Wugi's Mytaloog
Een mythologische kataallogus

Guido "Wugi" Wuyts @ Dilbeek, Belgium, Europe, World, Solar System, Milky Way, Local Cluster, ...

@ 3 Taalzaak
@ 2 Denkzaak
@ 1 Smaakzaak
@ 0 Wugi's hoom

TaalBaal
Etymon
Nederoverlands
Taalgroepie
Brusselse  Spraute
Mythaloog
Mythologie en Klassieke Ouden in de taal

Mytologische sites en beeldmateriaal

Elk vakgebied heeft wel zijn specifieke terminologie waarbij een goed deel wordt benoemd naar personaliteiten of gebeurtenissen die er verdienstelijk in zijn geweest. Maar wellicht geen andere denkwereld heeft zijn nomenclatuur zozeer en zo talrijk weten te nestelen in het algemeen westers taalgebruik, want menselijk nadenken, als de grieks-latijnse mythologie (en bij uitbreiding enkele historische figuren), zelf reeds erfgenaam van voorgangers in Aziatische en Egyptische culturen.

Onderstaand lijstje moge daar een idee van geven, hoe onvolledig ook. Vele namen ontbreken, want alleen die met uitvloeisels in onze taal zijn in beginsel weerhouden, voorbeelden volgen in vetjes. Etymologische zijsprongetjes worden cursief gemaakt. Belangrijke namen of termen die geen eigen verwijzing hebben worden onderlijnd.

achilleus zoon van de nereÔde (nimf) Thetis en Pileus. Als kind door zijn moeder in de Styx gedompeld en daardoor onkwetsbaar gemaakt, met uitzondering van de hiel waaraan ze hem vasthield. Dapperste held in de Trojaanse oorlog, doodde Hector, maar werd door Paris met een pijl dodelijk in de hiel getroffen. Achillespees = tussen kuitspieren en hielbeen. Achilleshiel = zwakke plek of punt.
adonis Lieveling van Aphrodite, werd door een ever verscheurd en uit zijn bloed ontsproot de kortbloeiende plant van zijn naam. Uit het semitisch., vgl. fenic. adon, Heer (en adam?). Een adonis = pronker.
aeolus Windgod, uit gr. aiolos, snel bewegend, vgl. lat. volvere en nl. wals, wentelen. Eolisch = wind-; eolusbal: draait door ontsnappende stoom; eolusharp: bespeeld door de wind; ťolienne (F) = windmolen.
amazone lid van een krijgsvrouwenstam die Troje na tien jaar beleg te hulp kwam. Sneden zich een borst af om beter de boog te kunnen hanteren. Gr. a-mazos wordt volks verklaard als "borstloos"; vermoedelijk echter < semitisch vgl. hebr. amatsah = sterk. Een amazone = kloeke deerne of sierlijke ruiteres.
aphrodite de Griekse Venus. Werd in de schuimende zee geboren uit het door Kronos daar weggeworpen lid van zijn ontmande vader Uranus. Echtgenote van Hephaistos (Vulcanus), maar had iets met Adonis en verscheidene kinderen bij anderen, zoals Eros bij Ares (Mars) en Aeneas bij een sterveling uit Troje. Naam vermoedelijk afgeleid van fenicisch 'ashtoreth, vergelijk de akkadische Ishtar, geassocieerd met de morgenavondster. Zorgt voor afrodisie, desnoods met een afrodisiacum.
apollo olympische god, zoon van Zeus en Leto, tweelingbroer van Artemis. God van de muziek, het waarzeggen (zie Delfi), de geneeskunde... Ideaal van jeugdige schoonheid. Het Apolloprogramma leidde tot de maanvluchten. Mogelijk verwant met gr. pallein, schudden, lat. pellere, verdrijven (hier: het kwaad), een rijke familie met resp. polemiek, en woorden als pols, impuls, pousseren...
arcadia ArkadiŽ is een landstreek in het Westen van de Peloponnesos. Als armeherdersland sinds de oudheid vereerd als landelijk-idyllische (arkadische) plek en symbool voor zulke plaatsen. Et in Arcadia ego wordt vaak geÔnterpreteerd als verwijzing naar vergangen geluk, "Ik ook ben in ArkadiŽ geweest", maar refereerde oorspronkelijk, op schilderijen van Guercino en Poussin, naar de Dood en ander akeligs in de zin van "Zelfs in ArkadiŽ ben ik te vinden".
archimedes wis- en natuurkundige -287 (Syracuse)/-212, door een soldaat gedood bij verovering van de stad door de Romeinen. Uitvinder van de archimedesschroef, benevens de schroef zonder eind, de hevel, de kurketrekker. Bijdrage tot berekening van oppervlakten en volumes. "Eerste" ontdekker van de wet van archimedes: zeep zinkt. Eureka! (want verplaatst meer water dan een even zware klomp goud...)
argus monster met honderd heldere ogen (argos = helder, ook snel, als de Argo waarmee de Argonauten hun queeste deden). Door Hera (gemalin van Zeus) als wachter bij de in een koe veranderde Io geplaatst; door Hermes gedood, waarna Hera al zijn ogen op een pauwestaart prikte (en Io door een horzel nog tot in Egypte liet achtervolgen, waar deze haar eigen gedaante terugkreeg).
ariadne Dochter van koning Minos. Hielp haar minnaar Theseus uit het labyrint ontsnappen door middel van een afgerolde draad. Draad van Ariadne = middel om moeilijkheid te overwinnen.
asklepios / aesculapius God van de geneeskunde, zoon van Apollo. Van een voorgr. aiglŤ, glans, straling. Esculaap = dokter (schertsend); ook dokterssymbool met slang rond staf.
athena Pallas Athena, godin van de krijg, de kunst, handwerk, wijsheid, een voorgr. woord. Uit Zeus' voorhoofd als een gewapende maagd geboren; beschermster van Athene. Een atheneum < athenaion = tempel waar dichters kwamen voorlezen.
