De Zwarte God van Hoboken

 De naam “Zwarte God” is vermoedelijk voortgekomen van de donkere kleur van het Christusbeeld en het bijhorende kruis.  Het hout is waarschijnlijk zwart geworden door de ouderdom of door de walm van kaarsen die reeds eeuwen voor het beeld aangestoken werden.   Het Christusbeeld, 1m63 hoog, zou uit de tweede helft van de 12e eeuw stammen (behalve de armen die later vernieuwd zijn). 

 

De bijna rechte houding van het hoofd, slechts een weinig naar rechts gebogen, de horizontale richting van de armen, het rokje rond de lenden tot aan de knieën, de voeten naast elkaar geplaatst op de sokkel pleiten te samen voor de hoge leeftijd van het kruisbeeld.  Door deze rechte en kalme houding gelijk men in de 12e eeuw Christus aan het Kruis afbeeldde, wil men de zegepraal van Christus weergeven.

Het is maar eerst in het begin van de 13e eeuw dat men de gekruisigde lijdend begint voor te stellen, om medelijden en liefdevolle genegenheid in de harten van de gelovigen te wekken.  In latere tijden hebben de gelovigen in Hoboken met godsvrucht het Christushoofd met een keizerlijke kroon versierd, en het lichaam bedekt met een voorhangsel (rok) dat slechts afgedaan werd van Passie-zondag tot Goede-vrijdag.

 

In 1180 vinden enkele landbouwers, na een uitzonderlijke hoge waterstand, in een inham van de Schelde het Kruisbeeld.  Men bouwt nabij de vindplaats een kleine Polderkapel om het Kruis te vereren.  Het aanspoelen van een Kruisbeeld bij hoogwater heeft niets bovennatuurlijks in zich, de laagliggende landen werden in die tijd meermaals overspoeld door gebrek aan dijken.  Rond deze periode hadden de Nederlanden het hard te verduren, ieder jaar had de Schelde te lijden van een uitzonderlijk hoog springtij waarbij o.a. het Vlaamse dorp Saeftinge, ten noorden van Doel, volledig onder de golven verdween.  In 1176 kwam Holland aan de beurt, in 1180 had Damme en Brugge te kampen met het wassende water.  Meermaals werden kruisbeelden van kerkhoven, kerken of  kruispunten door het water meegesleurd.

 

In 1380 wordt de kapel de “Schipperskapel” genoemd , wegens de talrijke bedevaarten van schippers en zeelui.  De muren van de kapel waren behangen met touwen, kabels kettingen enz.. die de schippers brachten voor en na een behouden vaart.

 

In 1432 wordt de kapel vergroot en kreeg ze de naam van Kruiskapel.  De oudste afbeelding komt voor op de Scheldekaart van 1468.

Het H. Kruis heeft samen met de Kruiskapel een bewogen geschiedenis gekend.  Tijdens de beeldenstorm in 1566 ontsnapte  ze aan de vernieling.

In 1583 werd het H. Kruis verborgen  op het gewelf van de Kapel tegen de rondtrekkende Geuzen vanuit Antwerpen.

In 1584 werd bijna het ganse dorp in brand gestoken, de kapel moest het toen ook ontgelden.   Het Heilig Kruis nog steeds verborgen op het gewelf van de noorderbeuk werd onbeschadigd teruggevonden.

 

 

In 1586 werd het H. Kruis overgebracht naar het Kasteel van Schetz, schuin over de kerk gelegen. In het najaar werd het beeld naar Antwerpen overgebracht.  Het werd vernist en op de uiteinden van het Kruis werden de symbolen van de vier evangelisten aangebracht, de H. Lucas (rund), de H. Matheus (arend), De H. Joannes (mens) en de H. Marcus (leeuw).  De terugkeer van het Kruis gebeurde per schip langs de Schelde naar de Kille, de natuurlijke haven van Hoboken.

 In 1609 werd het Kruisbeeld van het kasteel overgebracht naar de parochiekerk, waar het een plaats kreeg in het herstelde O.L.Vrouwkoor achteraan in de kerk.  De volkstoeloop was zeer groot en werden 9000 bedevaartvaantjes gedrukt.

 In 1613 werd het beeld hersteld door een schilder.  In 1614 werd de Kruiskapel wederopgebouwd en op 17 mei 1615 werd het H. Kruis teruggebracht naar de herstelde Kruiskapel. 

Op 21 augustus 1615 brachten de aartshertogen Albrecht en Isabella een bezoek, zij hadden vele rijkelijke geschenken bij, waarvan sommigen nu nog aanwezig zijn in de kerk, en lieten zich drie jaar later opnemen in het broederschap van het H. Kruis dat toen werd opgericht door Paus Paulus V.

