Nederlandstalige boeken

IIn het spoor van de Katharen - Hanny Alders
IDe katharen - Malcolm Barber
IKetters - Theun de Vries
IKatharen - Michel Gybels, Marc Bogaerts, Raymond Doms, Bram Moerland
IDe kathaarse vrouwengemeenschappen in de Lauragais (1150-1249) - Michel Gybels
IMontaillou - een ketters dorp in de Pyreneeën, 1294-1324 - Emmanuel Le Roy Ladurie
IDe tragedie van de katharen - Claude Lebédel & Cathérine Bibollet
IDe Katharen - Opkomst en ondergang van een vredelievende ketterse sekte - W.P. Martens
IKatharen en de val van Montségur - Bram Moerland
ISchatgraven in Nag Hammadi - Een inleiding tot de gnostiek - Bram Moerland
IKetters, heksen en andere zondebokken - Vervolging als middel tot macht 950-1250 - R.I. Moore
IHet land der katharen - Ankie Nolen
IDe volmaakte ketterij - Stephen O'Shea

IKatharen in Europa - Een reis doorheen het katharisme - Yves Van Buyten & Willy Vanderzeypen

IDe Tempeliers - Huurlingen van de paus - Yves Van Buyten & Willy Vanderzeypen
IDe Graalmythe - Van Chrétien de Troyes tot Dan Brown - Yves Van Buyten & Willy Vanderzeypen
IUnde malum - Dualisme bij manicheeërs en katharen - John van Schaik
IDe laatste katharen - René Weis
 

Hanny Alders
IN HET SPOOR VAN DE KATHAREN

Ter voorbereiding van haar historische roman over de katharen ("De volmaakte ketter") maakte Hanny Alders een studiereis door de streek.
Dit boek is het verslag van die reis. Verwacht geen reisgids, daarvoor is het boek niet compleet genoeg en brengt het te weinig praktische informatie. Wat je wel mag verwachten is een vlotte (beperkte) kennismaking met een prachtige streek. Beslist een aanrader voor wie het "Pays Cathare" op zijn reisschema heeft staan.

(Uitgeverij Conserve - 1999 - ISBN 90-5429-120-6)

 

Malcolm Barber
DE KATHAREN

Onlangs verscheen bij Uitgeverij Pearson Education Benelux de reeds lang aangekondigde Nederlandse vertaling van het in kringen van wetenschappers en historici hoog gewaardeerde boek "The Cathars - Dualist Heretics in Languedoc in the High Middle Ages" van Malcolm Barber, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Reading (Engeland).

De Nederlandse vertaling kreeg als titel "De Katharen" en werd als paperback-editie uitgegeven, voorzien van een mooi ogende cover met een kleurenfoto van het kasteel van Peyrepertuse.

In het boek werden ook tal van zwart/wit foto's, verklarende tabellen, overzichtskaarten en een chronologisch overzicht van de Albigensische kruistochten opgenomen, wat voor de lezer een boeiende en tegelijk aanvullende verduidelijking is.

Bijzonder interessant en verdienstelijk is hier de wel heel uitvoerige lijst van aanbevolen literatuur, die maar liefst 25 bladzijden omvat, het register en de zeer relevante voetnoten, mooi ingedeeld per hoofdstuk, die voor de geïnteresseerde lezer op zoek naar meer, een onuitputtelijke bron van informatie zijn. Bij mijn weten is er tot dusver geen enkel ander Nederlandstalig werk over de katharen beschikbaar dat zulke uitgebreide literatuurlijst en voetnoten weergeeft, wat het boek alleen al daarvoor de moeite waard maakt.

In zeven grote hoofdstukken geeft de auteur een chronologisch en goed gestructureerd correct overzicht van de ganse geschiedenis en de religie van het katharisme. In een beknopte inleiding wordt de lezer in grote trekken wegwijs gemaakt in de materie, waarna de dualistische leer van de vroege gnostici wordt besproken, een overzicht wordt gegeven van de leer van de bogomielen, die aan de basis lag van het katharisme, om dan vervolgens uit te komen bij de oorsprong van het dualisme in het Westen.

Bijzonder interessant is dat Barber een duidelijke omschrijving geeft van het ontstaan van het katharisme in de Languedoc en daarbij de link legt met de Bulgaarse, Bosnische en Italiaanse connecties. Hij schetst daarbij ook het uitzonderlijk grote belang van het kathaarse concilie van Saint-Félix de Caraman in 1167, waarbij het absolute dualisme van de katharen in Occitanië werd vastgelegd. Hij baseert zich daarvoor overwegend op het relaas van tijdgenoten aan de hand van overgeleverde teksten, wat een extra boeiende dimensie geeft aan zijn uiteenzettingen.

In het hoofdstuk over de katharen en de samenleving van de Languedoc maken we uitgebreid kennis met de feodale structuur van deze bijzonder hoogstaande maatschappij, waarbij de plaatselijke adel en de regionale machthebbers meer en meer het kathaarse gedachtegoed ondersteunden binnen een geest van een voor die tijd nooit geziene tolerantie en "paratge", zo eigen aan die samenleving. De lezer wordt hier vooral gewezen op het grote belang van het netwerk van onderling gerelateerde graafschappen en seculiere machthebbers die samen met de vele kathaarse "domussen", geleid door kathaarse vrouwen, er voor zorgden dat het katharisme alom verspreid en ondersteund werd in de regio.

Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 uitvoerig stilgestaan bij de structuur van de kathaarse kerk, zijn hiërarchie, de ceremoniële ontvangst van het consolamentum als enig erkend sacrament van de Gleisa de Dio en de kathaarse theologie aan de hand van verklarende uittreksels uit het "Liber de Duobus Principiis", één van de overgeleverde kathaarse bronteksten i.v.m. het geloof. Aan de hand van getuigenissen afgelegd voor de inquisitie wordt als slot van dat hoofdstuk nog een interessant beeld geschetst van de geloofsbeleving door de gewone katharen, waaruit duidelijk naar voren komt hoe diep het katharisme ook bij de eenvoudige "croyants" was verankerd in hun dagdagelijks bestaan.

