Paul Salomé: de Ieperse wielerhoop der dertiger jaren

 

gegeven aan Paul Salomé door Roger Coene 26/1/1973 Het Iepers wielerleven lijdt aan een opvallende bloedarmoede. Gelukkig dat de plaatselijke wielerclub nog wat leven in de brouwerij blaast met de jaarlijkse Kattekoers en Roeselare-Ieper. Met bloedarmoede bedoelen we echter het veeleer ontbreken  van echte wielertalenten. Dat is evenwel niet altijd zo geweest. Voor de tweede wereldoorlog bij voorbeeld telde onze stad heel wat degelijke renners. Paul Salomé was één van deze kleppers die de harten  van de Ieperse wielerliefhebbers wat feller deed kloppen.

Paul Salomé werd op 8 augustus 1916 in het Franse Calais geboren.Vader en moeder waren wel rasechte Ieperlingen, maar in dat bruisend oorlogsgeweld verkozen ze zoals vele anderen in  Frankrijk veiliger oorden op te zoeken. Na de oorlog vestigden ze zich met hun enige zoon Paul in het ouderlijke huis op de Zonnebeekseweg. Vader Salomé was metselaar tot hij in 38 kolenhandelaar werd. Als jonge scholier trok Paul aanvankelijk te voet naar de Rijksmiddelbareschool. Hoewel hij op jeugdige leeftijd reeds door zijn ouders met een fiets werd bedacht, was er van koersen nog geen sprake. Wel nam Paul  met de buurtjongens  deel aan atletiekwedstrijden  ter gelegenheid van de diverse wijkkermissen. Op veertienjarige leeftijd ging hij de kost  verdienen bij Hoflack, wielerfabrikant van de "Cycles Salvator" in de Rijselstraat. Het dagelijks contact met het  stalen ros  betekende  uiteraard een belangrijke stap in de richting van de wielersport. Het duurde echter  nog tot 1933 vooraleer Paul  zich bij de wielertroepen  liet inlijven. Vader Salomé was een hevige wielerfan en ook onder impuls van enkele oudere vrienden werd Paul naar de wielersport gelokt. Op zeventien jarige  leeftijd waagde hij voor het eerst zijn kans bij de beginnelingen  naar aanleiding van Stuersstraatkermis. Door gebrek aan conditie  en ervaring  en door de zenuwen overmand kon Paul nauwelijks het  tempo volgen.  Niet  te  verwonderen!  Aangezien in die tijd nog geen vergunningen bestonden, konden  de afgeschreven onafhankelijken en liefhebbers alleen nog bij de beginnelingen  nog eens  hun tanden  laten zien. Voor die jonge debutanten echter een onbegonnen werk om tegen die oudere en geroutineerde tegenstrevers op te tornen. Hoe meer wedstrijden Paul afhaspelde hoe beter  hij zich in zijn sas begon te voelen in de wielerpeletons. In 1934 won hij zelfs zijn eerste wedstrijd op de Sint-Pieterswijk. In dat zelfde jaar gapte hij ook nog in  Langemark de zegetuil mee. Paul was echer te veel machtrijder en te weinig sprinter. Het beste paard  krijgt  niet altijd de haver. Van het vele werk dat Paul opknapte, hebben de sprinters maar al te vaak geprofiteerd. Gebrek  aan spurtkwaliteiten betekent  nu eenmaaal een abonnement op ereplaatsen. Als  voornaamste tegenstanders van Paul Salomé vermelden we Valère Speetebrood uit Poperinge, Remi Capoen uit Dikkebus, de Ieperlingen Jerome Verbeke, Albert Woets, Florent Litière en Maurice Degraeve( vader  van liefhebber Patrick) alsook Briek Schotte en Albert Sercu(vader van beroepsrenner Patrick) Zij ontmoetten elkaar gemiddeld tweemaal per week. Het  prijzenbedrag schommelde tussen de 80 en 150fr. Vanwege zijn werkgever  kon Paul rekenen  op heel wat materiële steun. Fietsenfabrieken zoals Cycles Salvator, Bury en de  Westvlaamse Leeuw (de voorloper van Flandria) waren toen immers de enige extra-sportieven. De dertiger jaren betekenden een economisch dieptepunt en werkloosheid. Eind de 1935 mocht Paul nog één dag per week gaan werken. Vader Salomé vond het toen geraadzamer zoon Paul te betrekken  in zijn zaak  die niet alleen bestond uit een kolenhandel maar ook uit een groentenkwekerij.Vanzelfsprekend kreeg Paul van een verstokte wielerliefhebber als zijn vader de nodige tijd om te trainen. De resultaten lieten  niet op zich wachten. In 1935 nog behaalde Paul vier overwinningen. Pas in 1936 echter zou hij op 20-jarige leeftijd de piek van zijn carière  bereiken. Bij de beginnelingen werd Paul  op 22 wedstrijden acht maal gelauwerd. Dertien keer eindigde hij bij de eerste tien. Paul was op het toppunt van zijn machtsontplooiing gekomen. Zo vloerde hij als niet sprinter 35 man in de Miel Decrooprijs te Ieper. In juni 36 stapte Paul  over naar de liefhebbers. Het was zijn eerste officiële vergunning.

