TREFWOORDENREGISTER

Aflatoxinen: Zeer toxische (tien keer giftiger
dan het Seveso dioxine!) en kankerverwekkende stoffen, geproduceerd door
de gewone huisschimmel op brood, pinda's, enz...
Ah-receptor: of aromatic hydrocarbon (aromatische
koolwaterstof) receptor in levende cellen kan inzake functie vergeleken
worden met een slot. Aromatische stoffen, zoals dioxinen
en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's),
kunnen zoals een sleutel in dat slot passen. Wanneer een aantal sloten
op deze wijze bezet is, dan kan er in de cel een mechanisme starten, waarbij
enzymen aangemaakt worden die deze ongewenste chemicaliën in het lichaam
afbreken. Maar dat mechanisme kan nevenreacties veroorzaken, zoals een
verzwakking van het immuunsysteem en de afbraak van essentiële aromatische
moleculen zoals vitamine K.
AOX: Absorbeerbare organische halogenen. Dit
is een methode om de hoeveelheid gechloreerde, gebromeerde, gejodeerde
en gefuoreerde organische stoffen in water te bepalen. Voor dat doeleinde
wordt afval- of rivierwater door actieve koolstof geleid. De actieve koolstof
absorbeert organisch materiaal en wordt daarna verbrand. De hoeveelheid
chloor, broom, jodium en/of fluor die hierbij vrijkomt wordt gemeten. De
AOX zegt enkel wat over hoeveelheden, niet over toxiciteit. Zelfs in rivieren,
ver van enige verontreinigingsbron, worden relatief hoge AOX waarden gevonden,
als gevolg van de aanmaak van gechloreerde fenolen en humuszuren door houtrotschimmels.
BaP: Benzo-a-pyrene, het meest toxische, mutagene
en kankerverwekkende PAK lid. De 16 meest toxische PAK's
worden vergeleken tot BaP en de hoeveelheden worden vermenigvuldigd met
TEF (toxiciteits equivalentie) factoren. De som van deze gegevens geeft
een indruk van de totale toxiciteit.
BBP: butylbenzylftalalaat, is een ftalaat
vervaardigd door de reactie van butylalcohol en benzylalcohol met ftaalzuur.
Heeft een gemiddeld kookpunt en gemiddelde vluchtigheid. Dit ftalaat
wordt voornamelijk gebruikt in drukinkten voor polyolefinen zoals PE
en PP.
CMC: Carboxy methyl cellulose, wordt gemaakt
uit zeer zuivere cellulose dat wordt vereterd met methanol. Dat geeft het
zeer uitgesproken waterabsorberende eigenschappen. Het materiaal kan tot
400 keer zijn eigen gewicht aan water vasthouden.
Congeneren: varianten van een bepaalde
stoffen met soortgelijke chemische structuur en meestal soortgelijke eigenschappen,
maar soms grote verschillen in toxiciteit. Zo heeft men 210 verschillende
gechloreerde dioxines (congeneren), waarvan 17 giftig, met een verhouding
van 1:1000 in giftigheid binnen die 17.
DBP: dibutylftalalaat, is een ftalaat
vervaardigd door de reactie van n-butylalcohol met ftaalzuur. Heeft een
laag kookpunt en een relatief hoge vluchtigheid. Dit ftalaat
wordt voornamelijk gebruikt in drukinkten. Het komt voor in de geurcomponenten
van natuurproducten zoals lavas en selder.
DCE: 1,2 dichloorethaan is een tussenproduct
bij de fabricage van PVC. Het kan gemaakt worden door directe chlorering
van ethyleen of door oxychlorering, waar een mengsel van zoutzuur, zuurstof/lucht
en ethyleen in DCE wordt omgezet m.b.v. een koper katalysator. Het zoutzuur
kan van het kraken van DCE komen, waarbij VCM wordt
gevormd, of van externe processen, of van de verbranding van gechloreerd
afval. Er bestaan ook andere industriële processen om DCE te maken
en er worden nog nieuwe ontwikkeld. DCE wordt ook als grondstof voor de
productie van amines gebruikt.
