vorige pagina

parochie Onze-Lieve-Vrouw Hoboken                                GSM 0472120140                                    website: http://www.olvhoboken.be

 

Evangelielezingen bij uitvaart

 

Evangelie 1 (Mt. 5, 1-12a)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

Toen Jezus de mensen naar zich toe zag komen,
ging Hij de berg op.
Hij zette zich neer
en zijn leerlingen kwamen bij Hem.
Hij nam het woord
en onderrichtte hen aldus:
"Zalig die arm voor God staan,
want aan hen behoort het hemelse koninkrijk.
Zalig zij die treuren,
want zij zullen getroost worden.
Zalig die zachtmoedig zijn, 
want zij zullen het land bezitten.
Zalig zij die hunkeren naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig zij die barmhartig zijn,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig die zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen, want zij zullen
kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden
om de gerechtigheid,
want aan hen behoort 
het hemels Koninkrijk.
Zalig zijt gij
wanneer men u beschimpt en vervolgt
en allerlei leugens van u vertelt 
omwille van Mij:
wees dan blij en zing van geluk,
want groot is uw loon in de hemel.


Evangelie 2 (Mt. 6, 25-33)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Wees niet bezorgd om uw leven,
om eten en drinken,
om lichaam en kleding.
Het leven is groter dan eten en drinken, 
het lichaam is kostbaarder dan kleding.
Volg de vogels in de lucht:
zij zaaien niet en maaien niet
en hebben geen bezit in schuren.
Maar uw Vader, die in de hemel is,
houdt hen in leven.
Zijt gij niet mr dan wat vogels?
Trouwens, gij kunt uw leven niet verlengen,
ook al zijt ge bezorgd dag na dag.
En waarom maakt gij u druk over uw kleding?
Kijk naar de bloemen langs de weg,
die niet spinnen en niet weven,
maar wel bloeien!
Uw vader in de hemel kleedt de bloemen, 
die vandaag nog bloeien en morgen verdwenen zijn.
Hoe zal Hij dan niet voor u zorgen?
Wees dus niet bezorgd om eten en drinken
om lichaam en kleding.
Uw hemelse Vader weet wel 
dat gij dit alles nodig hebt.
Maar zoek eerst zijn koninkrijk en doe wat recht is.
Dan zal God u voorzien in alles."


Evangelie 3 (Mt. 10, 32.39-42)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd riep Jezus 
zijn twaalf leerlingen bij zich en zei:
"Ieder die tegenover de mensen openlijk voor Mij opkomt,
voor hen zal ook Ik opkomen bij mijn hemelse Vader.
Wie zij leven voor zichzelf wil behouden,
zal het verliezen.
Maar wie zijn leven voor Mij prijsgeeft,
die zal het ware leven vinden.
Wie u opneemt, neemt God zelf op,
die Mij gezonden heeft.
Wie een profeet opneemt
omdat hij een man van God is,
zal de beloning van een profeet ontvangen.
En wie een goed en eerlijk man opneemt,
omdat het een deugdzaam mens is,
zal dezelfde beloning ontvangen.
En wie n van deze kleinen
een beker koud water geeft
omdat hij mijn leerling is,
die wordt vast en zeker beloond."


Evangelie 4 (Mt. 11, 25-30)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd zei Jezus:
"Ik prijs u, Vader,
Heer van hemel en aarde,
omdat Gij aan kleinen hebt laten zien 
wat Gij voor wijzen en verstandigen 
verborgen hebt gehouden.
Ja, Vader, zo hebt Gij het gewild."
Daarop richtte Jezus zich
tot de omstanders en zei:
"Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand kent de zoon tenzij de vader,
en niemand kent de Vader tenzij de Zoon
en zij aan wie de Zoon hem wil bekendmaken.
Kom tot Mij, gij allen, 
die uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat
Ik zal u rust en verlichting schenken.
Neem mijn juk op uw schouders en wees mijn leerling,
want ik ben zachtmoedig en nederig van hart.
Zo zult gij rust vinden,
want mijn juk is zacht
en mijn last is licht.


Evangelie 5 (Mt. 14, 22-33)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

Nadat Jezus het volk te eten had gegeven,
dwong Hij zijn leerlingen in de boot te gaan
en naar de overkant te varen.
Zelf bleef Hij nog ter plaatse
om de mensen naar huis te sturen.
Toen iedereen weg was, ging Hij de berg op om te bidden.
Het werd donker en Hij was daar alleen.
De leerlingen waren al ver op het meer.
Zij kwamen niet goed vooruit
door een harde tegenwind en de hoge golven.
Tegen de morgen kwam Jezus te voet
over het water naar hen toe.
Maar toen de leerlingen 
Hem zo over het water zagen komen, 
meenden zij een spook te zien
en ze begonnen van angst te schreeuwen.
Maar Jezus riep hen onmiddellijk toe:
"Wees gerust. Ik ben het. Vreest niet."
Hierop zei Petrus: "Heer, als Gij het zijt,
laat mij dan over het water naar U toe komen."
Jezus zei: "Kom." Petrus stapte uit de boot
en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was,
sloeg de schrik hem om het hart.
Hij begon te zinken en riep: "Heer, red mij!"
Meteen stak Jezus zijn hand uit, pakte Petrus vast,
trok hem uit het water en zei:
"Wat hebt ge toch een klein geloof.
Waarom twijfelt gij?"
Toen zij in de boot stapten, ging de wind liggen.
Allen, die in de boot waren,
wierpen zich voor Jezus neer en zeiden:
"Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God."


