WPSF FACTS & FIGURES

 

 

 

 

 

 

 

ONTSTAAN ñ

 

 

Het WPSF, georganiseerd door de Yamaha Music Foundation, werd officieel gelanceerd in 1970 als een jaarlijks terugkerend evenement met als doel "vreugde te brengen onder de volkeren via muziek". Bij de oprichting werd op filantropische wijze gedeclameerd:

 

"The only thing with a universal emotional appeal that the people throughout the world can truly share today is music. The World Popular Song Festival is held with the hope that the joy of music will not be tarnished by the influence of politics or economics."

 

Met dat ideaal voor ogen werd besloten het Festival open te stellen voor deelnemers uit alle landen en windstreken. Geen grenzen, geen politieke ondertoon.

 

De geestelijke vader van het WPSF was de Japanner Genichi Kawakami, voorzitter van de Yamaha Music Foundation. Eind jaren '60 was de man naarstig op zoek naar een gepast middel om de ontwikkeling van muziek actief te promoten. Eerst richtte hij internationale muziekklassen op, maar algauw zag hij de dingen nog grootser.

 

In eigen land had Yamaha reeds een succesvolle, nationale muziekwedstrijd op poten gezet (de voorloper van het latere Popular Song Contest of kortweg Popcon). Toen het verzoek binnenrolde van een internationaal muziekfestival uit het buitenland om enkele Japanse liedjes en artiesten uit Yamaha's muziekwedstrijd af te vaardigen, ging bij voorzitter Kawakami een lampje branden. Hij besloot zijn koffers te pakken en een aantal toonaangevende, internationale muziekfestivals in diverse landen bij te wonen. Kawakami keerde terug naar Tokio met de conclusie dat de jureringsmethode van deze festivals vaak ambigu in elkaar stak en de organisatie niet altijd vlotjes verliep. (Denken we maar aan het jureringsdebacle tijdens het Eurovisiesongfestival van 1969.)

 

Genichi Kawakami

Zo nam Kawakami in juli 1970 het besluit om een onafhankelijk, internationaal muziekfestival op te starten dat jaarlijks rond half november in de gigantische Nippon Budokan Hall van Tokio zou plaatsvinden. Vier maanden later, op 20 november, was Kawakami's festivaldroom een feit: het First Tokyo International Popular Song Festival kon van start gaan. In die tijdspanne had het selectiecomité zich een muzikale weg gebaand door 584 inzendingen uit 47 landen. Uiteindelijk haalden 44 liedjes uit 37 landen het podium in Tokio.

 

Budokan Hall (hoofdingang)

 

Het WPSF verwierf door de jaren een hoogstaande reputatie. Aan de basis lagen enerzijds de kwaliteit van de geselecteerde nummers en de vaak grote namen (in spe) die het podium betraden of een nummer componeerden. Anderzijds speelden ook de bijzondere jureringsmethode, de grote prijzenkast en de perfecte organisatie met uitmuntende orkesten, state-of-the-art geluidssystemen en spectaculaire decors een aanzienlijke rol.

 

Driemaal kreeg het WPSF zelf een prestigieuze onderscheiding, waaronder de "Bronze Prize for Best Organizer" (1973) en "Best Music Festival in the World" uitgereikt door de International Federation of Festival Organizations (FIDOF). Toch blijven mooie liedjes niet duren. Na een afgeblazen editie in 1988 werd in het najaar van 1989 met een speciale verjaardagseditie afscheid genomen van het meest kosmopolitische liedjesfestijn ooit.

 

 

DEELNEMERSVELD ñ

 

 

Aangezien het Festival openstond voor deelnemers (solisten en groepen) uit alle landen, konden zich per land meerdere artiesten met één of meerdere nummers inschrijven.

 

Raakten de nummers voorbij de selectiecommissie, dan konden meerdere inzendingen uit (of voor) eenzelfde land zich laten horen op het podium in Tokio. De eerste selectie, d.w.z. de nummers wier uitvoerders al dan niet een vliegtuigticket naar Japan mochten reserveren, gebeurde op basis van een tape-screening. Yamaha voerde ook actief promotie bij platenmaatschappijen, onder meer via een stand op de internationale muziekbeurs in Cannes. Soms werd zelfs een rechtstreekse uitnodiging tot deelname gericht aan een bekende artiest of een ster in wording.

 

Het deelnemersveld (overseas entries)

van het 1ste WPSF

 

 

Diverse landen, zoals Japan, Australië, Nieuw-Zeeland, Hong Kong, Indonesië, Filipijnen en Zuid-Korea, verkozen vaak hun inzending via een eigen, nationale wedstrijd die werd georganiseerd in samenwerking met het WPSF. In de loop der jaren organiseerde Yamaha zelf diverse nationale preselecties die telkens op tienduizenden inschrijvingen konden rekenen (zie verder).

 

Zo selecteerde Japan jaarlijks de winnende liedjes van één of meerdere nationale muziekwedstrijden (Popcon, Music Competition Contest, Nemu Popular Song Festival, Light Music Contest), al dan niet aangevuld met enkele veelbelovende debutanten verkozen via speciale audities. Niet te verwonderen dus dat Japan vaak meer dan vier deelnemende liedjes per WPSF-editie had (van 1974 t.e.m. 1977 zelfs acht). Uit de buitenlandse inzendingen werden jaarlijks gemiddeld 30 à 40 liedjes weerhouden voor deelname aan het WPSF (grootste aantal deelnemers op het WPSF: 47 liedjes uit 38 landen in 1971).

 

Reclameposter voor de

Japanse preselecties 1973

 

 

Weetjes

 

·         Japan buiten beschouwing gelaten, vaardigde het Verenigd Koninkrijk het grootste aantal artiesten af voor het WPSF: 47. Topjaren waren 1972, 1976 en 1978 met telkens vier inzendingen. Op de tweede plaats staan de Verenigde Staten met 44 inzendingen.