DEHP: di-ethylhexylftalaat, ook wel DOP (dioctylftalaat)
genoemd, is een ftalalaat vervaardigd door de reactie
van ethylhexylalcohol met ftaalzuur. Het is een olieachtig product met
een hoog kookpunt, een lage vluchtigheid en een lage oplosbaarheid in water.
Het kan gemakkelijk gemengd worden met PVC, waarbij het normaal harde materiaal
zacht wordt. PVC geplastifieerd met DEHP is het enige flexibele materiaal
dat door de Europeese Pharmocopoeia werd goedgekeurd voor bloed en plasma
transfusie verpakking en apparatuur.
DIDP: di-isodecylftalaat, is een ftalaat
vervaardigd door de reactie van isodecylalcohol met ftaalzuur. Heeft een
lichtjes hoger kookpunt en lagere vluchtigheid dan DINP.
Wordt zelden gebruikt.
DINP: di-isononylftalaat, is het ftalaat
vervaardigd door de reactie van isononylalcohol met ftaalzuur. Heeft een
lichtjes hoger kookpunt en lagere vluchtigheid dan DEHP.
Voornamelijk gebruikt om zacht PVC speelgoed te vervaardigen.
Dioxinen: Zie PCDD/F.
EDC: Ethyleendichloride, of juister 1,2 dichloorethaan,
zie DCE.
Endometriose: Een pijnlijke ziekte, die chronische
ontstekingen van het zachte weefsel geeft dat buiten de baarmoeder groeit.
Ethyleen/propyleen: Wordt gemaakt door
het kraken van LPG of nafta, dat geeft resp. een 90% of 70% opbrengst aan
ethyleen en propyleen. De restanten zijn benzeen, butadieen, lichte fracties
en PAK's. Benzeen en butadieen worden gebruikt voor
andere doeleinden, de lichte fracties worden gemengd met benzine en de
PAK's worden verbrand. Ethyleen heeft vele toepassingen, voornamelijk om
verschillende plastics te vervaardigen.
Ftalaten: Een groep van chemicaliën
die door de reactie van verschillende alcoholen en ftaalzuur worden gevormd.
Dit soort producten wordt esters genoemd, in dit geval ftalaatesters of
kortweg ftalaten. Ftalaten kunnen o.a. gemengd worden met PVC,
om het flexibel te maken. Zij worden ook gebruikt in drukinkten, lijmen
en rubber. Afhankelijk van het type alcohol dat werd gebruikt om het ester
te maken, worden verschillende eigenschappen bereikt voor verschillende
toepassingen. Een redelijk hoge vluchtigheid is het gevolg van het gebruik
van alcoholen met korte ketens, zoals in dibutylftalaat
(voornamelijk gebruikt in drukinkten, maar ook gevonden in de geurcomponenten
van lavas en selder), terwijl de ftalaten die in PVC worden gebruikt meestal
een lage vluchtigheid hebben. Het grootste deel van de ftalaten die in
zacht PVC worden gebruikt zijn DEHP (di-ethylhexylftalaat)
en DINP (di-isononylftalaat).
gram: De verschillende onderdelen van gewicht
zijn als volgt:
1 ton = 1.000.000 g (1 Mg of megagram)
1 kg = 1,000 g (kilogram)
1 g = 1 g (gram)
1 mg = 0.001 g (milligram)
1 µg = 0.000001 g (microgram, ook afgekort tot ug of mcg)
1 ng = 0.000000001 g (nanogram)
1 pg = 0.000000000001 g (picogram)
1 fg = 0.000000000000001 g (fentogram)
HCB: Hexachloorbenzeen, voornamelijk een bijproduct
van verbranding wanneer sporen chloor aanwezig zijn, zoals het gebruik
van brandstof op zeeniveau. Het is moeilijk afbreekbaar en kan zich ophopen
in de voedselketen.
HDPE: Hoge densiteit polyethyleen. Het polymerisatieproces
van ethyleen gebeurt onder lage druk, maar met
een organometaal catalysator. Omdat dit proces minder zijketens geeft,
heeft het eindproduct een hogere dichtheid en een hogere stijfheid. Wordt
voornamelijk gebruikt voor alle soorten bakken, dozen en leidingen.
