

CHLOOR IN DE 'BRAND'STOF EN DIOXINE EMISSIES
FABEL
...een programma voor het uitbannen van dioxine emissies is hetzelfde als
de uitbanning van de chloorchemie.
Greenpeace rapport 'Achieving Zero Dioxin' (Nul dioxine bereiken) - juli
1994 [1].
FEITEN EN CIJFERS
Het verhaal van Greenpeace
In geen enkel ander geval heeft Greenpeace zoveel leugens en halve waarheden
verteld als in de zogenaamde dioxine emissies
van de chloorindustrie en vooral van de PVC
industrie en in verband met de gesuggereerde relatie van industrieel chloor
en PVC en dioxinen bij afvalverbranding en accidentele branden...
Delen van deze pagina
De beschuldigingen van Greenpeace
Chloor in de 'brand'stof en dioxine emissie van verschillende
processen
Hoe afvalverbrandingsovens verbeteren
Chloor, PVC en afvalverbranding
PVC en incidentele branden
DE ALTERNATIEVEN
Conclusie
De beschuldigingen van Greenpeace
Zelfs wanneer er geen enkele toevoer van industriëel chloor is, maakt
Greenpeace een fantastisch verhaal om te bewijzen dat er mogelijk toch
ergens een klein beetje chloor vanuit industriële chloorproducten
werd ingevoerd, om toch maar de chloorindustrie te kunnen beschuldigen
als oorzaak van al die dioxinen...
Wil je een voorbeeld? Laat ons naar de staalindustrie kijken: De kooksovens
en de staalfornuizen zijn kleine bronnen, evenals de staalrecyclage, zelfs
als ze autostaal recycleren, inclusief PVC-ondercoating. In Duitsland bv.
geeft dat slechts één gram I-TEQ
per jaar [2].
Belangrijker emissies komen van de sinterprocessen. Deze geven, eveneens
in Duitsland, ongeveer 300 gram I-TEQ per jaar. Greenpeace heeft een verklaring
in de literatuur gevonden:
"Sinterprocessen dienen voor de recycling van stof, oud
ijzer en afval van andere processen in de metallurgie om het ijzer te recupereren
voor verder gebruik in de hoogoven. Maar dit redelijke afvalmanagement
wordt vergezeld van het probleem van introductie van sporen chloor en organische
stoffen, verantwoordelijk voor het ontstaan van PCDD/F
(dioxine) in deze fabrieken."
Greenpeace rapport 'Achieving Zero Dioxin' (Nul dioxine bereiken) - juli
1994 [1].
Wij hebben het aan de Hoogovens ijzer- en staalbedrijven in Nederland
gevraagd: GEEN oud ijzer recycling wordt in sinterbedrijven uitgevoerd!
Enkel het stof van de hoogovens wordt op die wijze gerecycleerd. Sinteren
is de reactie van ijzererts met kooks en nog wat ander materiaal
(bv. kalk) om harde korrels (pellets) te vormen die de hoge statische druk
van de hoogoven kunnen weerstaan. Oud ijzer heeft daar geen enkele nut,
het wordt in staalovens en smeltovens gebruikt. Infeite worden géén
externe industriële chloorbronnen geïntroduceerd, noch in het
sinterproces, noch in de hoogovens.
Waar komt het chloor dat al die dioxinen tijdens het sinteren vormt
dan wel vandaan? Simpelweg uit de natuur. Alle natuurlijke materialen bevatten
kleinen hoeveelheden zout. Dat is zo voor kolen en dus in kooks. In het
algemeen is dat reeds een miljoen keer meer dan nodig om alle mogelijke
dioxinen te vormen. Zelfs de omgevingslucht bevat reeds een honderd- tot
duizendmaal hogere hoeveelheid natuurlijk chloor dan nodig is om de hoeveelheid
dioxinen te vormen die in de slechtste afvalverbranding wordt gevonden...
Zo heb je dus niet eens chloor in de 'brand'stof nodig om dioxinen te vormen...