atlantis eiland ten westen van de zuilen van Hercules = Gibraltar, waar Atlas het hemelgewelf torste. Toen de zeden te veel op de onze gingen lijken werd het verzwolgen door de Atlantische Oceaan.
atlas reus die Zeus bestreed en door hem veroordeeld werd het hemelgewelf te torsen tegen Gibraltar. Vader der nimfen Hyaden en Plejaden. Van gr. tlŤnai, dragen, verwant met dulden. De atlas van onze Mercator zou evenwel verwijzen naar een administrator in EtruriŽ die voor cartografie stond; verder de atlaswervel van onze Vesalius; en atlanten = manzuilen.
augias koning van Elis, stallen met 3000 runderen in 30 jaar niet schoongemaakt. Herakles klaarde de klus in ťťn dag door er de rivieren Alpheus en Peneus door te sassen. Een augiasstal reinigen.
bacchus de Romeinse Dionysos. Zoon van Jupiter en Semele. Van gr. bakchos, vgl. lat. bacca > nl. bei. Aan Bacchus offeren = zich bezatten aan wijn. Bijvoorbeeld in een bacchantisch bacchanaal met bacchanten.
barbaren de Grieken hoorden buitenlands koeterwaals als "barbarbarbar". Zoals ons "rabarberrabarber", wat hetzelfde is (rabarber = ra van de barbaren; ra = de plant < Scythische naam voor de Volga). Kindjes van de barbaren zijn de Berbers, de braven en bravo's.
caesar Caius Julius, Romeins staatsman en krijgsheer -100/-44. De keizer -snee zich in zijn buik. Het was in juli... van de Juliaanse kalender weliswaar.
cerberus driekoppige hond die de ingang van de onderwereld bewaakt. Een cerberus = nors bewaker.
chaos vormloze massa waaruit de wereld (Gaea) ontstond. Van gr. chaskein, gapen, chasma > via it. en fr., nl. kazemat. Chaos, chaotisch en, van onze JB Van Helmont 1579/1644: gas.
chimaera monster met leeuwekop, geitelijf en slangestaart, verslagen door Bellerophon. Vgl. gr. chimaros, eenjarige bok, en cheima, winter, lat. hiems > hiberneren. Een chimeer = droombeeld, hersenschim.
croesus laatste koning van LydiŽ -560/-546, geweldig rijk Zo rijk als Cresus.
cupido liefdegod bij de Romeinen (Grieken: Eros). Cupidootjes; cupiditeit noodt de fransen tot convoitise en de engelsen tot coveting.
cycloop zonen van Uranus en Gaea, reuzen met ťťn oog in voorhoofd. Smeedden bliksem en donder voor Zeus in de Etna, waarmee hij de Titanen versloeg. Van gr. kyklops, rondogig, vgl. cyclus/wiel en optiek/oog. Een cycloop = ťťnoog. Cyclopisch = reusachtig.
damocles gunsteling van Dionysios I, tiran van Syracuse begin 4e eeuw v.C., die hem een dag koning liet zijn maar tevens een zwaard aan een paardehaar boven zijn hoofd liet hangen: het zwaard van Damocles. Van gr. dŤmos, volk (democratie) en kleos, roem.
delfi (ook Pytho) stad waar Apollo een tempel had en door de Pythia zijn orakels verkondigde. Een orakel van Delfi.
draco archont (= hoogste magistraat) en uitgever te Athene ca. -621. Strenge "met bloed geschreven", draconische wetten. Zoals draak < gr. drakon < derkomai, kijken, uitstralen, dus: biologeren.
echo nimf, door Narcissus verstoten. Kwijnde weg van verdriet, enkel haar stem bleef over, als een echo.
elysium de elyzeese velden, verblijfplaats van de door de goden uitverkoren gelukzaligen, vermoedelijk een voor-gr. begrip, gesitueerd aan de rand van de aarde op de eilanden der gelukzaligen, maar in de literaire traditie "opgenomen" als een onderdeel van de hades. De Parijse Champs Elysťes verwijzen naar deze plek.
epicurus gr. filosoof -341/-270. Levensdoel is genot, gedefinieerd als afwezigheid van onrust, te bekomen door deugd en matigheid. EpicureeŽr of epicurist, epicurisch of epicuristisch (ook: genotzuchtig), epicurisme.
epigonen (zie alcmaeon)
eros liefdegod, zoon van Aphrodite (bij de Romeinen: Amor, Cupido). Beminde Psyche , nadat hij zijn toverpijl die voor haar bestemd was bij haar aanblik liet vallen van verbazing, en er zelf door verwond was (het slachtoffer moest op de eerste de beste verliefd worden; aanstookster was zijn jaloerse moeder, wier tempels leegliepen omdat iedereen Psyche ging staan bewonderen). Het is een mooi voorbeeld van zelfverwijzing zoals dat in onze wiskundige eeuw heet: de veroorzaker van verliefdheid wordt zelf verliefd. Als het paar uiteindelijk door Zeus herenigd wordt gebeurt dat niet zonder dat die eerst fijntjes opmerkt dat Eros nogal veel vraagt, gezien zijn streken bij de goden en met name bij Zeus zelf, wie hij de halve goden- en mensenwereld in opperste verliefdheid doet nazitten en dit in allerlei vermommingen. Erogene erotiek, maar geen erotische erosie svp.
esculaap zie asklepios.
euclides gr. wiskundige ca. -300 aan het hof van Ptolemaeus in AlexandriŽ. Elementen der Geometrie, in alle antieke en Europese talen vertaald. Euclidische meetkunde, ruimten.
