Regenwormen
De regenworm is
deel van de familie van de gelede wormen, het is tevens een ringworm. Bij de ringwormen is
het lichaam opgebouwd uit allemaal verschillende segmenten. Bij de regenworm zijn niet
alle segmenten even groot. Op alle ringen zitten harde staafjes, de zogenaamde
borsteltjes. Daarmee beweegt de regenworm zich voort. Deze regenworm zien wij boven de
grond verschijnen na een fikse regenbui, vandaar ook zijn naam. Hij is ongeveer 10cm tot
20 cm lang en komt over geheel Europa voor. De regenworm vreet almaar door plantenresten
en aarde op en zet deze om tot vruchtbare compost. 's Nachts houdt de regenworm zich bezig
met het in de grond trekken van afgevallen bladeren, grasresten en ander tuinafval.
Overdag eet hij die rustig op in de gangen die hij aldoor bijmaakt. De gangen hebben een
doorsnede van een cm en lopen van de oppervlakte tot tegen het grondwater. Deze gangen
zorgen voor een goede waterhuishouding in onze moestuin. Om vlot door de gangen te kruipen
staat het lichaam bezaaid met kleine haartjes (de borstels), die het schuiven van de
segmenten bevorderen. Wanneer de winter nadert kruipen de regenwormen dieper in de
gangen en stoppen met werken. Ze overleven met de omlaaggetrokken plantenresten uit de
herfst. Vele tuinders dat je een harde winter kan voorspellen aan de diepte waarop je de
regenworm aantreft. De regenwormen mengen de aarde in de gangen goed dooreen en verluchten
de grond optimaal. In een tuin vind je ongeveer een 500 regenwormen per m2. Wanneer je de
wormen boven de grond wil krijgen, hoef je alleen maar de grond te laten trillen. De
regenworm denkt dat een gravende mol op komst is en vlucht de grond uit. Stop een spade in
de grond en laat deze trillen door met de steel te slaan. Verwar de regenworm niet
met de compostworm die je in de composthopen aantreft.
De regenworm plant zich
voort door middel van het zadel. Deze verdikking, die je duidelijk kan waarnemen, is het
geslachtsorgaan bij de regenworm. Dit zadel scheidt slijm af waarin de eitjes worden
gelegd. Het maakt niet uit of de regenworm een mannetje of een vrouwtje tegenkomt om te
paren. Ze zijn tweeslachtig of hermafrodiet. De regenworm is dus tegelijkertijd mannetje
en vrouwtje. De regenwormen bevruchten elkaar. Het zadel zal nu de rest doen. Dit zadel
verplaatst zich met de zaadcellen en bevrucht alle eitjes. Het zadel wordt dan over de kop
afgeduwd in humusrijke grond. Na twee weken komen de wormen uit het zadel gekropen en
boren zich een weg in de grond. Het slijm gebruikt de regenworm ook bij het graven van
zijn gangen. Wanneer het slijm aan de aarde wordt toegevoegd, zullen de gangen niet
instorten. Wanneer een regenworm in twee wordt gedeeld is het mogelijk dat het deel
dat het zadel bezit, overleeft en verder aangroeit.
KwiekeKwiezers