Laminaat: Verpakking bestaande uit lagen van
verschillende materialen, om eigenschappen te verkrijgen die niet door
één materiaal alleen kunnen worden verkregen. Bv. brickverpakking
is een laminaat van PE, aluminium en karton. PE geeft
chemische bestendigheid, aluminium maakt het 100% licht- en dampdicht en
karton geeft het de nodige stijfheid en bedrukbaarheid.
LCA: Levenscyclusanalyse is een wetenschappelijke
methode om de invloed van een materiaal voor een welbepaalde toepassing
op het milieu te onderzoeken, gedurende de hele levenscyclus, vanaf het
gebruik van grondstoffen en energie tot en met het verwijderen van het
afval na gebruik. In die zin kan de invloed op het leefmilieu van verschillende
materialen (bv. PVC, PET en glas)
of verschillende methoden (bv. wegwerp en retour) voor hetzelfde doel (bv.
verpakking van mineraalwater) worden vergeleken.
LDPE: Lage densiteit polyethyleen. Het polymerisatieproces
van ethyleen gebeurt onder zeer hoge druk (duizenden
bar), met een klein beetje zuurstof als catalysator. Omdat dit proces veel
zijketens geeft, heeft het eindproduct een lagere dichtheid. Wordt voornamelijk
gebruikt als vellen voor verpakking.
LLDPE: Lineaire lage densiteit polyethyleen.
Het polymerisatieproces van ethyleen gebeurt onder
lage druk, maar met een organometaal catalysator. Dit type polyethyleen
heeft minder zijketens, waardoor het minder gevoelig is voor oxydatie en
UV-licht. Het molecuulgewicht werd lager gehouden dan voor HDPE
en ook worden andere monomeren toegevoegd die zijketens introduceren, waardoor
de dichtheid wordt verlaagd. Het heeft dezelfde toepassingen als LDPE.
MTD: Maximum getolereerde dosis, is de maximum
dosis van een product dat aan een proefdier kan worden gegeven, zonder
het te doden binnen een bepaalde tijd. Vele tests voor kankerverwekkendheid
gebruiken de MTD, de helft van de MTD, een kwart van de MTD en geen product,
om levenslange tests op proefdieren uit te voeren om op die wijze de kankerverwekkendheid
van een product te bekijken. Een echte kankerverwekker geeft een bepaald
aantal extra kankers bij de MTD, de helft van dat aantal bij de halve MTD.
enz... Infeite wordt een proefdier bij de MTD continu vergiftigd, wat kan
resulteren in een groot aantal extra kankers die veroorzaakt worden door
de vergiftiging, niet de kankerverwekkendheid van het product. In zulke
gevallen geven lagere doseringen een véél lager aantal extra
kankers en onder een bepaald niveau worden geen extra kankers meer waargenomen.
Zie de werken van Bruce
N. Ames: "Too
many rodent carcinogens" (Engels: Teveel kankerstoffen in knaagdieren,
niet bepaald een populair wetenschappelijk praatje!).
PAK's: Polycyclische aromatische koolwaterstoffen,
een klasse van ongewenste bijproducten van voornamelijk verbranding en
in grote hoeveelheden in ruwe petroleum. Enkele microgrammen per liter
zeewater is genoeg om problemen te geven met de groei van plankton. Vele
leden van deze familie zijn krachtige kankerverwekkers. Zij zijn persistent
en stapelen zich op in de voedselketen.
nitro-PAK's: Dit zijn genitreerde varianten
van de PAK's. Tot op heden de krachtigste kankerverwekkende stoffen in
dierproeven. Ook deze zijn voornamelijk bijproducten van verbranding.
PC: Polycarbonaat. De grondstoffen zijn hier
gechloreerd: fosgeen en enkele gechloreerde aromatische verbindingen. De
aromatische verbindingen komen van ruwe olie, het chloor komt vanuit zout.
