Het Iepers wielerleven lijdt aan een opvallende
bloedarmoede. Gelukkig dat de plaatselijke wielerclub nog wat leven in de
brouwerij blaast met de jaarlijkse Kattekoers en Roeselare-Ieper. Met
bloedarmoede bedoelen we echter het veeleer ontbreken van echte
wielertalenten. Dat is evenwel niet altijd zo geweest. Voor de tweede
wereldoorlog bij voorbeeld telde onze stad heel wat degelijke renners. Paul
Salomé was één van deze kleppers die de harten van de Ieperse
wielerliefhebbers wat feller deed kloppen.
Paul Salomé werd op 8 augustus 1916 in
het Franse Calais geboren.Vader en moeder waren wel rasechte Ieperlingen, maar
in dat bruisend oorlogsgeweld verkozen ze zoals vele anderen in Frankrijk
veiliger oorden op te zoeken. Na de oorlog vestigden ze zich met hun enige zoon
Paul in het ouderlijke huis op de Zonnebeekseweg. Vader Salomé was metselaar
tot hij in 38 kolenhandelaar werd. Als jonge scholier trok Paul aanvankelijk te
voet naar de Rijksmiddelbareschool. Hoewel hij op jeugdige leeftijd reeds door
zijn ouders met een fiets werd bedacht, was er van koersen nog geen sprake.
Wel nam Paul met de buurtjongens deel aan atletiekwedstrijden
ter gelegenheid van de diverse wijkkermissen. Op veertienjarige leeftijd ging hij
de kost verdienen bij Hoflack, wielerfabrikant van de "Cycles
Salvator" in de Rijselstraat. Het dagelijks contact met het stalen
ros betekende uiteraard een belangrijke stap in de richting van de
wielersport. Het duurde echter nog tot 1933 vooraleer Paul zich bij
de wielertroepen liet inlijven. Vader Salomé was een hevige wielerfan en
ook onder impuls van enkele oudere vrienden werd Paul naar de wielersport gelokt.
Op zeventien jarige leeftijd waagde hij voor het eerst zijn kans bij de
beginnelingen naar aanleiding van Stuersstraatkermis. Door gebrek aan
conditie en ervaring en door de zenuwen overmand kon Paul nauwelijks
het tempo volgen. Niet te verwonderen! Aangezien in die tijd nog geen vergunningen bestonden, konden
de afgeschreven onafhankelijken en liefhebbers alleen nog bij de
beginnelingen nog eens hun tanden laten zien. Voor die jonge
debutanten echter een onbegonnen werk om tegen die oudere en geroutineerde
tegenstrevers op te tornen. Hoe meer wedstrijden Paul afhaspelde hoe beter
hij zich in zijn sas begon te voelen in de wielerpeletons. In 1934 won hij zelfs
zijn eerste wedstrijd op de Sint-Pieterswijk. In dat zelfde jaar gapte hij ook
nog in Langemark de zegetuil mee. Paul was echer te veel machtrijder en te weinig
sprinter. Het beste paard krijgt niet altijd de haver. Van het vele
werk dat Paul opknapte, hebben de sprinters maar al te vaak geprofiteerd.
Gebrek aan spurtkwaliteiten betekent nu eenmaaal een abonnement op
ereplaatsen. Als voornaamste tegenstanders van Paul Salomé vermelden we
Valère Speetebrood uit Poperinge, Remi Capoen uit Dikkebus, de Ieperlingen
Jerome Verbeke, Albert Woets, Florent Litière en Maurice Degraeve( vader
van liefhebber Patrick) alsook Briek Schotte en Albert Sercu(vader van
beroepsrenner Patrick) Zij ontmoetten elkaar gemiddeld tweemaal per week.
Het prijzenbedrag schommelde tussen de 80 en 150fr. Vanwege zijn
werkgever kon Paul rekenen op heel wat materiële steun.