 

  • Het WPSF 1971, 1972, 1974 en 1976 telden elk afzonderlijk het grootste aantal deelnemende artiesten: 46.

 

  • Het WPSF 1987 telde het kleinste aantal deelnemende artiesten: 16.

 

  • De absolute recidivisten van het WPSF zijn Claude Lombard, Senay en het Zwitserse trio Peter, Sue & Marc: elk stonden ze driemaal op het WPSF-podium. Claude Lombard (België) was tweemaal present met de poppy meisjesgroep Les Nanas (in 1972 & 1974) en één keer solo (in 1979). Senay vertegenwoordigde Turkije in 1971, 1973 en 1976. Peter, Sue & Marc verdedigden de Zwitserse kleuren op het WPSF van 1971, 1972 en 1974.

 

  • Slechts één artiest stond ooit met twee verschillende liedjes in eenzelfde Festivaleditie: Gali Atari in 1971 met de nummers "All Free" and "Give Love (Away)".

 

  • De WPSF-artiest met de kortste naam (3 letters) was: Eva (Brazilië - WPSF 1976).

 

  • De WPSF-artiest met de langste naam (21 letters) was: Guillermo Basterrechea (Spanje - WPSF 1975).

 

  • De meest succesvolle artiest op het WPSF was Gilda Giuliani: in 1973 won zij de Grand Prix voor haar vertolking van "Parigi A Volte Cosa Fa" en in 1978 behaalde ze de tweede plaats met "Due Parole".

 

 

 

 

LANDEN ñ

 

 

In totaal dongen 115 landen, d.w.z.  bijna drievierde van alle landen ter wereld, ooit mee naar een podiumplaats in het WPSF. Ook buitenbeentjes, zoals Taiwan, Cuba, Nigeria, Zaïre, Zuid-Viëtnam, Uruguay en Ceylon, waren ooit één of meerdere keren van de partij in de Nippon Budokan Hall.

 

Het recordaantal buitenlandse (= niet-Japanse) inzendingen voor één jaar werd genoteerd in 1986: 2072 ingezonden nummers uit 58 landen. Het merendeel van de buitenlandse inzendingen kwam jaarlijks uit Europa (+/- 40%), gevolgd door Noord-Amerika (+/- 25%) en Azië (+/- 20%, zonder Japan). Het resterende percentage (+/- 15%) kwam uit Zuid-Amerika, Oceanië en Afrika.

 

Weetjes

 

  • Het WPSF 1971 telde het grootste aantal deelnemende landen: 38.

 

  • Het WPSF 1988 telde het kleinste aantal deelnemende landen: 8.

 

  • Slechts vier landen hebben alle Festivaledities op hun palmares staan: Italië, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Twee landen misten er eentje: Frankrijk (in 1987) en Indonesië (in 1970).

 

·         Twaalf landen namen slechts één keer deel aan het WPSF: Curaçao (1972), Ijsland (1972), Libanon (1981), Luxemburg (1975), Monaco (1976), Nigeria (1972), Pakistan (1971), Paraguay (1977), de Sovjet-Unie (1976), Taiwan (1982), Uruguay (1971) en de Verenigde Arabische Emiraten (1970).

 

  • België en Nederland stonden 9 keer samen in een zelfde Festivaleditie (10 keer indien het damestrio Luv' niet zou hebben afgehaakt). Bij die gezamenlijke optredens haalde België drie keer een betere notering.

 

  • In het palmares van België ontbreekt enkel een Grand Prix-overwinning: zowel de tweede als de derde finaleplaats werden ooit door een Belgische inzending op het WPSF veroverd. De hoogste notering die Nederland behaalde, was eveneens de 2de plaats in 1987 met Nadieh en "Haifa Blue".

 

·         De Bondsrepubliek Duitsland (BRD) en de Duitse Democratische Republiek (DDR) stonden 3 keer broederlijk samen in een zelfde Festivaleditie: 1973, 1976 en 1981. Bij die gezamenlijke optredens haalde de BRD twee keer een betere notering.

 

  • Eén keer, in 1976, stonden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie samen op het Yamaha-podium. De U.S.S.R. stuurde toen Ludmila Barykina, de Verenigde Staten werd vertegenwoordigd door twee duo's (Lee Mark Spiro & Home Brew en William Tragesser & Kelly Stevens).

 

  • Alle Scandinavische landen - Denemarken, Finland, Ijsland, Noorwegen en Zweden - waren ooit één of meerdere keren present op het WPSF. In 1970 stonden Denemarken, Finland en Zweden aan de aftrap van het eerste Yamaha Festival. Met uitzondering van Ijsland, dat slechts één keer deelnam in 1972, waren ze in 1974 alle van de partij. Noorwegen kaapte toen zelfs de Grand Prix weg. De tweede beste Scandinavische prestatie staat eveneens op naam van Noorwegen: 3de plaats in 1986 (met Kate en "Carneval") en in 1987 (met Fra Lippo Lippi en "Angel"). Op enige afstand volgen Finland met een 7de plaats in 1970 en Denemarken met een 12de plaats in 1985. Ijsland en Zweden raakten nooit verder dan de halve finales.

 

  • Het grootste aantal nieuwkomers werd verwelkomd voor de tweede editie van het WPSF: 8 nieuwe landen kregen toen een plaatsje in het Festival (Ceylon, Ierland, Indonesië, Jamaica, Pakistan, Turkije, Uruguay, Venezuela). Zes landen zouden nog een aantal malen terugkeren.

 

  • De succesvolste nieuwkomer (de overwinning van Israël op het eerste Festival niet meegerekend) was ongetwijfeld Noorwegen: de eerste deelname van het land (in 1974 met Ellen Nikolaysen) was meteen goed voor een Grand Prix-overwinning. Een prestatie die door geen enkele nieuwkomer ooit werd geëvenaard. Enkel Paraguay kwam enigszins in de buurt met een derde plaats tijdens zijn debuut op het WPSF van 1977.

