Verschillen tussen een- en tweezaadlobbige zaadplanten (1)

  1. Algemene verschillen
  2. Verschillen in de structuur van de vaatbundels
  3. Diktegroei bij houtachtige planten

 

Algemene verschillen

We delen zaadplanten in naaktzadigen en bedektzadigen in. Die laatste groep valt dan verder uiteen in eenzaadlobbigen en tweezaalobbigen. De illustraties op deze pagina geven de belangrijkste verschillen tussen de twee hoofdgroepen van de bedektzadigen weer:

De naam zelf komt van de manier waarop de zaden eruitzien: als ze uit twee lobben uiteenvallen (denk maar aan erwten of bonen) zijn het tweezaadlobbigen. Ook het jonge kiemplantje heeft dan twee blaadjes. Bij eenzaadlobbigen is er maar één zaadlob en bij het kiemen zien we ook maar één blaadje. Grassen zijn typische eenzaadlobbigen.

Op de foto hiernaast (zaad van herderstasje) zijn de twee zaadlobben goed te zien.

Een zaad is een embryo van een plant.

Klik op de kleine foto om een grotere weergave te zien. (De foto komt uit een schitterende verzameling micropreparaten van plantaardige weefsels, die je vindt op http://www.uri.edu/artsci/bio/plant_anatomy/images.html.)


| Ga naar pagina 2: vaatbundels |