Met de brand van 1574 bleven slechts weinige geschriften over .  Pastoor T. Neetens (1610-1638) vond daarom weinig terug over de eerste geschiedenis van de Zwarte God.  Hij liet een notariële akte opmaken door notaris Daniel Baginier op 25 april 1618.

Tijdens de zomer van 1618 werd het beeld in Antwerpen hersteld, de armen werden vernieuwd.

Na het 12-jarig bestand, werden in 1621 de vijandelijkheden hernomen.  De Zwarte God werd overgebracht naar de Witzusters in de Kammenstraat.

 Toen in 1633 de pest in Hoboken woedde, zonden de parochianen een verzoekschrift tot de Bisschop van Antwerpen, om hun H. Kruis terug naar Hoboken te mogen halen.  Het beeld werd nog tijdens de octaaf van de H. Kruisverheffing in de kerk te Hoboken teruggebracht.

Daar de inlandse beroerten nog geen eind genomen hadden, werd het in 1636-1637 terug naar Antwerpen gebracht, in het huis van de Baron van Hoboken, nabij de St. Andrieskerk (Vrijdagse Markt).

Toen het gevaar eind juni 1652 geweken was, verhuisde het kruis weer naar de parochiekerk.

In 1652 kwamen de paters Birgittijnen van Coudewater, bij ’s Hertogenbosch naar Hoboken.  Ze werden door de Geuzen van N. Brabant uit hun klooster verdreven.

 

Op 18 oktober 1652 werd het H. Kruis door de Paters Birgittijnen, langs de Kapelstraat, plechtig naar de Kruiskapel gedragen, ze werden belast met de bewaring van het kruis.

In 1657 werd rond de Kruiskapel de bouw aangevat van een klooster door de Birgittijnen  welk op 13 april 1784 werd afgeschaft door Keizer Jozef II van Oostenrijk.

Alle kunstschatten werden openbaar verkocht, het klooster afgebroken en de gronden verkocht.

Pastoor J. Andries (1782-1823) kon het H. Kruis met nog enkele andere kunstschatten naar de parochiekerk overbrengen (zie de medaillons op de lambrisering van het priesterkoor).

Tijdens de Boerenkrijg 1791 wordt het beeld verborgen op het Hof van de gezusters Moretus (Scaldisburg) nabij de Schelde.  Na het concordaat tussen de Paus en Napoleon komt in 1802 het H. Kruis terug naar de parochiekerk.

In het begin van W.O. I, Duitse aanval op Antwerpen, 5 oktober 1914.  Het H. Kruis wordt in een zinken kist verborgen in de tuin van café “Den Beer” over de kerk.  Op 19.2.1915 wordt het reeds opgegraven en terug in de kerk geplaatst.

Op 13 september 1931 wordt de 750ste verjaardag gevierd van de Kruisvinding in Hoboken.  Historische stoet met processie .

Pastoor De Schutter (1612-1950) liet in 1937 de relikwie (een splinter van het H. Kruis reeds vroeger teruggevonden tijdens herstellingen in de borstholte en opgestopt met was) aanbrengen in het voetstuk van het kruis.

Bij het uitbreken van W.O. II, wordt op 16 mei 1940 het H. Kruis neergelegd op de sacristie aan de noordkant en na de capitulatie naar zijn vroegere plaats in de kerk teruggebracht.

Op 21 juni 1942 wordt een grote bedevaart van schippers, zeelieden en schipperskinderen, als eerste in een nieuwe reeks zeeliedenbedevaarten, gehouden.

Tijdens de beschieting met V-wapens van oktober 1944 tot maar 1945 werd het H. Kruis ondergebracht naar een plaats in de kerk die meer bescherming bracht.

Vanaf april tot september 1980 hadden verschillende activiteiten plaats te Hoboken ter gelegenheid van de 800ste verjaardag van de Zwarte God in Hoboken.

Feestdagen van het H. Kruis: 3 mei H. Kruisvinding en 14 september H. Kruisverheffing.

Info: nog te verkrijgen op de pastorij:

- Geschiedenis van Kerkelijk Hoboken en het H. Kruis 1980 door W. Van Bladel.

- 19-eeuwse bedevaartvaantjes (wit-zwart en gekleurd).

- In September wordt de jaarmarkt gehouden in Hoboken en sinds 1986 is er dan een opendeurdag in de kerk met een thema tentoonstelling.