In hoofdstuk 4 krijgen we dan de katholieke reactie en haar rechtvaardiging om met geweld deze "verderfelijke ketterij" met wortel en tak uit te roeien. Bij zijn analyse van de reacties van Rome en de daarop volgende Albigensische kruistocht van 1209 baseert Barber zich vooral op de kronieken van de drie belangrijkste verslaggevers uit die tijd, te weten Pierre des Vaux-de-Cernay, een roomskatholiek die duidelijk aan de kant van Simon de Montfort en zijn kruisleger stond, Guillaume de Puylaurens, een priester uit Toulouse, die eveneens aan de kant van de katholieken stond en Guillaume de Tudèle, die zowat de meest betrouwbare van deze drie vormt. (Hun kronieken werden inmiddels vertaald in het Nederlands en zijn beschikbaar op deze website onder de rubriek "bronteksten".) In dit hoofdstuk zien we ook hoe de verschillende campagnes tegen de ketterij in de twaalfde en vroege dertiende eeuw uitmondden in een escalatie van geweld tijdens de Albigensische kruistochten die het gebied in vuur en vlam zetten en waarbij deze verfijnde en cultureel hoogstaande maatschappij quasi volledig werd vernield in een meedogenloze en barbaarse strijd. Zowat alle belangrijke veldslagen en wapenfeiten passeren hier de revue waarbij de geïnteresseerde lezer, die hierbij het noorden dreigt te verliezen, nog kan terugvallen op de chronologische tabellen 2 en 3 achteraan in het boek, die een goed gestructureerd overzicht geven van alle belangrijke militaire acties uit die tijd.

Het uiteindelijke verval van het katharisme wordt in hoofdstuk 5 besproken, waarbij vooral de excessen van de inquisitie en haar onmenselijke praktijken in de verf worden gezet, maar ook de onverzettelijkheid van vele kathaarse gelovigen diep respect afdwingt. Ook wordt hier aandacht besteed aan het belang van de Italiaanse connectie en het voortleven van het katharisme in Lombardije met de vier kerken van Concorezzo, Desenzano, Bagnolo en Vicenza, waar tal van gevluchte Occitaanse katharen probeerden te overleven na de val van Montségur in 1244.

In het hoofdstuk over de laatste katharen wordt dan nog de korte revival van het katharisme onder de gebroeders Authié uit Montaillou en het leven van de laatste kathaarse parfait Guillaume Bélibaste besproken, waarbij de schrijver zich vooral baseerde op de inquisitieverslagen van bisschop Jacques Fournier. Dit hoofdstuk is eerder een gecondenseerde weergave van hetgeen daarrond reeds uitvoerig werd gepubliceerd door Emmanuel le Roy Ladurie in zijn bestseller "Montaillou - een ketters dorp in de Pyreneeën".

Als waardige afsluiter van het boek besteedt Barber vrij uitgebreid aandacht aan het neo-katharisme en belicht hij daarbij de belangrijke rol van Déodat Roché, Simone Weil en Otto Rahn bij de "recuperatie" van het katharisme in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ook wordt hier stilgestaan bij de mogelijke "invloed" van het katharisme op het protestantisme en bij de huidige recuperatie van het katharisme binnen het streven naar een eigen Occitaanse identiteit.

Besluit:

In het algemeen kan gesteld worden dat "De Katharen" één der meest belangrijke en tegelijk historisch correcte werken is die het laatste decennium over het katharisme in het Nederlandse taalgebied zijn verschenen. Wel gaat Barber er heel dikwijls van uit dat zijn lezer reeds de nodige voorkennis heeft over deze vrij complexe materie, waardoor hij het niet nodig acht om bepaalde personages, historische feiten en kwesties in verband met de religie uitgebreid te duiden of te verklaren. Voor mensen die (nog) niet voldoende vertrouwd zijn met het onderwerp kan dat mogelijk leiden tot verwarring of situaties waarbij sommige zaken moeilijk begrijpbaar zijn. Vooral dan de hoofdstukken over de religie zijn m.i. zonder voorkennis moeilijk te vatten. Het is zeker geen boek dat zich richt tot beginnende "katharisten".

Ronduit schitterend en zeer lovenswaardig zijn hier, zoals reeds gezegd in de inleiding, de uitgebreide bibliografie, het register, de interessante voetnoten en de vele goed gestructureerde tabellen en overzichtskaarten die het boek een erg waardevolle extra dimensie geven en die voor de (gevorderde) lezer een schat aan informatie bieden.

Eerlijkheidshalve moet wel worden opgemerkt dat bij de vertaling regelmatig fouten werden gemaakt op het vlak van de correcte vermelding van namen van plaatsen en personages, zoals Laurageais i.p.v. Lauragais, Bertrand Mary i.p.v. Bertrand Marty, de gebroeders Autier i.p.v. Authié, Chabert de Barbéra i.p.v. Chabert de Barbaira, Fontrevault i.p.v. Fontevrault en Sibylla den Balle i.p.v. Sibylle Baille; om maar de meest in het oog springende te noemen.

Niettemin blijft "De Katharen" een indrukwekkend en boeiend standaardwerk dat zijn plaats verdient tussen de "groten" zoals Duvernoy, Roquebert en Brenon en dat in geen enkele bibliotheek van de ware liefhebber van het katharisme mag ontbreken! (MG)

(Pearson Education Benelux, Amsterdam - 2004 - ISBN 90-430-0948-2)

 

Theun de Vries
KETTERS

Van de 700 pagina's van dit indrukwekkende boek ("Veertien eeuwen ketterij, volksbeweging en kettergericht") zijn er een kleine 100 aan het dualisme gewijd en daarvan slechts een 30-tal aan de katharen. Je zou je dus terecht kunnen afvragen of het boek hier wel thuishoort, maar we kregen er zoveel vragen en opmerkingen over (en er is al zo weinig materiaal beschikbaar in het Nederlands) dat we het toch maar hebben toegevoegd. Deze bespreking heeft het dus enkel over die hoofdstukken waarin het over de katharen gaat en daarover zijn we niet echt enthousiast. Een boek als dit vraagt een enorme research en misschien heeft Theun de Vries wat te veel hooi op zijn vork genomen.