Chloor in de 'brand'stof en dioxine emissie van verschillende
processen
Omdat Greenpeace de chloorindustrie ervan beschuldigt de bron te zijn van
chloor in afvalverbranding en in alle andere gevallen van dioxine emissies,
is het interessant om te zien of het chloorgehalte belangrijk is in de
dioxinevorming:
Maximum chloorinhoud en gemeten/geschatte dioxine emissie:
Alle gegevens in microgram I-TEQ naar lucht per ton geproduceerd of
verbrand
| Proces |
max. %
chloor in
materiaal |
dioxineemissie |
opm. |
| min |
max |
| Verbranding van hospitaalafval |
7 |
800 |
5000 |
1 |
| Verbranding van koperkabel |
20 |
3,7 |
2280 |
5 |
| Verbranding van hout (met PCP) |
1 |
25 |
500 |
6 |
| Verbranding van vast chemisch afval |
6 |
3,6 |
310 |
1 |
| Verbranding van huishoudelijk afval |
0,5 |
7 |
277 |
1 |
| Verbranding van vlbr/gasv. chemisch afval |
5 |
4,4 |
222 |
1 |
| Verbranding van hout (geverfd) |
1 |
5 |
100 |
6 |
| Verbranding van gechloreerd afval |
69 |
2,7 |
93 |
1 |
| Crematies |
0,15 |
|
53 |
1 |
| Recyclage van koper/messing/brons |
? |
5 |
35 |
1 |
| Recyclage van aluminiumafval (vuil) |
? |
1,7 |
35 |
1 |
| Verbranding van hout (schoon, droog) |
1 |
13 |
28,5 |
6 |
| Hoge temperatuur processen (glas, cement) |
? |
0,3 |
8,7 |
7 |
| Sinterprocessen |
? |
1 |
8 |
3 |
| Dieselmotor zeeschepen (zware stookolie) |
0,000011 |
3,2 |
6,5 |
2 |
| Secundair staal (afval recyclage) |
? |
4,4 |
6 |
1 |
| Verbranding van afvalolie |
? |
|
5 |
1 |
| Recyclage van lood |
? |
|
5 |
1 |
| Verbranding van slib (huishoudelijk) |
0,1 |
|
5 |
1 |
| Brand van PVC (opslagloods) |
57 |
|
4 |
1 |
| Verbranding van slib (industrieel) |
? |
3,2 |
4 |
1 |
| Verbranding van electromotoren |
? |
|
3,3 |
1 |
| Verbranding van schoon hout (kachel) |
1 |
1 |
3,3 |
1 |
| Verbranding van VCM productie afval |
69 |
|
2,7 |
8 |
| Verbranding van kolen |
? |
0,35 |
1,6 |
1 |
| Benzinemotor met lood |
0,000048 |
|
1,2 |
1 |
| Verbranding van biogas |
? |
|
1,1 |
1 |
| Dieselmotor van een rijnaak (gasolie) |
0,000001 |
|
1 |
2 |
| Productie van kooks |
? |
|
0,3 |
1 |
| Primaire ijzer/staal productie |
? |
|
0,13 |
4 |
| Productie van VCM |
57 |
|
0,1 |
1 |
| Thermische grondzuivering |
? |
|
0,07 |
1 |
| Benzinemotor loodvrij, geen katalysator |
0,000001 |
|
0,06 |
1 |
| Asfaltmenginstallaties |
? |
|
0,05 |
1 |
| Dieselmotor vrachtwagens |
0,000001 |
|
0,03 |
1 |
| Benzinemotor loodvrij met catalysator |
0,000001 |
|
0,01 |
1 |
Opmerkingen:
-
Uit RIVM/TNO inventarisatie van dioxinebronnen, rapport nr. 770501003 [3].
-
Hoeveelheden berekend uit TNO rapport nr. 51115, Emissions of toxic organic
microcontaminants from ship's engines (Engels: Emissies van organische
microvervuilingen uit scheepsmotoren) [5].
-
Berekend voor 4,000 kton ruw ijzer.
-
Gebaseerd op 4,000 kton ruw ijzer.
-
De hoogste waarde is van oude koper-(geolied)papier-staal-lood kabel. Afbranden
van koper-PVC kabel geeft 200 keer lagere emissies!
