|
|
Vesalius' andere geschriften en zijn talenkennisZoals reeds vermeld kende hij goed Latijn en Grieks en bezat hij enkele noties van het Hebreeuws. Dit laatste werd nader onderzocht door Jacques PINES. Volgens hem beperkte zijn kennis zich tot het Hebreeuwse alfabet en enkele Hebreeuwse woorden. Voor dit gedeelte van zijn werk liet Vesalius zich hierom bijstaan door de Jood Lazarus de FRIGEIS, zoals hij zelf vertelt in de inleiding tot de skeletfiguren in de Fabrica. Pines wijst er echter op dat iemand anders hem moet geholpen hebben voor de Hebreeuwse termen in de Tabulae Sex, omdat de woordkeuze daar anders is en er karakters gebruikt werden die nu niet meer voorkomen, in tegenstelling tot deze van de Fabrica, die in het moderne Hebreeuws wél nog gebruikt worden. Vesalius schreef al zijn wetenschappelijke werken in het Latijn, zoals gebruikelijk in die tijd. Hetzelfde geldt voor de ons bekende consilia. Een consilium is een soort geschreven consultatie in het geval de patiënt en de geneesheer elkaar om één of andere reden niet konden ontmoeten. Van Vesalius zijn een zestal consilia bewaard gebleven, maar het oorspronkelijk aantal lag vermoedelijk veel hoger. Het eerste dateert van 29 april 1542, toen hij nog te Padua verbleef en is gericht aan Wolfgang HERWORT, een patriciër uit Augsburg, eveneens geneesheer en een bijzonder goede vriend. Het is een antwoord op Herworts vraag om advies voor een man van 27 jaar met gezichtsproblemen. Dit consilium is ondertekend met 'Andreas Wesalius'.
Het tweede was gericht aan Marcus PFISTER en werd verstuurd uit Brussel gedateerd op 6 november 1553. Pfister was in 1548 burgemeester van Augsburg, hij overleed in 1561. Het originele manuscript bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek van Bazel. Het derde betreft een belangrijke persoonlijkheid, Don Carlos van Aragon, Hertog van Terranova, een familielid van het koninklijk huis van Spanje. Het is gericht aan Giovanni Filippo INGRASSIA, behandelend geneesheer van de patiënt. Hij was protomedicus van Sicilië en een befaamd anatoom. Het probleem bestond uit een etterende fistel in de linker thoraxhelft ten gevolge van een penetrerende wonde met een fraktuur van de vijfde rib, opgelopen tijdens een tornooi in Palermo. Interessant is hier dat Vesalius geen advies geeft aan de familie, die erom vroeg, maar aan Ingrassia, wat medisch korrekt is. Het vierde is geadresseerd aan Pieter van Foreest (FORESTUS, 1522-1597) uit Alkmaar, geneesheer in Delft, in verband met een onbekende jonge man die uiterst verzwakt was na een hevig bloedverlies uit de neus. Dit consilium is niet gedateerd maar is vermoedelijk van rond 1556. Het vijfde is geschreven te Augsburg, is evenmin gedateerd en gericht aan een zekere I.D. PRATENSIS. Het behandelt enkele gevallen van arthritis.
Een ander niet gedateerd consilium, volgens Roth geschreven in 1546, handelt over epilepsie en oorsuizingen. Naast deze consilia zijn er nog een aantal brieven bewaard gebleven, geschreven ofwel in het Latijn of in het Frans. Als student te Parijs zal Vesalius wel het Frans als voertaal gebruikt hebben en hoewel hij tijdens zijn professoraat het Latijn gebruikte, zal hij in Padua, tussen de kolleges door, meer dan gelegenheid genoeg gehad hebben om zich met zijn studenten, vrienden en medewerkers op een ongedwongen en ontspannen manier te onderhouden, dit ongetwijfeld in het Italiaans. Maar zijn moedertaal moet het Nederlands geweest zijn. Hoewel er ons geen door hem geschreven teksten in het Nederlands bekend zijn, laat dit weinig twijfel. Hij is geboren in het Helle Straetken, nabij de Galgenberg en Bovendael in het kwartier van de Zavel en in een tijd dat Brabant op en top Vlaams was. Het was in die periode dat het handelscentrum van West-Europa zich aan het verleggen was van Brugge naar Antwerpen en Brabant, waarvan de taal toen al goed op weg was om de standaardtaal der Nederlanden te worden. Men kan zich ook moeilijk voorstellen dat de monarch van 'een rijk waar de zon nooit ondergaat' zich zou laten verzorgen door een geneesheer die zijn eigen taal niet machtig was. Als men bedenkt dat Karel V zich het meest spontaan kon uitdrukken in het plat Gents, laat het weinig twijfel dat Vesalius ook het Nederlands voortreffelijk moet hebben beheerst, zo het al niet zijn moedertaal was, zoals trouwens de voornamen van zijn voorouders en die van zijn vrouw doen veronderstellen. |