Evangelie 6 (Mt. 16, 21.25-27)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd begon Jezus
Zijn leerlingen duidelijk te maken
dat Hij naar Jeruzalem moest gaan.
Daar zou de hoge raad Hem veel doen lijden
en Hem ter dood brengen.
Maar Jezus zei ook 
dat Hij op de derde dag zou verrijzen.
En Hij volgde:
"Wie zijn leven voor zichzelf wil behouden,
zal het verliezen.
Maar wie zijn leven voor Mij prijsgeeft,
zal het vinden.
Wat heeft de mens eraan als hij heel de wereld wint,
maar zijn leven erbij inschiet?
Of wat is er meer waard dan het leven?
Denk eraan:
eens komt de Mensenzoon met zijn engelen
in de heerlijkheid van de Vader.
Dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden."


Evangelie 7 (Mt. 18, 1-5.10)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd stelde Jezus
aan zijn leerlingen deze vraag:
"Wie is volgens u de grootste 
in het hemelse koninkrijk?
Hij riep een klein kind,
zette het in hun midden en zei:
"In waarheid, Ik zeg u:
als gij niet opnieuw wordt 
als kleine kinderen, zult gij 
het hemelse koninkrijk niet binnengaan.
Wie zichzelf klein weet als dit kind,
is de grootste in het hemelse koninkrijk.
En wie in Mijn naam zo'n kind opneemt, neemt Mij op.
Kijk niet neer op n van deze kleinen:
zij hebben engelen in de hemel
en die zien mijn hemelse Vader
van aangezicht tot aangezicht."


Evangelie 8 (Mt. 25, 1-13)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd vertelde Jezus deze gelijkenis.
Het gaat met het hemelse koninkrijk 
zoals met tien bruidsmeisjes die met hun fakkels
de bruidegom tegemoet trokken.
Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf wijs.
Want de dwazen namen wel hun fakkels mee, 
maar geen olie.
De wijzen echter namen met hun fakkels 
tevens kruikjes olie mee.
Toen de bruidegom op zich liet wachten,
dommelden zij in en vielen in slaap.
Midden in de nacht werd er geroepen:
"Daar is de bruidegom. Ga hem tegemoet!"
Onmiddellijk waren alle meisjes wakker
en maakten hun fakkels klaar.
Nu zeiden de dwazen tot de wijzen:
"Geef ons wat olie, want onze fakkels gaan uit."
Maar de wijzen antwoordden:
"Neen, wij hebben niet genoeg voor u en voor ons.
Ga liever voor uzelf wat olie kopen."
Maar toen zij onderweg waren
om olie te gaan kopen, kwam de bruidegom.
En de bruidsmeisjes die klaar stonden,
trokken met hem mee om bruiloft te vieren.
De deur ging op slot.
Later kwamen ook de andere bruidsmeisjes
en zeiden: "Heer, doe open."
Maar hij antwoordde:
"Voorwaar ik zeg u : ik ken u niet."
En Jezus besloot:
"Wees dus waakzaam, want de bruidegom komt 
op en uur dat gij niet kent."


Evangelie 9 (Mt. 25, 14-23)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd vertelde Jezus deze gelijkenis. 
Er was eens een man, 
die op reis moest naar het buitenland. 
Vr zijn vertrek riep hij zijn knechten bij zich 
en vertrouwde hun zijn geld toe.
Aan de n gaf hij vijf talenten, 
aan een tweede twee 
en aan een derde n, 
ieder naar zijn bekwaamheid.
Daarop vertrok hij. 

De man, die de vijf talenten had gekregen,
begon er onmiddellijk mee te werken 
en verdiende er evenveel bij.
Zo deed ook de tweede. Hij verdiende er twee bij.
Maar de laatste, die n talent had gekregen, 
verstopte het geld van zijn heer in de grond.
Na lange tijd kwam de heer terug 
en riep zijn knechten bij zich.
De eerste kwam bij hem, 
gaf hem tien talenten en zei:
"Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven.
Ziehier, vijf heb ik erbij verdiend."
En zijn heer sprak: "Uitstekend, goede en trouwe knecht,
over weinig waart gij trouw, 
over veel zal ik u aanstellen. 
Ga binnen in de vreugde van uw heer."
Toen kwam de tweede naar voren en zei:
" Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven.
Ziehier, twee heb ik erbij verdiend."
En de heer sprak: "Uitstekend, goede en trouwe knecht 
over weinig waart gij trouw over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer."


Evangelie 10 (Mt. 25, 31-40)

Lezing uit het evangelie volgens Mattes.