-
Gemeten in open haarden.
-
Alhoewel negen glasfornuizen aanwezig waren tegenover één
rotswol fornuis, werd enkel dat laatste gemeten. De procesomstandigheden
zijn nagenoeg gelijk, maar glas kent meer recycling, wat organisch materiaal
kan introduceren, waardoor dioxinen kunnen worden gevormd. TNO schat de
emissies van glasfornuizen op ongeveer 1 microgram per ton.
-
Dit is een onderdeel van de verbranding van gechloreerd afval, maar interessant,
omdat de verbranding van afval met het hoogste chloorgehalte, teer van
de PVC-productie, de laagste dioxine emissie geeft van alle afvalverbranding.
Het zoutzuur dat daarbij wordt gevormd wordt hergebruikt in het VCM
proces.
Kommentaar:
Er is een enorme variatie in chloorgehalte: van vrijwel nul tot 69%
van het te verbranden materiaal. En zoals U kan zien, is er geen enkele
correlatie tussen het chloorgehalte van de 'brand'stof en de hoeveelheid
dioxinen die worden uitgestoten. Een incidentele brand met grote hoeveelheden
PVC geeft minder dioxinen per ton dan het brandstofgebruik van een zeeschip,
alhoewel PVC minstens 500.000 keer meer chloor bevat!
Er zijn zelfs enorme verschillen in dioxine emissies bij verbranding
van hetzelfde type afval: huishoudelijk afval gaf hoeveelheden variërend
van 7 tot 277 microgram per ton, als gevolg van verschillen in ovens en
procesomstandigheden.
De verbranding van hospitaalafval gaf de hoogste dioxine emissies per
ton. Dat was vooral het gevolg van het gebrek aan kwaliteit van de verbrandingsovens.
Alle individuele ovens bij hospitalen zijn nu gesloten en het afval wordt
nu verbrand in één centrale oven die aan de strengste normen
inzake dioxine emissie voldoet (minder dan 0,1 ng I-TEQ in het afgas),
en zou nu beneden 1 microgram per ton moeten zijn.
Het afbranden van koperen kabel is nu verboden. In de plaats daarvan
worden de kabels gestript.
Er waren geen metingen van het gebruik van pitch (het zwaarste deel
van ruwe petroleum) als energiebron van raffinaderijen. Dat maakt het onmogelijk
om vergelijkingen te maken tussen 100% olie gebaseerde en deels zout gebaseerde
plastics inzake dioxine emissie tijdens de productie. Noch waren er metingen
bij de papierproductie en -recyclage, 'want die gebruiken geen chloor'.
Dat is nog geen garantie dat er geen dioxine wordt gevormd, zie "Chloor
en het bleken van papier" (engelse
versie)
De totale emissie van dioxinen naar lucht is de belangrijkste bron
van dioxinen in het milieu. Maar door het bouwen van nieuwe verbrandingsovens
en renovatie van de bestaande ovens en de maatregelen die bij de metaalindustrie
worden genomen, zullen de dioxine emissies scherp dalen.
Chloor, PVC en afvalverbranding
PVC geeft ongeveer de helft van de hoeveelheid chloor in het huishoudelijk
afval en wordt er daarom van beschuldigd dat het de voornaamste bron van
dioxine emissies is. Om waar te zijn, moet er een directe correlatie zijn
tussen chloor/PVC in het afval en de dioxine emissie. In het algemeen bestaat
zo'n correlatie niet.
The Amerikaanse Society of Mechanical Engineers (ASME) liet een studie
uitvoeren [6] naar alle mogelijke kennis van
tests bij verschillende verbrandingsovens over de hele wereld. 72 huishoudelijk
afvalovens vertoonden géén verband tussen chloor in
het afval en dioxine emissie, zelfs wanneer zowat alle chloor werd verwijderd
of de chloor/PVC hoeveelheid werd vervijfvoudigd. Noch werd een verandering
in samenstelling (de 'vingerafdruk') waargenomen. Acht ovens gaven een
vermindering in dioxine emissies met toenemend chloorgehalte en
tien ovens gaven een toename. Met andere woorden, het chloorgehalte
is niet belangrijk voor de dioxine emissie. Dat is infeite normaal, omdat
i.h.a. slechts een miljoenste deel van de gemiddelde chloortoevoer nodig
is om de gemeten hoeveelheid dioxinen te vormen. Wat wél belangrijk
is zijn de condities die dioxine vormen. Zie een samenvatting van het ASME-rapport.
