![]() |
Hanny
Alders Ter
voorbereiding van haar historische roman over de katharen ("De
volmaakte ketter") maakte Hanny Alders een studiereis door de streek.
(Uitgeverij Conserve - 1999 - ISBN 90-5429-120-6) |
|||
|
|||||
|
In het boek werden ook tal van zwart/wit foto's, verklarende tabellen, overzichtskaarten en een chronologisch overzicht van de Albigensische kruistochten opgenomen, wat voor de lezer een boeiende en tegelijk aanvullende verduidelijking is. Bijzonder interessant en verdienstelijk is hier de wel heel uitvoerige lijst van aanbevolen literatuur, die maar liefst 25 bladzijden omvat, het register en de zeer relevante voetnoten, mooi ingedeeld per hoofdstuk, die voor de geïnteresseerde lezer op zoek naar meer, een onuitputtelijke bron van informatie zijn. Bij mijn weten is er tot dusver geen enkel ander Nederlandstalig werk over de katharen beschikbaar dat zulke uitgebreide literatuurlijst en voetnoten weergeeft, wat het boek alleen al daarvoor de moeite waard maakt. In zeven grote hoofdstukken geeft de auteur een chronologisch en goed gestructureerd correct overzicht van de ganse geschiedenis en de religie van het katharisme. In een beknopte inleiding wordt de lezer in grote trekken wegwijs gemaakt in de materie, waarna de dualistische leer van de vroege gnostici wordt besproken, een overzicht wordt gegeven van de leer van de bogomielen, die aan de basis lag van het katharisme, om dan vervolgens uit te komen bij de oorsprong van het dualisme in het Westen. Bijzonder interessant is dat Barber een duidelijke omschrijving geeft van het ontstaan van het katharisme in de Languedoc en daarbij de link legt met de Bulgaarse, Bosnische en Italiaanse connecties. Hij schetst daarbij ook het uitzonderlijk grote belang van het kathaarse concilie van Saint-Félix de Caraman in 1167, waarbij het absolute dualisme van de katharen in Occitanië werd vastgelegd. Hij baseert zich daarvoor overwegend op het relaas van tijdgenoten aan de hand van overgeleverde teksten, wat een extra boeiende dimensie geeft aan zijn uiteenzettingen. In het hoofdstuk over de katharen en de samenleving van de Languedoc maken we uitgebreid kennis met de feodale structuur van deze bijzonder hoogstaande maatschappij, waarbij de plaatselijke adel en de regionale machthebbers meer en meer het kathaarse gedachtegoed ondersteunden binnen een geest van een voor die tijd nooit geziene tolerantie en "paratge", zo eigen aan die samenleving. De lezer wordt hier vooral gewezen op het grote belang van het netwerk van onderling gerelateerde graafschappen en seculiere machthebbers die samen met de vele kathaarse "domussen", geleid door kathaarse vrouwen, er voor zorgden dat het katharisme alom verspreid en ondersteund werd in de regio. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 uitvoerig stilgestaan bij de structuur van de kathaarse kerk, zijn hiërarchie, de ceremoniële ontvangst van het consolamentum als enig erkend sacrament van de Gleisa de Dio en de kathaarse theologie aan de hand van verklarende uittreksels uit het "Liber de Duobus Principiis", één van de overgeleverde kathaarse bronteksten i.v.m. het geloof. Aan de hand van getuigenissen afgelegd voor de inquisitie wordt als slot van dat hoofdstuk nog een interessant beeld geschetst van de geloofsbeleving door de gewone katharen, waaruit duidelijk naar voren komt hoe diep het katharisme ook bij de eenvoudige "croyants" was verankerd in hun dagdagelijks bestaan. In hoofdstuk 4 krijgen we dan de katholieke reactie en haar rechtvaardiging om met geweld deze "verderfelijke ketterij" met wortel en tak uit te roeien. Bij zijn analyse van de reacties van Rome en de daarop volgende Albigensische kruistocht van 1209 baseert Barber zich vooral op de kronieken van de