Geschiedenis 

De verjonging en vernieuwing die Kunst en Vermaak sinds 2008 doorgevoerd heeft, kreeg verder haar beslag in het aanduiden van een jonge, professioneel gevormde dirigent.

Sinds januari 2010 zwaait Willem Buyse (°1987) er de dirigeerstok. Willem studeert saxofoon en slagwerk aan het Lemmensinstituut. Momenteel volgt hij orkestdirectie bij Johan Evenepoel.


Ten jare 1945 op 21 oktober werd te Lovenjoel een fanfare en toneelmaatschappij gesticht met name Kunst en Vermaak onder de leuze "Kunst en vermaak na arbeid in verbroedering", zo luidt de eerste zin van het reglement.

Om de ware toedracht te begrijpen moet men teruggaan tot in 1911 toen er al een Sint-Lambertusfanfare in Lovenjoel was opgericht. Door de felle dorpspolitiek uit die tijd was deze fanfare echter een kort leven beschoren. Bij de ontbinding ervan werden de instrumenten aan de fanfare van Korbeek-Lo geschonken, maar wel met de verplichting om tweemaal per jaar de processie te komen spelen in Lovenjoel. Bij de jonge generatie muzikanten van Korbeek-Lo groeide evenwel de tegenzin om aan deze verplichting tegemoet te komen.

Zo werd na de hoogmis van de processie van 1945 voor het eerst door een paar Lovenjoelse muzikanten de idee geopperd om een eigen fanfare te stichten.

Zo gezegd, zo gedaan. In Lebbeke werd van een opgedoekte muziekvereniging voor 10.000,- fr. een hele reeks instrumenten aangekocht. En met de hulp van de muzikanten uit Korbeek-Lo werd in Lovenjoel een rondgang gehouden om leden te ronselen waarbij alle 19 cafés van het dorp werden aangedaan.

De eerste repetitie vond plaats de eerste woensdag van het jaar 1946 in het café bij Gustaaf Raets. Dirigent was Désiré Wiets die ook Korbeek-Lo dirigeerde.

Als eerste voorzitter fungeerde Edmond Seldeslachts; ondervoorzitter was Louis Enis en schatbewaarder Frans Bavin. Cyriel Bruelemans werd na korte tijd als secretaris vervangen door Gustaaf Volkaerts en de eerste commissarissen waren Maurice Ceuleers, Bernard Nackaerts, August Rector, Jules Sempels en Joseph Vansavelberg.

Kunst en Vermaak was niet enkel een fanfare maar ook een toneelmaatschappij, en zo werd tweemaal per jaar (1 maal voor en 1 maal na de winter) toneel gespeeld.

Het eerste zogenaamde "concert" vond plaats bij Stuckens en men telde toen ruim 800 entrees. Een succes dat zou blijven duren tot de jaren ’60 als het dorpstoneel moest zwichten voor de opkomst van de televisie.

Uit deze periode resten enkel nog een paar programma’s met de veelzeggende titels van de toen zeer gesmaakte opvoeringen : Kink in de kabel, Als het masker valt, De ooievaar vergist zich of Een baby van 1000 weken.

We schrijven december 1946 als voor de som van 6.800,- fr. de eerste vlag werd aangekocht. De inhuldiging ervan werd op 27 april 1947 gevierd met een festival waaraan de fanfares uit Bierbeek, Pellenberg, Korbeek-Lo en Linden deelnamen.

En dat het de fanfare goed ging, bewijzen de optredens in juni 1948 te Blankenberge en in juli 1949 in Antwerpen. Uiteraard werd er ook gretig deelgenomen aan muziekfestivals bij bevriende of naburige korpsen.

Edmond Seldeslachts werd als voorzitter korte tijd opgevolgd door zijn broer Jozef tot Maurice Ceuleers de derde voorzitter werd en het zou blijven tot zijn overlijden in 1978.

Ondanks de relatieve bloei van Kunst en Vermaak bleef het moeilijk om de rangen aan te vullen met nieuwe spelende leden.

Het aantal muzikanten daalde dan ook gestaag.

In 1969 werd daarom een grote actie opgezet om de jongeren warm te maken voor de fanfaremuziek. De respons was enorm. Ruim 70 jongens en meisjes meldden zich voor muzieklessen. Het bestuur speelde hier handig op in door het jaarlijks organiseren van een feest der jongeren. Dit kon enkel de sfeer en de verstandhouding binnen de groep bevorderen.

Vele van de jongeren zouden deelnemen aan de jeugdsolistentornooien ingericht door het Muziekverbond van België. Meermaals zou één van hen doorstoten tot op nationaal vlak en hierdoor de naam van Kunst en Vermaak uitdragen van Kortrijk over Luik tot Antwerpen en Genk.

Niet iedereen voelde zich geroepen om een blaasinstrument te bespelen. Daarom werd in 1970 (het jaar waarin het lokaal werd overgebracht naar het cultureel centrum) een reeks trommels aangekocht. De drumband was geboren. In het kielzog hiervan werd ook een majorettenkorps opgericht.