Om te begrijpen waarom er geen correlatie is tussen chloortoevoer en
dioxine emissie, moet je weten hoe dioxine wordt gevormd. Dat werd onderzocht
in vele proeven in verschillende universiteiten. Dioxinen en vele andere
onplezierige verbindingen worden gevormd als resultaat van een onvolledige
verbranding van eender welk organisch materiaal. Dat gebeurt voornamelijk
wanneer de temperatuur relatief laag is, vooral tussen 200 en 600 °C.
In verbrandingsovens waar er voldoende lucht wordt toegevoerd en de verbrandingstemperatuur
boven 950 °C blijft en de verblijftijd voldoende lang is, worden alle
dioxinen en ander organisch materiaal effectief vernietigd. Wat rest, is
wat vliegas, dat koolstof, chloor (onder vorm van zout) en metaalsporen
bevat. Wanneer de afgassen afkoelen, worden dioxinen en andere stoffen
opnieuw gevormd, vooral op het oppervlak van de vliegas. De hoeveelheid
dioxinen is direct gerelateerd aan, in dalende volgorde van belangrijkheid:
-
De afkoelsnelheid van de afgassen, vooral de tijd rond 300 °C.
-
De hoeveelheid vliegas.
-
De metaalsporen, vooral koper is een zeer goede catalysator om dioxinen
te vormen.
-
Het koolstof- en chloorgehalte van de vliegas.
-
De aanwezigheid van zuurstof.
Dat laatste lijkt voor de hand liggend, maar wanneer vliegas in een zuurstofvrij
atmosfeer wordt verhit, wordt er géén dioxine gevormd. Zo
kan je dus zuurstof beschuldigen van alle dioxinevorming!
Hoe verbrandingsovens verbeteren.
Met de voorgaande kennis gewapend, werd een experiment uitgevoerd bij een
verbrandingsoven in Vlaanderen, die op de lijst stond om te worden gesloten,
vanwege te hoge dioxine emissies. De onderzoekers veranderden de verbrandingsomstandigheden:
-
Alle afval werd continu toegevoerd, i.p.v. een grote hoeveelheid ineens.
Dat vermindert de hoeveelheid vliegas en temperatuurfluctuaties.
-
De primaire lucht werd verminderd.
Dat vermindert eveneens de hoeveelheid vliegas.
-
De temperatuur werd continu boven 950 °C gehouden met secundaire lucht.
Dat vernietigt effectief alle gevormde dioxinen.
-
De afgassen werden zo snel mogelijk afgekoeld.
Dat verhindert de vorming van nieuwe dioxinen.
De resultaten waren ver boven verwachting: de hoeveelheid dioxinen verlaagde
een tien- tot honderdvoud! De verbrandingsoven veranderde van een van de
slechtste tot een van de beste, zonder enige investering! Dat moet je vergelijken
met de - theoretische - gevolgen van het weglaten van het grootste deel
van de chloortoevoer, dat zou resulteren in een - theoretische - reductie
tot de helft, nog steeds ver boven de wettelijke limieten, maar nog nooit
gezien in werkelijke omstandigheden.
PVC en incidentele branden
De einge brand ter wereld waar de gevormde hoeveelheid dioxinen quantitatief
werd gemeten, was een grote brand in een opslagplaats in Zweden, waar ongeveer
700 ton PVC en PVC-houdend materiaal verbrandde. Als gevolg van de weersomstandigheden,
werd alle roet neergeslagen op sneeuw. Zo kon de hoeveelheid dioxinen in
het roet en de totale hoeveelheid roet worden gemeten. Omdat zowat alle
gevormde dioxinen aan roet gebonden zijn, kon de totale hoeveelheid worden
berekend: ongeveer 3 mg I-TEQ was gevormd, wat een gemiddelde van 4 microgram
I-TEQ dioxin per verbrande ton PVC/PVC houdend materiaal. Dat is minder
dan de dioxine emmissies per ton heavy fuel, gebruikt door een zeeschip
en minder dan bij het verbranden van schoon, droog hout in een open
haard vrijkomt...
