Vul de kruiswoordpuzzel in. Je kiest een nummer en klikt daarop, dan verschijnt de opgave. Soms bestaat het antwoord uit één soms uit meerdere woorden. OPGELET als het antwoord meerdere woorden bevat moet je deze woorden direct achter elkaar typen zonder spatie tussen!!!!! Klik, nadat je het kruiswoordraadsel hebt ingevuld, op "Controleren" om uw antwoord te controleren. Wanneer u vast komt te zitten, klik dan op "Hint" om een extra letter te krijgen.
Het kleinst mogelijke veelvoud van twee verschillende natuurlijke getallen, verschillend van nul noem je ...... (Geef de afkorting)
4.
Een natuurlijk getal dat precies twee verschillende delers heeft is een .....
6.
Nul is het ........... ............. voor de vermenigvuldiging.
9.
Als je bij een bewerking de getallen van plaats mag verwissleen zonder dat het resultaat verandert noem je die bewerking ........... .
10.
Het getal dat aangeeft hoe dikwijls je een getal met zichzelf moet vermenigvudigen bij een macht is de ................ .
13.
Het quotiënt van twee gehele getallen waarvan het tweede niet gelijk is aan nul is een ........................ ................. .
14.
Als je een bewerking uitvoert in een verzameling en de uitkomst is ook een element van die verzameling dan noem je die bewerking ..................... .
15.
Een geheel getal zonder het toestandsteken is de ................. .................. van dat geheel getal.
16.
Een rechte waarbij de punten op gelijke afstand gemerkt worden met de opeenvolgende getallen noem je een ............................. .
17.
1 is voor de vermenigvuldiging het ...................... .................... .
18.
Als je bij breuken de teller en de noemer mag delen of vermenigvuldigen met hetzelfde getal, verschild van nul, verkrijg je ...................... .................. .
21.
Het resultaat van een telling van een eindig aantal dingen is een ................. ........................ .
24.
Als je bij breuken de noemers vervangt door hun kleinste gemeen veelvoud maak je die breuken ......................... .
25.
Een bewerking waarbij de plaats van de haakjes geen belang heeft noem je ........................... .
26.
Hoe lees je dit symbool: < ?
27.
Hoe noem je het resultaat van een aftrekking?
28.
Een natuurlijk getal voorzien van een toestandsteken is een ...................... ............................ .
Verticaal:
2.
De grootst mogelijke deler van twee verschillende natuurlijke getallen is de ....................... . (geef de afkorting)
3.
Hoe noem je het resultaat van een optelling?
5.
Elke lettervorm bestaat uit twee delen: een cijfergedeelte en een ........................... .
7.
Elk punt van het vlak kan in een assenstelsel bepaald worden door twee getallen dat zijn de .................................... .
8.
De groep cijfers die telkens in dezelfde volgorde terugkomt bij een onbegrensd decimaal getal noem je de .................................... .
11.
Het middelste getal als je alle resultaten hebt gerangschikt van groot naar klein noem je de ................................. .
12.
Het .................................... geeft de verhouding aan tot honderd.
19.
De verhouding tussen de getekende en de werkelijke waarde noem je de .............................. .
20.
Als de rest bij een deling niet nul is noem je die deling een .......... .......................... deling.
22.
Een talstelsel dat gebruik maakt van slechts twee verschillende symbolen noemt men een tweetallig of .............................. talstelsel.
23.
De totale som van een reeks getallen delen door het aantal getallen noem je het ................................... .