drie belangrijkste verslaggevers uit die tijd, te weten Pierre des Vaux-de-Cernay, een roomskatholiek die duidelijk aan de kant van Simon de Montfort en zijn kruisleger stond, Guillaume de Puylaurens, een priester uit Toulouse, die eveneens aan de kant van de katholieken stond en Guillaume de Tudèle, die zowat de meest betrouwbare van deze drie vormt. (Hun kronieken werden inmiddels vertaald in het Nederlands en zijn beschikbaar op deze website onder de rubriek "bronteksten".) In dit hoofdstuk zien we ook hoe de verschillende campagnes tegen de ketterij in de twaalfde en vroege dertiende eeuw uitmondden in een escalatie van geweld tijdens de Albigensische kruistochten die het gebied in vuur en vlam zetten en waarbij deze verfijnde en cultureel hoogstaande maatschappij quasi volledig werd vernield in een meedogenloze en barbaarse strijd. Zowat alle belangrijke veldslagen en wapenfeiten passeren hier de revue waarbij de geïnteresseerde lezer, die hierbij het noorden dreigt te verliezen, nog kan terugvallen op de chronologische tabellen 2 en 3 achteraan in het boek, die een goed gestructureerd overzicht geven van alle belangrijke militaire acties uit die tijd. Het uiteindelijke verval van het katharisme wordt in hoofdstuk 5 besproken, waarbij vooral de excessen van de inquisitie en haar onmenselijke praktijken in de verf worden gezet, maar ook de onverzettelijkheid van vele kathaarse gelovigen diep respect afdwingt. Ook wordt hier aandacht besteed aan het belang van de Italiaanse connectie en het voortleven van het katharisme in Lombardije met de vier kerken van Concorezzo, Desenzano, Bagnolo en Vicenza, waar tal van gevluchte Occitaanse katharen probeerden te overleven na de val van Montségur in 1244. In het hoofdstuk over de laatste katharen wordt dan nog de korte revival van het katharisme onder de gebroeders Authié uit Montaillou en het leven van de laatste kathaarse parfait Guillaume Bélibaste besproken, waarbij de schrijver zich vooral baseerde op de inquisitieverslagen van bisschop Jacques Fournier. Dit hoofdstuk is eerder een gecondenseerde weergave van hetgeen daarrond reeds uitvoerig werd gepubliceerd door Emmanuel le Roy Ladurie in zijn bestseller "Montaillou - een ketters dorp in de Pyreneeën". Als waardige afsluiter van het boek besteedt Barber vrij uitgebreid aandacht aan het neo-katharisme en belicht hij daarbij de belangrijke rol van Déodat Roché, Simone Weil en Otto Rahn bij de "recuperatie" van het katharisme in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ook wordt hier stilgestaan bij de mogelijke "invloed" van het katharisme op het protestantisme en bij de huidige recuperatie van het katharisme binnen het streven naar een eigen Occitaanse identiteit. Besluit: In het algemeen kan gesteld worden dat "De Katharen" één der meest belangrijke en tegelijk historisch correcte werken is die het laatste decennium over het katharisme in het Nederlandse taalgebied zijn verschenen. Wel gaat Barber er heel dikwijls van uit dat zijn lezer reeds de nodige voorkennis heeft over deze vrij complexe materie, waardoor hij het niet nodig acht om bepaalde personages, historische feiten en kwesties in verband met de religie uitgebreid te duiden of te verklaren. Voor mensen die (nog) niet voldoende vertrouwd zijn met het onderwerp kan dat mogelijk leiden tot verwarring of situaties waarbij sommige zaken moeilijk begrijpbaar zijn. Vooral dan de hoofdstukken over de religie zijn m.i. zonder voorkennis moeilijk te vatten. Het is zeker geen boek dat zich richt tot beginnende "katharisten". Ronduit schitterend en zeer lovenswaardig zijn hier, zoals reeds gezegd in de inleiding, de uitgebreide bibliografie, het register, de interessante voetnoten en de vele goed gestructureerde tabellen