Als we naar de geraadpleegde bronnen kijken vinden we daar René Nelli, Fernand Niel, Steven Runciman, Arno Borst en een enkele keer Zoë Oldenbourg, allemaal specialisten, dat wel, maar geen enkel werk dat recenter is dan de jaren 1960. "Ketters" dateert uit 1982 toen het tweedelige "Les Cathares" van Jean Duvernoy al enkele jaren beschikbaar was (hij was de eerste die gebruik kon maken van alle tot op heden ontdekte kathaarse teksten) en ook de eerste twee delen van Michel Roquebert's "Epopée Cathare" waren al verschenen. Voor zijn teksten over het dualisme en de kathaarse religie maakte de Vries zelfs gebruik van een boek van Ignaz von Döllinger uit... 1890!

Het gevolg is dat er heel wat achterhaalde feiten en theorieën in het boek staan. De katharen zouden het licht vereren, er wordt over vrouwelijke "diakonessen" geschreven (die zijn er nooit geweest), gebruiken als endura en convenenza worden foutief gekaderd, kathaarse parfaits zouden steeds "vergezeld worden van een gewone gelovige die voor hen zorgde..." en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Het wordt nog erger bij het historisch feitenmateriaal, dit zijn slechts enkele voorbeelden uit de vele. Simon de Montfort wordt voorgesteld als een "door de kerk gekozen leider van de kruistocht", terwijl hij dat pas werd na de val van Béziers en Carcassonne (en na de weigering van een aantal belangrijkere kandidaten). Pauselijk legaat Arnaud-Amaury (de echte leider van de kruistocht) wordt zelfs in twee afzonderlijke personnages opgesplitst: "Arnald de Cîteaux" en een tweede pauselijke legaat "Amalric". Raymond VI "moest zich bij het verdrag van Meaux vernederen" terwijl hij toen al zeven jaar dood was. Montségur werd aan de katharen ter beschikking gesteld "namens de vorstin Esclarmonde de Foix die als een Kathaarse heilige werd beschouwd": het lijkt wel alsof we Napoleon Peyrat lezen. "Raymond de Péreille leidde de verdediging van Montségur, bijgestaan door de kathaarse bisschop Guillebert de Castres": Pierre-Roger de Mirepoix leidde de verdediging van Montségur en Bertrand Marti was Guilhabert de Castres na diens dood (omstreeks 1240) opgevolgd. Na de val van Montségur werden "de volmaakten verband en de rest, voor zover niet vermoord, werd in massa weggevoerd": er werd niemand vermoord en er werd niemand weggevoerd, het was één van de voorwaarden van overgave dat alle niet-parfaits vrijuit gingen, mits zich te laten ondervragen door de inquisitie.
En, we hadden niet anders verwacht, "in 1329 wordt een Kathaars bastion vermeld dat nog verzet bood: de 'drie kerken' van Ussat, Bouan en Ornolac": daar zijn ze weer, de grotten van de Ariège. Theun de Vries vermeldt niet waar ergens "in 1329" dat Kathaars bastion wordt vermeld. Ook het verhaal van de ingemetselde katharen in de grot van Lombrives is trouwens van de partij. Op de tegenoverliggende pagina prijkt een foto van een "schijfvormige kathaarse zuil"... Tja...

(Uitgeverij Querido - 1982 - ISBN 90-214-8663-6)

 

Michel Gybels, Marc Bogaerts, Raymond Doms, Bram Moerland
KATHAREN
speciale colloquiumuitgave (Leuven, 28 november 2004)

In dit mooi uitgegeven boek zijn, naast een voorwoord van Willy Vanderzeypen, vier uitgebreide colloquiumbijdragen opgenomen: Het belang van de vrouw en de familias binnen de kathaarse traditie (Michel Gybels); De kathaarse mythe, een evenwichtsoefening op de grens tussen geschiedenis en verbeelding (Marc Bogaerts); Bernardus van Clairvaux, een heilige? (Raymond Doms); De veranderende visie op de geschiedenis van het christendom (Bram Moerland).

Raymond Doms vertaalde bovendien elf geëngageerde teksten van de troubadours Guilhem de Montanhagol, Guilhem Figueira, Raimon de Miraval, Gaucelm Faidit, Peire Cardenal en Bernart Sicart de Marvejols.

 

Michel Gybels
DE KATHAARSE VROUWENGEMEENSCHAPPEN IN DE LAURAGAIS

Michel Gybels, medewerker aan deze website, publiceerde zopas een monografie over "De Kathaarse Vrouwengemeenschappen in de Lauragais (1150-1240)".

In dit werk wordt gepeild naar de oorsprong van het katharisme in Occitanië, die zich hoofdzakelijk situeert in de regio van de Lauragais. Hierbij gaat de aandacht vooral uit naar het grote belang en de rol van de kathaarse vrouwen en hun communauteiten. Ook wordt er o.a. stilgestaan bij de belangrijke kathaarse vrouwengemeenschap in Montségur.

Het is inderdaad een feit dat de verspreiding van het kathaarse gedachtegoed in de Occitaanse maatschappij van de 12e en 13e eeuw zonder de tussenkomst van die diep kathaars-religieuze vrouwen nooit zo uitgebreid had kunnen zijn.

 

Emmanuel Le Roy Ladurie
MONTAILLOU, EEN KETTERS DORP IN DE PYRENEEËN

Dit boek is gebaseerd op de ondervragingen van inquisiteur Jacques Fournier (de latere paus Benedictus XII) zoals die werden uitgegeven door Jean Duvernoy.

