Ter discussie: De Islam aan onze achterdeur
Kennen wij onze buur ?
Eind augustus konden wij op Kerknet lezen:
Bijna 40 % van de Amerikanen geeft toe dat hij enige vorm van vooroordelen heeft tegen moslims. Mensen die persoonlijk moslims kennen, hebben in het algemeen een veel positievere houding.
De Britse regering heeft recent een ‘Commissie voor integratie en cohesie’ opgericht. Volgens regeringssecretaris Ruth Kelly moet die commissie moeilijke vragen durven stellen en beantwoorden. De oprichting van de commissie is nog een gevolg van de aanslagen van 7 juli vorig jaar in Londen. Volgens Kelly is echter nu al duidelijk dat er vragen kunnen gesteld worden bij het huidige systeem waarin gemeenschappen geïsoleerd van elkaar en vaak compleet naast elkaar leven. Kelly meent ook dat de migratie ervoor gezorgd heeft dat spanningen van elders naar Groot-Brittannië geïmporteerd heeft. (29 augustus)
Aan deze nieuwsflashes kunnen wij nog het tumult toevoegen dat ontstond na het citaat van Paus Benedictus XVI in aan de universiteit van Regensburg begin september waar hij een 14de eeuwse byzantijnse keizer citeerde die stelde dat Muhammad alleen maar ‘slechte en onmenselijke’ dingen had voortgebracht, “zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte met het zwaard te verspreiden”. Terug in Rome volgde een historische ontmoeting met de ambassadeurs van de moslimlanden bij de H. Stoel om de gemoederen terug te bedaren. We merken dat de islam niet uit het nieuws is. Moskeeën worden gebouwd en na de jongste verkiezingen nemen ook meer moslim gelovigen hun plaats in bij de plaatselijke gemeenteraden.
Her en der worden belangrijke initiatieven genomen voor de interreligieuze dialoog in de lijn van de respectvolle houding die het Concilie uitdrukte in Nostra Aetate n. 3 en vele andere documenten, inzonderheid de jaarlijkse verklaringen bij gelegenheid van het einde van de Ramadan . Denken wij maar aan de auteurs van “Trialoog” die door Jan De Volder werden bijeengebracht en die samen avonden verzorgen voor een aandachtig publiek . Op 17 november organiseerde Kerkwerk Multicultureel Samenleven met andere organisaties een Soefi-concert als kennismaking met religieuze muziek uit de Islam.
Op de dagen van Tongerlo en Torhout bracht Emilio Platti o.p. voor de aanwezige religieuzen een interessante uiteenzetting over onze veelal onbekende en onbeminde buur die evenals wij Abraham als “vader in het geloof” kent.
Om de ‘anders’ gelovige te ontmoeten en tot een vruchtbare dialoog te komen is het erg belangrijk naast goede wil ook een elementaire kennis van zijn of haar godsdienst te hebben. Maar onze kennis van de islam gaat vaak niet verder dan het bestaan van de ramadam … en de kreet ‘Allah akbar’ …
Geboren in 570 in Mekka, waar de karavaanroutes halt hielden in de oase, groeide Muhammad op als weeskind in de stam van de Kuraisjieten en huwde hij later een oudere zakenvrouw Chadidja. Soerat 93, 6-11 herinnert ons aan deze periode:
“Heeft Hij jou niet als wees gevonden en onderdak gegeven? Jou dwalend gevonden en rijk gemaakt? De wees dus, verdruk hem niet. De bedelaar, verjaag hem niet. En de genade van jouw Heer, vertel daarvan!”
Zijn vader stierf nog voor zijn geboorte en toen hij zes jaar was verloor hij ook zijn moeder Amina. Zo groeide hij op bij zijn oom van vaderskant Abu Talib. Zijn voornaamste bezigheid was het hoeden van schapen en geiten. Als jonge man nam hij als kameeldrijver deel aan karavaantochten en kwam hij wellicht tweemaal in Syrië. Joden en nestoriaanse christenen heeft hij leren kennen.