De polymerisatie gebeurt door afsplitsen van chloor door middel van natriumhydroxyde.
Het eindproduct bevat geen chloor meer. PC heeft een hoge slagvastheid
en temperatuurweerstand en heeft vele toepassingen, van CD's tot vliegtuigramen
en temperatuurbestendige keukenuitrusting.
PCB's: Polygechloreerde bifenilen. Een klasse
van industriële producten die als isoleer- en verwarmingsvloeistof
en als hydraulische vloeistof werd gebruikt. In de zeventiger en tachtiger
jaren werd ontdekt dat PCB's de reproductie van zeehonden en andere diersoorten
kon hinderen. De productie van PCB's werd reeds meer dan tien jaar geleden
gestopt. Resterende PCB's van bv. transformatoren worden op een milieuvriendelijke
wijze verbrand in verbrandingsovens voor gechloreerd afval.
PCDD/F: Polygechloreerde p-dibenzodioxinen
en polygechloreerde p-dibenzofuranen, of kortweg "dioxinen" genoemd, zijn
een familie van 210 verschillende ongewenste bijproducten van voornamelijk
verbranding van eender welk organisch materiaal, of het nu chloor bevat
of niet. Ze kunnen ook gevormd worden in bepaalde chemische processen.
Zie ook I-TEQ.
PCP: Pentachloorfenol, een pesticide dat gebruikt
werd/wordt voor het beschermen van hout en textiel, werkt tegen schimmels,
bacteriën en wormen. Was vroeger met vrij hoge hoeveelheden dioxinen
gecontamineerd. Nu verboden in verschillende landen.
PE: Voor pijpen en dozen wordt normaal HDPE,
hoge densiteit polyethyleen gebruikt. Voor verpakking meestal LDPE,
lage densiteit polyethyleen, omdat het meer flexibel is.
Peer review: is het nalezen van een wetenschappelijk
werk door onafhankelijke wetenschappers, voornamelijk om te kijken of er
geen fouten in de gebruikte methodes zijn gemaakt. Normaal geeft men geen
kommentaar op de geproduceerde cijfers zelf, tenzij voor duidelijke fouten.
PET: Polyethyleen tereftalaat. Wordt geproduceerd
uit tereftaalzuur en ethyleenglycol, beide afgeleid van ruwe olie. De productie
gebeurt in vele stappen, daarom is het energiegebruik hoger dan voor vele
andere plastics. Het heeft een hoge treksterkte, waardoor het gebruikt
wordt voor het maken van vezels ('polyester') en drukbestendige flessen
voor bruisend water en frisdranken.
PE-X: Polyethyleen, met dwarsverbindingen
('crosslinks') via andere monomeren om de sterkte te verhogen en de invloed
van oxydatie tegen te gaan.
PP: Polypropyleen. Het polymerisatieproces
van propyleen is onder lage druk, maar met een
organometaal catalysator. Het polymerisatieproces resulteert ook in ongeveer
6% onbruikbaar nevenproduct dat wordt geëxtraheerd en verbrand. Het
heeft een zeer hoge weerstand tegen inscheuren en een hoge treksterkte,
wat het geschikt maakt voor het maken van kabels en boxen.
PS: Polystyreen. De grondstoffen hiervoor zijn
benzeen en ethyleen, die geven via de synthese van ethylbenzeen uiteindelijk
het monomeer styreen. Het polymerisatieproces gebeurt voornamelijk in massa
met peroxydes als catalysatoren. Wordt gebruikt in vele keukenbenodigdheden
en als geëxpandeerd polystyreenschuim (EPS) voor isolatie. Deze schuimen
worden gemaakt door lucht in de gesmolten massa in te blazen en niet door
CFK's.
PU: Polyurethaan. De grondstoffen voor PU zijn
een gechloreerd materiaal: fosgeen en enkele genitreerde verbindingen.
De genitreerde verbindingen zijn gemaakt uit ruwe petroleum en stikstof,
het chloor vanuit zout. Het bouwelement wordt gemaakt door zoutzuur af
te splitsen. Het eindproduct ontstaat als reactie tussen twee componenten,
terwijl terzelfdertijd een schuimmaker kan worden toegevoegd. Dat geeft
dan de schuimvulling van matrassen en zetels in wagens en vliegtuigen.