Fournier's ondervragingen waren zo grondig en gedetailleerd dat Ladurie aan de hand daarvan een haarscherp beeld kon schetsen van de middeleeuwse samenleving in dit afgelegen bergdorp in de buurt van Ax-les-Termes.
De onderlinge verhoudingen, de ruzies, de roddel, het zit er allemaal in. Fascinerende lectuur!

Ladurie maakte bovendien niet de fout zijn boek voor te stellen als een geschiedenis van het katharisme. Hij zag het gewoon als een middeleeuwse dorpsgeschiedenis (zoals blijkt uit de Franse titel: "Montaillou, village occitan") wat het ook was. Andere auteurs die zich op dezelfde bronnen baseerden liepen wel in die val (zie bijv. René Weis, "De laatste katharen").

Het boek speelt zich af in de periode 1294-1324, meer dan een halve eeuw na de val van Montségur, het katharisme loopt op zijn laatste benen en kent onder impuls van de broers Authié uit Ax-les-Termes nog een laatste opflakkering. Maar het is niet meer die bloeiende religie van een eeuw vroeger...

(Ed. Gallimard - 1975; vert. Bert Bakker, Amsterdam - 1984 - ISBN 90-6019-682-1)

 

Claude Lebédel
DE TRAGEDIE VAN DE KATHAREN

De Franse uitgever Ouest-France heeft een reputatie te verdedigen wat betreft toeristische uitgaven van hoge kwaliteit.
Of het nu om eenvoudige bezoekersgidsjes gaat of om volumineuzere werken, prachtig fotomateriaal wordt steeds gekoppeld aan degelijke informatie waarvoor gekwalificeerde mensen worden ingeschakeld.
D
at is hier niet anders. Historicus Claude Lebédel beschrijft niet alleen oorzaak, verloop en gevolgen van de kruistocht tegen de katharen, maar ook de context en de omstandigheden waarin ze plaatsvond.

Bovendien is het boek zeer mooi uitgegeven, bevat het heel wat interessante "randinformatie" en is het prachtig geïllustreerd met foto's van Cathérine Bibollet en overzichtelijke landkaarten. Ons enig puntje van kritiek betreft de vertaling die een nogal "officiëel" taalgebruik hanteert. Misschien was de vertaler niet voldoende vertrouwd met het onderwerp maar een wat vlotter Nederlands (in plaats van vertaald Frans) zou de leesbaarheid zeker ten goede komen.

Dit boek is een absolute aanrader voor wie niet alleen in de geschiedenis maar ook in de streek geïnteresseerd is. In dat verband hebben we nog een tip voor onze uitgeverijen. Eveneens bij Ouest-France verscheen in de reeks "Itinéraires de découvertes" een prachtig geïllustreerde en zeer complete reisgids onder de titel "Le Pays Cathare". Wie waagt zich aan een vertaling?

(Uitgeverij Synthese, Den Haag - 2004 - ISBN 90-6271-961-9)

 
W.P.Martens
DE KATHAREN
Opkomst en ondergang van een vredelievende ketterse sekte


De auteur geeft een overzicht van de kathaarse leer enerzijds en de kruistocht tegen de katharen anderzijds. Maar hij laat zich nogal eens meeslepen in zijn enthousiasme de kathaarse zaak te verdedigen.
Zo lezen we over Simon de Montfort: "Even hebzuchtig als heerszuchtig, trouweloos, zonder ander levensdoel dan het bemachtigen van andermans goederen, belichaamt deze roofridder niet alleen het ware ideaal van de kruisvaarders maar tevens is hij de verpersoonlijkte rancune van de barbaar tegen de dragers van de schitterende meridionale beschaving."
Als "objectieve geschiedschrijving" kan dat tellen.
De occitanen hadden zich wel kunnen vinden in deze uitspraak maar de kruisvaarders dachten er ongetwijfeld anders over. We mogen niet uit het oog verliezen dat Montort handelde binnen een "wettelijk kader" dat door de kerk was geschapen. Bovendien was niet Monfort maar abt Arnaud-Amaury de aanvoerder van de kruisvaarders tijdens de invasie (en tijdens de slachtpartij van Béziers).

Martens is ook vrij grof in zijn veroordeling van de cisterziënzermonniken. Arnaud-Amaury, Guillaume de Puylaurens, Pierre des Vaux-de-Cernay en Pierre de Castelnau worden als "grote vijanden van de katharen" bestempeld. Nochtans heeft slechts één van hen, Arnaud-Amaury, daadwerkelijk aan de kruistocht deelgenomen. Pierre des Vaux-de-Cernay is de auteur van de (zeer kleurrijke) kroniek "Historia Albigensis" waarin hij de katharen er inderdaad nogal van langs geeft. Pierre de Castelnau was de pauselijke legaat wiens dood de onmiddellijke aanleiding tot de kruistocht was, maar je kan hem dat moeilijk verwijten. Guillaume de Puylaurens, tenslotte, was de persoonlijke kapelaan van Raymond VII. Zijn kroniek, die jaren na de feiten werd geschreven, toont een voor die tijd uitzonderlijke objectiviteit.

Er staan ook nogal wat historische onnauwkeurigheden in het boek. Zo wordt de graaf van Foix afwisselend Ramon Roger en Roger Bernard genoemd (in feite vader en zoon). Pierre-Roger de Mirepoix wordt steevast aangeduid als heer van Montségur terwijl dat in feite Raymond de Péreille was, Pierre-Roger was de militaire bevelhebber. En die Raymond de Péreille wordt dan weer aangeduid als heer van Laroquefixade (Martens haalt hier de dorpen Roquefixade en Laroque d'Olmes door mekaar), wat zonder meer fout is, hij behoorde tot de "Mirepoix-familie" en was heer van Péreille, zoals zijn naam zegt.