(h)eureka! Eindelijk gevonden! Zie Archimedes.
europa dochter van een legendarisch koning in Tyrus, zuster van Cadmus. Door Zeus in stierengedaante ontvoerd naar Kreta en moeder gemaakt van Rhadamanthys, Minos en Sarpedon. Griekse interpretatie van het stierspringen op Kreta? Hoewel mijn bronnen het niet zo duidelijk zeggen neem ik aan dat het continent Europa hiervan afgeleid is, gezien aan beide eenzelfde semitische oorsprong wordt toegekend, bvb. akkadisch ereb = (zons)ondergang, vgl. Maghreb (Europa werd door Zeus vanuit haar vooraziatische woonst naar het westen ontvoerd).
fatum onpersoonlijk lot, tegelijk de wil van Zeus en sterker dan de goden. Later verpersoonlijkt in de drie schikgodinnen. Eigenlijk "het gesprokene", van lat. fari = spreken en verwant met bannen. Fataal en afleidingen. Ook, via het frans: feeŽn, en port. fado (sp. hada).
faunus italische herdersgod, later met Pan gelijkgesteld. Vandaar, halfmenselijk schepsel met geitepoten, zachtaardiger dan saters. De fauna, naar de zuster van Faunus, godin van vruchtbaarheid.
flora rom. godin van bloemen en lente. Volgens Ovidius werd de aardnimf Chloris achtervolgd door Zephyrus en ontkwam door te veranderen in Flora, bloemen uitspreidend door haar adem. Lat. flos, verwant met folium en met nl. bloem, bloeien, blad. De flora.
fortuna rom. godin van het lot, geblinddoekt (niemand is bevoorrecht) en aan een wentelend rad van fortuin. Lat. fors, toeval, van ferre, dragen ~ nl. baren, brengen, nl. het lot.
furiŽn rom. wraakgodinnen, bij de gr. de erinyes; zij beslechten misdaden binnen familiekring, waar geen clan- of etnische scheidslijnen bestaan waarlangs de gemeenschap keuzen voor of tegen kan maken en waardoor het gerecht op dergelijke taboe-zaken geen vat krijgt: goddelijke tussenkomst dus gewenst. Nogal negatief imago, te oordelen naar furieuze furies die om niet in een furie ontsteken met een gratieus furioso : volgens de traditie deed reeds in opvoeringen van Aeschylus' Eumeniden (een eufemisme voor de furiŽn) de verschijning van het koortje furiŽn het vrouwelijk publiek in zwijm vallen of mis-baren! Lat. furere, te keer gaan, ~ eng. dust, stof doen opwaaien dus.
ge-gaea godin van de aarde, dochter van Chaos en vrouw van Uranus (hemel). Geo-: -logie, -metrie, -grafie enz. Van voorgr. herkomst.
gigant reuzen, zonen van Uranus en Gaea, 'hemelbestormers' die de Olympus bestormden door de berg Pelion op de Ossa te stapelen, maar door Zeus met de hulp van Herakles overwonnen werden en overal onder vulkanen begraven, of waren dat de Titanen (een conflict tussen voorgriekse halfgoden en het grieks-olympische godendom). Gigantisch gigantisme van giganteske giganten, maar het spel vraagt giga's bytes.
gordias frygische koning, vader van Midas. Legde een gordiaanse knoop aan zijn wagen in Gordium, de door hem gestichte hoofdstad. Aan het ontwarren ervan zou de heerschappij van AziŽ verbonden zijn. Alexander de Grote hakte hem met ťťn slag door.
gorgonen drie gorgonisch ijzingwekkende godinnen met slangenhaar. Medusa was de enige sterfelijke en werd door Perseus onthoofd. Haar aanblik veranderde je in steen, zelfs na de onthoofding, zoals Atlas moest ervaren. Deze schRikgodinnen niet verwarren met de schikgodinnen.
gratiae de drie GratiŽn, dochters van Zeus, als personificaties van schoonheid, charme, gratie, gunst en dank, dit alles zonder nep. Soms gelijkgesteld met de Horae. De evolutie van hun wel en dan weer niet of doorschijnend gekleed zijn is een kluif voor de socio-historiek.
hades god van de onderwereld, broer van Zeus, gemaal van Persephone. Eufemistisch Pluto genoemd. De doden bereikten het "huis van Hades" slechts door de Styx over te steken met de hulp van de oude veerman Charon, en mits de tol (een obool) in hun mond was geplaatst. Ook zijn rijk: de hades in geslingerd worden.
harpij stormgeest met vogellijf en vrouwenkop. Harpij van een wijf. Gr. harpazein, wegrukken, wellicht verwant met lat. rapere, id., of met carpere ~ nl. rapen, rap?
helios zonnegod, reeds vroeg met Apollo vereenzelvigd. Gr. hŤlios ~ lat. sol ~ germ. zon. Helium, helio-centrisch enz.
hermafroditos zoon van Hermes en Aphrodite, die met zijn geliefde nimf Salmakis tot ťťn tweeslachtig wezen werd verenigd. Hermafrodieten.
hermes zoon van Zeus en Maia, een dochter van Atlas. God van reizigers, kooplieden en redenaars, godenbode en dodenbegeleider (rom. Mercurius). Hermesstaf, met vleugels en verstrengelde slangen, zinnebeeld der geneeskunde. Hermeszuil of herme (oorspr. een fallische steen langs de weg). Een hermetisch begrip (uit de alchemie, die hem gelijkstelde aan de Egyptische Thot).
herakles - hercules gr. held, zoon van Zeus en Alkmene en daarom gehaat door Hera (spijts de naam HŤra-klŤs, van kleos, roem). Die sloeg hem o.a. met waanzin zodat hij zijn kinderen doodde. Na zijn genezing moest hij tot straf in dienst van koning Eurystheus de "twaalf werken van Hercules" verrichten. Herculische hercules- arbeid, -kever enz...
heros griekse vorsten uit de oudste, legendarische tijd, vereerd door een stam, bvb. Herakles bij de DoriŽrs. Halfgod-held. HeroÔsch, heroÔne bereid uit morfine zie Morpheus.