 

  • De meest besproken en verrassende nieuwkomers waren Pakistan (in 1971), Nigeria (in 1972), Cuba (in 1974), de Sovjet-Unie (in 1976), Libanon (in 1981) en Taiwan (in 1982).

 

  • De laatste nieuwkomer op het WPSF was China.

 

 

 

 

FESTIVALDAGEN ñ

 

 

Teneinde het grote deelnemersveld in goede banen te leiden, werd het Festival van 1970 t.e.m. 1982 gehouden over drie opeenvolgende dagen. Alle geselecteerde inzendingen (= buitenlandse en Japanse) werden gespreid over de eerste en tweede dag van het Festival. Die twee dagen fungeerden als halve finales, waaruit gemiddeld 15 à 20 liedjes doorgingen naar de Grote Finale op de derde dag. Om de Japanse toehoorders in de zaal en de eigen muziekindustrie tevreden te stellen, gingen steeds minstens 3 à 5 Japanse inzendingen door naar de finale.

 

Toen vanuit het publiek (en de TV-wereld) de wens groeide om alle Japanse inzendingen en de beste buitenlandse nummers te zien en te horen op eenzelfde dag, werd vanaf de 14de editie in 1983 het Festival beperkt tot twee dagen. Op de eerste dag kwamen alle buitenlandse deelnemers aan bod (21 dat jaar), waaruit er 13 werden weerhouden voor de finale. Alle Japanse inzendingen (5) kregen echter onmiddellijk een finaleplaatsje.

 

In 1984 en 1985 bleef de tweedagen-structuur behouden, maar kwamen op de eerste dag alle buitenlandse én alle Japanse deelnemers aan bod, waaruit vervolgens de beste buitenlandse en de beste Japanse nummers werden geselecteerd voor de finale.

 

Vanaf 1986 werd het Festival beperkt tot één dag (enkel een finale).

 

 

PUBLIEK ñ

 

 

En over het publiek gesproken: ieder jaar opnieuw zakten voor elk van de WPSF-dagen bijna 30.000 toeschouwers af naar de Nippon Budokan Hall.

 

Net als het Eurovision Song Contest was ook het WPSF een pan-continentaal TV-event, maar dan aan Aziatische zijde. Vandaar ook de bijnaam van het WPSF: The Oriental Eurovision. Meestal werd de finale (en/of een samenvatting van de show achteraf) via één of meerdere Japanse radio- en televisiezenders, waaronder Fuji TV, uitgezonden. Het 10de WPSF bijvoorbeeld werd gevolgd door meer dan 30 miljoen TV-kijkers in Japan, en wereldwijd door zo'n 100 miljoen.

 

Voor buitenlandse artiesten was het WPSF dan ook een uniek medium om eensklaps een groot aantal Japanse en Aziatische muziekliefhebbers te bereiken. Bij de 17de editie in 1986 waren ook de BBC (TV en Radio 1) en Televisa Mexico van de partij. Het Verenigd Koninkrijk werd toen vertegenwoordigd door The Flaming Mussolinis met "Angels Fall Down" en Mexico door het populaire damestrio Pandora met "Adorable Ladron" (Lovely Thief).

 

 

FESTIVALTHEMA ñ

 

 

In de beginperiode kreeg het WPSF een thema opgeplakt, maar veel verder dan een catchy slagzin ging deze thematisering niet. We zetten ze even op een rijtje:

  • "Here Comes The Sun!" (WPSF '70),
  • "Love" (WPSF '71),
  • "Clap Your Hands" (WPSF '72),
  • "Mother, It's A Song" (WPSF '73),
  • "We're Sun-Lovers" (WPSF '74) en
  • "Clap Your Hands, Tap Your Hearts" (WPSF '76).

 

 

 

Festivalthema 1972

TAALKEUZE ñ

 

 

Met z'n allen in het Engels dan maar?

 

De taalkeuze op het WPSF was vrij. Met de aanwezigheid van één of meerdere deelnemers voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland, de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland op het merendeel van de Festivaledities kon het Engels uiteraard rekenen op een goede vertegenwoordiging. Ook de meeste Aziatische landen, zoals Singapore, Hong Kong, Maleisië, Taiwan, Sri Lanka, Thailand en Ceylon, waar het Engels vaak een tweede landstaal is omwille van economische redenen, sloten zich bij de Angelsaksische groep aan (met uitzondering van grote broer China).

 

Eurovisielanden

 

Van de 36 landen die tot op heden deelnamen aan het Eurovisiesongfestival, stonden er 27 met één of meerdere inzendingen op het WPSF-podium. Koplopers zijn het Verenigd Koninkrijk met 43 nummers, Frankrijk met 37 en Italië met 31. Eurovisie-landen die op het WPSF massaal of overwegend in het Engels zongen (naast het Verenigd Koninkrijk en Ierland natuurlijk), waren:

  • Nederland (15 Engelstalige nummers op een totaal van 15 deelnemers),
  • Zwitserland (7 op 10),
  • Oostenrijk (5 op 8),
  • Israël (6 op 7),
  • Zweden (4 keer Engels en 1 keer Frans op een totaal van 6),
  • Noorwegen (4 op 5),
  • Denemarken (4 op 5),
  • Turkije (3 keer Engels en 1 keer Frans op een totaal van 4).

 

Ijsland en Luxemburg waren beide één keer van de partij op het WPSF en hadden toen elk eveneens een Engelstalige inzending. Ijsland stuurde Jónas & Einar in 1972 met "When I Look At All Those Things" en Luxemburg had Joan Orleans in 1975 met "Give Me Any Sentimental Reason".

 

Bij de overige 15 Eurovisie­-landen waren minstens de helft van de geselecteerde inzendingen in (één van) de eigen landsta(a)l(en). Vooral Frankrijk, Portugal en Spanje stonden op hun nationale strepen. België had in totaal 15 geselecteerde WPSF-nummers, waarvan 8 in het Frans (eentje zelfs met een Spaans refrein), 6 volledig in het Engels en 1 voor de helft in het Nederlands (de andere helft in het Engels).