Dit alles vergde uiteraard een extra financiële inspanning. Om de kas te spijzen werd daarom in 1972 voor het eerst een Vlaamse Kermis georganiseerd. Een initiatief dat jaar na jaar herhaald zou worden en zou uitgroeien tot een driedaags muzikaal en cultureel evenement : De Pinksterfeesten.

Terwijl de fanfare rustig bleef musiceren, inmiddels onder de leiding van Julien Vandenbosch, en ondermeer verkleed als Stella Boys in Brussel optrad bij de openstelling van de E40 in 1972, kenden trommel- en majorettenkorps een ware bloeiperiode.

In 1975 en 1977 nam de drumband onder de leiding van André Bavin met succes deel aan het Europees muziekfestival voor de jeugd te Neerpelt.

Ook de prestaties van de majoretten – zowel individueel als in korpsverband - waren van dien aard dat heel België doorkruist werd om deel te nemen aan nationale kampioenschappen. We denken aan Moulbaix in 1976 en Arlon in 1977.

Dit alles culmineerde in grootse Kampioenenbals waar de gelauwerden onder ruime publieke belangstelling gevierd werden. Zo op 16 oktober 1976 met twee Brabantse kampioenen, nl. Karine Ceuleers en Nicole Claes en op 22 oktober 1977 als Kunst en Vermaak zelfs drie Kampioenen van Brabant in zijn rangen had : Karine Ceuleers, Nancy Stroobants en Paul Vandersmissen.

Op 16 juli 1977 zorgde Kunst en Vermaak in een reuzetent op het voetbalterrein zelf voor de organisatie van het provinciaal kampioenschap voor individuele majoretten. Het hele dorp werd toen onder de voet gelopen door meer dan 800 supporters uit alle hoeken van Brabant.

Ondertussen had de fanfare in 1975 een nieuwe moderne vlag laten vervaardigen waarmee o.a. op de vliegmeeting in Spa in de zomer van 1976 werd uitgepakt.

Toen in november 1976 Julien Vandenbosch als dirigent op rust ging, nam Willy Vanderwegen de leiding van het korps over. Al vlug werd Kunst en Vermaak tot tweemaal toe kantonaal kampioen in lagere afdeling.

Toen in 1978 de toenmalige voorzitter Maurice Ceuleers overleed, werd hij opgevolgd door Paul Swennen die al bij het prille begin van Kunst en Vermaak als toneelleider had gefungeerd.

Het was ook in 1978 dat Guido Fabes instructeur werd van de drumband; hij zou dit gedurende 15 jaar blijven.

Het hoogtepunt van 1979 was ongetwijfeld het muziek- en show-weekend op 3 en 4 maart ingericht naar aanleiding van de vernieuwing van de uniformen zowel van fanfare, drumband als majorettenkorps.

Dit majorettenkorps werd live begeleid door de fanfare te Alken op 22 april 1979 en werd kampioen van België in de lagere afdeling. In 1980 werden zowel drumband als majorettenkorps kampioen van Brabant.

In de jaren ’80 zou Kunst en Vermaak zijn horizon verruimen. Na optredens in grootsteden als Oostende en Antwerpen, was in 1983 voor het eerst een buitenlands korps te gast op de Pinksterfeesten : het Stadtsoldatenkorps uit Remagen-am-Rhein. Dit resulteerde bij wijze van wederdienst in een driedaagse concertreis van 11 tot 13 mei 1984 waarbij Kunst en Vermaak met fanfare, drumband en majorettenkorps een drie uur durend spektakel verzorgde in de spiksplinternieuwe Rheinhalle.

Onder impuls van de nieuwe jonge bestuursleden, Marc Swennen en Frans Moldenaers, werd in 1984 voor het eerst een eigen trimestrieel korpsblaadje uitgegeven : Het Maathoudertje, dat ondertussen aan zijn zeventiende jaargang toe is.

1984 was ook het jaar waarin voor het eerst werd deelgenomen aan het Brabants Kampioenschap Hafabra van Fedekam. Kunst en Vermaak werd geen kampioen, maar de fanfare behaalde bij haar eerste deelname in 1ste afdeling wel lof van de jury en de medaille van de stad Leuven.

In 1986 zou ook op de muziektornooien ingericht door de Provincie Brabant de klassering in 1ste afdeling een feit worden.

De contacten met de vrienden uit Remagen bleven uiterst hartelijk. In 1985 gaf Kunst en Vermaak een "musikalischer Frühschoppen" ten beste in Remagen. Dat zelfde jaar nog met Sinksen waren de Stadtsoldaten weer in Lovenjoel waar ze vergast werden op een optreden van de Jolly Good Fellows, een rasechte Schotse drumband geronseld uit muzikanten van Kunst en Vermaak.

In 1989 verbleef Kunst en Vermaak nog eens 2 dagen aan de Rijn met een openluchtconcert op 1 mei voor de pui van het stadhuis van Remagen en in 1990 was het Duitse korps voorlopig voor het laatst te gast in Lovenjoel.

