HUISHOUDELIJK REGLEMENT

HOOFDSTUK 1. Introductie

1.1 DOELSTELLING VAN ONZE CLUB

De clubactiviteiten bestaan uit het beoefenen van de modellucht- vaartsport en alle activiteiten die daartoe bijdragen zoals :

- vliegen met modelluchtvaarttuigen
- wedstrijden
- brevetvliegen
- tentoonstellingen
- modelluchtvaartmeeting
- vriendenclubontmoetingen
- gemeentelijke sportactiviteiten

Alle andere activiteiten zijn verboden.


HOOFDSTUK 2. Lidmaatschap

2.1. AANSLUITING

2.1.1. Lidgeld en inschrijving

2.1.1.1. Bij hun inschrijving verplichten alle leden zich ertoe on- geacht hun functie in de club, alle hierna beschreven (huishou- delijke) reglementen, alsook het veldreglement en de statuten van de v.z.w. te aanvaarden en na te leven.

2.1.1.2. Nieuwe leden moeten, naargelang de aanvangsdatum van hun proefperiode, volgende bijdragen betalen t.o.v. het voor dat jaar vastgelegde lidgeld
1 januari tot 30 juni : 100% van het lidgeld
1 juli tot 31 juli : 75%
1 augustus tot 31 augustus : 50%
1 september tot 30 september : 40%
1 oktober tot 31 oktober : 30%
1 november tot 31 december : 20%
Leden onder de 18 jaar betalen slechts 50% van het normaal te betalen lidgeld, afgerond naar de volgende Euro.
Deze gunstmaatregel houdt echter wel in dat de betrokkene aan de aansluitingsvoorwaarden en reglementen, zoals bepaald onder Art. 2.2. voldoet.
De VML-bijdrage is niet deelbaar.

2.1.1.3. Junior-leden onder de 18 jaar moeten een schriftelijke toestemming van de ouders of voogd.
Bovendien moeten leden jonger dan 16 jaar steeds vergezeld zijn door een ouder of voogd.

2.1.1.4. De door het bestuur bepaalde som voor het lidgeld moet uiterlijk op 15 januari van het nieuwe vliegseizoen betaald zijn.
De niet-betalende leden worden als ontslagnemend beschouwd.
Bij terugaansluiting moet de nieuw-lid-procedure terug doorlopen worden.

2.1.1.5. Nieuwe leden betalen éénmalig een inschrijvingsgeld van 20,00 €.

2.1.1.6. Een jaar lidmaatschap begint op 15 januari en eindigt op 14 januari van het volgende jaar.

2.1.2. Verzekering

2.1.2.1. Na het betalen van het lidgeld, alsook de voorziene bijdrage voor de V.M.L. (Vereniging voor Modelluchtvaart v.z.w.), waarvan de club deel uitmaakt, is elk lid verzekerd voor de eventuele schade aan derden toegebracht, door het beoefenen van de activiteiten met modelvliegtuigen op het clubterrein, en dit binnen de door de V.M.L. vastgestelde limieten. Leden die in een andere club de V.M.L.-bijdrage betalen moeten aan het bestuur een kopie bezorgen van hun V.M.L.-lidkaart

2.1.3. Akkoordverklaring

Elk lid zal na lezing van het huishoudelijk reglement en het in- vullen van de gevraagde inlichtingen het aanvraagformulier voor lidmaatschap ondertekenen. Het ingevulde en getekende formu- lier moet aan de secretaris overgemaakt worden.

2.1.4. Steunend en/of niet-vliegend lid

De mogelijkheid bestaat om lid te worden of te blijven van de club, als niet-vliegend lid. Het hiervoor voorziene lidgeld be- draagt één derde van het normale jaarlijkse lidgeld, afgerond naar het volgende euro. Indien het betreffende lid gedurende dit jaar vliegend lid wil worden, is hij verplicht het supplementaire gedeelte van het lidgeld, (zoals voorzien in art. 2.1.1.2. afhankelijk van de datum van aanvang), te betalen alvorens hij met de activiteiten kan aanvangen. zie ook art. 2.1.2.2.)

2.1.5. Lidmaatschapskaart

De lidmaatschapskaart zal alleen worden afgeleverd als boven- vermelde formaliteiten vervuld zijn.