In die tijd sprak Jezus:
Eens komt de mensenzoon terug in heerlijkheid,
vergezeld van alle engelen.
Dan zal Hij plaatsnemen op zijn troon.
Alle volken zullen, vr Hem bijeengebracht worden.
Dan zal Hij ze in twee groepen scheiden:
de ne rechts en de andere links van Hem.
Tot die aan zijn rechterhand zal de koning zeggen:
Kom, gezegenden van mijn Vader.
Neem bezit van het Koninkrijk
dat Hij voor u heeft bereid.
Want ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven.
Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven.
Ik was vreemdeling en zocht onderdak
en gij hebt Mij opgenomen.
Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.
Ik was ziek en gij hebt voor Mij gezorgd.
Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.

Dan zullen de rechtvaardigen antwoorden:
Heer, wij hebben U nooit hongerig of dorstig gezien.
Hoe hebben wij U dan eten of drinken gegeven?
Wij hebben U nooit gezien als vreemdeling 
of zonder kleren.
Hoe hebben wij U dan opgenomen en gekleed?
Wij hebben nooit gezien dat Gij ziek waart 
of in de gevangenis.
Hoe hebben wij U dan kunnen bezoeken?
Dan zal de Heer antwoorden:
In waarheid, Ik zeg u: Al wat gij gedaan hebt 
voor n van de minsten van mijn broers,
dat hebt gij voor Mij gedaan.


Evangelie 11 (Mc. 4, 35-41)

Lezing uit het evangelie volgens Marcus.

De dag liep ten einde
en Jezus zei tot zijn leerlingen:
"Laten wij oversteken."
daarop stuurden de leerlingen de mensen weg
en namen Hem gewoon mee -
Hij zat toch al in de boot.
Ook andere boten staken van wal.
Toen stak er een hevige storm op
en de golven sloegen over de boot,
zodat die vol liep.
Intussen lag Jezus
achter in de boot te slapen,
met zijn hoofd op een kussen.
Ze maakten Hem wakker en riepen:
"Rabbi, ziet Gij niet dat wij vergaan?"
Hij stond op
en riep krachtig tegen de wind in:
"Houd op! Houd u stil!"
En de wind viel neer en het werd heel stil.
Toen zei Jezus:
"Waarom zijt gij zo bang?
Hebt gij nog steeds geen geloof?"
De leerlingen waren
geweldig onder de indruk
en ze zeiden tegen elkaar:
"Wie mag Hij wel zijn dat zelfs
wind en water doen wat Hij zegt?"


Evangelie 12 (Mc. 5, 21b-24.33-42)

Lezing uit het evangelie volgens Marcus.

Terwijl Jezus aan de over van het meer stond,
kwamen heel veel mensen naar Hem toe.
Daar kwam ook Jarus, de overste van de synagoge.
Toen hij Jezus zag, viel hij Hem te voet
en smeekte Hem met aandrang:
"Mijn dochtertje ligt op sterven.
Kom mee en leg haar de handen op
dat ze gered wordt en blijft leven."
En Jezus ging met hem mee,
terwijl een grote menigte Hem volgde.
Toen ze onderweg waren, kwam men uit het huis 
van de overste met de boodschap: "uw dochter is 
gestorven. Waarom de Meester nog langer lastig vallen?"
Jezus hoorde dit en zei tegen de overste van de synagoge:
"Wees niet bang, maar blijf geloven."
Hij liet niemand met zich meegaan
behalve Petrus, Jakobus en Johannes.
Toen ze bij het huis van de overste gekomen waren, 
hoorde Hij de mensen luid wenen en weeklagen.
Jezus ging binnen en zei tegen hen:
"Waarom dat gehuil en geween?
Het kind is niet dood. Het slaapt!"
Maar ze lachten Hem uit.
Daarop stuurde Jezus iedereen naar buiten
en ging samen met de ouders van het kind
en de drie leerlingen naar de kamer waar het kind lag.
Hij pakte haar bij de hand en zei:
"Talita koemi. - Meisje, sta op."
Onmiddellijk stond het meisje op en begon rond te lopen.
Zij was twaalf jaar.
De ouders en de leerlingen waren stom van verbazing.
Jezus verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen.
En Hij zei ook nog: "Geef het meisje te eten."


Evangelie 13 (Mc. 10, 13-16)

Lezing uit het evangelie volgens Marcus.

In die tijd brachten de mensen
hun kinderen bij Jezus met de bedoeling
dat Hij ze zou aanraken.
Maar de leerlingen stuurden ze terug.
Toen Jezus dat zag, werd Hij kwaad 
en ze:
"Laat die kinderen bij Mij komen
en houd ze niet tegen.
Want het Koninkrijk van God
is voor allen die zijn als kinderen.
Ik verzeker u:
wie voor het Koninkrijk van God
niet openstaat als een kind,
die komt er zeker niet in."
Daarop sloeg Jezus zijn armen
om de kinderen heen,
legde hun de handen op
en zegende hen.