en overzichtskaarten die het boek een erg waardevolle extra dimensie geven en die voor de (gevorderde) lezer een schat aan informatie bieden. Eerlijkheidshalve moet wel worden opgemerkt dat bij de vertaling regelmatig fouten werden gemaakt op het vlak van de correcte vermelding van namen van plaatsen en personages, zoals Laurageais i.p.v. Lauragais, Bertrand Mary i.p.v. Bertrand Marty, de gebroeders Autier i.p.v. Authié, Chabert de Barbéra i.p.v. Chabert de Barbaira, Fontrevault i.p.v. Fontevrault en Sibylla den Balle i.p.v. Sibylle Baille; om maar de meest in het oog springende te noemen. Niettemin blijft "De Katharen" een indrukwekkend en boeiend standaardwerk dat zijn plaats verdient tussen de "groten" zoals Duvernoy, Roquebert en Brenon en dat in geen enkele bibliotheek van de ware liefhebber van het katharisme mag ontbreken! (MG) (Pearson Education Benelux, Amsterdam - 2004 - ISBN 90-430-0948-2) |
|||||
|
|||||
|
Als we naar de geraadpleegde bronnen kijken vinden we daar René Nelli, Fernand Niel, Steven Runciman, Arno Borst en een enkele keer Zoë Oldenbourg, allemaal specialisten, dat wel, maar geen enkel werk dat recenter is dan de jaren 1960. "Ketters" dateert uit 1982 toen het tweedelige "Les Cathares" van Jean Duvernoy al enkele jaren beschikbaar was (hij was de eerste die gebruik kon maken van alle tot op heden ontdekte kathaarse teksten) en ook de eerste twee delen van Michel Roquebert's "Epopée Cathare" waren al verschenen. Voor zijn teksten over het dualisme en de kathaarse religie maakte de Vries zelfs gebruik van een boek van Ignaz von Döllinger uit... 1890! Het gevolg is dat er heel wat achterhaalde feiten en theorieën in het boek staan. De katharen zouden het licht vereren, er wordt over vrouwelijke "diakonessen" geschreven (die zijn er nooit geweest), gebruiken als endura en convenenza worden foutief gekaderd, kathaarse parfaits zouden steeds "vergezeld worden van een gewone gelovige die voor hen zorgde..." en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het
wordt nog erger bij het historisch feitenmateriaal, dit zijn slechts enkele
voorbeelden uit de vele. Simon de Montfort wordt voorgesteld als een "door
de kerk gekozen leider van de kruistocht", terwijl hij dat pas
werd na de val van Béziers en Carcassonne (en na de weigering van
een aantal belangrijkere kandidaten). Pauselijk legaat Arnaud-Amaury (de
echte leider van de kruistocht) wordt zelfs in twee afzonderlijke personnages
opgesplitst: "Arnald de Cîteaux" en een tweede pauselijke
legaat "Amalric". Raymond VI "moest zich bij het
verdrag van Meaux vernederen" terwijl hij toen al zeven jaar
dood was. Montségur werd aan de katharen ter beschikking gesteld
"namens de vorstin Esclarmonde de Foix die als een Kathaarse heilige
werd beschouwd": het lijkt wel alsof we Napoleon Peyrat lezen.
"Raymond de Péreille leidde de verdediging van Montségur,
bijgestaan door de kathaarse bisschop Guillebert de Castres":
Pierre-Roger de Mirepoix leidde de verdediging van Montségur en
Bertrand Marti was Guilhabert de Castres na diens dood (omstreeks 1240)
opgevolgd. Na de val van Montségur werden "de volmaakten
verband en de rest, voor zover niet vermoord, werd in massa weggevoerd":
er werd niemand vermoord en er werd niemand weggevoerd, het was één
van de voorwaarden van overgave dat alle niet-parfaits vrijuit gingen,
mits zich te laten ondervragen door de inquisitie. (Uitgeverij Querido - 1982 - ISBN 90-214-8663-6) |
|||||
|
|||||||
|
Raymond Doms vertaalde bovendien elf geëngageerde teksten van de troubadours Guilhem de Montanhagol, Guilhem Figueira, Raimon de Miraval, Gaucelm Faidit, Peire Cardenal en Bernart Sicart de Marvejols. |
|||||||
|
|||||
|