 

Centraal- & Zuid-Amerika

 

Ook de Centraal- en Zuid-Amerikaanse landen bleven overwegend trouw aan hun roots en stonden op het WPSF-podium met een nummer in het Spaans of het Portugees. Enkel Jamaïca koos pertinent voor het Engels, maar daar zat ongetwijfeld het internationale karakter van de reggae voor iets tussen.

 

Algemeen kunnen we stellen dat van WPSF '70 t.e.m. WPSF '80 ongeveer de helft van het totaal aantal deelnemende inzendingen werden gezonden in het Engels. Dat geldt ook voor de nummers in de finale. Topjaar voor het Engels was echter 1971 met 29 Engelstalige songs (op een totaal van 47 deelnemende liedjes) en 17 Engelstalige songs in de finale (op een totaal van 25). Na een kleine piek in het aantal Engelstalige selecties in WPSF '81 (17 op 29) en WPSF '82 (17 op 30) viel het Engelstalige aandeel terug op een derde in de vier volgende edities (WPSF '83 t.e.m. WPSF '86). De laatste (gewone) WPSF-editie (1987) was opnieuw een Angelsaksisch gebeuren: 12 van de 16 deelnemers brachten hun nummer in het Engels.

 

En wat met de winnaars?

 

Wel, van de 21 buitenlandse (= niet-Japanse) artiesten die ooit de WPSF Grand Prix in de wacht sleepten, zongen er 16 (!) in het Engels, 2 in het Italiaans (voor Italië), 2 in het Spaans (voor Cuba en Argentinië) en 1 in het Frans (voor Frankrijk). De 16 Engelstalige GP-winnaars kwamen voor de helft uit het Verenigd Koninkrijk (5 winnaars) en de Verenigde Staten (4). Australië, Noorwegen, Israël, Hongarije, Canada, Jamaïca en Mexico schreven elk één Engelstalige overwinning op hun palmares. Is "world pop" dan toch in hoofdzaak een Angelsaksisch gebeuren?

 

 

PRIJZENKAST ñ

 

 

De prijzenkast van het WPSF is een verhaal op zich. In de 20-jarige geschiedenis van het Festival werden maar liefst 283 prijzen uitgereikt, verspreid over 8 verschillende Award-categorieën. Meerdere prijzen per Festival dus, maar ook meerdere artiesten die eenzelfde prijs of zelfs meerdere prijzen tijdens een Festivaleditie in de wacht sleepten.

 

De hoogste eer voor een WPSF-deelnemer was uiteraard de Grand Prix. Nadat deze in 1973 aan vier verschillende artiesten werd uitgereikt (uit USA, UK, Italië & Japan), werd besloten om vanaf het 5de WPSF de Grand Prix uit te reiken aan één Japanse artiest (Grand Prize Japan) en aan één buitenlandse artiest (Grand Prize International).

 

Klik hier voor een overzicht van alle Grand Prix-winnaars.

 

Hieronder een overzicht van de 37 Grand Prix-zeges per continent, land en taal:

 

Continent

Region

Country

Language

GP System

Pre-1974*

GP System '74-'88**

Grand Total

Europe

West

United Kingdom

English

2

3

5

Italy

Italian

1

1

2

France

French

1

 

1

Norway

English

 

1

1

Central & East

Hungary

English

 

1

1

 

 

 

 

10

America

North

U.S.A.

English

1

3

4

Canada

English

 

1

1

Central & Caribb

Mexico

English

 

1

1

Jamaica

English

1

 

1

Cuba

Spanish

 

1

1

South

Argentina

Spanish

 

1

1

 

 

 

 

  9

Oceania

 

Australia

English

 

1

1

 

 

 

 

  1

Asia

Far East

Japan

Japanese

2

14

16

Middle East

Israel

English

1

 

1

 

 

 

 

 

17

Africa

-

-

-

-

-

-

 

 

 

 

0

Grand Total

 

 

 

 

 

37

 

* GP System Pre-1974: more than 1 Grand Prix Winner possible per festival edition

** GP System 1974-1989: 1 International GP Winner & 1 Japanese GP Winner

 

 

Vanaf het 1ste Festival bestonden er ook drie andere populaire prijzen die vaak aan meerdere artiesten per editie werden toegekend:

  • de Most Outstanding Performance Award (MOPA),
  • de Outstanding Performance Award (OPA) en
  • de Outstanding Song Award (OSA).

 

In 1971 viel deze laatste in handen van maar liefst 12 artiesten uit 12 verschillende landen. Het prijzenjaar bij uitstek was 1976 met 2 Grand Prizes, 2 Most Outstanding Performance Awards, 5 Outstanding Performance Awards en 11 Outstanding Song Awards. Een totaal van 20 onderscheidingen op een deelnemersveld van 46 artiesten, waaronder 25 finalisten.

 

Awards (WPSF 1979)

Als reactie op het steeds toenemende aantal Brits en Amerikaans gekleurde inzendingen (en winnaars) besloot voorzitter Kawakami na afloop van het 5de Festival een speciale, naar zichzelf genoemde prijs uit te reiken aan de inzendingen (3) die dat jaar de nationale eigenheid of ethnische kleuring op een bijzondere manier hadden naar voren gebracht. Kawakami Awards werden eveneens uitgereikt in 1975 (2), 1979 (1), 1980 (1), 1981 (1), 1982 (2), 1983 (2), 1985 (2), 1986 (1) en 1987 (1).

 

Vanaf het 6de Festival kregen de winnaars van de Grand Prix en de Most Outstanding Performance Award een gouden medaille, de winnaars van de andere awards een zilveren exemplaar. Deze medailles waren ontworpen door Yasusuke Adachi, één van de top designers van traditionele, Japanse voorwerpen, die zich voor zijn WPSF-creatie had geïnspireerd op de Japanse dotaku (oud, bronzen belletje).

