blijft even steil. De immer strijdlustige Norbert valt aan en probeert me met 2 korte rukken, te lossen. Zo dicht tegen de aankomst, geef ik me niet zomaar gewonnen. Rechtstaande op de trappers blijf ik alles geven en bemerk ietsje later dat Norbert plooit. De inspanning om tot bij mij te komen, is hem fataal geweest.

 

 


  5.3 Podium plaatsen !

  Uiteindelijk worden de podiumplaatsen als volgt verdeeld:

1e:     Jan     in minder dan  58 minuten

2e:      Paul    in 58 minuten 30 seconden

3e:     Norbert

Bij de B-ploeg komen Carlos en Willy als primussen naar voor.

   6.      DAG ZES: Pré de Madame Carle

    Deze laatste halve rit naar  Pré de Madame Carle is voor de overblijvende groep een harde noot om te kraken. De voldoening deze dame vereert te hebben met een bezoek, is echter groot.

  Ook het natuurpark 'Barre des écrins-Roches de Pelvoux', in haar omgeving, is een lokale bezienswaardigheid.

SLOT

    We nemen hier afscheid van het hooggeberte, zoals vooropgesteld in het begin van dit reisverslag: we nemen dus afscheid in schoonheid. 

Hopelijk heeft de groep in de toekomst weinig heimwee: als we beseffen welke inspanningen we moesten leveren om dit slag van fietsexcursies succesvol te af te sluiten...

Heimwee of schrik voor zware fysieke en morele inspanningen mag ons evenwel niet beletten om onze jaarlijkse fietsvakantie met dezelfde spirit en groepsgeest verder te zetten.

Van uw verslaggever, ter plekke, PPL

 

Op naar ons 2e lustrum!