Vanaf zijn jeugd was hij zeer vroom en waarheidslievend en zijn stadsgenoten noemden hem “Al Amin” (de betrouwbare) en “As Sadoeq” (de waarheidslievende). Toen hij 40 jaar oud was, ontving hij zijn eerste openbaring in de grot Hira, ongeveer 4 km. buiten de stad Mekka gelegen.
Muhammad kwam onder de indruk van de monotheïstische godsdiensten die ‘Allah’ beleden en hij keerde zich af van de traditionele cultus van de Mekkanen. Ook zijn prediking over de rechtvaardige verdeling van goederen en het beheer van alles hier op aarde werd in de handelsstad Mekka door de rijken niet altijd in dank aanhoord. Velen vonden zijn verhalen over visioenen van de engel Gabriël maar dwaze praat en uiteindelijk week hij in 622 (deze Hidjra is het eerste jaar van de islamietische jaartelling), op zijn 54ste uit naar Jatrib-Medina (zo’n 400 km ten noorden van Mekka) en overleed er in 632 op zijn 64ste.
Mekka was een bedevaartplaats van traditionele Arabische religie rond de Ka’aba met zijn jaarlijks festival. In Medina werd Muhammad een staatsman en organiseerde hij zijn gemeenschap (umma). De religieuze gemeenschap van de gelovigen en de civiele samenleving zijn niet gescheiden voor de Islam.
Als moslims de naam van de profeet uitspreken, zeggen ze erbij: “vrede met hem”. De boodschappen die hij ontving werden in het arabisch opgetekend in de koran. Het woord betekent letterlijk ‘tekst om voor te dragen’. De tekst ervan wordt meestal uit het hoofd voorgedragen en op de koranschool aangeleerd.
Voor de dialoog is het goed te beseffen dat dit heilig boek in de Islam niet hetzelfde statuut heeft als bij de andere ‘godsdiensten van het boek’: jodendom en christendom. De bijbel is voor deze laatsten ook een literair werk en kan zoals alle andere met dezelfde methodes bestudeerd worden. Wat de christenen belijden over Jezus “mensgeworden Woord van God, uit de hemel neergedaald”, belijden de islamieten van de koran “uit de hemel neergedaald – in het arabisch” en vooralsnog niet aan literaire kritiek te onderwerpen.
“Voorzeker, de godsdienst bij Allah is de Islam” (S.3,20).
Het woord “islam” betekent: gehoorzaamheid, overgave, onderwerping aan de wil van God. De taalkundige verwantschap tussen “islam” en “salam – vrede” wordt door de taalwetenschap in twijfel getrokken.
Vlak na de geboorte van een moslimbaby fluistert de vader in het oor van het kindje: “La ilaha illa-llah; muhammad rasulu-llah - Er is geen andere God dan Allah, en Mohammad is zijn profeet”. Dit is de islamietische geloofsbelijdenis of “shahada” waarmee de koran begint. Door deze belijdenis persoonlijk uit te spreken wordt iemand moslim. Zo eenvoudig is het, geen jaren van voorafgaandelijke catechese zoals bij de christenen. Vanaf de puberteit worden de kinderen als volwassen gelovigen beschouwd en moeten zij aan alle plichten meedoen. Deze geloofsbelijdenis is de eerste pijler van de Islam.
De vier andere pijlers zijn: het gebed, de ramadan, de hadj en de zakat.
Het gebed (salat)
“Verkondig hetgeen U in het Boek is geopenbaard en onderhoud Uw gebed. Voorwaar, het gebed weerhoudt van ondeugd en kwaad. En Allah gedachtig te zijn is inderdaad het hoogste. Allah weet wat gij doet” (S. 29,45).
Hét gebed bij uitstek staat in soerat 1:
“In naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige,
Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners
De Erbarmer, de Barmhartige Heerser op de dag van het oordeel,
U dienen wij en U vragen wij om hulp.
Leid ons op de juiste weg, de weg van hen die U genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen”.