Evangelie 14 (Mc. 13, 33-37)

Lezing uit het evangelie volgens Marcus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Wees op uw hoede!
Blijf waakzaam, want gij weet niet
wanneer het beslissende moment komt.
Het is er mee als met een man
die op reis gaat:
hij laat zijn huis achter
en het beheer draagt hij over
aan zijn dienaars,
ieder krijgt zijn eigen taak.
Aan de deurwachter heeft hij gezegd
waakzaam te zijn.
Blijf dus waakzaam,
want gij weet niet
wanneer de Heer van het huis terugkomt,
's avonds laat of midden in de nacht,
vr dag en dauw of bij het eerste licht.
Als hij onverwacht komt,
zorg dat hij u niet in slaap vindt.
Wat ik tegen u zeg, zeg Ik tegen iedereen:
blijf waakzaam."


Evangelie 15 (Mc. 15, 33-35.37.39.42.46;16,1-6a)

Lezing uit het evangelie volgens Marcus.

In die tijd brachten de soldaten Jezus naar Golgota, 
wat betekent Schedelplaats.
Daar sloegen ze Hem aan het kruis.
Vanaf het middaguur viel er duisternis over het hele land,
tot drie uur in de namiddag.
Toen riep Jezus heel luid: "Elo, Elo, lama sabachtni.
Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?"
Daarop slaakte Jezus nog een luide kreet en gaf de geest.
De honderdman, die recht tegenover het kruis stond,
had gezien hoe Jezus gestorven was.
Hij zei: "waarlijk, die man was de Zoon van God."
Het was al avond geworden, toen Jozef van Arimata 
naar Pilatus ging om het lichaam van Jezus te vragen.
Toen Pilatus het had afgestaan, kocht hij een lijkwade,
haalde Jezus van het kruis en wikkelde Hem in de lijkwade.
Daarop legde hij Hem in een graf.
Toen de sabbat voorbij was,
kochten Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, 
en Salom welriekende kruiden
om het lichaam van Jezus te balsemen.
heel vroeg in de morgen, bij het opgaan van de zon,
gingen zij naar het graf
- die eerste dag van de week.
Ze zeiden tegen elkaar:
"Wie zal de steen voor het graf wegrollen?"
Toen ze daar kwamen, 
zagen ze dat de steen al weggerold was;
en deze was zeer groot.
Ze gingen het graf binnen 
en zagen rechts een jongeman zitten in een wit gewaad.
ze waren geheel van streek. Maar hij zei: "Wees niet bang.
Gij zoekt Jezus van Nazareth, die gekruisigd is.
Hij is niet hier. Hij is verrezen."


Evangelie 16 (Lc. 7, 11-16)

Lezing uit het evangelie volgens Lucas.

In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen
naar een stad die Nan heette.
Zoals gewoonlijk liep
een grote groep mensen achter Hem aan.
Toen Hij bij de stadspoort gekomen was,
werd daar een dode uitgedragen.
Het was de enige zoon van een vrouw,
die ook al haar man verloren had.
Een groot aantal mensen ging met haar mee.
Toen Jezus de vrouw zag,
kreeg Hij medelijden met haat en zei:
"Schrei maar niet."
Dan ging Hij naar de lijkbaar toe
en legde zijn hand erop.
De dragers bleven staan
en Jezus zei:
"Jongeman, Ik zeg u: sta op!"
De dode ging rechtop zitten
en begon te spreken,
en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.
Allen waren vol ontzag
en zij loofden God met de woorden:
"Een groot profeet is onder ons gekomen
en God heeft met liefde
op ons neergezien."


Evangelie 17 (Lc. 12, 35-40)

Lezing uit het evangelie volgens Lucas.

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen 
deze gelijkenis voor.
"Zorg ervoor dat gij altijd klaar staat 
en houd de lampen brandend. 
Gedraag u als mensen die wachten 
op de thuiskomst van hun heer 
die naar de bruiloft is, 
om als hij aankomt en klopt, 
hem aanstonds open te doen. 
Gelukkig de dienaren die de Heer 
bij zijn terugkomst zo zal aantreffen.
In waarheid, Ik zeg u:
Hij zal hen aan tafel nodigen 
en langs hen gaan om hen te bedienen. 
En al komt hij midden in de nacht, 
of zelfs nog later:
gelukkig zijn de dienaren 
die hij wakend aantreft.
Begrijp dit wel:
als de eigenaar van het huis wist 
op welk uur de dief zou komen, 
zou hij in zijn huis niet laten inbreken. 
Wees dus ook gij bereid 
omdat de Mensenzoon komt 
op een uur dat gij het niet verwacht."


Evangelie 18 (Lc. 22, 39-44)

Lezing uit het evangelie volgens Lucas.

Na het laatste avondmaal
ging Jezus met zijn leerlingen naar buiten.
Hij begaf zich volgens zijn gewoonte 
naar de 0lijfberg.
Toen zij daar aankwamen, 
zei Jezus tot hen. 
"Bid, dat gij niet op de bekoring ingaat. 
Dan ging Hij wat verder, 
wierp zich op de knien en bad:
"Vader, als het mogelijk is, 
laat dit lijden aan Mij voorbijgaan. 
Maar toch, 
niet mijn wil maar uw wil geschiede."
Een engel uit de hemel verscheen Hem 
om Hem te sterken. 
In doodsangst bad Hij met nog meer aandrang. 
Zijn zweet werd tot dikke druppels bloed 
die op de grond neervielen. 