Het kruisbeeld “De Zwarte God van Hoboken” kan men bezoeken in de O.L. Vrouw Geboorte Kerk op de Kioskplaats te Hoboken.  Het hangt tegen de zuidendwarsbeuk.  Onder het kruis staan twee houten beelden op een sokkel.  Moeder Maria en Apostel Johannes.  De twee beelden dateren van circa 1540, ze zijn van eik in Brabantse stijl en afkomstig uit de kerk van Wuustwezel.

H. Kruis in het schepenzegel van Hoboken.

Het oudste wapen en zegel van Hoboken dat men tot hiertoe heeft teruggevonden: 16-10-1543.  Hierin komt het wapen voor van Philips van Vianden, heer van het land van Rumst.  Op 5.5.1310 word Hoboken hieraan toegewezen.

Het gebruik van zegels dateert voor de steden vanaf de 13e eeuw, maar voor de dorpen vanaf 1534.  De meeste schepenbanken lieten rond dit tijdstip zegels graveren met de wapens van de heerlijkheden waarvan ze afhingen.

Na de dood van Balthaser Schetz in 1586 en van zijn zoon Erasmus was er een zegel in gebruik, voorzien van een wit kruis op zwart schild.  In tegenstelling tot de andere Hobokense wapens die slechts afgeleid waren van de heren/eigenaars van Hoboken, is dit kruiswapen van gemeentelijke oorsprong.  Het heeft zonder twijfel te maken met het H. Kruis.  Het was in gebruik van 1586 tot 1600.  In het jaar 1600 onder Koenraad Schets werd de heerlijkheid Hoboken tot Baronie verheven.  Dit bracht wijzigingen in het wapen van Hoboken.  Het Koenraadswapen werd gewoon over het vorige kruiswapen gegraveerd, in het hartschild werd het kruiswapen hernomen.  Ook een standaardwimpel werd aangepast, terwijl de andere standaard het kruiswapen behield.  Het wapen van Koenraad Schets werd in de O.L. Vrouw Kerk aangebracht op de eerste welfboogsluitsteen tijdens de wederopbouw der kerk (1609-1614).

In 1717 is de heer Koenraad, Albrecht Karel Graaf van Ursel, hertog van Hoboken door Karel VI keizer van Oostenrijk, tot hertog verheven en werd Hoboken een Hertogdom.  Dit zegel is in gebruik van 1717 tot 1794.  Het werd tijdens de Franse revolutie vervangen door een republikeinse zegel.

 

    

Op 3 augustus 1946 richtte de gemeenteraad van Hoboken een schrijven tot het Ministerie om het oude scheenzegel van 1717 terug als gemeentezegel te mogen gebruiken.  In 1948 kwam het ontwerp klaar en werd vanaf 1950 in gebruik genomen.

 

 

 

Belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de Zwarte God:

1797   Tijdens de Boerenkrijg wordt het beeld verborgen op het Hof van de gezusters Moretus nabij de Schelde.
1802 Het H. Kruis komt terug in de parochiekerk op de oude plaats vooraan.
1911 Na de missie gepredikt door de paters Jezuïeten, wordt het beeld van de Zwarte God verplaatst naar de huidige Kruiskapel achteraan in de kerk.
1914 5 oktober: Duitse aanval op Antwerpen. Het H. Kruis wordt in een zinken kist verborgen in het hof van de afspanning "Den Beer" over de kerk.
1915 19 februari: het beeld wordt ontgraven en teruggeplaatst in de kerk.
1931 13 september: viering van 750e verjaardag van de Kruisvinding te Hoboken. Historische stoet met processie.
1938 Plaatsing van de H. Kruisrelikwie in het voetstuk van het beeld van de Zwarte God.
1940 16 mei: het H. Kruis wordt neergelegd in de sacristie aan de noordkant van de kerk en na capitulatie naar zijn vroegere rustplaats teruggebracht.
1942 21 juni: grote bedevaart van bijna tweeduizend schippers en zeelieden als eerste uit een nieuwe reeks zeeliedenbedevaarten.
1944 Oktober: tijdens de beschieting met V wapens werd het H. Kruis geplaatst in de zuidendwarsbeuk die meer bescherming biedt.
1948 Regentsbesluit van 15 januari. Het oud schepenzegel van 1717 met de afbeelding van het H.Kruis wordt definitief het gemeentewapen van Hoboken.
1977 Bouw van een weekkapel aan de Kruiskapel, die zelf wordt heringericht. Voorbereiding van de kerkelijke en burgerlijke viering van het 800-jarig jubileum van de "Zwarte God in 1980."
1980 Viering van 800e verjaardag van de Kruisvinding. T.V. viering in mei.
September: Historische stoet door Hoboken