hippocrates gr. geneesheer uit Cos, "vader van de geneeskunde", ong. -460/-370. Eed van Hippocrates = deontologie.
homerus gr. episch dichter rond -800 in IoniŽ zwervend als blinde zanger. Verondersteld auteur van Ilias (de strijd tussen gr. en trojanen om Troje ofte Ilion) en Odyssee (de thuisvaart nadien van Odysseus). Homerische strijd, homerisch gelach (als van de goden).
hoorn des overvloeds Amalthea de nimf voedde de van Kronos weggesmokkelde baby Zeus op Kreta met geitemelk. Volgens anderen verloor Amalthea die geit een hoorn, waaraan Zeus het vermogen van (culinaire) overvloed schonk. (Amalthea werd dan getransformeerd in de ster Capella).
horae de gr. Horen waren godinnen van de wisseling der jaargetijden, dochters van Zeus en Themis (de fameuze vrouwe Justitia met blinddoek, zwaard en weegschaal). De drie Horen (groei, bloei en vrucht) werden soms gelijkgesteld met de GratiŽn; soms werden het de vier Horen: blijkbaar paste men ze aan zijn seizoenen aan! Horloges zeggen de tijd. Uren bereikten ons eeuwen geleden via het oudfrans uit het lat. hora, ~ gr. oros, jaar, ~ germ. jaar.
hyacinthus mooie jongeling door Apollo bemind en door hem onopzettelijk gedood met een door Zephyrus afgeweken diskus. Uit zijn bloed ontsproot de hyacint: lentetijd!
hydra veelkoppige gifspuwende slang in het moeras van Lerna, door Herakles gedood. De hydra's, schrikwekkende gedrochten dan wel zoetwaterpoliepen. Hydr(o)-... < gr. hudoor = en ~ nl. water.
hymen, hymenaeus gr./rom. god van het huwelijk. De/het hymen, het huwelijk/het maagdenvlies. In eerste instantie wel dit laatste, namelijk een vel of vlies. Hymnen of lofzangen zijn hier vermoedelijk van afgeleid.
hypnos god van de slaap (gr. hypnos ~ lat. somnus), zoon van Nacht en broer van Dood, vader van Morpheus. Hypnose enz.
iris godin van de regenboog, bode van de goden, bemind door Zephyrus. Iris, irisdiafragma, irisdruk (met kleurovergangen), iriseren.
janus ouditalische god van begin en einde, van poorten en bogen, met tweede aangezicht ipv achterhoofd. Vermoedelijke betekenis zonnedoorgang. Een onoprechte janus. Januari, sinds de Juliaanse kalender (caesar) de eerste maand. Via de it. stad Genua kwam ook de jeans van janus.
juno godin van het huwelijk, de rom. Hera: vrouwen/zusters resp. van Jupiter en Zeus (en zo, ouders van Vulcanus/Hephaistos). De maand juni is de hare, wellicht ook de jeugd ~ lat. juven-is, -tus. En ook de munt (geldinstelling en -stuk), naar haar bijnaam Juno Moneta, uitgelegd als de waarschuwende (van monere), omdat in 390 v.chr. de ganzen in haar tempel (waar ook de rom. munt was) door hun gekwaak voor de nachtelijke overrompeling van het Capitool door de GalliŽrs zouden hebben gewaarschuwd.
julius zie caesar
jupiter letterlijk "godvader" deo- > jo-piter, de hoogste onder de Romeinse goden. Beschermer van eden en verdragen, later geÔdentificeerd met Zeus. Gemalin Juno. De planeet Jupiter werd geacht, als bron van vreugde, joviale inspiratie te geven (Jovis = genitief van Juppiter).
kolos reusachtig beeld, een voorgr. woord. De Kolos van Rodos was een ca. 30 m hoog beeld van Helios. Tegen het Colosseum in Rome stond er een van keizer Nero. Kolossale kolossen ?
kronos leider van de Titanen, zoon van Uranus en Gaea, gehuwd met Rhea. Verstootte zijn vader van de troon na hem te hebben gecastreerd. Verslond dan zelf al zijn eigen kinderen behalve Zeus die werd weggesmokkeld, hem later van de troon stiet na hem zijn kinderen te hebben doen uitbraken. Er schijnt geen verband met de tijd (gr. chronos) te zijn, tenzij dat Kronos als god van de "Gouden Tijd", voorgoed vervlogen en betreurd, werd beschouwd. Bij de romeinen Saturnus.
labyrint het doolhof gebouwd door Daedalus (die ook als eerste lopende mensen beeldhouwde) voor Minos in zijn paleis van Knossos op Kreta om de Minotaur in vast te zetten. Het woord lijkt verwant, of verward, met Kretenzer en Vooraziatische woorden verbonden met regeren en de symbolen ervoor in de vorm van een dubbele hakbijl, dapurito / labrys..., te zien op fresco's samen met sacrale horens en scŤnes met rituele saltosprongen over stieren.
laren rom. huisgoden, als dartele jongensbeeldjes aan de haard vereerd (lar, las, zoals lascivus, dartel, verwant met lustig). Vergelijk penaten.
latinus legendarisch koning van Latium (latus = breed ~ de vlakte en al wat lateraal is) en al wat Latijns is. Zijn dochter Lavinia trouwde met Aeneas, de held van Vergilius.
lesbos grieks eiland, thuishaven van de dichteres en meisjesschoolbestuurster Sappho. Lesbisch = van Lesbos, van Sappho of, conform de haar toegedichte gezindte, van lesbiennes.
lethe rivier in de griekse onderwereld waar de doden uit dronken om hun aardse beslommeringen te vergeten en in een lethargische lethargie te verzeilen (lethe = vergetelheid, geen verband met letaal , dodelijk < lat., wel met lat. latere vergelijk latent, verborgen; argos = a-ergos = niet werkend, lui).