Het is inderdaad een feit dat de verspreiding van het kathaarse gedachtegoed in de Occitaanse maatschappij van de 12e en 13e eeuw zonder de tussenkomst van die diep kathaars-religieuze vrouwen nooit zo uitgebreid had kunnen zijn. |
|||||
|
|||||
|
Ladurie maakte bovendien niet de fout zijn boek voor te stellen als een geschiedenis van het katharisme. Hij zag het gewoon als een middeleeuwse dorpsgeschiedenis (zoals blijkt uit de Franse titel: "Montaillou, village occitan") wat het ook was. Andere auteurs die zich op dezelfde bronnen baseerden liepen wel in die val (zie bijv. René Weis, "De laatste katharen"). Het boek speelt zich af in de periode 1294-1324, meer dan een halve eeuw na de val van Montségur, het katharisme loopt op zijn laatste benen en kent onder impuls van de broers Authié uit Ax-les-Termes nog een laatste opflakkering. Maar het is niet meer die bloeiende religie van een eeuw vroeger... (Ed. Gallimard - 1975; vert. Bert Bakker, Amsterdam - 1984 - ISBN 90-6019-682-1) |
|||||
|
|||||
|
Bovendien is het boek zeer mooi uitgegeven, bevat het heel wat interessante "randinformatie" en is het prachtig geïllustreerd met foto's van Cathérine Bibollet en overzichtelijke landkaarten. Ons enig puntje van kritiek betreft de vertaling die een nogal "officiëel" taalgebruik hanteert. Misschien was de vertaler niet voldoende vertrouwd met het onderwerp maar een wat vlotter Nederlands (in plaats van vertaald Frans) zou de leesbaarheid zeker ten goede komen. Dit boek is een absolute aanrader voor wie niet alleen in de geschiedenis maar ook in de streek geïnteresseerd is. In dat verband hebben we nog een tip voor onze uitgeverijen. Eveneens bij Ouest-France verscheen in de reeks "Itinéraires de découvertes" een prachtig geïllustreerde en zeer complete reisgids onder de titel "Le Pays Cathare". Wie waagt zich aan een vertaling? (Uitgeverij Synthese, Den Haag - 2004 - ISBN 90-6271-961-9) |
|||||
|
|||||
| De
occitanen hadden zich wel kunnen vinden in deze uitspraak maar de kruisvaarders
dachten er ongetwijfeld anders over. We mogen niet uit het oog verliezen
dat Montort handelde binnen een "wettelijk kader" dat door de
kerk was geschapen. Bovendien was niet Monfort maar abt Arnaud-Amaury de
aanvoerder van de kruisvaarders tijdens de invasie (en tijdens de slachtpartij
van Béziers).
Martens is ook vrij grof in zijn veroordeling van de cisterziënzermonniken. Arnaud-Amaury, Guillaume de Puylaurens, Pierre des Vaux-de-Cernay en Pierre de Castelnau worden als "grote vijanden van de katharen" bestempeld. Nochtans heeft slechts één van hen, Arnaud-Amaury, daadwerkelijk aan de kruistocht deelgenomen. Pierre des Vaux-de-Cernay is de auteur van de (zeer kleurrijke) kroniek "Historia Albigensis" waarin hij de katharen er inderdaad nogal van langs geeft. Pierre de Castelnau was de pauselijke legaat wiens dood de onmiddellijke aanleiding tot de kruistocht was, maar je kan hem dat moeilijk verwijten. Guillaume de Puylaurens, tenslotte, was de persoonlijke kapelaan van Raymond VII. Zijn kroniek, die jaren na de feiten werd geschreven, toont een voor die tijd uitzonderlijke objectiviteit. Er staan ook nogal wat historische onnauwkeurigheden in het boek. Zo wordt de graaf van Foix afwisselend Ramon Roger en Roger Bernard genoemd (in feite vader en zoon). Pierre-Roger de Mirepoix wordt steevast aangeduid als heer van Montségur terwijl dat in feite Raymond de Péreille was, Pierre-Roger was de militaire bevelhebber. En die Raymond de Péreille wordt dan weer aangeduid als heer van Laroquefixade (Martens haalt hier de dorpen Roquefixade en Laroque d'Olmes door mekaar), wat zonder meer fout is, hij behoorde tot de "Mirepoix-familie" en was heer van Péreille, zoals zijn naam zegt. Tenslotte, en misschien is dat wel het grootste bezwaar, heeft Martens zich laten inspireren