Evangelie 19 (Lc. 23, 33.38-43)

Lezing uit het evangelie volgens Lucas.

In die tijd werd Jezus,
samen met twee misdadigers weggevoerd 
om ter dood te worden gebracht.
Toen zij op de plaats kwamen 
die Schedel heet, sloegen de soldaten 
Jezus daar aan het kruis, 
en ook de veroordeelden, 
de n rechts, de ander links.
Boven zijn hoofd hing een opschrift:
Dit is de koning van de Joden. 
Het stond geschreven in het Grieks, 
het Latijn en het Hebreeuws.
En van de veroordeelden
die met Hem gekruisigd waren, 
riep spottend:
"Als Gij de Messias zijt, 
red dan uzelf en ook ons. 
Maar de andere veroordeelde
strafte hem af en zei:
"Hebt gij zelfs nu geen ontzag voor God?
Wij hebben gekregen 
wat wij door ons gedrag verdiend hebben.
Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan."
Daarop zei hij:
"Jezus, denk aan mij 
als Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt."
En Jezus sprak tot hem:
"Voorwaar Ik zeg u: vandaag nog 
zult gij met Mij zijn in het paradijs."


Evangelie 20 (Lc. 23,44-47.50.52-53;24,1-6a)

Lezing uit het evangelie volgens Lucas.

In die tijd sloegen de soldaten Jezus aan het kruis. 
Vanaf de middag tot drie uur in de namiddag 
viel er duisternis over heel die streek. 
Toen riep Jezus heel luid:
"Vader, in uw handen leg ik mijn leven neer."
Na deze woorden gaf Hij de geest.
Bij het zien van wat er gebeurd was, 
loofde de honderdman God en zei:
"Deze mens was waarlijk een rechtvaardige."
Nu was er een zekere Jozef, een goed en rechtschapen man, afkomstig uit de Joodse stad Arimata.
Hij ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
Nadat hij het van het kruis had afgenomen, 
wikkelde hij het in een lijkwade. 
Vervolgens legde hij Jezus neer 
in een graf dat in een steen was uitgekapt 
en waarin nog nooit iemand was neergelegd. 
Op de eerste dag van de week, de zondag, 
gingen de vrouwen naar het graf. 
Zij droegen de balsem 
en de geurige kruiden die zij hadden bereid. 
Toen zij bij het graf kwamen, 
zagen ze dat de steen voor de ingang weggerold was. 
Zij gingen naar binnen 
en vonden er het lichaam van Jezus niet. 
Zij wisten niet wat ze ervan moesten denken. 
Opeens stonden twee mannen voor hen 
in een stralend wit kleed. 
Verschrikt bogen de vrouwen het hoofd naar de grond. 
Maar de mannen zeiden: 
" Waarom zoekt gij de levende bij de doden?
Jezus is niet hier. Hij is verrezen."


Evangelie 21 (Lc. 24, 13-17.19b-21.26-35)

Lezing uit het evangelie volgens Lucas

In die tijd waren twee leerlingen van Jezus op weg naar Emmas, 
een dorp dat ongeveer elf kilometer van 
Jeruzalem lag. Ze spraken met elkaar over alles wat er gebeurd was. 
En terwijl ze zo aan het spreken waren, 
kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.
Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. 
Hij vroeg hun: "waarover hebt ge het zo druk?"
Ze zeiden: "Wel, over Jezus van Nazareth, 
een groot profeet,machtig in woord en daad 
in het oog van God en heel het volk. 
De Hoge Raad in Jeruzalem heeft Hem overgeleverd. 
Zo werd Hij veroordeeld 
en stierf Hij op het kruis. En wij hadden gehoopt 
dat Hij het zou zijn die Isral zou bevrijden."
Nu sprak Jezus tot hen: 
"Moest de Messias dat alles niet doorstaan 
om in zijn heerlijkheid binnen te gaan?" 
Dan begon Hij hun uit te leggen wat er over de Messias 
in de hele Schrift stond, te beginnen met Mozes tot bij al de profeten. 
Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, 
maar Jezus deed alsof Hij verder moest. 
De leerlingen drongen bij Hem aan en zeiden: 
"Blijf bij ons, want de avond valt en de dag loopt ten einde."
Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. 
Aan tafel nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun. 
Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. 
Toen zeiden ze tot elkaar: "Brandde ons hart niet in ons, 
terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?"
Zij stonden op en gingen onmiddellijk naar Jeruzalem terug. 
Daar vonden ze de elf bijeen. 
Deze zeiden: "De Heer is werkelijk verrezen, want Hij is aan Simon verschenen."
En toen vertelden zij wat er onderweg gebeurd was 
en hoe ze Jezus herkend hadden aan het breken van het brood.