2.2. AANSLUITINGSVOORWAARDEN

2.2.1. Goedkeuring door het bestuur

De aanwerving van een nieuw lid gebeurt slechts na goed- keuring door het bestuur.


2.2.2. Proefperiode en duur

Elk nieuw lid zal een proefperiode van zes maand moeten doorlopen. Voor zover het bestuur niet schriftelijk het tegen- gestelde meegedeeld heeft voor het einde van deze proef- periode, wordt elk nieuw lid automatisch volwaardig lid na verloop van zijn proefperiode.

2.2.3. Proef en beginners

2.2.3.1. Het is beginnelingen verboden om te vliegen zonder een volleerd lid of lesgever te hebben geraadpleegd.

2.2.3.2. Nieuwe leden moeten om solo te vliegen een proef afleggen voor een bestuurslid, indien niet geslaagd, zie voor- waarden beginnelingen, 2.2.3.1.

2.2.3.3. PROEF : opstijgen in het verlengde van de piste, links en rechts circuit vliegen, landing op de piste, simulatie van een noodlanding op de piste. Deze simulatie moet gestart worden boven de landingsbaan op een voldoende hoogte met de motor op traagloop. (men kan een brevet bekomen in verschillende categorieën)

2.2.4. Leeftijd

De club legt geen beperkingen op betreffende de leeftijd, in zoverre dit geen moeilijkheden veroorzaakt inzake het naleven van de reglementen en veiligheid.

2.3. VERPLICHTINGEN

2.3.1. T.o.v. club

2.3.1.1. Ieder clublid moet voldoen aan de vigerende (van kracht zijnde) wetgeving. De medewerking van ieder lid naar zijn ver- mogen wordt vereist voor de clubactiviteiten ten bate van de club.
Een vrijwillig hulpbetoon tussen de leden onderling wordt ver- wacht, zonder daarvoor financiële of materiële voordelen te eisen.

2.3.1.2. Het is de verantwoordelijkheid van elk lid van de club het terrein zuiver te houden. In het bijzonder zullen "alle" wrakstukken na een gebeurlijke crash verwijderd en mee naar huis genomen worden.

2.3.1.3. De materialen die eigendom van de club zijn, mogen enkel bij aanwezigheid van een bestuurslid, of zijn vervanger, of na een eventuele voorafgaandelijke toelating, gebruikt worden. Alle gebruikte materialen moeten op de voorziene plaatsen worden teruggezet, Dit zal gebeuren in groepsverband, onder de verantwoordelijkheid van de laatste gebruiker.
Alle beschadigingen ten gevolge van foutief gebruik moeten vergoed worden.

2.3.1.4. Het clubhuis is beperkt toegelaten voor het samen- stellen, reinigen of herstellen van vliegtuigmodellen of motoren en dient steeds netjes achtergelaten te worden.

2.3.1.5. In het clubhuis geldt een totaal rookverbod.

2.3.2. T.o.v. gezin en toeschouwers

2.3.2.1. Er worden geen familieleden en/of toeschouwers op of rond de landingsbaan geduld.

2.3.2.2. Eventuele helpers moeten deze plaats verlaten wanneer hun hulp niet meer noodzakelijk is.

2.3.2.3. De bezoekers moeten binnen de toegelaten zone blij- ven. Ieder lid heeft de plicht eventuele toeschouwers op een hoffelijke manier op een veilige afstand te houden. (zie bijlage 1)

2.3.2.4. Clubleden, en ook hun vrienden en kennissen, die naar het terrein komen met kinderen of huisdieren, moeten erover waken dat deze niet op de landingsbanen lopen en dat ze niet spelen of rondlopen in de onmiddellijke nabijheid van de mo- dellen. Huisdieren moeten aan een leiband gehouden worden.

2.4. ONTSLAG, SCHORSING EN UITSLUITING

2.4.1. Zware inbreuken op het clubreglement, waaronder niet naleven van de veiligheidsvoorschriften zoals verder beschreven, alsook niet-betaling van het lidgeld, kunnen aanleiding zijn tot tijdelijke schorsing. Bij tijdelijke schorsing, kan het betreffend lid geen aanspraak maken op enige vergoeding.