maecenas Gaius, Romeins ridder 70-08 v.Chr. Raadsman van keizer Augustus, en begunstiger van dichters en kunstenaars, die van deze mecenas een mecenaat genoten.
mars als vader van Romulus en Remus, stamgod der Romeinen, samentrekking uit Mavors, wellicht een godheid uit Tyrrhene. Minnaar van Venus (Aphrodite) en vader van Cupido (Eros). Oorspronkelijk lentegod, later door vereenzelviging met de gr. Ares krijgsgod. Martianen zingen geen martiale Marseillaise in maart.
mausolus tiran in CariŽ, door zijn gemalin Artemisia in 353 v.C. opgevolgd die voor hem te Halicarnassus een mausoleum liet oprichten, een van de wereldwonderen.
medusa best bekende Gorgone, uit wier hoofd Pegasus ontsproot, de "bewakende", van gr. medein. Door Perseus (die ook nog de aan rotsen geketende Andromeda bevrijdde en huwde, en Atlas versteende met het medusahoofd) onthoofd met behulp van een spiegel om haar verstenende blik te mijden; haar hoofd aan Pallas Athene geschonken en deel van het sterrenbeeld Perseus.
mentor vriend van Odysseus. Athena nam zijn gestalte aan om Telemachus te begeleiden op zoek naar zijn vader. Een mentor geeft raad of leiding.
mercurius rom. god van handel en verkeer : mercator > nl. markt, maar dat is lat. volksetymologie van een Etruskische naam ; later als snelle bode der goden vereenzelvigd met Hermes. Mercurium = kwiek kwikzilver, mercuraliŽn geneesmiddelen daarmee.
midas mythisch koning van FrygiŽ. Kreeg van Bacchus de "gunst" dat al wat hij aanraakte in goud zou veranderen. Genas hiervan door te baden in de Pactolus, die sindsdien goud meevoerde. Als scheidsrechter in een muziekwedstrijd tussen Apollo en Pan kende hij de prijs toe aan de laatste, waarop Apollo uit wraak zijn oren in ezelsoren, midasoren, veranderde.
minos zoon van Zeus en Europa (maar een voorgr. koningstitel), koning van Kreta met zijn beroemd Knossos-paleis (minoÔsche bronscultuur), na zijn dood en omwille van zijn rechtvaardig beleid een van de drie rechters in de Onderwereld met Aeacus en Rhadamanthys. Mindere kantjes betreffen zijn oorlogen o.a. met Athene, waarvan hij een jaartol eiste in de vorm van jongens en meisjes, en het gevangen zetten van Daedalus (die voor hem het labyrint bouwde) toen die Ariadnes vlucht met Theseus steunde, na diens overwinning op de Minotaur (later ontsnapte Daedalus met zijn zoon Icarus al vliegend, maar deze vloog te hoog en viel laag).
minotaur een man-stier monster, geboren uit een stier gezonden door Poseidon en PasiphaŽ, vrouw van Minos. Door Minos in het labyrint opgesloten. Door Theseus gedood, die nadien met Ariadnes draad daaruit het wist te ontsnappen en met haar de benen te nemen.
morpheus god van de dromen, zoon van Hypnos; eig. 'gestaltevormer', van gr. morphŤ, vgl. -morf. Hieruit door metathese lat. forma > vorm. Liggen in de armen van Morpheus, wellicht een handje geholpen door morfine.
muzen beschermgodinnen van kunst en wetenschap, dochters van Zeus en Mnemosyne, godin van het bewaren van het verleden. De berg Helicon was hun gewijd verblijf (wellicht ~lat. mons, berg). Iemands muze, zijn inspiratie. Voor de muziek bijvoorbeeld. Maar nu goed voor het museum.
narcissus mooie knaap, verstrikt in verliefdheid op zijn spiegelbeeld in een bron op de Heliconberg. Merkte Echo's liefde niet op, en kwijnde na haar zelf weg, om door de goden in een bloem, wellicht de narcis, te worden veranderd. Narcisme, zelfverliefdheid. De bloem werd dan weer gerelateerd aan gr. narkŤ, verstarring, verdoving, zie narcotica-termen.
nemesis godin der vergeldende gerechtigheid, met name van de goden tegenover de overmoedige mens: de nemesis der historie. Van gr. nemein = en ~ nemen, uitdelen (namelijk het vonnis).
nestor koning van Pylus, trok volgens Homerus op zeer hoge leeftijd mee naar Troje als raadsman van de grieken. Een nestor, een eerbiedwaardige grijsaard. De nestor, de oudste van de groep.
nimf natuurgeesten onder de gedaante van bevallige meisjes, verblijvend in de bergen (oreaden), bronnen of rivieren (najaden), de zee (oceaniden en nereÔden, de 50 dochters van Nereus), bossen of grotten (dryaden of sterfelijke hamadryaden). gr. NumphŤ=bruid, huwbare vrouw, verwant met lat. nubere > nuptiaal. Nimf = mooie meid, popstadium van sommige insecten.
odysseus (lat. Ulysses) held, koning van Ithaca, gemaal van Penelope, vader van Telemachus. Onderscheidde zich voor Troje door zijn sluwheid, waardoor hij zich ook na Trojes val tijdens zijn tienjarige zwerftochten wist te redden, zoals bezongen in Homerus' Odyssee. Een odyssee, een langdurige en moeilijke tocht.
