I

DE ABDIJ VAN VAL-DIEU
TE PAARD OP EEN OUDE GRENS

Deze plek is een toeristische trekpleister geworden. Maar laat ons toch maar meteen zeggen dat je de abdij zelf niet kunt bezoeken. De paters vinden dat hun religieuze bezigheden niet zijn te verzoenen met het voordurende in- en uitlopen van bezoekers. Alleen de voorgebouwen en de kerk zijn toegankelijk. En er is natuurlijk de prachtige omgeving... De vroegere watermolen - waarvan het rad ook nu nog draait - ligt aan de andere kant van de weg en is nu een restaurant.

Val-Dieu of Godsdal ontstond in 1216, toen de toenmalige graaf van Dalhem, Lotharius van Hochstaden, de Cisterciënzermonniken van Hocht (bij Lanaken) hier grond schonk voor een nieuwe abdij. In 1203 hadden ze in Warsage al grond aangekocht, maar de vrijgevigheid van de graaf gaf hun de kans de grondslag van een bloeiende kloostergemeenschap te leggen. Deze vrijgevigheid schijnt ook verband te houden met de moord in 1192 op de prinsbisschop van Luik. Een ten top gedreven kruiwagenpolitiek, waarbij verschillende machtige heren ieder hún kandidaat op de bisschopszetel probeerden te krijgen. Klaarblijkelijk probeerde de graaf, die van die moord beslist meer afwist, door deze schenking zijn zieleheil te redden.

De nabijheid van een abdij betekende bovendien welvaart, want in de landbouweconomie van die tijd waren het plaatsen van 'spitstechnologie'. Daar waren de kennis, het organisatievermogen en de mankracht aanwezig om nog niet ontgonnen terreinen om te zetten in vruchtbare landbouwgronden. Vandaar dat ook de hertog van Limburg de abdij op zijn grondgebied wilde hebben. Ook hij bleek bereid om de monniken gronden te schenken. Het resultaat was dat de nieuwe abdij van Godsdal schrijling op de grens tussen Limburg en Dalhem werd gebouwd, met eigendommen in beide gebieden.

In Godsdal leefden (en leven nu nog) Cisterciënzers, zo genoemd naar de abdij van Cîteaux in Frankrijk, waar in de eerste helft van de 12de eeuw onder de stimulerende kracht van Sint-Bernardus een vernieuwing van het middeleeuwse kloosterleven plaats vond.

In de eeuwen na zijn stichting kende de abdij perioden van bloei en van verval. Zo kreeg ze ruimschoots haar deel van de klappen tijdens de reformatie en de daaruit voortvloeiende godsdienstoorlogen in de 16de eeuw. Hollandse troepen staken in 1574 de gebouwen in brand. Pas in de loop van de 18de eeuw kende de streek voldoende stabiliteit om een nieuwe periode van welvaart te beleven. Onder abt Jean Dubois (1711-1749) verrezen tal van nieuwe gebouwen. In de voorgevel van het gastenkwartier - het meest in het oog springende gebouw op de binnenkoer - maar ook op diverse andere plaatsen, prijkt zijn wapen met drie bomen.

Het absolute dieptepunt in de geschiedenis van de abdij kwam met de Franse Revolutie en de nasleep daarvan, toen de kloostergemeenschap ei zo na volledig verdween en de kerk verviel tot een ruïne. Maar in 1845 beleefde Godsdal zijn wedergeboorte. De gebouwen herrezen op hun oude funderingen en de gemeenschap groeide weer aan. Ze stelt 't nog altijd uitstekend, daar in dat goddelijke dal van de Berwijn tussen Clermont en Dalhem.


naar Dalhem

We rijden door het schitterende dal van de Berwijn 5 km verder in de richting van Dalhem.


Terug naar hoofdpagina

 

© Rik Palmans, 1986-1998