 

In 1981 verdween de Outstanding Performance Award uit de prijzenkast. Een Best Song Award kwam in de plaats, maar verdween na 1982 opnieuw uit het aanbod.

 

In 1986 werd de prijzenpot een laatste maal herschikt: naast de Grand Prize Japan, de Grand Prize International en de Kawakami Award kwamen een Best Singer Award, een Golden Award en een Audience First Choice Award op het verlanglijstje te staan. Deze laatste onderscheiding (in 1987 veranderd in de Audience Selection Award) werd toegekend aan de inzending die bij het publiek in de zaal op de meeste bijval kon rekenen.

 

Achter de Grand Prix stak ook een aanzienlijk bedrag: op het 1ste Festival werd een totaalbedrag van $4.000 toegekend aan het winnende lied en de artiest, $4.500 op het 4de en 5de Festival, $5.000 vanaf het 6de Festival, en een laatste verhoging tot $10.000 vanaf het 11de Festival. Ook achter de andere prijzen stak een geldbedrag, gaande van $200 (Outstanding Performance Award) tot $1.500 (Outstanding Song Award) in 1970 en van 2.000 (Kawakami Award) tot 3.000 (Best Song Award, Golden Award) in 1987. De enige prijs zonder geldbedrag was de Audience First Choice Award. 

 

 

Weetjes

 

  • 16 Grand Prix-winnende liedjes werden gezongen in het Japans, eveneens 16 in het Engels, 2 in het Spaans, 2 in het Italiaans en 1 in het Frans.

 

  • Wat de "samenstelling" betreft, kunnen de international Grand Prix-winnaars (zonder Japan) als volgt worden opgesplitst: Dame: 11 - Heer: 3 - Duo: 2 - Groep: 5.

 

  • In 1973 werd de Grand Prix uitgereikt aan 4 verschillende landen: Italië (Gilda Giuliana), Japan (Yoshimi Hamada), het Verenigd Koninkrijk (Keeley Ford) en de Verenigde Staten (Shawn Phillips).

 

  • Het Verenigd Koninkrijk scoorde als enige land in de WPSF-geschiedenis een Grand Prix-dubbelzege én een Grand Prix-hattrick. Het land behaalde tweemaal na elkaar de overwinning: in 1972 met Capricorn ("Feeling") en in 1973 met Keeley Ford ("Head Over Heels"). En scoorde vervolgens een hattrick in de tweede helft van de jaren '70: in 1977 met het trio Rags ("Can't Hide My Love"), in 1978 met Tina Charles ("Love Rocks") en in 1979 met Bonnie Tyler ("Sitting On The Edge Of The Ocean").

 

  • Op een eervolle tweede plaats staan de Verenigde Staten met 4 overwinningen: in 1973 met Shawn Phillips ("All The Kings And Castles"), in 1980 met Mary Macgregor ("What's The Use?"), in 1982 met Anne Bertucci ("Where Did We Go Wrong?") en in 1986 met Stacy Lattisaw ("Longshot").

 

  • Op de derde plaats staat Italië met 2 overwinningen: in 1973 met Gilda Giuliana ("Parigi A Volte Cosa Fa") en in 1976 met Franco & Regina ("Amore Mio").

 

 

 

 

MUZIEKSTIJL ñ

 

 

Het kosmopolitische deelnemersveld zorgde er uiteraard voor dat op het WPSF alle mogelijke varianten en variaties binnen de krijtlijnen van het "populaire lied" aan bod kwamen: van zeemzoete popballades en poëtische luisterliedjes tot up-tempo rocksongs en vrolijke discodeuntjes, van bombastische festivalnummers tot ongekunstelde folk en ethnische songs. Maar ook blues, jazz, R&B, country en hard rock werden niet geschuwd.

 

Vanaf de jaren '80 maakten de synthesizers hun intrede en legden vele artiesten hun oor te luister in de Britse en Amerikaanse hitparades.

 

Het exotische tintje kwam meestal uit Zuid-Amerikaanse landen die hun nummers met een flinke scheut samba, reggae of flamenco wisten te kruiden.

 

LIEDJES ñ

 

 

In het 20-jarige bestaan van het WPSF werden meer dan 500.000 nummers (!) rechtstreeks of via nationale preselecties ingezonden, waaronder een gigantisch aantal uit Japan zelf. Voor het Festival zelf werden ongeveer 650 liedjes geselecteerd.

 

Ingezonden nummers dienden:

(1) te behoren tot het populaire genre en

(2) onuitgegeven te zijn of gepubliceerd na januari van het desbetreffende Festival-jaar.

Die laatste regel werd af en toe door een nationale inzending niet gerespecteerd, wat uiteindelijk leidde tot disqualificatie (soms zelfs nog tijdens het Festival).

 

Weetjes

 

·         Het WPSF 1971 telde het grootste aantal deelnemende liedjes: 47.

 

·         De liedjes met de kortste titel (3 letters) waren: "Bus" (Colombia - WPSF 1974), "Bia" (Brazilië - WPSF 1977), "S.O.S." (Frankrijk - WPSF 1978) en "You" (Verenigd Koninkrijk - WPSF 1979).

 

·         Het liedje met de langste titel (34 letters) was: "I Think Our Love's Something Like That Too" (Zuid-Korea - WPSF 1980).