Fietsenfabrieken zoals Cycles Salvator, Bury en de Westvlaamse Leeuw (de
voorloper van Flandria) waren toen immers de enige extra-sportieven. De dertiger
jaren betekenden een economisch dieptepunt en werkloosheid. Eind de 1935 mocht
Paul nog één dag per week gaan werken. Vader Salomé vond het toen geraadzamer
zoon Paul te betrekken in zijn zaak die niet alleen bestond uit een
kolenhandel maar ook uit een groentenkwekerij.Vanzelfsprekend kreeg Paul van een
verstokte wielerliefhebber als zijn vader de nodige tijd om te trainen. De
resultaten lieten niet op zich wachten. In 1935 nog behaalde Paul vier
overwinningen. Pas in 1936 echter zou hij op 20-jarige leeftijd de piek van zijn
carière bereiken. Bij de beginnelingen werd Paul op 22 wedstrijden
acht maal gelauwerd. Dertien keer eindigde hij bij de eerste tien. Paul was op
het toppunt van zijn machtsontplooiing gekomen. Zo vloerde hij als niet sprinter
35 man in de Miel Decrooprijs te Ieper. In juni 36 stapte Paul over naar de
liefhebbers. Het was zijn eerste officiële vergunning.
Paul stond op het punt naam te maken
in het wielermilieu. In de finale van deRonde van Vlaanderen behoorde hij
in de straten van Kortrijk tot de kopgroep van zes renners. Paul
profiteerde handig van de rivaliteit tussen Achille Buysse en Albert 't
Jolyn en demareerde op de Kortrijkse keikoppen. Hij scheen op weg naar een
prachtige overwinning. Een gesloten overweg kwam echter roet in het eten
gooien. Uiteindelijk behaalde de Ieperling nog een eervolle vierde plaats.
In dat zelfde jaar werd Paul nog geselecteerd voor de Ronde van België
maar een kwalijke val dwarsboomde zijn ambities. Trekkebenend en
bepleisterd kwam Paul eind augustus 1936 in Brussel aan om er zijn
militaire dienstplicht te vervullen. Van koersen kwam er dat jaar niets
meer in huis. Erger nog, zijn sportieve kommandant die Paul
trainingsfaciliteiten had beloofd, werd omstreeks nieuwjaar overgeplaatst. Toen
Paul in 37 afzwaaide, was hij bij gebrek aan training zo dik als een pad.
Resultaten bleven dan ook uit. In 38 werd Pauls conditie geteisterd door de
nasleep van een koppige bronchitis. Ook allerhande materiële tegenslagen
waren dat jaar schering en inslag. In 39 ging Paul zijn geluk
beproeven in de Franse liefhebbersrangen. Daar waren immers vettere
brokken te verdienen. Hij bolde er drie keer als primus over de meet. De
mobilisatie plaatste echter een punt achter de carrière van Paul Salomé. Tien
maanden bracht hij in krijgsgevangenschap door. Toen Paul in
1941 terugkeerde, was bijna al zijn materiaal gestolen. Bovendien werden in die
benarde tijd weinig wedstrijden georganiseerd. Zo hing Paul Salomé op 23-jarige
leeftijd de fiets aan de haak. De oorlog heeft vroegtijdig een veel
belovende carière afgeknakt.