Een onderzoek van de Duitse brandweer bij een groot aantal branden,
gaf aan dat bij alle branden zeer kleine hoeveelheden dioxinen worden gevormd.
Zelfs bij grote branden met 'chloorvrij' materiaal zoals polyethyleen en
polypropyleen, worden kleine hoeveelheden dioxine in het roet gevonden.
De concentraties die men meet zijn weliswaar een kwart van die in roet
van PVC, maar de gevormde hoeveelheid roet is onbekend, zodat geen quantitatieve
vergelijking mogelijk is.
Is de dioxin emissie van incidentele branden een gevaar voor de gezondheid?
Neen, in Duitsland werden de brandweerlui zelf getest op dioxinen in hun
bloed. Het gemiddelde was niet hoger dan het gemiddelde bij de algemene
Duitse bevolking.
Is de dioxine emissie van incidentele branden een milieuprobleem? Neen,
zelfs bij de hoogste gevonden waarden zijn de hoeveelheden in het roet
zo laag, dat men honderden grammen roet moet opeten (!) om de (Europese)
dagelijkse toegelaten dosis te bereiken. Enkel door het roet van fruit
of groenten af te wassen of ze te pellen, is elk mogelijk probleem voorkomen.
In alle gevallen (zelfs bij metingen, uitgevoerd voor Greenpeace) is het
dioxinegehalte van de bovenste grondlaag onder de richtlijnen van de Duitse
UBA voor industriele gebieden en in de meeste gevallen voor woongebieden
en landbouwgebruik.
Hogere hoeveelheden dioxinen vindt men in gedeeltelijk verbrand materiaal,
maar niet meer dan men in asse van open haarden vindt... Deze kan men gemakkelijk
vernietigen door het te verbranden in goed uitgeruste verbrandingsoven.
DE ALTERNATIEVEN
Alle alternatieven voor gechloreerde chemicaliën, zoals PVC, geven
dioxinen gedurende productie, transport, recycling en/of verbranding. In
vele gevallen geven deze méér dioxine emissies dan de productie,
het transport, het gebruik, de recycling, de verbranding en incidentele
branden van PVC of andere gechloreerde materialen. Zie dioxine
emissies van materialen gedurende hun levenscyclus.
Behalve voor emissies uit het verleden, zijn de chloorindustrie en
chloorproducten vandaag onder de minste dioxinebronnen.
CONCLUSIE
Er is geen reden om de emissies van dioxinen van chloorprocessen anders
te behandelen dan voor chloorvrije processen. En er is zeker geen reden
om de chloorindustrie van vandaag ervan te beschuldigen dat ze de grootste
oorzaak is van grote hoeveelheden dioxinen in de het milieu.
Het is voor 0.1% waar dat de chloor- en PVC-industrie een bron is van
dioxinen, maar het is voor 99.9% een leugen. En het is groen fundamentalisme
om een compleet einde van de chloor- en PVC productie te vragen om het
dioxine probleem 'op te lossen', terwijl men veel grotere dioxinebronnen
zoals huishoudelijke houtverbranding en de metaalindustrie in het geheel
niet aanvalt.
U bent op nivo twee van de Chlorofielen paginas.
Ontwerp: 8 april 1996.
Laatste aanpassing: 16 juli 2000.
Welkom pagina
Home Page van de Chlorofielen
Chloor en dioxinen
Bronnen van dioxinen
Dioxine emissies van materialen gedurende hun levenscyclus
Een samenvatting van het ASME rapport over chloortoevoer en dioxineuitstoot
van verbrandingsovens
Voor eender welk kommentaar op de invloed van chloor op dioxinevorming
of op andere Chlorofielen paginas:
Chlorophiles@ping.be