 

  • Het merendeel van de WPSF-liedjes kunnen gecatalogeerd worden onder een vijftal terugkerende (universele) thema's:

        

(1) Liefde

(2) Geografische aanduidingen

- Planeten & de wereld

- Landen & Steden

- Zeeën & Rivieren

(3) Namen

- Meisjesnamen

- Jongensnamen

- Koosnaampjes

(4) Natuurkundige verschijnselen

- Weerkundige elementen

- Hemellichamen

- Seizoenen

- Bloemen & Planten

(5) Tijdsbepalingen

- De Tijd (algemeen)

- Dagen & Nachten

 

 

Elk van die thema's leverde bovendien meerdere Grand Prix-winnaars op:

(1)    Un Jour L'Amour, Amore Mio, Can't Hide My Love, Love Rocks

(2)    Parigi A Volte Cosa Fa (Parijs), Sitting On The Edge Of The Ocean, Take On The World

(3)    I Dream Of Naomi, Anata

(4)    Flower Thief, Winter Flower

(5)    Someday, Time Goes Around, Goodbye Morning, Time Goes By, The Train For Tomorrow

 

 

 

JURERERINGSMETHODE ñ

 

 

De jurering op het WPSF was in handen van "amateurs". Volgens de organisatoren van het Festival was dat een garantie voor een eerlijke puntentoekenning, en ook de meeste artiesten reageerden positief op het systeem: "The fact that a song is judged on its own merits, and not by how well-known the composer or singer is, is really wonderful," en "It's really good to be judged by amateurs. Because music is something that should be judged by ordinary people," waren vaak gehoorde reacties.

 

Er waren twee groepen: Japanse juryleden en "internationale" juryleden. Elk jaar opnieuw werden voor beide groepen nieuwe juryleden verkozen.

 

De Japanse jury werd samengesteld via publieke sollicitaties. Wie zijn kandidatuur indiende, ontving een formulier voor een gesimuleerde jurering van elk van de muziekcategorieën in het nationale Popcon-festival dat werd georganiseerd in het voorjaar. De formulieren dienden vervolgens te worden teruggestuurd naar Yamaha, waar de staf zich over de evaluaties boog. Uiteindelijk werden 15 Japanse kandidaten geselecteerd als WPSF-juryleden. Bij het selectieproces speelden enkele factoren een doorslaggevende rol: het vermogen om open te staan voor nieuwe talenten en zich niet te laten leiden door de bekendheid van een artiest of componist, coherent te zijn in de becommentariëring van de songs,… Bovendien werd gestreefd naar een balans in leeftijd tussen de verschillende juryleden.

 

Voor de selectie van de "internationale" juryleden werden via Engelstalige kranten publieke sollicaties gehouden onder de buitenlandse residenten in Japan. Er werd een gesimuleerde jurering gehouden over een tijdspanne van twee dagen en aan de kandidaten werd gevraagd deel te nemen aan een 1-uur durende discussie. Via dat proces werden 7 buitenlandse juryleden geselecteerd. Een van leden van de internationale jury was ooit Jonathan Rice, Japan-kenner en co-auteur van "The Complete Eurovision Song Contest Companion" (Pavilion Books Ltd).

 

Voorzitter van de jury was Mr Kawakami himself.

 

 

HITPARADESUCCESSEN ñ

 

 

Een groot aantal inzendingen voor het WPSF werden nationale en/of internationale hits. De grootste hitparadesuccessen waren ongetwijfeld:

  • in Azië: "I Dream Of Naomi" (Israel, WPSF 1970) met 660.000 verkochte exemplaren in Japan (werelwijd 2 miljoen);
  • op het Amerikaanse continent: "Kyrie" (USA, WPSF 1985), de Billboard N° 1 van Mr. Mister, en "New Looks From An Old Lover" (USA, WPSF 1982), de "country cross-over n°1"-hit van B.J. Thomas.
  • in Europa: "I Maschi" (Italië, WPSF 1987), de Europese miljoenenhit van Gianna Nannini;
  • in Australië/Nieuw-Zeeland: "Pinocchio" (Nieuw-Zeeland, 1970), de nummer 1-hit van Maria Dallas.

 

Hieronder een (beperkt) lijstje met nationale en internationale WPSF-hits:

 

Song Title

WPSF

Country

Hitparade Country

Year

Highest

Hit Position

Number of weeks / Records sold

I Dream Of Naomi

Israel

Japan

1970

1

2 million copies

(666.000 Japan)

Falling In Love With You

Australia

Australia

1970

1

32 weeks

Pinocchio

New Zealand

New Zealand

1970

1

 

Round And Round (Mallemeule)

South Africa

South Africa

1970

13

 

Un Nouveau Jour Va Se Lever

Canada

Canada

1971

7

8

Bestseller

Belgium

Belgium

1971

76 (Top 100)

 

Take Your Leave

New Zealand

New Zealand

1971

Top 10

 

Don't You Know Its Magic

Australia

Australia

1972

 

 

My, My, My

Canada

Canada

1972

3

 

Feeling

UK

Japan

1972

3

 

Life Is Just For Livin'

Jamaica

Jamaica

1972

 

 

Hitch A Ride On A Smile

Australia

Australia

1973

 

 

Masquerade

New Zealand

New Zealand

1973

11

 

If You Hold My Hand

Spain

Netherlands

1973

9

8 weeks

Spain

Belgium

1973

94 (Top 100)

 

I Believe In Love

Netherlands

Netherlands

1973

31

4 weeks

Can We Just Stop And Talk Awhile

Philippines

Philippines

1973

 

 

Tuoî Biêt Buôñ

Vietnam

Vietnam

1973

 

 

Que Diacho De Dor

Brazil

Brazil

1974

74 (Top 100)

 

Elizabeth

Australia

Australia

1975

 

 

Lucky Man

Mexico

Mexico

1975

 

 

On The Loose (Again)

Australia

Australia

1976

Top 20

 

Can't Hide My Love

UK

Japan

1977

70

27.000 copies

Ride Ride America

Australia

Australia

1977

 

 

We Gotta Get Out Of This Place / Take The Best Of Me

West Germany

Netherlands

1979

26

4 weeks

Morning Man

USA

USA

1980

68

 

Star / Give It Up

UK

Netherlands

1981

Tip

 

Tingalingaling / Be My Lover Tonight

Netherlands

Netherlands

1981

29

3 weeks

Dancing In Madness

Sweden

Denmark

1982

Top 10

 

Sweden

Belgium

1982

Top 20

 