2.4.2. Een ontslagnemend of geschorst lid, noch erfgenamen van een overleden lid hebben enig verhaal op de bezittingen van de vereniging. Hoger genoemden kunnen géén zegellegging uitlokken, geen inventaris eisen, noch terugbetaling van bij- dragen vorderen.

2.4.3. Uitsluiting heeft tot gevolg, dat betreffend lid onder geen enkele voorwaarde opnieuw tot de club kan toetreden. vrijwillig verlaten van de club door een lid heeft tot gevolg dat betreffend lid terug kan opgenomen worden, doch slechts na akkoord vanwege het bestuur en het doorlopen van de vliegproef.

2.4.4. Schorsing wordt uitgesproken door het bestuur.
Uitsluiting wordt conform de statuten uitgesproken door de Algemene Vergadering.

2.4.5. Leden die in de loop van het jaar schorsing, uitsluiting of ontslag krijgen of nemen zullen geen terugvordering kunnen eisen van de betaalde lidgelden.


HOOFDSTUK 3. Bestuur en toegevoegde functies

3.1. SAMENSTELLING

3.1.1. Het bestuur is samengesteld uit een voorzitter, secretaris, schatbewaarder en beheerders.

3.1.2. Er kunnen nog andere personen functies uitoefenen welke noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de club b.v. vluchtleiders en anderen.

3.2. VERKIEZING

3.2.1. Alle bestuursleden en toegevoegde functies zijn uittredend en kunnen zich herkiesbaar stellen.

3.3. MANDAAT EN BEVOEGDHEID

Het bestuur is een officiële vertegenwoordiging van alle leden van de club, voor wie zij de administratieve en organisatorische taken afhandelt.
Het bestuur kan met eenvoudige meerderheid een lid schorsen:
- indien hij een inbreuk pleegt op het huishoudelijk reglement,
- indien hij de beslissingen van het bestuur of haar leden niet aanvaardt.

In geval van hoogdringendheid is de voorzitter bevoegd om onmiddelijke schorsing van een lid uit te spreken en kan hem/haar de toegang tot het terrein en het clubhuis ontzeggen.

De beslissing van de voorzitter dient voorgelegd te worden op de eerstvolgende bestuursvergadering. Zij kan dan bevestigd worden, verlengd of ongedaan worden gemaakt bij eenvoudige meerderheid.

3.4. VLUCHTLEIDERS

Er worden door het bestuur vluchtleiders benoemd waarvan de namen permanent uithangen in het clubhuis en van buiten af leesbaar zijn.

De vluchtleiders zullen toekijken of het veiligheidsreglement strikt wordt nageleefd en zullen de eventuele overtreders aanmanen. Deze aanmaningen moeten gerespecteerd worden. Bij het meermaals niet-naleven van de aanmaningen en/of reglementen zal het bestuur of zijn voorzitter de overtreder kunnen schorsen.

Het geschorste lid zal zich op deze vergadering kunnen verantwoorden en/of eventueel verontschuldigen.

3.5. VERANTWOORDELIJKHEID EN BEGRENZING

3.5.1. De club, de vluchtleiders en/of het clubbestuur is niet verantwoordelijk voor ongevallen, en kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verlies, diefstal of vernieling van materiaal of lichamelijk letsel.
Schade berokkend aan derden, moet binnen de 24 uur aan het bestuur worden gemeld. Met de betrokkene moet zo snel mogelijk contact opgenomen worden.

3.5.2. De Condors v.z.w. noch enig lid van het bestuur, inbegrepen de vluchtleiders kunnen op geen enkel ogenblik verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade aan derden, welke zou veroorzaakt worden door één der leden, of bezoekers van de club.


HOOFDSTUK 4. Vergaderingen

4.1. EEN JAARVERGADERING = EEN ALGEMENE LEDENVERGADERING

4.1.1. De secretaris zal in het algemeen over alles berichten om het goed functioneren van de club te bevorderen.
Deze berichten zullen, indien zij eisen bevatten, strikt opgevolgd worden.