oedipus zoon van koning Laios van Thebe en van Jocaste. Genaamd naar zijn misvorming: gr. oidi-pous = horrel-voet. Was door hen te vondeling gelegd wegens een uitspraak van het Delfisch Orakel dat hij zijn vader zou doden. Deed dat na opgroeien bij koning Polybus inderdaad onwetend. Verkreeg, door het raadsel van de sfinx op te lossen, de hand van zijn moeder en de kroon ; en dan weer uitgelegd als oida-pous, de weter van het voet-raadsel. Na een lange en gelukkige regering bracht het Orakel de waarheid over hem uit, waarop Jocaste zich verhing en Oedipus zich de ogen uitstak (tragedie van Sophokles). Een oedipus, een scherpzinnig persoon. Het oedipuscomplex, door Sigmund Freud beschreven overdreven liefde voor de ouder van het andere, en haat voor die van hetzelfde geslacht.
okeanos de rivier -slechts ten dele vergoddelijkt- die rond de hele wereld stroomt. Als god, zoon van Uranus en Gaea, en als echtgenoot/broer van Tethys, vader van alle rivieren en oceanen (een voor-gr. woord, wellicht uit de rivierbeschavingen in Egypte of MesopotamiŽ, die de wereld als een vlot in de oerwateren zagen).
olympos hoogste berg in gr. op de grens van Macedonia en ThassaliŽ, die tot de hemel zou reiken en dus het thuis van de goden was. De (twaalf belangrijkste) Olympische goden vervingen bij de Dorische invasie de voorgriekse chthonische of aardgoden. Velen daarvan of hun personaliteit bleven echter doorleven in de gr. mythologie. Olympia is de antieke stad in het westen van de Peloponnesos waar de eerste spelen ter ere van Zeus Olympios, d.i. van Olymposberg, werden gehouden > Olympische Spelen, olympiaden.
orgie in wilde vervoering gevierd Bacchusfeest. Vandaar de moderne orgie en haar orgiastische excessen. Verwant met gr.-lat. organon ~ orgaan, orgel, werktuig, instrument, en gr. ergo = en ~ werken.
palatijn een der zeven heuvelen van Rome, die waarop Romulus de stad gesticht zou hebben en waar zich de restanten der keizerlijke paleizen bevinden. Of zijn het paltsen met ridderlijke paladijnen bevolkt. Vermoedelijk ~ Pales, een italische herdergodin.
palladium door Zeus aan Dardanus vanuit de hemel toegeworpen beeld van Pallas Athene om de onneembaarheid van Troje te waarborgen, maar door Odysseus en Diomedes geroofd. De grondwet is het palladium van 's burgers rechten. Als metaalsoort, naar de toen -1802/3- net ontdekte asteroÔde Pallas.
pan arcadische veld-bos-herdersgod met bokkepoten, sik en horens. Uitvinder van de panfluit waarmee hij op zijn zwerftochten nimfen maar ook jongelingen tot de dans aanspoorde. Kon een plotse massa-angst of paniek veroorzaken.
pandora de eerste vrouw, door Zeus (of voor hem door de hand van Vulcanus) geschapen om de "manheid" te straffen nadat Prometheus die had geschapen en aan vuur geholpen (Prometheus zelf werd gestraft door hem aan een rots te klinken waar een arend hem dagelijks zijn 's nachts aangroeiende lever kwam afpikken, totdat Hercules hem kwam bevrijden). Zijn broer Epimetheus nam haar tot vrouw en opende de doos van Pandora (= "alle geschenken", haar door Zeus meegegeven, vol met gaven en kwalen), waardoor alle ellende zich over de aarde verspreidde. Zij sloot ze nog net op tijd om er de Hoop in te bewaren.
penaten rom. huisgoden, aan de haard of in het atrium vereerd. Beschermden de inboedel (penus, de binnen-huisraad, vgl. penetreren). Zijn penaten opzoeken, naar huis gaan. Vgl. laren.
phoenix reigerachtige fabelvogel uit Egypte en door Herodotus beschreven. Om de vijf eeuwen stierf hij in het vuur op een nest met geurige kruiden, om dan schoon en verjongd als een feniks uit de as te herrijzen.
plato gr. filosoof, -427/-347, leerling van Socrates, leermeester van Aristoteles, stichtte te Athene de Academie en schreef een dertigtal dialogen. Een platonische relatie of liefde, louter geestelijk en zonder zinnelijk element.
plejaden de zeven dochters van Atlas die door Orion achtervolgd werden en door de goden uit medelijden aan de hemel geplaatst: het zevengesternte. Een groep van zeven poŽten in het AlexandriŽ van de derde eeuw v.Chr. noemde zich de Plejade, en hetzelfde deed een Franse Plťiade in de zestiende eeuw met als doel de klassieke thema's in het Frans te ontwikkelen in plaats van Latijn of Grieks.
pluto "rijkdom(schenker)", vergelijk (maar verwar niet!) met Plutus. Rom. bijnaam van Hades. Mijn bronnen zijn in tegenspraak of Dis een andere naam is van Pluto of Plutus. Uit Pluto's diepten: plutonische gesteenten of plutonieten, wellicht met plutonium?
plutus gr. god van de rijkdom (ploutos, rijk, ~ polys/veel/plus) soms voorgesteld als een blinde grijsaard. Niet te verwarren met Pluto: bvb. bij Italiaanse inferno's zoals Dantes zelf ook Pluto genoemd, waar hij de gierigen en de kwistzieken bewaakt. Plutocraten, machtigen door rijkdom.
psyche mooie minnares van Eros/Cupido. Vlindervleugelig als de Ziel (van gr. psychein, blazen, een klankwoord). Toen zij Eros' verbod om hem aan te kijken (ingegeven vanwege zijn op deze mensenkoningsdochter jaloerse moeder Aphrodite/Venus) overtrad verdween hij voor haar, tot Zeus/Jupiter haar onsterfelijk maakte en de minnaars als goden weer vereende. Van psychedelische psychiaters tot psychopatische psychologen.
pyrrhus koning van Epirus -297/-272. Versloeg de rom. -280 bij Heraclea, en na vergeefse onderhandelingen, -279 met grote verliezen bij Asculum (een Pyrrusoverwinning). Werd -275 bij Beneventum door de rom. verslagen.