Tellement J'Ai D'Amour Pour Toi

France

Canada

1982

 

100.000 copies

New Looks From An Old Lover

USA

USA

1982

1

Country charts

Vivi

Italy

Italy

1983

18

 

So Viele Lieder Sind In Mir (LP)

West Germany

Switzerland

1983

20

1 week

Duizend Liedjes

West Germany

Netherlands

1984

Tip

 

Time Goes By

Hungary

Japan

1983

 

 

Time Goes By (cover)

Hungary

Netherlands

1984

Tip

 

How Many

Canada

Canada

1985

Top 10

 

Kyrie

 

USA

USA

1985

1

 

USA

UK

1986

11

 

USA

Netherlands

1986

6

10 weeks

Got To Be Certain

Australia

Netherlands

1988

Tip

 

Take On The World

Australia

Japan

1987

 

 

Hold Me

Belgium

Japan

1987

 

 

Dance Desire

Canada

Canada

1987

Top 20

 

The Circus

UK

UK

1987

6

 

I Maschi

Italy

Italy

87/88

4

 

Tell Me

UK

Italy

1988

1

 

 

 

NIPPON BUDOKAN HALL ñ

 

 

De Nippon Budokan Hall werd gebouwd als arena voor Japanse vechtsporten ter gelegenheid van de Olympische Spelen '64 in Tokio. Het achthoekige ontwerp was gebaseerd op de Hall of Dreams van de Horyuji Tempel in Nara. De Nippon Budokan Hall bleef 20 jaar lang de vaste stek van het WPSF.

 

 

 

Nippon Budokan Hall - ingang

 

Constructiefoto's (1963)

 

Ligging van de hal in Tokio

 

 

 

Aerial view

Seating plan

PODIUMONTWERP ñ

 

 

Net als op het Eurovision Song Contest trok ook het jaarlijkse festivalpodium in de Nippon Budokan Hall de nodige aandacht. De artiesten beschikten over een gigantisch actieterrein. Achter hen, vaak verdeeld over de ganse lengte van het podium, zat het orkest. Telkens werd gezorgd voor één of meerdere blikvangers:

  • kleurrijke vlaggen, ballonnen en een regenboog (WPSF '72);
  • met kleurenspots belichte tentzeilen (WPSF '74);
  • een zeppelin (WPSF '76);
  • twee orkestbakken in de vorm van opengeklapte vleugelpiano's (WPSF '77);
  • een zwevende planeet met buitenring en fonkelende sterren (WPSF '79);
  • laserstralen en een glazen piramide (WPSF '80);
  • Griekse tempelzuilen (WPSF '81);
  • een imposante boom met vertakkingen (WPSF '82);
  • een gigantische kandelaar en gedrapeerde stoffen (WPSF '83);
  • lichtbogen (WPSF '84); tentzeilen en lichtgevende bollen (WPSF '85).

 

Vanaf de 1stee WPSF-editie was het podiumontwerp in handen van stage art director Kaoru Kanamori. Deze talentrijke kunstenaar stierf echter op 1 november 1980, twee weken vóór zijn laatste creatie in première ging. Vanaf het 12de Festival werd zijn taak overgenomen door Keiko Miyaka, een leerlinge van Kanamori.

 

In 1987 introduceerde Yamaha - ter gelegenheid van zijn 100ste verjaardag - een state-of-the-art lichtsysteem voor het WPSF, Starlite geheten. Het nieuwe systeem zorgde niet alleen voor een ongeëvenaard niveau van helderheid, maar omvatte een gecomputerizeerde besturing van 2.880 verschillende scènes, evenals kleurschakeringen, lichtstraalaanpassingen en totale coördinatie.

 

 

Podiumontwerp 1980

 

Voor het 18de Festival installeerde Yamaha tevens een nieuw geluidssysteem met Haas-effect. In tegenstelling tot gewone stereo, die gebruik maakt van verschil in geluidsvolume tussen de linker- en rechterkant, was dit systeem gebaseerd op geluidsbron-oriëntatie en het effect dat ontstaat wanneer eenzelfde geluid wordt voortgebracht door de linker- en rechterboxen met een klein verschil in tijd. Ongeacht de zitplaats in de Nippon Budokan Hall was iedere toehoorder verzekerd van een helder en evenwichtig geluid.

 

Klik hier voor een overzicht van alle podiumontwerpen.

 

 

ORKEST ñ

 

 

Voor de muzikale live-begeleiding van de WPSF-artiesten zorgde het gerenommeerde 60-koppige Yamaha Pops Orchestra onder leiding van Kosuke Onozaki en Naoto Otomo. Ook de muzikale openings- en slotceremonie van het Festival (met soms een instrumentale reprise van een winnend nummer) werd in goede banen geleid door het Yamaha-orkest.

 

Vanaf het 17de Festival voegden zich ook buitenlandse muzikanten bij het orkest, onder wie drie topmuzikanten van de West Coast: Rick Marotta (drums), Waddy Wachtel (gitaar) en Nathan East (bass). Op het WPSF 1987 was naast Nathan East ook John Robinson (drums) present.

 

 

 

Repetities orkest (WPSF 1972)

MASTERS OF CEREMONY ñ

 

 

De presentatie van het Festival was steeds in handen van bekende Japanse figuren uit de muziek- en televisiewereld. Hieronder een overzichtje:

 

  • WPSF 1970: Gi'ichi Fujimoto & Kyu Sakamoto
  • WPSF 1971: Gi'ichi Fujimoto, Kyu Sakamoto & June Adams
  • WPSF 1972: Jo Shishido, Celia Paul & Mari Christine
  • WPSF 1973: Kyu Sakamoto & Celia Paul
  • WPSF 1974: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1975: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1976: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1977: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1978: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1979: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1980: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1981: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1982: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1983: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1984: Kyu Sakamoto & Judy Ongg
  • WPSF 1985: Tsunehiko Kamijo & Eriko Kusuda
  • WPSF 1986: Tsunehiko Kamijo & Judy Ongg
  • WPSF 1987: Tsunehiko Kamijo & Judy Ongg
  • WPSF 1988: -
  • WPSF 1989: Tsunehiko Kamijo & Judy Ongg

 

Kyu Sakamoto, die 14 keer de rol van MC waarnam, nam zijn taak bijzonder ter harte: een maand voor het Festival begon hij informatie in te winnen over de deelnemende artiesten en enkele dagen voor het Festival had hij persoonlijke gesprekken met elk van de deelnemers.