Evangelie 22 (Joh. 1, 1.9-14.16-18)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In het begin was het Woord 
en het Woord was bij onze God 
en zelf God was het Woord. 
Al van in het begin 
was het toegewend naar onze God. 
Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, 
kwam in de wereld.
Maar de mensen wilden Hem niet aanvaarden. 
Allen, die Hem wl aanvaardden 
allen die in Hem geloven 
gaf Hij het voorrecht kinderen van God te worden. 
Niet uit vlees en bloed, 
niet uit man en macht of op eigen kracht 
zijn zij geboren, maar uit God.
En het Woord is vlees geworden 
- een mens als wij -
en heeft onder ons zijn tent neergezet. 
Wij hebben zijn licht gezien: 
het weegt op ons, het draagt ons, 
het doorschijnt ons.
Toen konden wij alleen nog zeggen: 
Hij is de enige Zoon van de Vader 
n en al goedheid en waarheid.
Uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen -
genade op genade.
De woorden van de Wet zijn door Mozes gegeven.
Vriendschap, genade en trouw zonder meer 
zijn geworden door Jezus Christus. 
Nooit heeft iemand God gezien.
De enige eigen Zoon van God, 
die rust aan het hart van de Vader, 
Hij alleen is onze gids. 


Evangelie 23 (Joh. 5, 24-29)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In die tijd zei Jezus tot de Joden:
"Ik ben van de Vader uitgegaan.
Al wie in Hem gelooft
en naar mijn woorden luistert, 
heeft eeuwig leven. 
Hij zal niet geoordeeld worden, 
want hij is reeds overgegaan 
van de dood naar het leven.
Ik zeg u:
er komt een tijd dat de doden 
de stem van Gods Zoon zullen horen 
en die haar horen, zullen leven.
Zoals de Vader bron van leven is 
zo is ook de Zoon bron van leven, 
dank zij de Vader.
En de Vader heeft Hem recht gegeven 
om te oordelen, 
omdat Hij de Mensenzoon is. 
Verwondert u niet hierover:
er komt een tijd dat alle doden 
in hun graven zijn stem zullen horen. 
Wie het goede hebben gedaan, 
zullen opstaan om te leven.
En wie het kwade hebben gedaan, 
zullen opstaan 
om veroordeeld te worden."


Evangelie 24 (Joh. 6, 37-40)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In die tijd zei Jezus tot de Joden:
"iedereen die de Vader aan Mij toevertrouwt,
zal tot Mij komen.
En wie tot Mij komt, 
zal Ik niet buitenwerpen.
Ik ben in de wereld gezonden, 
niet om mijn eigen wil te doen 
maar de wil van mijn hemelse Vader. 
God wil niemand laten verloren gaan, 
maar dat Ik allen doe verrijzen 
op de laatste dag. 
Mijn Vader wil dat ieder, 
die de Zoon ziet en in Hem gelooft, 
eeuwig leven heeft.
En Ik zal hem doen verrijzen 
op de laatste dag."


Evangelie 25 (Joh. 6, 51-58)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In die tijd zei Jezus tegen de menigte:
"Ik ben het levende brood 
dat uit de hemel gekomen is.
Wie van dit brood eet 
zal leven in eeuwigheid." 
Toen begonnen de Joden te morren 
en ze zeiden:
Hoe kan Hij ons 
zijn vlees te eten geven ?"
Hierop zei Jezus:
Als gij mijn vlees niet eet 
en mijn bloed niet drinkt, 
hebt gij het leven niet in u. 
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt 
heeft eeuwig leven 
en Ik zal hem doen opstaan 
op de laatste dag. 
Want mijn vlees is waarlijk voedsel 
en mijn bloed is waarlijk drank. 
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
blijft in Mij en Ik in hem.
Ik ben het brood uit de hemel.
Wie dit brood eet 
zal leven in eeuwigheid." 


Evangelie 26 (Joh. 10, 1-5.7-11)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In die tijd zei Jezus:
"Wie niet door de deur de schaapskooi binnengaat, 
maar langs een andere weg,
hij is een dief en een rover. 
Want de herder komt langs de deur binnen. 
Voor hem doet de deurwachter open. 
De schapen luisteren naar zijn stem. 
Hij roept ze bij hun naam en leidt ze naar buiten. 
En als hij al zijn schapen 
naar buiten heeft gebracht, 
trekt hij voor hen uit. 
Zij volgen hem, omdat zij zijn stem kennen. 
Een vreemde zullen zij niet volgen. 
Integendeel, ze zullen van hem weglopen. 
Zij kennen immers zijn stem niet"

Een andere keer zei Jezus:
"Ik ben de deur van de schaapskooi.
Allen die vr Mij gekomen zijn, 
waren dieven en rovers.
Maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
Ik ben de deur. 
Als iemand door Mij binnengaat, 
zal hij worden gered.
Hij zal vrij in﷓ en uitgaan 
en voedsel vinden in overvloed.
De dief komt alleen maar om te stelen, 
te doden en te vernietigen.
Ik ben gekomen om de schapen 
leven in overvloed te geven. 
Ik ben de goede herder. 
De goede herder geeft zijn leven 
voor zijn schapen."