4.2. BESTUURSVERGADERING

4.2.1. Deze zullen doorgaan wanneer het bestuur het nodig acht na onderlinge afspraak betreffende plaats, datum en uur.

4.2.2. Bespreking van schorsing van een overtreder van de reglementen : zie ook 2.4.


HOOFDSTUK 5. Terrein

5.1. VLIEGPLEIN - SITUATIEPLAN
(zie bijlage 4)

5.2. PLAN VERBODEN ZONES

5.2.1. verboden zone voor alle modelluchtvaartuigen in vlucht. (zie bijlage 2 en 4)

5.2.2. verboden zone voor toeschouwers (zie 2.3.2. en bijlage 1)

5.3. SCHIKKINGEN

5.3.1. Toegelaten vliegtijden

5.3.1.1. Het terrein  mag enkel  gebruikt  worden van 10.00 tot 19.00 uur.en van zonsopgang tot zonsondergang.

5.3.1.2. Tijdens het broedseizoen, dit is van 31 maart tot en met 15 juni mag er slecht gevlogen worden met zes toestellen waarvan slechts twee modelmotortoestellen.
Buiten het broedseizoen mag er met hoogstens zes modelmotorvliegtuigen + zes modelzweefvliegtuigen worden gevlogen.

5.3.2. Van alle leden wordt verwacht dat zij strikt zullen waken over de veiligheid van de apparatuur, de toestellen en het vliegen zelf. Lawaai en vervuiling zijn tot een uiterst minimum te beperken en afhankelijk van de omgeving, alsook van de richtlijnen van het Bestuur. Deze richtlijnen kunnen door het Bestuur ten allen tijde aangepast worden.

5.3.3. Elk lid kan een modelbouwer(s) uitnodigen om te vliegen op het clubterrein. Enkel op zaterdag, zondag en feestdagen en in aanwezigheid van een bestuurslid.
Tenzij door het Bestuur anders beslist wordt, geldt deze regel slechts voor één keer. De genodigde in kwestie moet echter eerst zijn verzekeringspolis of geldige VML-lidkaart voorleggen, verder is men verplicht een afstandscontrole van de zendapparatuur, model en motor te doen. De genodigde zal kennis nemen van alle reglementen en schikkingen op het terrein.

5.3.4. Het is verboden laag te vliegen boven personen, huizen, vee of niet aan de club toebehorend materiaal. Ook het vliegen met onveilige apparatuur of toestel is niet toegelaten.

5.3.5. Motormodellen zonder radiobesturing moeten door het bestuur vooraf worden goedgekeurd.

5.3.6. Eventuele moeilijkheden met buitenstaanders worden kalm en rustig opgelost en zo snel mogelijk aan het bestuur meegedeeld.

5.3.7. De club zal te allen tijde vermijden om directe verbintenissen, onder welke vorm dan ook, aan te gaan met handelszaken in modelbouwartikelen, Dit met als enig doel, alle clubaangelegenheden te vrijwaren van ongunstige invloeden welke hierdoor zouden kunnen ontstaan.

5.3.8. Het is verboden zonder toestemming van het bestuur met de wagen op het terrein te rijden.

5.3.9. De clubleden zijn verplicht elkaar te helpen en de aanwijzingen van het bestuur of andere bevoegde personen op te volgen.

5.3.10. Bij alle clubactiviteiten moeten de leden en de personen die hen vergezellen, zich gedragen naar de geldende morele en sociale normen.

5.3.11. indien er een wedstrijd plaats vindt op het terrein, zullen enkel de deelnemers in de desbetreffende discipline kunnen vliegen, tenzij anders afgesproken.

5.3.12. De personenwagens moeten behoorlijk en voldoende naast de rijweg geparkeerd worden om geen hinder voor landbouwvoertuigen te veroorzaken. Indien de pits voldoende droog en bereidbaar zijn mogen hier op de voorziene plaats personenwagens geparkeerd worden.


HOOFDSTUK 6. Vliegen

6.1. APPARATUUR

6.1.1. Eisen aangaande het gebruik van een radiocommunicatiestation van de 7de categorie.

Er moet een zender- en ontvangerinstallatie gebruikt worden die goedgekeurd werd door het B.I.P.T en die werkt op de door Het ministerie van verkeer en infrastructuur bepaalde frequenties. Art. 12 en 21 van het K. B. van 15.10.1979.