Tenslotte, en misschien is dat wel het grootste bezwaar, heeft Martens zich laten inspireren door Antonin Gadal, die hij persoonlijk ontmoet heeft. (zie voor Gadal op deze site het hoofdstuk "De Mythe"). We krijgen dus nog maar eens het hele verhaal over de "spoulgas", de versterkte grotten in de Ariègevallei, die "initiatieplaatsen" voor nieuwe parfaits zouden geweest zijn. En natuurlijk mogen de 500 ingemetselde katharen in de grot van Lombrives ook niet ontbreken. Allemaal verhalen, ofwel ontsproten aan de fantasie van Antonin Gadal, ofwel gebaseerd op enkele vage legendes die niet verder terug gaan dan de 19de eeuw...

Dit was gedurende jaren het enige ernstige Nederlandstalige boek over dit onderwerp en dat is beslist een verdienste. Bovendien werd het geschreven door een enthousiasteling met veel liefde en respect voor de katharen. Inhoudelijk is het nu op een aantal punten achterhaald maar het blijft wel interessant omwille van de vertalingen van de "Interrogatio Johannis" of "Cène Secrète" en de "Summa de Catharis" van Rainier Sacconi.

(Uitgeverij Servire, Katwijk - 1980 - ISBN 90-6325-243-9)

 
Bram Moerland
KATHAREN EN DE VAL VAN MONTSEGUR

Dit is beslist een aanrader. Sinds het boek voor het eerst werd gepubliceerd (in 1992) is het uitgegroeid tot een echte klassieker.

Op net geen 240 pagina's geeft de auteur niet alleen een overzicht van de kathaarse geschiedenis, maar gaat hij ook dieper in op de religie zelf met heel wat aandacht voor haar gnostische wortels. Een groot pluspunt daarbij is dat je geen historicus of theoloog hoeft te zijn om het boek te lezen, de heldere stijl maakt het voor iedereen toegankelijk.

Het boek is inmiddels aan zijn derde druk toe en werd bij die gelegenheid door de auteur volledig herzien en aangepast aan de nieuwste ontwikkelingen in het historisch onderzoek.

Zo werd de geschiedenis van de kruistochten uitgebreid en is er ook meer aandacht voor de Occitaanse maatschappij en cultuur als de wereld waarin het katharisme kon bloeien. Een aantal bijlages werd toegevoegd, zoals een verklarende woordenlijst, een chronologisch overzicht en een uitgebreide bibliografie.

Het is misschien niet het dikste, maar zeker het compleetste boek over de katharen dat tot op heden in het Nederlands werd gepubliceerd.

Het boek verscheen eerder bij Uitgeverij Mirananda onder de titel "Montségur - Gnosis, gnostiek en de katharen" (eerste druk) en "Katharen en de val van Montségur" (tweede druk).
De recentste uitgave kreeg een nieuwe "look" en een nieuwe opmaak en werd ook wat dikker.

(Uitgeverij Synthese, Den Haag - 2003 - ISBN 90-6271-820-5)

 

Bram Moerland
SCHATGRAVEN IN NAG HAMMADI
Een inleiding tot de gnostiek

Het onderwerp van dit boek zijn de gnostische teksten die werden gevonden bij Nag Hammadi, in Egypte, en die dateren uit de eerste eeuwen na Christus.
Maar wat is dat eigenlijk "de gnostiek"?
En wat is de link met de katharen?
Stap voor stap maakt Bram Moerland de lezer vertrouwd met de wereld waarin deze teksten geschreven werden.

(Uitgeverij Synthese, Den Haag - 2002 - ISBN 90-6271-922-8)

 

R.I. Moore
KETTERS, HEKSEN EN ANDERE ZONDEBOKKEN
Vervolging als middel tot macht, 950-1250

Dit is de Nederlandse vertaling van "The formation of an persecuting society" van de bekende Engelse medievist Robert I. Moore, een boek dat een totaal nieuw licht werpt op de repressie van een aantal minderheidsgroepen in de late Middeleeuwen..

In de loop van de elfde en twaalfde eeuw werd Europa wat het sindsdien is geweest - een maatschappij van vervolging.

Tegen de volksketterij die in deze periode opkwam werd de inquisitie in het leven geroepen, met tegenmaatregelen die in geen verhouding stonden tot de werkelijke bedreiging van de ketterij voor de Kerk. Wilde verhalen werden verkondigd over de praktijken van de ketters, evenals over de verdorvenheden van andere belangrijke groepen die in deze tijd steeds meer en steeds wreder werden vervolgd: joden en melaatsen in de eerste plaats en, minder bekend, ook homoseksuelen en prostituées.

Moore geeft een gedetailleerde beschrijving van elk van deze vervolgde groepen, hoe er in de christelijke maatschappij over hen werd gedacht en hoe zij door allerlei dwangmaatregelen uit de gemeenschap werden gestoten. Daarbij brengt hij opvallende overeenkomsten in de behandeling van de diverse minderheden aan het licht.

Die vervolging vond haar oorsprong in de diepgaande veranderingen die het Europa van de twaalfde eeuw onderging in sociaal en bestuurlijk opzicht, in het godsdienstig en economisch leven. In deze periode werd een patroon van vervolging gecreëerd dat tot op de dag van vandaag wordt toegepast. Een boeiend boek dat voor heel wat discussie in de academische wereld heeft gezorgd.

Ander werk van R.I. Moore vind je bij de Engelstalige boeken.

(Uitgeverij Ambo, Baarn - 1988 - ISBN 90-263-0868-X)

 

Ankie Nolen
HET LAND DER KATHAREN

Een historische reisgids

Er is goed nieuws voor reizigers naar de Languedoc!
Het boek was al een hele tijd uitverkocht maar nu verscheen bij uitgeverij Aspekt de tweede, herziene druk van Ankie Nolen's historische reisgids.
Wat minder luxueus dan de eerste editie (geen kleurenfoto's meer), daardoor wat goedkoper maar ook gemakkelijker hanteerbaar. Want het blijft op de eerste plaats een werkinstrument, een lijvig werkinstrument weliswaar van bijna 350 pagina's. En zoveel is duidelijk: Ankie Nolen is "thuis" in de streek en ze weet dat perfect op de lezer over te brengen.