Het eindproduct bevat geen chloor meer. Het zoutzuur dat tijdens het proces
werd afgesplitst kan dan weer gebruikt worden om VCM/PVC
te maken.
PVC: Polyvinylchloride, een plastic bestaande
uit 43% olieproducten en 57% zout als grondstof. Daardoor gebruikt het
minder eindige grondstoffen en minder energie dan enig ander plastic of
vele "klassieke" materialen. Dat maakt het een uitstekend product voor
een duurzame ontwikkeling.
PVDC: Polyvinylideenchloride, een plastic
bestaande uit nog meer chloor uit zout als grondstof dan PVC. Dit geeft
het uitstekende barrière eigenschappen voor geur- en smaakstoffen.
Wordt voornamelijk gebruikt voor speciale voedselverpakkingen.
TDI: Tolerated daily intake (getolereerde
dagelijkse inname), is de hoeveelheid van een product dat per dag mag worden
ingenomen vanuit alle bronnen (maar voornamelijk vanuit voeding), waarbij
geen (of acceptabele) schadelijke effecten optreden, zelfs bij een levenslange
inname. I.h.a. is dat gebaseerd op dierproeven, waarbij de limiet is gebaseerd
op het laagste niveau, waarbij geen waarneembare schadelijk effecten (no
observed adverse effect level of NOAEL) optreden bij de meest gevoelige
diersoort. Voor mensen wordt dan een extra veiligheidsfactor van 100 toegepast
om de TDI vast te stellen. Voor kankerverwekkende stoffen wordt een TDI
vastgesteld gebaseerd op een berekening van de dosis, waarbij de kans minder
dan 1 extra kankergeval op 1 millioen proefdieren zou zijn. Ook hier wordt
een veiligheidsfactor van 100 toegepast.
I-TEQ: International toxicity equivalents.
Van de in het totaal 210 verschillende polygechloreerde dioxinen en -furanen,
congeneren genoemd, zijn er slechts zeventien (zeer) giftig. Tussen deze
zeventien zijn er verschillen tot duizend maal in giftigheid. Om een vergelijking
mogelijk te maken, worden de gevonden hoeveelheden van de zeventien giftige
dioxinen/furanen met een giftigheidsfactor (I-TEF) vermenigvuldigd en de
resultaten worden opgeteld. De giftigheidsfactor vergelijkt de giftigheid
van een congeneer in verhouding tot het giftigste dioxine, het Seveso-dioxine.
Thyroxine: Een hormoon geproduceerd door
de schildklier. Het is belangrijk voor de motorische en mentale ontwikkeling
van jonge kinderen.
TOC: Totally Organic Carbon of totaal organisch
gebonden koolstof. De hoeveelheid opgelost organisch materiaal in rivieren,
drinkwater, testoplossingen, afvalwater,... kan worden bepaald en wordt
uitgedrukt in koolstofgehalte van het staal. Dat zegt echter niets over
de giftigheid van het organisch materiaal dat werd gedetecteerd.
VCM: Vinyl chloride monomeer, is het basismateriaal
vanwaaruit PVC wordt gemaakt door polymerisatie. I.h.a.
wordt VCM gemaakt door een reactie van ethyleen met chloor of zoutzuur,
waarbij DCE (1,2 dichloorethaan) ontstaat. Dat wordt
gekraakt bij hoge temperatuur, waarbij VCM en zoutzuur ontstaat. Dat laatste
wordt opnieuw gebruikt in het proces. VCM is een gekende kankerverwekkende
stof voor mensen, daarom zijn op de werkplaats zeer strenge limieten van
toepassing.
U bevindt zich op het trefwoordenregister van de Chlorofielen pagina's.
Creatie: 13 september 1997.
Laatste aanpassing: 27 april 2002.
Welkom pagina
Home Page van de Chlorofielen
Voor eender welk kommentaar op deze of andere pagina's:
chlorofielen@pandora.be