pythagoras gr. filosoof en wiskundige, omstr. -570/-497. Geocentrisch universum en ondersteld uitvinder van de Tafels van vermenigvuldiging en de stelling van Pythagoras (deze echter reeds door BabyloniŽrs toegepast: men bekomt een rechthoekige driehoek met bvb. zijden 3, 4, en 5).
pythia Priesteres van Apollo in Delfi, ook Pytho genoemd, naar de python, een driekoppige draakslang, vroegere aardse godheid door Apollo verslagen. Profeteerde haar orakel vanaf een drievoet boven een afgrond waaruit zwaveldampen opstegen.
romulus legendarische eerste koning van Rome (misschien ~ gr. rheo, stromen), met Remus tweelingzoon van Mars en Rhea Silvia, dochter van koning Numitor van de stad Alba Longa. Beide baby's werden door een wolvin gezoogd. Romulus zou Rome -753 op de Palatijn gesticht hebben. En daarmee de Romeinen romaanse romantiek bezorgd, al is het dan in rommelromans.
sappho (geb. -612) lyrische dichteres in Mytilene op Lesbos, rond wie een vrouwenschool gewijd aan Afrodite floreerde. Saffisme, de lesbische liefde. Een saffische strofe: zie Maanlicht op Wugi's poŽzie'k. Ook: Afscheid aldaarbidem.
saturnus rom. god van het zaaien (etruskisch, verklaard als sator, de zaaier, bij serere, zaaien), later vereenzelvigd met Kronos, als heerser over Latium in een gouden tijd van saturnisch, simpel en onschuldig geluk. Saturnus, na Jupiter de grootste planeet. De SaturnusV bracht met zijn 3 trappen, 110 m hoogte en 3000 ton de Apollocapsule naar de maan.
satyr sater: gr./rom. halfgod met horens en bokkepoten, bij het gevolg van Dionysus/Bacchus. Een voorgr. woord, geen verband met satire < lat. satura (lanx), gemengde schotel, vandaar gevarieerde 'show'.
schikgodinnen de drie gr. Moiren of rom. Parcen. Dochters van Zeus en hetzij Themis (rechtvaardigheid) of Ananke (noodwendigheid). Lachesis (beschikkend) kent bij de geboorte iemands lot of fatum toe in de vorm van de lengte van zijn levensdraad, Klotho (spinster) spint de draad, en Atropos (onafwendbaar) knipt hem uiteindelijk door. Niet verwarren met de Gorgonen, noch met de GratiŽn.
sibille sibylla: oorpr. ťťn, naderhand verscheidene, profetessen die in verzen orakelden, meest bekend die te Cumae. Speelden ook een rol in het vroegchristendom. De sibillijnse boeken werden in Rome bij crisissituaties geconsulteerd. Sibillijns, raadselachtig.
sirene (missch. van gr. seira, touw: bindsters) half vogel, half vrouw, lokten ze door hun sirenenzang voorbijvarenden de klippen op, en de kling over. Odysseus liet zich vastbinden om hen te horen maar niet te naderen. De argonauten (argus) lieten Orfeus zingen die hen overtrof. Het is moeilijk sereen luisteren naar een sirene, vrouw of toestel.
sisyphus gr. sluwe en listige zoon van Aeolus en koning van Korinthe. Moest als straf in de Hades een stuk rots tegen de berg op duwen, maar het rolde telkens weer naar beneden: een echte sisyfusarbeid.
socrates gr. filosoof -469/-399. Onderwees, misschien om zijn vrouw Xanthippe te ontwijken, te Athene de jeugd met zijn socratische methode (door vragen aaneen te rijgen de leerling zelf het antwoord laten vinden). Leermeester van Plato, door wie we zijn werk kennen. Op hoge leeftijd aangeklaagd voor goddeloosheid en jeugdbederf, en veroordeeld tot de gifbeker.
sfinx reeds in Egypte een beeld dat de macht van god of farao symboliseert, met leeuwelijf en vrouwekop. Bij de gr. gevleugeld. Bekend is vooral de sfinx van Thebe die, vanop een rots, iedere voorbijganger een raadsel opgaf, en verslond wie het niet op kon lossen. Het raadsel luidde: welk wezen loopt 's morgens op vier, 's middags op twee, en 's avonds op drie ledematen? Odysseus loste het op, waarna de sfinx zich naar beneden stortte of anderszins uit de Thebaanse sien verdween.
stentor een gr. vermeld in de Ilias van Homerus, met een stentorstem zo krachtig als van vijftig man. Stierf toen hij door Hermes verslagen werd in een roepwedstrijd.
stoÔcijn de stoÔcijnse school werd door de Cyprioot Zeno van Citium (-335/-263) in Athene opgericht en onderwezen in de Stoa PoikilŤ of "geschilderde poort". Doel van het stoÔcisme is de beoefening van de deugd, door begrip van en harmonie met de natuur, en beheersing van het gemoed. In stoÔsch zwijgen.
styx rivier die als tak van Okeanos de Hades negenmaal omvloeit (maar ook beschreven als een moeras en dergelijke). De zielen der doden worden erover gebracht door de veerman Charon. Achilleus werd erin gedompeld door zijn moeder. Bij de Styx zweren, naar Homerus, een eed die zelfs voor de goden heilig is. Gr. stugein = verafschuwen, vrezen, ~ stug.
tantalus koning in LydiŽ, zoon van Zeus, vader van Niobe en Pelops. Voor diverse misdaden (de goden op de proef stellen om hun alwetendheid, hun voedsel stelen, zijn zoon doden en als banket voor de goden opdienen, die hem terug tot leven wekten) werd hij gestraft door in de Hades, tot zijn kin in het water, voor eeuwig door voedsel en drank te worden getantaliseerd die, telkens hij ernaar reikte, weer wegdreven: een tantalische kwelling. Tantalium, het metaal, zo genoemd door zijn ontdekker vanwege het werk dat eraan voorafging.
