Transmissiemodes

 

Wanneer men een guardtijd van 250 microseconden kiest, komt dit neer op zenders die op 80 km. van mekaar kunnen staan. Indien men deze tijd 25% van de symbooltijd kiest, komt men uit op een symbooltijd van 1 milliseconde. Dit zet de frequentiespacing op 1 KHz. Kiest men een bandbreedte van 1.5MHz om voldoende breedbandig te zijn (goede en slechte frequenties), komt men dus uit op ongeveer 1500 carriers.

 

Men kan opmerken dat de mogelijke guardtijd verkleint bij stijgende frequentie.

Mode I gebruikt men voor landelijke uitzendingen, want het laat een grote spreiding van de zenders toe (weinig zenders nodig).

Mode II gebruikt men voor lokale uitzendingen met maar één zender.

Mode III gebruikt men voor kabeluitzendingen, satellietverbindingen, ... .

Mode IV is minder goed voor degradatie en voertuigsnelheid dan mode II.