Het ritueel gebed is strikt gereglementeerd. Moslims komen samen in een moskee. De toren heet een minaret. Waar geen elektrische installatie is roept de muezzin vijfmaal per dag op tot gebed vanaf het balkon. Voor men de moskee binnen gaat doet men de schoenen uit en is er een ruimte voor de rituele wassing (woedoe). Met bepaalde houdingen erkent de moslim de grootheid van God en drukt volledige onderworpenheid uit. De gebedsmat wordt ontrold en gekeerd naar Mekka (kibla). Vervolgens worden uit het hoofd (en in het arabisch) bepaalde koranteksten opgezegd. Dit gebed wordt gewoonlijk geleid door de voorganger die imam wordt genoemd.
De tijden van het rituele gebed herinneren ons ook aan de gebedstijden die traditioneel het monastieke gebed ritmeren, in navolging van de Joodse gebedstijden:
Al-‘Ishaa (nacht), Al-Fadjr (ochtend), Ad-Dhohr (middag), Al-‘Assr (namiddag), Al-Maghrib (avond) die telkens een aantal buigingen behelzen. Naast dit gemeenschappelijk ritueel gebed is er ook het persoonlijke smeekgebed (du’a) en de gebedsmeditatie (dhikr) die ook bestaat uit het overwegen van koranteksten. Moslim mannen gaan gewoonlijk op vrijdag naar de moskee terwijl de vrouwen meestal thuis bidden. Iedere moslim mag voorgaan in het gebed, ook een vrouw als er geen mannen aanwezig zijn. Men kiest normaal iemand die de Arabische teksten en de vele regels van de islamitische plichtenleer kent.
Wie ooit in het Oosters Syrisch klooster van Deir Az-Za’faran de monniken zag bidden met de kinderen van de kloosterschool zal getroffen zijn door de diepe buigingen en prostraties gelijkend op de gebedshoudingen van de moslims vandaag.
Men zal ook reeds opgemerkt hebben dat vele vrome moslims een soort ‘rozenkrans’ bij zich hebben en voortdurend de kralen door hun vingers laten schuiven. Dit gebedssnoer wordt gebruikt bij het herhalen van de 99 godsnamen of voor het herhalen van de voor hen meest geschikte naam (als een soort mantra). Dit is een beetje te vergelijken met wat men in het katholicisme vroeger de ‘schietgebeden’ noemde.
De ramadan
Dit is een maand (de negende van het jaar, deze waarin Muhammad zijn eerste openbaring ontving) van vasten die de bedoeling heeft de gelovige te helpen zich te concentreren op het essentiële: meer toewijding aan het gebed en de goede werken. Dit voorschrift geldt voor elke volwassen moslim, tenzij men aan een chronische kwaal lijdt ofwel te oud of te zwak is om te vasten (sawm). Als zij het enigszins kunnen bekostigen worden zij geacht een arme gedurende de vastenmaand te voeden. De vasten begint bij het aanbreken van de dageraad en eindigt bij zonsondergang. In deze periode moeten zij zich onthouden van spijs en drank, in welke vorm dan ook. Na zonsondergang wordt een uitgebreide maaltijd genomen en vaak worden vrienden uitgenodigd. De vastenmaand wordt besloten met het Id-al-Fitr feest (feest van de verbreking). Het begint met een ontbijt. Men gaat in mooie kleren naar de moskee. Vrouwen en meisjes versieren hun handen met rode henna. Na het gebed gaan de moslims bij elkaar op bezoek of ze sturen een kaart. Kinderen krijgen geschenken en er wordt lekker gegeten. In Turkije heet dit feest: suikerfeest.