door Antonin Gadal, die hij persoonlijk ontmoet heeft. (zie voor Gadal op deze site het hoofdstuk "De Mythe"). We krijgen dus nog maar eens het hele verhaal over de "spoulgas", de versterkte grotten in de Ariègevallei, die "initiatieplaatsen" voor nieuwe parfaits zouden geweest zijn. En natuurlijk mogen de 500 ingemetselde katharen in de grot van Lombrives ook niet ontbreken. Allemaal verhalen, ofwel ontsproten aan de fantasie van Antonin Gadal, ofwel gebaseerd op enkele vage legendes die niet verder terug gaan dan de 19de eeuw... Dit was gedurende jaren het enige ernstige Nederlandstalige boek over dit onderwerp en dat is beslist een verdienste. Bovendien werd het geschreven door een enthousiasteling met veel liefde en respect voor de katharen. Inhoudelijk is het nu op een aantal punten achterhaald maar het blijft wel interessant omwille van de vertalingen van de "Interrogatio Johannis" of "Cène Secrète" en de "Summa de Catharis" van Rainier Sacconi. (Uitgeverij Servire, Katwijk - 1980 - ISBN 90-6325-243-9) |
|||||
|
||||||||||||
|
Het boek is inmiddels aan zijn derde druk toe en werd bij die gelegenheid door de auteur volledig herzien en aangepast aan de nieuwste ontwikkelingen in het historisch onderzoek. Zo
werd de geschiedenis van de kruistochten uitgebreid en is er ook meer
aandacht voor de Occitaanse maatschappij en cultuur als de wereld waarin
het katharisme kon bloeien. Een aantal bijlages werd toegevoegd, zoals
een verklarende woordenlijst, een chronologisch overzicht en een uitgebreide
bibliografie. Het is misschien niet het dikste, maar zeker het compleetste boek over de katharen dat tot op heden in het Nederlands werd gepubliceerd. Het
boek verscheen eerder bij Uitgeverij Mirananda onder de titel "Montségur
- Gnosis, gnostiek en de katharen" (eerste druk) en "Katharen
en de val van Montségur" (tweede druk). (Uitgeverij Synthese, Den Haag - 2003 - ISBN 90-6271-820-5) |
||||||||||||
|
|||||
|
|||||
|
Tegen de volksketterij die in deze periode opkwam werd de inquisitie in het leven geroepen, met tegenmaatregelen die in geen verhouding stonden tot de werkelijke bedreiging van de ketterij voor de Kerk. Wilde verhalen werden verkondigd over de praktijken van de ketters, evenals over de verdorvenheden van andere belangrijke groepen die in deze tijd steeds meer en steeds wreder werden vervolgd: joden en melaatsen in de eerste plaats en, minder bekend, ook homoseksuelen en prostituées. Moore geeft een gedetailleerde beschrijving van elk van deze vervolgde groepen, hoe er in de christelijke maatschappij over hen werd gedacht en hoe zij door allerlei dwangmaatregelen uit de gemeenschap werden gestoten. Daarbij brengt hij opvallende overeenkomsten in de behandeling van de diverse minderheden aan het licht. Die vervolging vond haar oorsprong in de diepgaande veranderingen die het Europa van de twaalfde eeuw onderging in sociaal en bestuurlijk opzicht, in het godsdienstig en economisch leven. In deze periode werd een patroon van vervolging gecreëerd dat tot op de dag van vandaag wordt toegepast. Een boeiend boek dat voor heel wat discussie in de academische wereld heeft gezorgd. Ander werk van R.I. Moore vind je bij de Engelstalige boeken. (Uitgeverij Ambo, Baarn - 1988 - ISBN 90-263-0868-X) |
|||||
|
|||||
|
De
opbouw is ongewijzigd. Na een historische schets van het katharisme en
de kruistocht volgt een beschrijving van tientallen "kathaarse"
plaatsen met, naast de geschiedenis, ook heel wat praktische info (plannetjes,
openingsuren,...). Degelijke, correcte informatie. (Aspekt - 2006 - ISBN 90-5911-119-2) |
|||||
|
|||||
|