 

Tsunehiko Kamijo, die het Festival 4 keer presenteerde, was zelf een deelnemer voor Japan in 1971 en 1973.

 

 

 

Tsunehiko Kamijo

(2 x deelnemer, 1x gastvedette,

4 x presentator)

 

 

INTERVALACTS & GUESTS ñ

 

 

Voor het opvullen van de showtime na de uitvoering van de geselecteerde nummers werd vaak een beroep gedaan op internationale sterren. Artiesten die de Grand Prize in de wacht hadden gesleept, keerden soms het jaar daarop terug voor een gastoptreden. Ook de jeugdige talenten van Yamaha's Junior Original Concert (JOC) waren vaak te gast.

 

Hieronder een overzicht van de intervalacts:

 

·          WPSF 1970: The Carpenters, The Original Cast, Gianni Nazaro, Barbara, Jimmy Smith

·          WPSF 1971: Hedva & David (GP Israel '70), Michel Legrand

·          WPSF 1972: Michel Polnareff, Tsunehiko Kamijo (GP Japan '71), JOC, Suwa Drum Group

·          WPSF 1973: Yamaha's JOC

·          WPSF 1974: Peter, Sue & Marc (OSA Switzerland '71-'72); Akiko Kosaka (GP Japan '73);  JOC

·          WPSF 1975: Yoshimi Hamada (GP Japan '74), Akiko Kosaka (GP Japan '73), Sandy, Kyouko Nakazawa, JOC

·          WPSF 1976: Akira Inaba (OSA Japan '75), JOC

·          WPSF 1977: Rowena Cortes (Participant Hong Kong '76), Pickles, JOC

·          WPSF 1978: Masanori Sera & Twist (GP Japan '77), Crystal Gayle, JOC

·          WPSF 1979: Eric Carmen (composer USA entry '79), JOC

·          WPSF 1980: The Crystal King (GP Japan '79), Junko Yagami (Finalist WPSF '74), JOC

·          WPSF 1981: Tetsuya Itami & Side By Side (GP Japan '80), Chage & Aska, JOC

·          WPSF 1982: Masanori Sera (GP Japan '77), The Crystal King (GP Japan '79), JOC

·          WPSF 1983: dance act, JOC

·          WPSF 1984: Newton Family (GP Hungary '83), JOC

·          WPSF 1985: France Joli (GP Canada '84), JOC

·          WPSF 1986: JOC

·          WPSF 1987: JOC

·          WPSF 1988: -

·          WPSF 1989: And Friends, Stevie Wonder

 

Gastvedette Sandy (WPSF 1975) keerde in 1976 terug als deelneemster voor Japan en behaalde bovendien de Grand Prix. Het kinderkoor Pickles (gastoptreden WPSF 1977) stonden in 1978 samen met de Ierse inzending Géraldine op het podium.

 

 

BESTE COMPONIST ñ

 

 

De meest succesvolle componist op het WPSF was ongetwijfeld Gino Mescoli. Tweemaal veroverde hij met zijn compositie de Grand Prix: in 1973 met "Parigi A Volte Cosa Fa" en in 1976 met "Amore Mio". Een prestatie die geen enkele componist op het WPSF ooit evenaarde. Daarenboven behaalde hij in 1975 de 8ste plaats met "Dialogo Con Una Tromba" en in 1978 zelfs zilver met "Due Parole".

 

 

PALACE HOTEL ñ

 

 

Gedurende hun verblijf in Tokio voor het Festival werden alle geselecteerde deelnemers ondergebracht in het prachtige Palace Hotel, gelegen in het centrum van Tokio met uitzicht op het Keizerlijk Paleis. In het hotel werden ook de welkomst- en afscheidsrecepties evenals de persconferenties georganiseerd.

 

Palace Hotel Tokyo (full view)

 

Palace Hotel - Lobby

Palace Hotel - Cherry Room

 

 

Palace Hotel - Matsnu-No-Ma Room

EPICURUS STUDIOS ñ

 

 

De repetities met groot orkest vonden uiteraard plaats in de eigenlijke Festivalhal, de Nippon Budokan Hall. Maar voor individuele sessies konden de deelnemende artiesten terecht in de Epicurus Studios van Yamaha.

 

Beelden uit de Epicurus Studios van Yamaha (Tokio)

 

 

TOKYO MUSIC FESTIVAL ñ

 

 

Het WPSF is echter niet te verwarren met het Tokyo Music Festival (TMF): een ander prestigieus, internationaal liedjesfestival dat vanaf 1972 jaarlijks werd georganiseerd door de Tokyo Popular Music Promotion Association. Ook het TMF heeft een aantal groot- en beroemdheden uit de muziekwereld op zijn palmares:

 

  • The Three Degrees (Grand Prix TMF '74 met "When Will I See You Again"),
  • The Commodores (Bronze Prize TMF '75 met "Caught In The Act"),
  • Sister Sledge (Silver Prize TMF '75),
  • Kate Bush (Silver Prize TMF '78 met "Moving"),
  • Randy Crawford (TMF '80),
  • Jermaine Jackson (TMF '80),
  • Lionel Richie (Grand Prize TMF '83),
  • Vaya Con Dios (TMF '89),
  • Ofra Haza (Grand Prix TMF '89 met "Im Nin'alu"),
  • Alyssa Milano (bekend van de serie "Who's The Boss" en een heuse popster in Japan).

 

 

 

 

 

15th Tokyo Music Festival