Over de herberg en de stal

Home
Welkom
Visie
Historiek
Werkgroepen
Verenigingen
Vorming
Preek
Nieuws
Zondagsvieringen
El Zaite
Parochiekalender
Misdienaars
Idee
Links
25-december-2011: Kerstmis

Een eenvoudig evangelieverhaal,
een fait divers lijkt het,
maar voor de betrokkenen een klein drama.
Voor ons
de confrontatie van twee werelden:
de wereld van de herberg en de wereld van de stal…

De eerste is de plaats van het ‘goed volk’.
Je weet wel,
zij die geluk hadden in het leven,
degelijk werden opgevoed in een warme thuis,
alle kansen kregen om te studeren en daarna een goeie baan vonden.
Mensen met een goede reputatie in de gemeenschap.
Zij hebben het goed.

De stal is die andere wereld:
miserie die kleine mensen van vader op zoon hebben geërfd:
geen thuis, geen opvoeding, geen werk, geen zekerheid voor morgen.

In de herberg worden zij os-en-ezel-mensen genoemd,
uitschot, te lui om te werken, niet te vertrouwen
- ‘hou je handtas maar goed vast,
loop met geen dure halsketting op straat,
en steek je portefeuille niet losjes in je achterzak’ -
mensen met wie je beter niet omgaat
kinderen met wie je niet speelt,
jongeren die voor niets goed zijn.

Voor de mensen van de stal blijft de herbergdeur
potdicht.
Twee totaal aparte werelden.

Tot op vandaag wordt Kerstmis het meest gevierd in de warmte van de herberg.
Achter de gesloten deuren van de welvaart
heeft niemand weet van duisternis en kou.
Niemand daar
heeft weet van het nieuwe leven, de nieuwe hoop die in de stal geboren wordt.

De mensen van de stal zijn getekend door de koude van de nacht,
door de kilte van het tekort.
Wie door het raam van de herberg naar de stal kijkt
voelt afschuw, walging, zelfs minachting
of spreekt vanuit misplaatst medelijden.

De mensen van de stal zijn daar terechtgekomen
omdat de herberg al ‘volzet’ was.
Armoede van velen ontstaat uit de opgepotte rijkdom van enkelen.
Eenzaamheid is het bittere resultaat van de gesloten kring
van mensen die aan elkaar genoeg hebben.

Dan is er geen plaats voor het kind,
voor de werkzoekende vreemdeling,
voor de ex-gedetineerde die het over een andere boeg wil gooien;
Dan blijft de deur van de religieuze herberg gesloten
voor de niet –gewijde , de vrouw, de echtgescheidene.

Alleen in de stal is er altijd plaats.
Daar is verdoken armoede van kleine mensen,
de verdoken aanwezigheid van God.

Vandaaruit kijkt Hij mij aan,
van achter grauwe gevels,
vanuit vragende kinderogen,
of de verbeten blik van verbittering.
God kijkt mij aan
in gezichten getekend door tegenslag,
gerimpeld door het nooit-meer-uitkomst-zien.

Ik voel zijn blik op mij rusten.
Ik hoor zijn vraag - zacht, indringend :
“Wie zeg jij dat Ik ben vandaag?
Herken je Mij?
Hou je van Mij? Kies je voor Mij?”

De verdoken armoede van kleine mensen
stelt mij onontkoombaar voor deze keuze:
Gods liefde zichtbaar maken
of verduisteren.

Alleen wie kijkt als een herder
herkent daar in de stal
het kind van God.

Met dank aan Carlos Desoete
 


Opmerkingen, reacties en suggesties: info@dominicanenschildebergen.be
Laatste aanpassingen gedaan op dinsdag, 27 december 2011