De hadj of pelgrimstocht naar Mekka (in de tweede week van de ramadan) is verplicht voor alle moslims die in staat zijn om alle onkosten voor de reis en het levensonderhoud voor hun familieleden die achterblijven te betalen. Gedurende de hadj, die bedevaarders uit de hele wereld samen brengt, draagt iedereen dezelfde kleding welke uit twee witte doeken bestaat. De bijeenkomst op de achtste dag te Arafat is een prachtige uiting van de ‘umma’ en versterkt in belangrijke mate het besef tot één wereldwijde familie te behoren. Moslims geloven dat Ibrahim (Abraham) in Mekka de eerste tempel bouwde voor Allah. Tijdens de hadj lopen de bedevaarders zevenmaal rond de Ka’aba. Dit is een zwarte kubus die bedekt is met een zijden en katoenen kleed en waarop in gouddraad woorden uit de koran zijn geborduurd. In de Ka’aba ligt de heilige steen die herinnert aan Ibrahim die zijn zoon Ismaël wilde offeren. Daarmee toonde hij zijn overgave aan Allah. Zij nemen ook water van de Zam Zam bron en nemen het ook mee naar huis voor hun vrienden. Toen Ibrahim Hagar en Ismaël wegzond kwam Ismaël bijna van dorst om in de woestijn. Toen vond Hagar de bron Zam Zam vlak bij Mekka.
De zakat of liefdadigheid (S.2,177-183)
Deze bestaat uit een financiële verplichting waaraan men jaarlijks moet voldoen. Dit is een heffing op alle bezittingen die tenminste één jaar eigendom zijn van de persoon in kwestie. Door de instelling van dit herverdelingssysteem heeft de Islam voor de armen en de behoeftigen het recht op een aandeel in de rijkdom van de welgestelden erkend. Tijdens de maand ramadan wordt er ’s avonds geld en voedsel naar de moskee gebracht voor arme moslims. Zakat betekent letterlijk reiniging, namelijk van gierigheid en hebzucht.
Een begrip dat wij vaak horen in het nieuws naar aanleiding van aanslagen is jihad, gewoonlijk vertaald door ‘heilige oorlog’. Dit is een meer controversieel en gevoelig punt. In vulgariserende artikels van islamitische auteurs zal men over het algemeen onderlijnen dat agressie in de Islam verboden is. Zelfverdediging is wel toegelaten (S. 22,40). De profeet dwong nooit iemand de Islam aan te nemen. Zij beweren dat de Islam niet leert dat het geloof met het zwaard, dus met geweld, dient te worden verspreid. Dit alles zou slechts het product zijn van karikaturistische voorstellingen waardoor de anti-Islamistische propaganda van de middeleeuwen zich kenmerkte. Nochtans …
Naar aanleiding van de controverse volgend op het pauselijk citaat in Regensburg lezen wij in een krant een merkwaardige debattekst van de Algerijnse journalist Ahmed Halli waar wij best even kennis van nemen. De stem van de rede kan ook in het islamitisch kamp klinken en wij moeten alle moslims niet in het kamp van de jihad situeren. Ook de christelijke wereld is heel verscheiden en kent zijn integristen en fundamentalisten die bereid zijn er hard tegenaan te gaan.
Halli citeert de Iraakse schrijver Hani Nakchabandi die in het magazine Elaph schreef: " Wij begaan alle dagen meer vergissingen dan hij (de paus). In iedere vrijdagpredicatie beledigen wij de vaders van de vaders van de christenen en de voorouders van de voorouders van de joden. In iedere vrijdagpredicatie vragen wij aan God hen te vernietigen, hun echtgenoten tot weduwen te maken en hun kinderen tot wezen. In al onze scholen leren wij aan onze leerlingen dat de christenen onrein zijn en gedoemd tot de hel. In ieder gezin leren wij aan onze kinderen dat zij onze belangrijkste vijanden zijn en dat wij hen moeten doden of zelf gedood worden... Ja, de paus van het Vatikaan heeft zich vergist, maar zoals hij hebben wij ons nog meer vergist. De mufti van Al-Azhar, de mufti van Palestina, de theologen van Saoudi-Arabië en van de islamietische wereld in het algemeen, waar zijn zij gebleven met de generositeit van de islam die het goede predikt en verbiedt de andere te bedreigen, zelfs met woorden? Waarom hebben wij gezwegen over onze uitspraken over de christenen maar komen zij in beweging als de Paus onze nobele Profeet ter sprake brengt? ...