"De Volmaakte Ketterij" is, volgens de auteur zelf, geschreven voor "niet-specialisten" maar het is wel gebaseerd op het recentste historisch onderzoek. In het laatste hoofdstuk wordt bovendien afgerekend met de mythevorming rond de katharen en de huidige commerciële exploitatie van het thema. Tenslotte volgt nog een uitstekende bibliografie. Toch één opmerking. De soms wat stroeve vertaling brengt de vlotte stijl van Stephen O'Shea niet helemaal over. En was het nu écht nodig de graaf van Toulouse "Raimondus" te noemen? Wat is er mis met het algemeen gebruikte "Raymond" of het occitaanse "Ramon"? "Petrus-Rogier van Cabaret", "Raimondus-Rogier Trencavel", het doet de leesbaarheid van het boek geen goed. Een aantal personages mogen om één of andere reden dan weer wél hun naam behouden. Arnaud-Amaury heet gewoon Arnaud-Amaury en geen "Arnoldus-Amalric" of zoiets en ook van troubadour Peire Vidal heeft de vertaler, gelukkig, geen "Petrus Vidal" gemaakt. Maar
laat je vooral niet ontmoedigen, "De Volmaakte Ketterij" is
een meeslepend boek dat je moeilijk opzij kan leggen en een boeiende kennismaking
met de 13de eeuwse Languedoc. (Het Spectrum, Utrecht - 2003 - ISBN 90-274-7960-7) |
|||||
|
||||||||||||||
|
||||||||||||||
|
En men is in uitstekend gezelschap want halverwege de vorige eeuw publiceerde zelfs de meest vooraanstaande historicus van de kruistochten, Sir Steven Runciman, een boek dat "The Medieval Manichee" heette en dat moest bewijzen dat het manicheïsme overleefde tot in de late middeleeuwen. In Frankrijk zijn deze ideeën intussen al tientallen jaren achterhaald. Bij ons was het alleen Bram Moerland die, als een eenzame roepende in de woestijn, met zijn "Katharen en de val van Montségur" ten strijde trok tegen dit soort geschiedenis met oogkleppen. En nu is er "Katharen in Europa". Zoals de titel al aangeeft is hier geen sprake van vakjesmentaliteit. Integendeel, Yves Van Buyten en Willy Vanderzeypen plaatsen het katharisme in de ruime context waar het thuishoort. Het katharisme wàs geen geïsoleerd fenomeen uit de Languedoc maar maakte deel uit van een beweging die heel Europa overspoelde. Waarom is het in de Languedoc kunnen uitgroeien tot een echte "tegenkerk"? Dat is één van de vragen waarop in dit boek een antwoord wordt gegeven. Het boek heeft een duidelijke structuur en is in een heldere en vlotte taal geschreven. Dat maakt "Katharen in Europa" uitermate geschikt voor een eerste kennismaking met het katharisme. De ondertitel, "Een reis doorheen het katharisme", is de vlag is die perfect de lading dekt. Alle aspecten komen aan bod maar de auteurs hebben zich beperkt tot de essentie zodat de lezer niet verdrinkt in een zee van overbodige details. Een prettig extraatje is de bondige bespreking van honderd belangrijke kathaarse plaatsen. Je
hebt, na het lezen van dit boek, een grondige basiskennis van het katharisme,
maar ik voorspel je nu al dat het daar niet bij zal blijven. Het boek
maakt hongerig, je zal meer willen weten en op zoek gaan. De
afgelopen vier jaar was één van de meest gestelde vragen
op het forum: "Welke boeken over de katharen moeten we lezen als
voorbereiding op onze reis naar de Languedoc?" Aqua
Fortis, Leuven - 2004 - ISBN 90-5904-036-8 |
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||
|
|
|
|||||
|
Hij komt tot de conclusie dat dit ten onrechte is. De ketters in deze periode zijn allereerst kerkhervormers die kritiek hebben op de corrupte geestelijkheid. Na 1150 verschijnen de katharen. Is hun dualisme verwant aan dat van de manicheeërs? Om deze vraag te beantwoorden onderzoekt Van Schaik onder meer de anti-manichese teksten van Augustinus, de manichese teksten zelf, anti-kathaarse teksten en radicaal kathaarse bronnen. Uit de fundamentele verschillen die aan het licht komen, concludeert de onderzoeker dat er weinig inhoudelijke verwantschap bestaat tussen de manicheeërs en de radicale katharen. John van Schaik (1956) studeerde in Antwerpen middeleeuwse mystiek. Hij is gespecialiseerd in de relatie tussen het zogenaamde "esoterische" of vrije christendom en het "exoterische" kerkelijke christendom. Unde Malum schreef hij als dissertatie (Katholieke Universiteit Nijmegen). Uitgeverij Ten Have - ISBN 90-2595-377-8 |