Ondertussen had de fanfare in 1987 ook al in het hartje van Luxemburg-stad een aparitiefconcert gebracht.

De drumband onder leiding van Guido Fabes kende in 1989 nog een laatste hoogtepunt met een klassering in de afdeling uitmuntendheid op het provinciaal kampioenschap van Fedekam.

Daarna zou de belangstelling voor trommel- en majorettenkorps geleidelijk aan afnemen bij de jeugd. Een tijdje geleden werd achter het bestaan ervan dan ook noodgedwongen een punt gezet.

Te onthouden uit 1990 is het feit dat Kunst en Vermaak de organisatie op zich nam van het nationaal kampioenschap Hafabra van Fedekam Vlaanderen. Gedurende de twee concoursdagen werden in het C.C. De Borre te Bierbeek 21 korpsen uit alle hoeken van Vlaanderen en uit de Oostkantons ontvangen.

Vanaf 1990 vond ook de idee van benefietconcerten ingang bij Kunst en Vermaak en werd zodoende ook vanuit liefdadig oogpunt een steentje bijgedragen.

Zo werd in Tienen de Levenslijn-trein muzikaal verwelkomd door de fanfare, waarbij de gage hiervoor integraal naar dat goede doel ging. De organisatoren van de Levenslijn akties in Lovenjoel konden telkens op onze medewerking rekenen.

Ook de opbrengst van de Kerstconcerten waarmee in 1991 gestart werd ging naar organisaties als Artsen Zonder Grenzen, Ziekenzorg, de MS-patiënten uit Leuven en het MPI Ave Regina.

Het jaar 1995 stond in het teken van het 50 jarig bestaan van Kunst en Vermaak. Een zéér druk jaar met een Jubileummis, Accademische zitting, tentoonstelling, feestmaal, demonstratiedag voor de jeugd, galaconcert met Brass Band Willebroek, jubileum Kerstconcert en ten slotte uitrijking van eretekens aan 14 muzikanten voor 25 jaar trouw lidmaatschap.

Bovendien werden we door het Hof gemachtigd de titel Koninklijk te dragen.

Vanaf toen werden er ook op bestuursvlak nogal wat wissels doorgevoerd. In 1996 nam huidig voorzitter Toon Pillaert de fakkel over van Paul Swennen, 1997 werd gekenmerkt door het feit dat aan de samenwerking met dirigent Willy Vanderwegen een einde werd gemaakt. Sindsdien zwaait Kris Binon met het dirigeerstokje.

In 1998 neemt Frans Moldenaers na vele jaren trouwe dienst en inzet ontslag als secretaris en werd opgevolgd door Raf Pillaert die op zijn beurt recent ontslag nam en wordt opgevolgd door Stef Poedts.
Sinds begin 2005 werd het secretariaatswerk overgedragen aan Marc Swennen.

Ook enkele nieuwe initiatieven vonden ingang :

Concerten in pretparken zoals in het Meli Park en Dadipark.

Ontspannings-weekends naar Canterbury, Straatsburg, Trier en de Moezel.

Het organiseren van Play-In’s.

Tot daar de voorbije 55 jaar in een notendop.

Nog steeds treedt Kunst en Vermaak zo’n twintig maal per jaar op : bij bevriende korpsen uit de buurt maar ook in Lovenjoel zelf ter gelegenheid van de openluchtmis met Hoogwaardig en 15 augustus. Jaarlijks zijn er de driedaagse Pinksterfeesten die zowat uitgegroeid zijn tot het traditionele dorpsfeest bij uitstek.

2006 was om twee redenen een sleuteljaar voor de fanfare. Na negen jaar dirigeren en instrumentles geven, verliet Kris Binon Kunst en Vermaak, om zich volledig te wijden aan zijn onderwijsopdracht. Door Kris binnen te halen, ruilde onze aller fanfare de ervaring van de vorige dirigent in voor vernieuwing. Zo zorgde Kris voor een origineel en wervelend repertorium.

Met onze nieuwe dirigent, Rudi Dehaes, opteert de fanfare voor ervaring én continuïteit. Rudi is immers al jaren actief als muzikant en dirigent. De weg die Kris insloeg, bewandelt hij met ons verder, maar dan aangevuld met de nodige ‘special effects’.

In 2006 overleed onze voorzitter, Toon Pillaert, heel onverwacht en veel te vroeg. Bestuurslid Jan Van Audenhove nam de fakkel over. Geen sinecure, maar het bestuur, de dirigent en alle muzikanten staan achter hem en verlenen hun steun waar het kan.

Bij de aanvang van het nieuwe seizoen in augustus 2007 kunnen we zeggen dat we allen op elkaar ‘ingespeeld’ zijn en voluit gaan voor nieuwe muzikale uitdagingen.

Vandaag de dag telt de fanfare ongeveer 40 muzikanten terwijl nog een 15-tal jongeren momenteel in opleiding zijn.