Nooit heb ik uit de mond van een mufti of een muslim cheik woorden gehoord om te zeggen dat de beledigingen en vervloekingen tegen de christenen niet in overeenstemming zijn met de tolerantie van de islam. ... Ja, de paus heeft zich zwaar vergist. Maar wij eveneens en wij volharden in de vergissing alle vrijdagen, en zelfs alle dagen" .
Een ander heikel discussiepunt is de plaats van de vrouw. Vooral in het kader van het al dan niet dragen van een hoofddoek wordt vaak beweerd dat in de Islam de rechten van de vrouw weinig of niet gerespecteerd worden.
In de tijd van Muhammad was de vrouw volkomen rechteloos en de polygame man kon iedere vrouw naar believen verstoten. Een vrouw mocht geen eigen vermogen bezitten en was in geval van scheiding berooid. Een kindje van het vrouwelijke geslacht mocht door de vader straffeloos worden gedood.
Onder de één miljard moslims in de wereld vandaag verschilt de positie van de vrouw erg van land tot land. In Indonesië kan een vrouw zetelen in de godsdienstige rechtbanken en zelfs president worden terwijl in Iran vrouwenemancipatie zeker niet tot het openbare leven behoort.
Veel islamitische staten hebben huwelijkswetten die de polygamie beperken. In Tunesië is die zelfs verboden. Ook het recht om een vrouw te verstoten wordt meestal beperkt en vaak vervangen door de mogelijkheid tot wettige echtscheiding. De Islam staat meer dan één vrouw toe (4 vrouwen), maar dan slechts indien men iedere vrouw op volkomen gelijke wijze behandelt en om bepaalde noodsituaties op te lossen (S. 4,3). Bijvoorbeeld ter bescherming van weduwen en wezen en de moraliteit. Als regel huwt een moslim slechts één vrouw. Zoals in alle godsdiensten staan de regels sterk onder druk van de moderne opvattingen die in de westerse seculiere maatschappijen gelden. Ook de verplichting om de sluier en de hoofddoek te dragen wordt lang niet eenduidig geïnterpreteerd. Tussen Afghanistan en Tunesië gaapt er een brede kloof en als wij de Islam in Afrika en Asië erbij betrekken dan zien wij een breed spectrum van wat in de “umma” mogelijk is. In het kader van de discussie over de hoofddoek is het merkwaardig dat nogal wat westerlingen er aanstoot aan nemen terwijl in zovele landen kloosterzusters onbesproken hun uniformen met hoofddoek kunnen dragen.
In een volgende bijdrage willen wij dan nog ingaan op enkele wetenswaardigheden over sunnieten en sjiieten en de Islam van de broederschappen. In het bijzonder zullen wij kennis maken met de meer mystieke stroming van de soefi.
DE VOLDER J., Trialoog. Gesprekken tussen priester Hendrik Hoet, rabbijn Aharon Malinsky en imam Jamal Maftouhi, Lannoo, 2005 (op 18 oktober waren zij in het T.P.C. in Antwerpen, op 13 februari zijn zij te gast in Lier).
Uit de studie van de oudste Arabische dialecten blijkt dat er een benaming voor ‘god’ bestond, namelijk ‘ilah’ dat verwant zou zijn met het bijbels semitische ‘El/Eloha/Elohim’. Wanneer men voor ‘ilah’ het bepalend lidwoord zet bekomt men ‘al ilah’ of dé God dat door samentrekking wordt ‘al-lah’.
La Libre Belgique 3 oktober p. 31
over de auteur
André Claessens (°1950) studeerde wereldgodsdiensten aan het Institut Catholique in Parijs. Hij was gedurende jaren missionaris in Kongo en Kameroen. Nadien werd hij uitvoerend secretaris van het Netwerk Geloof en Gerechtigheid Afrika-Europa. Nu is hij parochiepriester en provinciaal overste van de Missionarissen van het H. Hart.