De opbouw is ongewijzigd. Na een historische schets van het katharisme en de kruistocht volgt een beschrijving van tientallen "kathaarse" plaatsen met, naast de geschiedenis, ook heel wat praktische info (plannetjes, openingsuren,...). Degelijke, correcte informatie.
Of zoals Daniela Müller het verwoordt op de cover: "Deze reisgids brengt u terug naar de tijd van de katharen. De auteur heeft niet alleen de grote feiten en gebeurtenissen besproken, maar ook de kleine details, de onbekende namen. Wie weet bijvoorbeeld waar in Zuid-Frankrijk het enige monument staat om Duitse soldaten uit de 13de eeuw te gedenken? Vlot geschreven, met een groot gevoel van compassie voor de slachtoffers van kruistocht en Inquisitie, slaat het boek een brug tussen verleden en heden. Een leesplezier waarvan men 'geleerder' wordt.”
We kunnen ons daar alleen maar bij aansluiten.

(Aspekt - 2006 - ISBN 90-5911-119-2)

 

Stephen O'Shea
DE VOLMAAKTE KETTERIJ
Leven en dood van de middeleeuwse katharen.

De geschiedenis van de katharen vanaf het begin van de 13de eeuw tot en met de dood van Guillaume Bélibaste, de laatste kathaarse parfait die op de brandstapel belandde (1321), dat is "De Volmaakte Ketterij" van
Stephen O'Shea.

O'Shea, die twee jaar naar het Franse zuiden trok om aan het boek te werken, is journalist en dat merk je aan zijn stijl: bondig en boeiend. Slechts 320 pagina's heeft hij nodig voor anderhalve eeuw geschiedenis.

"De Volmaakte Ketterij" is, volgens de auteur zelf, geschreven voor "niet-specialisten" maar het is wel gebaseerd op het recentste historisch onderzoek. In het laatste hoofdstuk wordt bovendien afgerekend met de mythevorming rond de katharen en de huidige commerciële exploitatie van het thema. Tenslotte volgt nog een uitstekende bibliografie.

Toch één opmerking. De soms wat stroeve vertaling brengt de vlotte stijl van Stephen O'Shea niet helemaal over. En was het nu écht nodig de graaf van Toulouse "Raimondus" te noemen? Wat is er mis met het algemeen gebruikte "Raymond" of het occitaanse "Ramon"? "Petrus-Rogier van Cabaret", "Raimondus-Rogier Trencavel", het doet de leesbaarheid van het boek geen goed. Een aantal personages mogen om één of andere reden dan weer wél hun naam behouden. Arnaud-Amaury heet gewoon Arnaud-Amaury en geen "Arnoldus-Amalric" of zoiets en ook van troubadour Peire Vidal heeft de vertaler, gelukkig, geen "Petrus Vidal" gemaakt.

Maar laat je vooral niet ontmoedigen, "De Volmaakte Ketterij" is een meeslepend boek dat je moeilijk opzij kan leggen en een boeiende kennismaking met de 13de eeuwse Languedoc.
Afsluiten doen we met de bekende Engelse medievist Robert I. Moore, die over "The Perfect Heresy" schreef: "Een opmerkelijke, misschien wel unieke prestatie: een populair verhaal dat gebaseerd is op ernstig historisch onderzoek en dat geen onzin bevat."

(Het Spectrum, Utrecht - 2003 - ISBN 90-274-7960-7)

 
Yves Van Buyten en Willy Vanderzeypen
KATHAREN IN EUROPA
Een reis doorheen het katharisme

Jaren geleden kwam ik in Frankrijk in de ban van het baanbrekende historisch onderzoek naar de katharen en hun boeiende geschiedenis. De vragen die ik mij toen vooral stelde waren: "Waarom is die informatie in Vlaanderen en Nederland niet beschikbaar?" - "Waarom zijn wij aangewezen op een handvol mistige esoterische publicaties?" - "Waarom doet niemand daar wat aan?"

Na het opstarten van deze website bleek vrij snel dat ik (gelukkig) niet de enige was die er zo over dacht...

Via de site kwam ik in contact met "gelijkgestemde zielen", wat na een aantal elektronische contacten uitmondde in een eerste "katharencolloquium" in Leuven (nov. 2003). Organisator van dat colloquium was Willy Vanderzeypen, een Vlaming die in de Lauragais woont en die Lauragais was ooit de bakermat van het Occitaanse katharisme.

Waar alle sprekers op het colloquium het roerend over eens waren, was het schrijnend tekort aan degelijk onderbouwde informatie in onze eigen taal.
Zo is de heersende "vakjesmentaliteit" in de Nederlandstalige literatuur over de katharen een groot probleem.
Het katharisme wordt beschouwd als een geïsoleerd fenomeen, beperkt tot de Languedoc. Liefst trekt men daar ook nog een vertikaal lijntje door de geschiedenis bij om, via de Bulgaarse Bogomielen, bij de leer van Mani uit te komen.

Montségur ipv Carcassonne:
de Nederlandse cover..

En men is in uitstekend gezelschap want halverwege de vorige eeuw publiceerde zelfs de meest vooraanstaande historicus van de kruistochten, Sir Steven Runciman, een boek dat "The Medieval Manichee" heette en dat moest bewijzen dat het manicheïsme overleefde tot in de late middeleeuwen. In Frankrijk zijn deze ideeën intussen al tientallen jaren achterhaald. Bij ons was het alleen Bram Moerland die, als een eenzame roepende in de woestijn, met zijn "Katharen en de val van Montségur" ten strijde trok tegen dit soort geschiedenis met oogkleppen.