6.1.2. Frequentie-toezegging

6.1.2.1. leder nieuw lid is verplicht een frequentie te gebruiken die opgelegd is door het bestuur, dit om te vermijden dat teveel piloten eenzelfde frequentie bezitten.

6.1.2.2. Een verandering van frequentie door gelijk welk lid moet door het bestuur vooraf goedgekeurd worden om dezelfde reden als hierboven.

6.1.2.3. Alleen frequenties toegelaten door het B.I.P.T. zijn op het terrein van de DE CONDORS vzw van toepassing.

6.1.3. Controle op Frequentie-gebruik

6.1.3.1. Frequentie-gebruik wil zeggen in uitzending gaan op een bepaalde frequentie.

6.1.3.2. In het clubhuis is er voor elke toegelaten frequentie een speld voorhanden waarop een specifieke frequentie staat.

6.1.3.3. Vooraleer in uitzending te gaan, moet deze speld op de antenne van de zender geplaatst worden.

6.1.3.4. Indien een frequentiespeld niet voorhanden is in het clubhuis, is het hoogstwaarschijnlijk dat iemand die frequentie gebruikt en is het ten strengste verboden in uitzending te gaan op de specifieke frequentie van de ontbrekende frequentiespeld.

6.1.3.5. Indien er 2 leden met eenzelfde frequentie samen op het terrein staan, moet de frequentiespeld telkens overgegeven worden aan hem die wil vliegen,
Overleg tussen beide piloten is hierbij noodzakelijk, Indien het clubhuis gesloten is, is het overleg tussen de piloten nog meer noodzakelijk.

6.1.3.6. Misbruik of niet naleven van de regels in frequentiegebruik kan als een zware inbreuk beschouwd worden met schorsing tot gevolg.

6.2. MODELLUCHTVAARTUIGEN CATEGORIEËN

Al de modelluchtvaarttuigen moeten individueel geïdentificeerd worden, of de VML-nr. moet vermeld worden of naam, voornaam en het volledige adres van de eigenaar moet vermeld worden. Ook zal er een clubstikker in of op het toestel gekleefd worden.

6.2.1. Modelluchtvaartuigen van categorie 1, 2 en 3 zijn toegela- ten om op te stijgen en te landen op het terrein.

6.2.2. Een modelluchtvaartuig categorie 2 is enkel toegelaten om te vliegen indien het over een aangifteformulier beschikt gewaar- merkt en uitgereikt door het Directoraat-generaal Luchtvaart.

6.2.3. Een modelluchtvaartuig categorie 3 is enkel toegelaten om te vliegen indien het over een attest beschikt gewaarmerkt en uitgereikt door het Directoraat-generaal Luchtvaart.

6.2.4. Een modelluchtvaartuig categorie 2 en hoger moet verplicht uitgerust worden met:
a) Een veiligheidssysteem tegen het verlies van controle in vlucht      als gevolg van een elektronische storing of defect.
b) Een automatisch systeem dat de motoren op traagloop brengt      of uitschakelt in geval van een elektronische storing of defect         van zend en/of ontvangstinstallatie of in het geval van een               storing van de radiosignalen door andere radiosignalen.

6.3. MOTOREN

6.3.1. Inlopen van motoren op het terrein kan slechts worden toegestaan, voor zover het terrein hiervoor geschikt is. Het moet echter steeds gebeuren in samenspraak met alle aanwezig  leden.

6.3.2. Het vliegen met motor zonder knaldemper is verboden. Het vliegen met een schroef die te veel geluid maakt of een slechte ophanging van de motor waarbij de resonatiegeluiden te hoog oplopen is verboden. Bij verlies of gebrek van de knaldemper moet de vlucht onmiddellijk onderbroken worden.

6.3.3. Alle leden zullen het geluid van hun verbrandingsmotor la- ten meten door het bestuur, een vluchtleider of aangesteld per- soon. Voor ieder nieuw toestel dient een fiche ingevuld te worden waar de gegevens van het toestel op ingevuld worden en waar ook het resultaat van de geluidsmeting op vermeld staat. Indien een toestel meer geluid produceert dan het maximum vermeld in de uitbatingvergunning mag het toestel niet opstijgen. Enkel na de nodige aanpassingen en een nieuwe meting waarbij het ge- luidsniveau binnen de normen ligt mag het toestel vliegen.