In 1946 trouwde Paul met Margueritte Ostyn. Vijftien
jaar lang baatten zij een
kruidenierswinkel uit in de Diksmuidsestraat. Daarna keerden zij terug naar het ouderlijk huis op de Zonnebeekseweg. Sedert 55, het jaar dat vader Salomé stierf; had Paul immers ook de kolenzaak overgenomen. In '69 kwam er zelfs nog een bierhandel bij. Paul en Margueritte hebben de handen vol, vooral als het Potyze kermis voor de deur staat. Als rasechte Potyzenaar kan Paul Salomé nog oude verhalen uit grootvaders tijd opdiepen over het ontstaan en de historiek van deze Ieperse wijkkermis. Ook zijn enige dochter Erna woont met haar twee kinderen en echtgenoot op de Potyze. Vonken van enthousiasme spetteren ook uit de woorden waarmee Paul Salomé het wielerleven der dertiger jaren beschrijft. Aan de wielersport heeft Paul trouwens zijn mooiste herinneringen te danken. "Ik had er veel voor over" vertelt de symphatieke Potyzenaar,'' vroeg onder de wol, aangepaste voeding, geen lonkende oogjes naar de meisjes gooien en vooral geen alcohol. Alleen een zerpe Rodenbach tijdens de koers om de dorst te lessen. De verplaatsingen ondernamen we meestal per fiets. We namen een biefstuk en een stuk brood mee. Aan de waardin van de herberg waar we ons omkleedden, vroegen we of ze ons vlees wou braden. Het was dan ook nog de tijd dat je in geval van pech zelf moest een nieuwe tube leggen. Als je geluk had, kon je van een supporter op de omloop soms zijn eigen fiets bekomen. Steunpilaren in mijn loopbaan, zo vervolgt Paul Salomé, waren ongetwijfeld dokter Deconinck uit Wijtschate en zijn verzorgers de gebroeders Florent en René Kerrinckx. Ondanks de hevige concurrentie tussen de rivaliserende fietsenfabrieken, waren wij als renners wel vijand in strijd maar zeker ook vriend op tijd. Van echte combine of omkoperij was er in onze tijd zeker geen sprake. Wel werden er kleine vriendendiensten bewezen in ruil voor een tegenprestatie of het beurtelings nemen van een premie, maar voor de rest was het,,, elk voor zijn schelle''. Paul Salomez draagt Romain Maes niet in het hart. Een eerder flauwe geste van de ex-Tourwinnaar is de reden daarvan. In 35 had Romain Maes de ronde van Frankrijk gewonnen. Het jaar daarop was hij wedstrijdleider van een liefhebberswedstrijd voor zijn eigen café. De Ieperlingen Woets, Lacante, Verbeke, Litière en Salomé hunkerden ernaar om gefotograveerd te worden in gezelschap van deze illustere tourwinnaar. ,,Geen foto!'' bulderde Romain echter , ,, de tijd dringt, de wedstrijd moet beginnen.'' En daarmee was de kous af. En zo steekt elke sportloopbaan boordevol anecdotes. Jerome Verbeke en Paul Salomé spoorden eens naar Denderleeuw. Vandaar ging het verder per fiets naar Erembodegem . Na een koers van 150km spurtte de hele bende voor de eerste plaats. Slechts de eerste drie werden geklasseerd. De rest van het pak werd ex-aequo gerangschikt. Na zo'n verre reis keerden Jerome en Paul met een schamele 22fr. huiswaarts. Een wegvergissing is wel de ergste tegenslag die koplopers kan overkomen. Zo werden Paul en zijn medevluchter in Brussel - Izegem te Ronse de verkeerde weg opgestuurd, zodat ze de bocht naar de Kwaremont misten. De twee minuten voorsprong werden aldus omgetoverd in één minuut achterstand. Toen Paul op het punt stond het peleton toch weer bij de lurven te vatten, brak hij zijn vork. Al de volgwagens reden de ontgoochelde Ieperling achteloos voorbij. Paul was al naar de treinuren aan het informeren, toen de broer van een ander renner als Barmhartige Samaritaan optrad. Wegens plaastgebrek in het Citroëntje moest Paul echter in een deken gewikkeld en op een geïmproviseerd platvormpje de terugreis naar Izegem meemaken. Intussen zijn die pijnlijke voorvalletjes van vroeger zoete herinneringen geworden. De oorlogsomstandigheden zorden ervoor dat Paul Salomé geen groot renner werd, maar dat de sympathieke Potyzenaar overal gekend en bemind wordt, hoeven we aan de Ieperlingen niet meer te vertellen.
bron: Editie De Weekbode Westlandsport - Leiesport jaar??? Luc Claus
. 



van links naar rechts o.a. Remi Capoen, Paul Salomé,Valeer Vitse, Jef Demuysere, stichter van Sporta Pater Van Cle, Lucien Storme, Lucien Vlaeminck, Fons Gekiere, Emiel Decroix en Emiel Vandeputte



een authentiek document; voor tijdelijken invoer in Frankrijk van gewone rijwielen.!
Gewicht van de " koers"velo 18kg.!!