En nu is er "Katharen in Europa". Zoals de titel al aangeeft is hier geen sprake van vakjesmentaliteit. Integendeel, Yves Van Buyten en Willy Vanderzeypen plaatsen het katharisme in de ruime context waar het thuishoort. Het katharisme wàs geen geïsoleerd fenomeen uit de Languedoc maar maakte deel uit van een beweging die heel Europa overspoelde. Waarom is het in de Languedoc kunnen uitgroeien tot een echte "tegenkerk"? Dat is één van de vragen waarop in dit boek een antwoord wordt gegeven.

Het boek heeft een duidelijke structuur en is in een heldere en vlotte taal geschreven. Dat maakt "Katharen in Europa" uitermate geschikt voor een eerste kennismaking met het katharisme. De ondertitel, "Een reis doorheen het katharisme", is de vlag is die perfect de lading dekt. Alle aspecten komen aan bod maar de auteurs hebben zich beperkt tot de essentie zodat de lezer niet verdrinkt in een zee van overbodige details. Een prettig extraatje is de bondige bespreking van honderd belangrijke kathaarse plaatsen.

Je hebt, na het lezen van dit boek, een grondige basiskennis van het katharisme, maar ik voorspel je nu al dat het daar niet bij zal blijven. Het boek maakt hongerig, je zal meer willen weten en op zoek gaan.
Dat kan het begin zijn van een ongemeen boeiende ontdekkingsreis, ik weet waarover ik spreek!

De afgelopen vier jaar was één van de meest gestelde vragen op het forum: "Welke boeken over de katharen moeten we lezen als voorbereiding op onze reis naar de Languedoc?"
"Lees vooral Bram Moerland," was ons vaste atwoord. Voortaan zullen we twee boeken aanbevelen.

Aqua Fortis, Leuven - 2004 - ISBN 90-5904-036-8
Voor Nederland: Synthese, Den Haag - 2005 - ISBN 90-6271-014-X - www.synthese.ws)
Mail naar Willy Vanderzeypen info@lacastagne.com voor meer info.

 

Yves Van Buyten & Willy Vanderzeypen
DE TEMPELIERS - HUURLINGEN VAN DE PAUS

Vanuit een diepe religieuze overtuiging gaven de tempelridders met honderden hun leven voor een ideaal waarmee zij zich volledig identificeerden: de verovering en het behoud van Jeruzalem. Door hun korpsgeest en kadaverdiscipline werden zij een levende legende. Met de steun van de kerk en de hoge adel groeide de orde uit tot een machtige organisatie. Geldverslindende militaire operaties werden gefinancierd met de opbrengst van commanderijen, handel, zeevaart en bankactiviteiten. Maar met de tijd kreeg de tempeliersorde een slechte reputatie en werd na het verlies van Palestina de inzet van een machtsstrijd tussen kerk en staat.

In het eerste deel wordt vooral de maatschappelijke, religieuze en politieke samenhang van een tijd geschetst, beheerst door monniken en ridders, waarin het ideaal van de tempeliers ontstond.
De militaire operaties van de tempeliers aan het front met de moslims komen uitgebreid aan bod in het tweede deel dat handelt over de kruistochten.
Het derde deel bekijkt de organisatie van de commanderijen, de handel en het bankwezen waarmee de kostelijke operaties in het Heilige Land en Spanje gefinancierd werden. De auteurs gaan op zoek naar de overblijfselen van tempeliersites in België, Nederland en het Pays Cathare.
Het vierde deel is integraal gewijd aan het beruchte en dramatische proces van de Franse koning tegen de tempeliers en zijn strijd daarover met de paus.
In het vijfde deel worden enkele prangende vragen beantwoord over de schat, de symboliek, de relatie met de katharen en de schuldigheid.
Tenslotte wordt in het zesde deel verteld wat er later met de procesdocumenten is gebeurd en worden een twintigtal sleuteldocumenten voor het eerst in het Nederlands gepubliceerd. Zo komen de acteurs zelf aan het woord.

Een boek dat op het eerste zicht misschien niet echt thuishoort op deze website maar dat is een verkeerde indruk. De periode is dezelfde en de auteurs gaan uitgebreid in op de verhouding tussen de tempelorde en de katharen. En dat is een thema waarover tot op vandaag, op wat ongegronde beweringen en fantasieën na, weinig bekend was.

(Vlaanderen: Aqua Fortis - 2005 - ISBN 9059040457)
(Nederland: Synthese - 2005 -ISBN 9062719902 - www.synthese.ws)

 

Willy Vanderzeypen & Yves Van Buyten
DE GRAALMYTHE
van Chrétien de Troyes tot Dan Brown

Al tijdens de middeleeuwen heeft de Graal een opmerkelijke plaats in de westerse beschavingswereld ingenomen. Het thema blijft schrijvers, beeldende kunstenaars en zelfs musici inspireren vanwege de belofte van onsterfelijkheid, de vervulling van alle dromen en de bewering dat het vrede en voorspoed zou brengen.

Maar is het wel de oorspronkelijke boodschap van hen die de Graal hebben bedacht?

De natuur van de Graal is niet het wezenlijke voor de mythevorming ervan. Elke dichter of auteur vult dat zelf in. Zo kregen we na publicatie van de eerste graalroman een grote verscheidenheid aan Gralen. en nog steeds worden er nieuwe bedacht, waaronder Dan Browns De Da Vinci Code.

Is er een verband tussen de inhoud van de eerste graalromans en het anti-ketterse programma in die periode?

De cyclus van de graalromans loopt volledig synchroon met de voorbereiding en de uitvoering van de kruistochten tegen de Albigenzen, iets wat door de meeste historici over het hoofd wordt gezien! De auteurs van dit boek leggen overzichtelijk en gestructureerd uit wie in de loop der eeuwen voor welke versie verantwoordelijk was. Vanuit hun expertise komen de Occitaanse graalmythes, katharen en tempeliers aan bod. Ook de moderne mythes zoals het geheim van de bloedlijn van Maria Magdalena en Jezus worden ontleed. Mede door hun kennis van de middeleeuwse context trachten de auteurs deze verrassende vragen te beantwoorden en de realiteit achter de metaforen te ontdken. Oorspronkelijke teksten worden gekoppeld aan recente historisch-wetenschappelijke studies en behandeld in een voor iedereen begrijpelijke taal.