6.3.4. Het vliegen met smoke mag enkel gebeuren na de goedkeuring van één van de bestuursleden. Er zal een goedkeuring verleend worden bij evenementen of om het systeem uit te testen


HOOFDSTUK 7. Veiligheidsreglement

7.1. VERBODEN VLIEGGEBIEDEN
       zie bijlage 2 en 4.

Principe - tussen piloten en clubhuis mag nooit gevlogen worden. Gevaarlijke manoevers naar het clubhuis toe zijn verboden. Het vlieggebied is afgebakend door een maximum hoogte van 120m en een straal van maximum 400m vanuit het middelpunt van de piste. Zie bijlage 4.

7.2. ALLE PILOTEN moeten zich gedurende hun vlucht in het daarvoor voorziene pilotenvak (vak : naast de startbaan) bevinden.

7.3. Taxiën is pas toegelaten vanaf het begin van de voorziene taxiwegen . Het is verboden te lang op de piste te blijven. De motortest (of het fijnstellen) mag nooit op de piste of te dicht bij het pilotenvak gebeuren (op de taxiweg minstens 3 meter voor de piste). Na het landen dient de motor stilgelegd te worden op het einde van de taxiweg (alvorens de pist binnen te komen).

7.3.1. Er geldt een totaal vliegverbod tijdens het maaien van de graspiste.

7.4. OPSTIJGEN

7.4.1. De piloot moet zijn collega piloten verwittigen: d.w.z. alle piloten in het pilotenvak moeten hun bevestiging geven, Dan pas mag men met zijn toestel de piste betreden.

7.4.2. Men moet opstijgen aan de drempel van de piste niet verder dan het pilotenvak (zie tekeningen). opstijglijn is ter hoogte van het einde van het pilotenvak.

7.4.3. De handstart van een motor/zweefvliegtuig moet van op de piste gebeuren.

7.4.4. De lier- of sandowstart van een motor/zweefvliegtuig mag geschieden tussen de pist en de taxiweg met startplaats aan het pilotenvak. Indien er maar een paar motortoestellen aanwezig zijn beslist de piloot in overeenstemming met een vluchtleider en/of bestuurslid de plaats op het terrein

7.4.5. Bij het "huckepacken" en slepen van zwevers moeten men  goede afspraken gemaken met de piloten.  Zweefvliegtuigen mo- gen gestationeerd worden aan de piste, achter het pilotenvak (dit wel op eigen risico) zie bijlage 3.
Gesleepte zweefvliegtuigen moeten ter hoogte van het pilotenvak vertrekken en niet aan het begin van de piste, dit om een goede communicatie te behouden met de andere piloten en het gevaar van uitbreken te beperken.

7.4.6. Piloten met modelzweefvliegtuigen mogen zich uit het pilo- tenvak terugtrekken om bv. op een stoel zittend het vliegtuig te volgen vanuit de pitts. Dit tot het model de landingsprocedure moet voorbereiden.

7.5. VOORRANG MODELLEN

Tijdens een vlucht zal een modelvliegtuig zonder motor (hulpmo- tor, verbrandingsmotor of elektrische motor die stilstaat) steeds voorrang hebben op een modelvliegtuig met draaiende motor.
Zweefvliegtuigen hebben bij de landing steeds voorrang op toestellen met draaiende motor.

7.6. LANDING

7.6.1. Een piloot die de intentie heeft te landen, moet zijn collega piloten verwittigen door duidelijk "LANDING" te roepen en moet een paar stappen naar voor doen zodat hij duidelijk zichtbaar voor het pilotenvak staat.

7.6.2. Landen heeft voorrang op opstijgen.

7.6.3. Na de landing moet men zo snel mogelijk het vliegtuig van de piste halen.

7.6.4. "NOODLANDING" zal duidelijk geroepen worden,
De piloot mag onmiddellijk het pilotenvak verlaten en naar de zijkant van de piste gaan.

7.7. TOUCH AND GO en LOWPASSES (kopwind en rugwind)

7.7.1. De piloot is verplicht dit vanuit het pilotenvak te doen. Wel wordt aangeraden vooraan in het pilotenvak te gaan staan.