Evangelie 27 (Joh. 11,1.3.5-6.17.19-27)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

Er was iemand ziek, een zekere Lazarus,
die in Betani woonde.
Zijn zusters, Maria en Martha, stuurden
Jezus nu de boodschap:
Heer, hij die Gij liefhebt, is ziek.
Jezus hield veel van Martha, haar zuster en Lazarus.
Toen Hij hoorde dat Lazarus ziek was,
bleef Hij nog twee dagen ter plaatse.
daarna ging Hij met zijn leerlingen naar Betani.
Bij zijn aankomst bleek dat Lazarus al vier dagen 
in het graf lag.
Vele Joden waren naar Maria en Martha gekomen 
om hen te troosten over het verlies van hun broer.
Zodra Martha hoorde dat Jezus op komst was,
ging zij Hem tegemoet en zei:
"Heer, als Gij hier waart geweest,
zou mijn broer niet gestorven zijn.
Maar ik ben er zeker van dat God
u zal geven wat Gij Hem vraagt."
Jezus zei haar: 
"Uw broer zal verrijzen."
Martha hernam: "Ja, dat weet ik.
Hij zal verrijzen op de laatste dag."
Jezus zei haar:
"Ik ben de verrijzenis en het leven.
Wie in Mij gelooft, zal leven,
En ieder die leeft en gelooft in Mij
zal in eeuwigheid niet sterven.
Gelooft gij dat?"
Martha zei tot Hem: "Ja, Heer, ik geloof.
Gij zijt de Messias, de Zoon van God,
die in de wereld komt."


Evangelie 28 (Joh. 11, 17.32-45)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In die tijd kwam Jezus te Betani.
Bij zijn aankomst bevond Hij dat Lazarus
al vier dagen in het graf lag.
Toen Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond,
viel ze Hem te voet en zei: "Heer, als Gij hier waart geweest, 
zou mijn broer niet gestorven zijn."
Jezus zag haar wenen en ook de mensen
die met haar meegekomen waren.
Het verdriet greep Hem aan en diep ontroerd zei Jezus;
"Waar hebt gij hem begraven?"
Zij antwoordde: "Kom en zie, Heer."
En Jezus begon te wenen, zodat de mensen onder elkaar zeiden: 
"Zie eens hoeveel Hij van hem hield."
Toen Jezus bij het graf kwam, werd Hij weer ontroerd.
Het was een graf, uitgehouwen in de rots
en afgesloten met een grote steen.
Jezus zei: "Doe de steen weg."
Martha zei hierop: "Hij riekt al,
want hij is al vier dagen in het graf."
Ze rolden de steen weg.
Jezus sloeg zijn ogen ten hemel en bad:
"Vader, Ik dank U dat Gij Mij hebt verhoord.
Ik weet dat Gij Mij altijd verhoort.
Mogen deze mensen hier geloven
dat Gij Mij gezonden hebt."
Na deze woorden riep Hij met luide stem:
"Lazarus, kom naar buiten."
En de dode kwam naar buiten,
handen en voeten in doeken gewikkeld.
om zijn gezicht was een zweetdoek.
En Jezus zei: "Maak hem los en laat hem gaan?"
En vele Joden die daar waren
en zagen wat Jezus gedaan had, geloofden in Hem.


Evangelie 29 (Joh. 12, 23-28a)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Het uur is gekomen
dat de mensenzoon verheerlijkt wordt.
Ik zeg u:
als de graankorrel
niet in de aarde valt,
blijft hij alleen.
Maar als hij sterft,
brengt hij veel vrucht voort.
Wie zijn leven wil behouden,
zal het verliezen.
Maar wie zijn leven in deze wereld prijsgeeft,
zal het behouden en eeuwig leven.
als iemand Mij wil dienen,
moet hij Mij volgen.
Waar ik ben, zal ook mijn dienaar zijn.
als iemand Mij dient,
zal mijn Vader Hem eren.
Nu ben ik bedroeft.
Wat zal Ik zeggen:
Vader, red Mij uit dit uur?
Maar daarom juist
ben Ik tot dit uur gekomen.
Vader, verheerlijk uw Naam."


Evangelie 30 (Joh. 14, 1-6)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Laat uw hart niet verontrust worden.
Gij vertrouwt op God, 
vertrouw ook op Mij.
In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.
Als dat niet zo was, had Ik het u gezegd.
Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.
En als Ik ben heengegaan
en een plaats voor u heb bereid,
kom ik terug om u op te nemen bij Mij,
opdat ook gij zult zijn waar Ik ben.
Gij weet waar Ik heenga
en ook de weg daarheen is u bekend."
Thomas zei tot Hem:
"Heer, wij weten niet waar Gij heengaat:
hoe moeten wij dan de weg kennen?"
Jezus antwoordde hem:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij."