terminus rom. god, beschermer van de grensstenen (belangrijk voor de kleine landbouwers). Door Erasmus als embleem gekozen voor een medaillon door Metsijs. Op termijn een talrijke term: van terminale terminologie en een Hollandse terminal tot een Vlaamse (tram-) terminus.
titanen reuzen, kinderen van Uranus en Gaea, zes zonen en zes dochters, later verward/gelijkgesteld met de Giganten. Hun leider was Kronos. Ze werden door Zeus met de hulp van de Cyclopen overwonnen en naar de Tartarus verbannen, een plaats nog onder de Hades. De verfilming van de Titanic (is het nu het Vlaamse tietaniek of het Hollandse taaitennik?), een titanenwerk. Titanium (genoemd naar een maan van Uranus, kort na het dito noemen van uranium) maakt zeer harde verbindingen met ijzer. Tito, dageraad, dag, zon, een voor-gr. godheid.
troje ook Ilion van de Ilias: stad in Klein-AziŽ nabij de Hellespont, gesticht door een Phrygische koning Troos. Vanaf 1868 door Schliemann opgegraven. De Trojaanse Oorlog was een mythisch conflict van Griekse vorsten tegen Troje, volgens de overlevering in de 12de eeuw v.chr. Aanleiding was de schaking van Helena, gemalin van Menelaos van Sparta, door Paris, zoon van Priamus van Troje. Na een tienjarig beleg (waarvan de laatste weken in de Ilias van Homeros zijn beschreven) drong het Griekse leger de stad binnen door zich te verbergen in een als offer aangeboden nepgeschenk vanwege de Grieken, het houten Paard van Troje, en verwoestte de stad.
uranus gr. Ouranos. De hemelgod. Echtgenoot van de aardegodin Gaea, met wie hij constant paarde, zodat zij haar kinderen niet kon baren, totdat Kronos hem vanuit de moederschoot castreerde (en onttroonde) en allen vooralsnog geboren konden worden, ook Aphrodite uit zijn weggeworpen lid dat de zee deed schuimen. Alleen in Okeanos had hij nog contact met Gaea. Uranisme, homosexualiteit (Ur. geboren zonder moeder, evenals zijn dochter Aphr.). Uranus, planeet. Uranium of uraan, metaal. Uraniet, mineraal.
venus de rom. Aphrodite; godin van liefde en schoonheid, gemalin van Vulcanus, moeder van Aeneas. Venusberg en -haar en -schelp en -schoen en dergelijken. En venerische ziekten. Venus, veneris, verwant met de groep wanen, wennen, wonen, winnen, wensen.
victoria godin van de overwinning: lat. vincere, overwinnen, ~ nl. wijden. Bij de gr. NikŤ. Deze laatste werd door Zeus geŽerd om de Olympische goden bijgestaan te hebben in hun oorlog tegen de Titanen. Victorie kraaien.
vulcanus rom.-etruskische vuurgod, echtgenoot van Venus. Bij de gr. Hephaistos, zoon van Zeus en Hera (Juno), de hemel uit gezwierd tijdens een van hun echtelijke ruzies en onzacht op Lemnos gevallen, waardoor hij kreupel was. Werkte in zijn smidse onder de Etna met de Cyclopen en maakte mooie dingen voor Achilleus, Agamemnon, Perseus, maar miek ook Pandora voor Zeus. Door Dionysos (Bacchus) naar de Olympos teruggehaald om daar te dienen als een hinkende godenbutler. Vulkanen hoeven als vulkanisch sujet niet gevulgariseerd.
xanthippe vrouw van Socrates, naar verluidt ten onrechte voorgesteld als een praat- en twistzieke vrouw: een echte xantippe!
zephyrus god van de westenwind, als alle winden (bvb. de noordelijke Boreas) in een paardengestalte. Volgens sommigen echtgenoot van Iris (wind en regenboog!), en brenger van de lente (hyacynthus). Een zachte zefier. Zefier, dun zomerkatoen.
zeus god van de hemel en leider van de Olympische goden, eig. Zeus patŤr, vgl. bij de rom. Jupiter en bij de IndiŽrs Dyaus pittar, dus ~ lat. deus, divus (waar het gr. theos dan weer niet mee verwant wordt geacht) en verder lat. dies = en ~ dag, en de germ. oorlogsgod Tiwaz > eng. Tuesday, calque op gr. > lat. dies Martis > Fr. mardi, maar later vervangen door of verward met Odin >~ dinsdag. Zeus is de zoon van Kronos en Rhea, en broer van Hades en Poseidon: zij deelden de heerschappij over de aarde, benevens ieders eigen rijk: hemel, onderwereld, zeeŽn. Gemaal van Hera (rom.: Juno). Talrijke andere liefdes en nageslacht waaronder Apollo, Athena, Dionysos (Bacchus), Europa, de GratiŽn, Hermes, Herakles, de Horen, Minos, de Muzen, de Schikgodinnen, Tantalus, Hephaistos/Vulcanus.
   

 

Mythologische sites en beeldmateriaal

In de hier vermelde sites is het leuk verzeilen en verwijlen voor mythische momenten:

mythologie.pagina.nl
LUMINA: De Mythologie-pagina

Greek Mythology Link, Home Page
Welcome to Characters of Greek Mythology
Characters of Greek Mythology - Who's Who List Index
An Etymological Dictionary of Classical Mythology
Mythology pagina van Windows to the Universe
Forum
The Olympians
Bulfinch's Mythology, 'The Age of Fable or Stories of Gods and Heroes'

Plaatjes zijn mooi bijeengebracht in volgende sites:

Chapter 8 (Images) - The Book of Gods, Goddesses, Heroes and Other Characters of Mythology
Encyclopedia Mythica - Gallery Index