Paul stond  op het punt naam  te maken in het wielermilieu. In de finale van deRonde van Vlaanderen behoorde hij in de straten van Kortrijk tot de kopgroep van zes renners. Paul profiteerde  handig van de rivaliteit tussen Achille Buysse en Albert 't Jolyn en demareerde op de Kortrijkse keikoppen. Hij scheen op weg naar een prachtige overwinning. Een gesloten overweg kwam echter roet in het  eten gooien. Uiteindelijk behaalde de Ieperling nog een eervolle vierde plaats.  In dat zelfde jaar werd Paul nog geselecteerd  voor de Ronde van België maar een kwalijke val dwarsboomde zijn ambities. Trekkebenend en bepleisterd  kwam Paul eind augustus 1936  in Brussel aan om er zijn militaire dienstplicht te vervullen. Van koersen  kwam er dat jaar niets meer in huis. Erger  nog, zijn sportieve kommandant die Paul trainingsfaciliteiten had beloofd, werd omstreeks nieuwjaar overgeplaatst. Toen Paul in 37 afzwaaide, was hij bij gebrek aan training zo dik als een pad. Resultaten bleven dan ook uit. In 38 werd Pauls conditie geteisterd door de nasleep van een koppige bronchitis. Ook allerhande materiële tegenslagen waren  dat jaar schering en inslag. In 39 ging Paul zijn geluk beproeven  in de Franse liefhebbersrangen. Daar waren immers vettere brokken te verdienen. Hij bolde er drie keer  als primus over de meet. De mobilisatie plaatste echter een punt achter de carrière van Paul Salomé. Tien maanden bracht hij in krijgsgevangenschap door. Toen Paul in 1941 terugkeerde, was bijna al zijn materiaal gestolen. Bovendien werden in die benarde tijd weinig wedstrijden georganiseerd. Zo hing Paul Salomé op 23-jarige leeftijd de fiets aan de haak. De oorlog heeft vroegtijdig  een veel belovende carière afgeknakt.Sint Jacobstraat Eén Mei prijs 1936 ...het bloemenmeisje is Margueritte!? In 1946 trouwde Paul  met Margueritte Ostyn. Vijftien jaar lang baatten zij een Overwinning Statiestraat  -foto-reportage DeHaeck  Ypres-  