|||||
![]() |
René
Weis Vijfentwintig jaar na Emmanuel Le Roy Ladurie doet René Weis het hele verhaal nog eens dunnetjes over. Ook dit boek behandelt de laatste "opflakkering" van het katharisme in het begin van de 14de eeuw, zeer beperkt in tijd en plaats (Montaillou en omstreken). René Weis heeft ongetwijfeld een grondige research gedaan naar deze periode waarbij hij zich op de originele inquisitiebronnen heeft gebaseerd. Hij heeft ook veel tijd doorgebracht in de streek en is op zoek gegaan naar de historische plaatsen uit de geschiedenis van Montaillou. |
|||
|
Maar dat is nu precies ook het zwakke punt van het boek. Wie de "periode Montaillou" bestudeert om op die manier iets over het katharisme te leren is verkeerd bezig en dat wordt hier overduidelijk geïllustreerd. Het begint al met de inleiding: "... Vrouwen werden derhalve bestempeld als een instrument van de zondeval en een schepping van de duivel. Ondanks deze vrouwenhaat waren er kathaarse perfectae geweest in de periode voorafgaand aan de val van Montségur in 1244..." Die "vrouwenhaat" vinden we terug bij de rooms-katholieke kerk en daardoor ongetwijfeld ook voor een stuk in de middeleeuwse samenleving maar niet bij de katharen, het is een raadsel waar Weis deze onzin vandaan heeft. "Les Femmes Cathares", het schitterende werk van Anne Brenon over de rol van de vrouwen binnen het katharisme is opgenomen in de bibliografie aan het einde van het boek maar blijkbaar heeft Weis het zelf niet gelezen. Vrouwelijke parfaites zijn er namelijk altijd geweest en precies zij waren in hoge mate verantwoordelijk voor de doorbraak van de religie in de Languedoc. Door de voortdurende repressie van de Inquisitie waren er in het begin van de 14de eeuw nog nauwelijks parfaits om de kathaarse boodschap uit te dragen. Die enkelingen gaven steeds meer hun persoonlijke interpretatie aan het kathaarse gedachtengoed, een gedachtengoed dat meer en meer verwaterde. Bélibaste, de laatste parfait, was een ongeletterde herder die tijdens zijn prediking ruim uit zijn fantasie putte. Als Weis echt het katharisme wilde bestuderen, dan had hij zijn werkterrein naar het begin van de 13de eeuw moeten verplaatsen. Het
boek geeft dus een totaal vertekend beeld van het oorspronkelijke katharisme
en maakt er dikwijls gewoon een karikatuur van. Het mooiste voorbeeld
daarvan vinden we op de achtercover van het boek waar een Engelse recensie
uit The Sunday Times geciteerd wordt: "Briljant reconstrueert
René Weis de persoonlijke machinaties en seksuele intriges waarmee
de katharen Montaillou veroverden, voordat ze het slachtoffer van de Inquisitie
werden." Verwarrend is ook de naam die Weis aan het gebied geeft waar de geschiedenis zich afspeelt: "Sabarthès". Die naam wordt nu nog gebruikt voor de streek ten zuiden van Tarascon-sur-Ariège, rond de kapel van Notre-Dame de Sabart, maar in de vroege middeleeuwen sloeg die op een veel groter gebied, de hele Ariège-vallei van de bron tot en met de stad Foix. Door het ontstaan van het graafschap Foix in de 11e eeuw raakte de naam in onbruik. Weis koppelt die nu plots aan de 14e eeuw. De laatste Katharen" had een aanrader kunnen zijn maar de talrijke ontsporingen geven toch aanleiding tot enig voorbehoud. Voor wie geïnteresseerd is in de middeleeuwse dorpsgeschiedenis van Montaillou blijft Emmanuel Le Roy Ladurie de beste keuze. (Het Spectrum, Utrecht - 2991 - ISBN 90-274-6632-7) |
||||