(Synthese - 2006 - ISBN 90-6271-030-1 - www.synthese.ws)

 

John van Schaik
UNDE MALUM

Dualisme bij manicheeërs en katharen: een vergelijkend onderzoek.

Geschiedschrijvers, vanaf de Middeleeuwen tot vandaag de dag, zien in de katharen vaak (neo)manicheeërs. Men baseert de (vermeende) verwantschap tussen die stromingen op het dualisme dat beide aanhangen. Ook in populaire en esoterische kringen leeft deze opvatting. Maar waarop baseert men zich?

John van Schaik onderzoekt in zijn studie allereerst of de ketters in de periode van 1000 tot 1150 een vorm van dualisme kennen. Zij worden immers door tijdgenoten reeds manicheeërs genoemd.

Hij komt tot de conclusie dat dit ten onrechte is. De ketters in deze periode zijn allereerst kerkhervormers die kritiek hebben op de corrupte geestelijkheid.

Na 1150 verschijnen de katharen. Is hun dualisme verwant aan dat van de manicheeërs? Om deze vraag te beantwoorden onderzoekt Van Schaik onder meer de anti-manichese teksten van Augustinus, de manichese teksten zelf, anti-kathaarse teksten en radicaal kathaarse bronnen. Uit de fundamentele verschillen die aan het licht komen, concludeert de onderzoeker dat er weinig inhoudelijke verwantschap bestaat tussen de manicheeërs en de radicale katharen.

John van Schaik (1956) studeerde in Antwerpen middeleeuwse mystiek. Hij is gespecialiseerd in de relatie tussen het zogenaamde "esoterische" of vrije christendom en het "exoterische" kerkelijke christendom. Unde Malum schreef hij als dissertatie (Katholieke Universiteit Nijmegen).

Uitgeverij Ten Have - ISBN 90-2595-377-8

 

René Weis
DE LAATSTE KATHAREN

Vijfentwintig jaar na Emmanuel Le Roy Ladurie doet René Weis het hele verhaal nog eens dunnetjes over. Ook dit boek behandelt de laatste "opflakkering" van het katharisme in het begin van de 14de eeuw, zeer beperkt in tijd en plaats (Montaillou en omstreken).

René Weis heeft ongetwijfeld een grondige research gedaan naar deze periode waarbij hij zich op de originele inquisitiebronnen heeft gebaseerd. Hij heeft ook veel tijd doorgebracht in de streek en is op zoek gegaan naar de historische plaatsen uit de geschiedenis van Montaillou.

Maar dat is nu precies ook het zwakke punt van het boek. Wie de "periode Montaillou" bestudeert om op die manier iets over het katharisme te leren is verkeerd bezig en dat wordt hier overduidelijk geïllustreerd. Het begint al met de inleiding: "... Vrouwen werden derhalve bestempeld als een instrument van de zondeval en een schepping van de duivel. Ondanks deze vrouwenhaat waren er kathaarse perfectae geweest in de periode voorafgaand aan de val van Montségur in 1244..."

Die "vrouwenhaat" vinden we terug bij de rooms-katholieke kerk en daardoor ongetwijfeld ook voor een stuk in de middeleeuwse samenleving maar niet bij de katharen, het is een raadsel waar Weis deze onzin vandaan heeft. "Les Femmes Cathares", het schitterende werk van Anne Brenon over de rol van de vrouwen binnen het katharisme is opgenomen in de bibliografie aan het einde van het boek maar blijkbaar heeft Weis het zelf niet gelezen. Vrouwelijke parfaites zijn er namelijk altijd geweest en precies zij waren in hoge mate verantwoordelijk voor de doorbraak van de religie in de Languedoc.

Door de voortdurende repressie van de Inquisitie waren er in het begin van de 14de eeuw nog nauwelijks parfaits om de kathaarse boodschap uit te dragen. Die enkelingen gaven steeds meer hun persoonlijke interpretatie aan het kathaarse gedachtengoed, een gedachtengoed dat meer en meer verwaterde. Bélibaste, de laatste parfait, was een ongeletterde herder die tijdens zijn prediking ruim uit zijn fantasie putte. Als Weis echt het katharisme wilde bestuderen, dan had hij zijn werkterrein naar het begin van de 13de eeuw moeten verplaatsen.

Het boek geeft dus een totaal vertekend beeld van het oorspronkelijke katharisme en maakt er dikwijls gewoon een karikatuur van. Het mooiste voorbeeld daarvan vinden we op de achtercover van het boek waar een Engelse recensie uit The Sunday Times geciteerd wordt: "Briljant reconstrueert René Weis de persoonlijke machinaties en seksuele intriges waarmee de katharen Montaillou veroverden, voordat ze het slachtoffer van de Inquisitie werden."
Ziedaar de reden van het succes van de katharen: persoonlijke machinaties en seksuele intriges. Bedankt René Weis!

Verwarrend is ook de naam die Weis aan het gebied geeft waar de geschiedenis zich afspeelt: "Sabarthès". Die naam wordt nu nog gebruikt voor de streek ten zuiden van Tarascon-sur-Ariège, rond de kapel van Notre-Dame de Sabart, maar in de vroege middeleeuwen sloeg die op een veel groter gebied, de hele Ariège-vallei van de bron tot en met de stad Foix. Door het ontstaan van het graafschap Foix in de 11e eeuw raakte de naam in onbruik. Weis koppelt die nu plots aan de 14e eeuw.

De laatste Katharen" had een aanrader kunnen zijn maar de talrijke ontsporingen geven toch aanleiding tot enig voorbehoud. Voor wie geïnteresseerd is in de middeleeuwse dorpsgeschiedenis van Montaillou blijft Emmanuel Le Roy Ladurie de beste keuze.

(Het Spectrum, Utrecht - 2991 - ISBN 90-274-6632-7)