kruidenierswinkel uit  in de Diksmuidsestraat. Daarna  keerden zij terug naar het ouderlijk huis  op de Zonnebeekseweg. Sedert 55, het jaar  dat vader Salomé stierf; had Paul immers ook de kolenzaak  overgenomen. In '69 kwam er zelfs nog een bierhandel bij. Paul en Margueritte hebben de handen vol, vooral als het Potyze kermis voor de deur staat. Als rasechte Potyzenaar kan Paul Salomé nog oude verhalen uit grootvaders tijd opdiepen  over het ontstaan  en de historiek van deze Ieperse wijkkermis. Ook zijn enige dochter Erna woont met haar twee kinderen en echtgenoot op de Potyze. Vonken van enthousiasme spetteren ook uit de woorden waarmee Paul Salomé het  wielerleven der  dertiger jaren beschrijft. Aan de wielersport heeft Paul trouwens zijn mooiste herinneringen te danken. "Ik had er veel voor over" vertelt de symphatieke Potyzenaar,'' vroeg onder de wol, aangepaste voeding, geen lonkende oogjes naar de meisjes gooien en vooral geen alcohol. Alleen een zerpe Rodenbach tijdens de koers om  de dorst te lessen. De  verplaatsingen ondernamen we meestal per fiets. We namen een biefstuk en een stuk brood mee. Aan de waardin van de herberg waar we ons omkleedden, vroegen we of ze ons vlees wou braden. Het was dan ook nog  de tijd dat je in geval van pech zelf moest een  nieuwe tube  leggen. Als je geluk had, kon je van een supporter op de omloop soms zijn eigen fiets bekomen. Steunpilaren in mijn loopbaan, zo vervolgt  Paul Salomé, waren ongetwijfeld dokter Deconinck uit Wijtschate en zijn verzorgers de gebroeders Florent en René Kerrinckx. Ondanks de hevige  concurrentie tussen de rivaliserende  fietsenfabrieken, waren wij als renners wel vijand  in strijd maar zeker ook vriend op tijd. Van echte combine  of omkoperij was er in onze tijd zeker  geen sprake. Wel werden er kleine vriendendiensten bewezen in ruil voor een tegenprestatie of het  beurtelings nemen van een premie, maar voor de rest  was het,,, elk voor zijn schelle''. Paul Salomez draagt Romain Maes niet in het hart. Een eerder flauwe geste van de ex-Tourwinnaar  is de reden daarvan. In 35 had Romain Maes de ronde  van Frankrijk gewonnen. Het jaar daarop was hij wedstrijdleider van een liefhebberswedstrijd voor zijn eigen café. De Ieperlingen Woets, Lacante, Verbeke, Litière en Salomé hunkerden ernaar om gefotograveerd te worden in gezelschap  van deze illustere tourwinnaar.  ,,Geen foto!'' bulderde Romain echter , ,, de tijd dringt, de wedstrijd moet beginnen.'' En daarmee was de kous af. En zo steekt elke sportloopbaan boordevol anecdotes. Jerome Verbeke en Paul Salomé spoorden eens naar Denderleeuw. Vandaar ging het verder per fiets naar Erembodegem . Na een koers van 150km spurtte de hele bende voor de eerste plaats. Slechts de  eerste drie werden geklasseerd. De rest van het pak werd ex-aequo gerangschikt. Na zo'n verre reis keerden Jerome en Paul met een schamele 22fr. huiswaarts.  Een wegvergissing is wel de ergste tegenslag  die koplopers kan overkomen. Zo werden Paul en zijn medevluchter  in Brussel - Izegem te Ronse de  verkeerde weg opgestuurd, zodat ze de bocht naar de Kwaremont misten. De twee minuten voorsprong werden aldus omgetoverd in één minuut achterstand. Toen Paul op het punt stond  het  peleton toch weer bij de lurven te vatten, brak hij zijn vork. Al de volgwagens reden de ontgoochelde Ieperling achteloos voorbij. Paul was al naar de treinuren aan het informeren, toen de broer van een ander  renner als Barmhartige Samaritaan optrad. Wegens plaastgebrek in het Citroëntje moest Paul echter in een deken gewikkeld en op een geïmproviseerd platvormpje de terugreis naar Izegem meemaken. Intussen zijn die pijnlijke voorvalletjes van vroeger zoete herinneringen geworden. De oorlogsomstandigheden zorden ervoor dat Paul Salomé geen groot renner  werd, maar  dat  de sympathieke Potyzenaar overal gekend en bemind wordt, hoeven  we aan  de Ieperlingen niet meer te vertellen.   

bron:  Editie De Weekbode Westlandsport - Leiesport jaar??? Luc Claus

.  Paul aan de kop...  links  ziet u een molen en rechts de kerk  plaats onbekend?

 

foto-reportage Jules Van Maele Rousselare

 

Pater Van Cle de stichter van Sporta omringd door   Ieperse streekrenners

 

Sportaproost Van Clé   waakt over het ziele heil van de streekrenners

 

 

van links naar rechts o.a.  Remi Capoen, Paul Salomé,Valeer Vitse, Jef Demuysere, stichter van Sporta Pater Van Cle, Lucien Storme, Lucien Vlaeminck, Fons Gekiere, Emiel Decroix en Emiel Vandeputte

 

de jonge Paul is   fier als een gieter  met zijn beker

 

Paul Salomé en Roger Inion 1 en 2 in 1936

 

Douane doorgangskaart

 

een authentiek document;  voor tijdelijken  invoer  in Frankrijk van gewone rijwielen.!

Gewicht van de " koers"velo 18kg.!!