7.7.2. Men moet wel duidelijk zijn manoever aankondigen zodat alle piloten verwittigd zijn.

LANDEN EN OPSTIJGEN heeft voorrang op deze manoevers.

7.8. De opstijg- en landingsrichting wordt bepaald door de windrichting. Is er echter een variërende of zijwind dan zal de piloot die het eerst opstijgt de te gebruiken startbaan bepalen. Bij dit pilotenvak moet de piloot de windzak plaatsen zodat alle piloten weten vanwaar er opgestegen dient te worden. Alle andere piloten zullen dezelfde startbaan en pilotenvak moeten gebruiken. Uiteraard kan na gezamenlijk overleg een andere plaats gekozen worden. Vluchtleiders en/of het bestuur beslissen bij betwisting over de richting.

7.9. lNVLIEGEN

7.9.1. op verzoek moeten de andere vliegtuigen aan de grond blijven.

7.9.2. De piloot moet het pilotenvak niet gebruiken.

Wel moet hij de verboden zones in acht nemen nooit landen tussen zichzelf en het clubhuis (aan de kant gaan staan van het pilotenvak).

7.9.3. Alvorens te starten moet een nieuw gebouwd of hersteld model eerst door een vluchtleider nagezien worden. Er zal eveneens een reikwijdte test met de radiobesturing gebeuren. Toestellen die niet luchtwaardig of gevaarlijk worden bevonden, zullen geen starttoelating krijgen. Tot het toestel bewezen heeft - luchtwaardig te zijn, moeten de vluchten op een veilige afstand gebeuren.

7.10. De aanwezige vluchtleider kan het aantal vliegende model- len beperken, om zo tot een aanvaardbaar veilig luchtruim te ko- men, met een max. van zes of tweemaal zes toestellen,

7.11. Het starten en proefdraaien van de motoren moet zodanig gebeuren dat bij eventueel stukgaan van de schroef zich niemand in de baan kan bevinden.

7.12. Piloten die hun toestel op een gevaarlijke of onverantwoor- de manier besturen, zullen vermaand worden. (zie ook art. 3.5.)

7.13. Bij botsingen in de lucht van twee modelluchtvaarttuigen zijn beide piloten verantwoordelijk, behalve zie 7.5.

7.14. FREQUENTIES

7.14.1 Alvorens zijn zender te activeren moet men zijn frequentie- speld nemen.

7.14.2. Piloten met dezelfde frequentie moeten onderling af- spreken.

7.14.3. Voor men het vliegveld verlaat, moet men zijn frequentie- speld terug op de voorziene plaats aanbrengen.

7.15. VOORRANG LUCHTRUIM

Radiogeleide modelluchtvaartuigen moeten uit de buurt blijven van bemande luchtvaartuigen.

7.16. TECHNIEK

Een modelvliegtuig moet technisch aan bepaalde minimum voorwaarden voldoen waarvoor de eigenaar volledig verantwoordelijk blijft :
- besturingsorganen
- elektronica-inbouw
- algemene structuursterkte
- zwaartepuntafstelling
Niettegenstaande bovenstaande voorwaarden kan elk vliegtuig aan een inspectie onderworpen worden en in geval van twijfel kan er verbod tot vliegen worden opgelegd door een vluchtleider of bestuurslid.

7.17. HUISDIEREN

Loslopende huisdieren ongeacht hun grootte zijn niet toegelaten. (zie art. 1.3.2.4.)

7.18. DRANKGEBRUIK

Voor en tijdens de modelluchtvaart activiteiten is het gebruik van alcoholhoudende dranken voor piloten verboden.

Drankgebruik is enkel toegelaten in de publieke zone. Drankgebruik, flesjes 


HOOFDSTUK 8. Tips

8.1. Alle artikels van- dit reglement kunnen gewijzigd, verbeterd, aangevuld of geschrapt worden, door beslissing van het bestuur. Bij elke wijziging zullen alle leden op de hoogte worden gebracht.

8.2. Dit huishoudelijk reglement werd opgesteld door het voltallig aanwezig bestuur op 5 december 2010 en wordt meegedeeld aan alle leden op de Algemene Ledenvergadering en aan alle toekomstige leden van Modelluchtvaartclub "De Condors v.z.w.".

8.3. leder lid zal zich akkoord moeten verklaren met dit reglement