Evangelie 31 (Joh. 16,20-22.26b-28.33)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In zijn afscheidsrede zei Jezus
tot zijn leerlingen:
"Gij zult wenen en weeklagen,
terwijl de wereld zich zal verheugen.
Gij zult verdriet hebben,
maar uw verdriet
zal in blijdschap veranderen.
Wanneer een vrouw gaat baren
is zij bedroefd.
Haar uur van lijden is aangebroken.
Maar wanneer het kind er eenmaal is,
denkt zij niet meer aan de pijn.
Zij is blij dat zij een mens
ter wereld heeft gebracht.
Zo is het ook met u:
Nu zijt gij bedroefd.
Maar wanneer Ik u zal verheugen.
En die vreugde
zal niemand u kunnen ontnemen.
Ik zal bij de Vader
voor u ten beste spreken.
En Hij heeft u lief,
omdat gij Mij liefhebt en gelooft
dat Ik van de Vader ben uitgegaan.
Ik ben in de wereld gekomen,
maar Ik verlaat de wereld
en ga naar de Vader.
Dit heb Ik u gezegd
opdat gij in Mij vrede vindt.
In deze wereld zal lijden uw deel zijn.
Maar heb goede moed:
Ik heb de wereld overwonnen."


Evangelie 32 (Joh. 17,1-3.11b.13)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In zijn afscheidsrede zei Jezus
tot zijn leerlingen:
"Vader, het uur is gekomen!
Verheerlijk uw Zoon.
Gij hebt Hem macht gegeven
om eeuwig leven te schenken
aan allen
die Gij hem hebt toevertrouwd.
En dit is het eeuwig leven,
dat de mensen U van harte kennen,
de enige en ware God,
en Jezus Christus die Gij gezonden hebt.
Heilige Vader,
bewaar in uw Naam allen,
die Gij Mij hebt toevertrouwd,
opdat zij n mogen zijn zoals Wij.
Nu kom Ik naar U toe.
Terwijl Ik nog in de wereld ben,
zeg Ik dit alles opdat zij
ten volle mijn vreugde mogen hebben."


Evangelie 33 (Joh. 17, 24-26)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

Tijdens het laatste avondmaal
sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:
"Vader,
Ik wil dat allen die in Mij geloven,
mogen zijn waar Ik ben.
Dan kunnen zij Mij zien in de heerlijkheid
die Gij Mij gegeven hebt.
Rechtvaardige Vader,
de wereld heeft U niet aanvaard,
maar Ik heb U erkend
en mijn leerlingen weten en geloven
dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik heb hun hart geopend voor U
en Ik zal dit blijven doen.
Want Ik verlang vurig
dat ook zij de liefde ervaren,
waarmee Gij Mij hebt liefgehad."


Evangelie 34 (Joh. 19, 24b-30.35)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden,
namen ze zijn kleren en scheurden ze in vieren,
voor elke soldaat een stuk.
Terwijl ze hiermee bezig waren,
stonden onder het kruis van Jezus
zijn moeder, de zuster van zijn moeder,
Maria de vrouw van Kleopas
en Maria Magdalena.
Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar
zijn geliefde leerling Johannes,
zei Hij tot zijn moeder:
"Vrouw, zie daar uw zoon.
En vervolgens zei Hij tot Johannes:
"Zie daar uw moeder."
En van die dag af
nam Johannes Maria bij zich in huis.
Jezus wist dat nu alles volbracht was.
Om de Schrift in vervulling te laten gaan,
riep Hij: "Ik heb dorst."
Er stond daar een kruik vol bittere wijn.
Een soldaat stak er een spons in 
en bracht die met een stok aan zijn mond.
Toen Jezus van de bittere wijn
genomen had, zei Hij:
"Het is volbracht."
Daarop boog Hij het hoofd
en gaf de geest.

Dit is het getuigenis van iemand
die het met eigen ogen heeft gezien.
Wat hij zegt is waar
en hij weet dat hij de waarheid spreekt,
opdat ook gij moogt geloven.


Evangelie 35 (Joh. 20, 19-21.24-31)

Lezing uit het evangelie volgens Johannes.

In de avond van de eerste dag van de week -de zondag-
zaten de leerlingen bij elkaar.
Ze hielden de deuren op slot,
omdat ze bang waren voor de joden.
Toen kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei: "Vrede zij u."
Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
Nogmaals zij Jezus: "Vrede zij u.
Zoals de vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u."
Thomas n van de twaalf, was er niet toen Jezus kwam.
De andere leerlingen vertelden hem:
"We hebben de Heer gezien."
Maar Thomas zei: "Zolang ik niet de wonden 
in zijn handen en zijn zijde kan zien en aanraken,
zal ik zeker niet geloven."
Een week later waren de leerlingen
weer bijeen en nu was Thomas er ook bij.
Hoewel de deuren gesloten waren,
kwam Jezus in hun midden en zei: "Vrede zij u."
Toen keerde Hij zich tot Thomas en zei:
"Kom hier en bezie en betast mijn handen en mijn zijde.
En wees niet langer ongelovig, maar gelovig.
Thomas riep uit: "Mijn Heer en mijn God."
En Jezus hernam: "Omdat ge Mij ziet, Thomas, gelooft gij.
Zalig die niet zien en toch geloven.
In het bijzijn van zijn leerlingen 
heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan,
die niet in dit boek staan opgeschreven.
Maar wat hier geschreven staat,
is opgetekend opdat ook gij moogt geloven
dat Jezus de Messias is, de Zoon van God.
En als gij in hem gelooft,
zult gij leven bezitten in zijn Naam.