Rondrit 3:
Razès, Lauragais, Foix, Pays d'Olmes

Overzicht | Rondrit 1 | Rondrit 2 | Rondrit 3

Quillan

Deze vrij lange tocht start opnieuw in Quillan en volgt, net zoals in de eerste rondrit, de Aude in noordelijke richting. Alleen rijden we nu in Couiza rechtdoor en blijven zo de D118 nog een eindje volgen.

Een kilometer of zeven verder, bij een brug over de Aude, gaan we rechtsaf en volgen de wegwijzers naar Alet-les-Bains.

Eigenlijk rijden we nu op de oude D118 die vroeger door het dorp liep. Sinds de aanleg van de nieuwe weg rijden de meeste toeristen Alet voorbij, en dat is erg jammer.

Alet-les-Bains mag nu een sluimerend dorpje zijn, vroeger was dat wel even anders. Getuigen daarvan zijn de imposante ruïnes van een benediktijner abdij uit de 9de eeuw en een heuse kathedraal, want Alet-les-Bains was tijdens de middeleeuwen een bisschopszetel.

Afgezien van die middeleeuwse kern, met zijn smalle straatjes en de resten van een omwalling, is Alet ook een kuuroord met alles erop en eraan. Uniek in Europa is het openluchtzwembad gevuld met mineraalwater.

Alet-les-Bains
Limoux

We verlaten Alet langs het noorden, waar we via een brug over de Aude opnieuw de D118 bereiken. Acht kilometer verder ligt Limoux, de hoofdstad van de Razès, zoals deze streek heet.

Het is een vriendelijk, rustig stadje met net geen 10.000 inwoners en een mooie Place de la République, maar tijdens het carnavalseizoen wordt hier flink tekeergegaan.
Het carnaval van Limoux, waarvan de wortels in de 14de eeuw liggen, is wijd en zijd bekend en loopt van eind januari tot halfvasten

De gotische Saint-Martinkerk is 16de-eeuws maar heeft wel nog een romaans portaal uit de 12de eeuw.

Met de bruggen is iets vreemds aan de hand. De Pont Nouveau (‘Nieuwe brug’) dateert uit de 14de eeuw en de Pont-Vieux (‘Oude brug’) uit de 19de eeuw... Denk niet dat men je voor de gek houdt, met carnaval heeft het niets te maken. De Pont-Vieux werd in de negentiende eeuw herbouwd en men is gewoon de oude benaming blijven gebruiken...

Limoux

Blanquette de LimouxBLANQUETTE DE LIMOUX:
DE MOEDER (OF VADER) VAN ALLE SCHUIMWIJNEN

Nog bekender dan voor zijn carnaval is Limoux voor zijn blanquette. En dat heeft niets met kalfsvlees te maken!

In 1531 ontdekten de monniken van de nabijgelegen abdij van Saint-Hilaire bij toeval het procédé van de tweede gisting in de fles waardoor ‘bubbeltjes’ in de wijn gevormd werden. Meteen was de schuimwijn geboren, bijna twee eeuwen voor de eerste champagnes verschenen (al zal men dat in Reims en Epernay niet graag horen). De methode die de monniken gebruikten wordt hier en daar nu nog toegepast onder de benaming méthode ancestrale. Het nadeel is dat, door het bezinksel, de wijn wat troebel kan zijn.

De benediktijn Dom Pérignon, de ‘aartsvader’ van de champagne, heeft later de basis gelegd voor de méthode champenoise waarbij het bezinksel uit de fles verwijderd wordt (door de zgn. remuage, het draaien van de flessen die met de stop naar beneden liggen, waardoor het bezinksel zich bij de stop verzamelt en zo kan verwijderd worden). Het overgrote deel van de blanquette (A.O.C. sinds 1938) wordt volgens die methode gemaakt, al heeft men in Limoux steeds geweigerd méthode champenoise op de flessen te vermelden. (Nu is dat trouwens alleen nog toegelaten op champagnewijnen).

De belangrijkste druif voor de blanquette is de Mauzac (in de streek blanquette genoemd vanwege de lichtere onderzijde van de bladeren) waaraan een ‘vleugje’ Chardonnay en Chenin wordt toegevoegd (max. 10%). Er wordt ook een crémant gemaakt (A.O.C. sinds 1990) waaraan minimum 30% Chardonnay en Chenin (maar maximum 20% per soort) wordt toegevoegd.

Sieur d'ArquesZoals je zal merken wanneer je door de streek rijdt, zijn er tal van producenten waar je kan binnenlopen om te proeven, maar het leeuwendeel van de productie is in handen van de coöperatie van Limoux die 270 wijngaarden, verspreid over meer dan 2.000ha groepeert. La Cave des Vignerons du Sieur d'Arques is een van de best uitgeruste wijnbedrijven van Frankrijk en exporteert naar 43 landen (jaaromzet meer dan 46 miljoen euro). Bij ons is Sieur d'Arques, bekend van de slogan le plus vieux brut du monde (‘de oudste brut ter wereld’), te vinden onder de merknaam Aimery.

Sieur d'Arques vind je aan de Avenue du Mauzac in Limoux (volg richting Mirepoix).

Fanjeaux

Fanjeaux is ons volgende doel. Daarvoor nemen we in Limoux de D623 die ons na 23 km in Prouille brengt.

Deze plaats, aan de voet van de heuvel waarop Fanjeaux ligt, is de bakermat van de dominicaner orde. Hier stichtte Domingo de Guzman, de latere Heilige Dominicus, de eerste religieuze gemeenschap voor bekeerde kathaarse meisjes en vrouwen. Het klooster dat er nu staat is 19de-eeuws, er blijft, op een muurtje na, niets meer over uit de middeleeuwen.

Verder naar Fanjeaux dus. De D802 kronkelt de heuvel op tot in het centrum van het dorp. Wat hier vooral opvalt is het enorme panorama over de Lauragais. In deze streek, met als hoofdplaats Castelnaudary, kende de religie van de bons hommes het meeste succes.

Fanjeaux, ontstaant uit de Romeinse nederzetting Fanum Jovis, lijkt vandaag een slaperig dorp, maar in de 13de eeuw was het een belangrijke versterkte plaats op de strategische route tussen Carcassonne en Toulouse.

Fanjeaux
Fanjeaux

Monfort slaagde er vrij snel in Fanjeaux onder controle te krijgen. De stad was door zijn bewoners verlaten en een poging van de graaf van Foix om ze terug te veroveren mislukte. De eens zo belangrijke kathaarse plaats, waar bisschop Guilhabert de Castres verbleef, werd één van Montfort's militaire steunpunten. Dominicus, die van hem de oude zadelmakerij van de burcht als woonst kreeg, was hier negen jaar lang pastoor.

Het zal dan ook niemand verbazen dat je niet naast de dominicanen kan kijken. In en rond Fanjeaux zijn er meerdere gemeenschappen gevestigd. De burcht is verdwenen, maar het huis waar Dominicus zou verbleven hebben kan je nog wel bezoeken in het straatje rechts van de kerk. De dominicanen zullen je graag binnenlaten maar verwacht er vooral niet te veel van. Behalve, zo zegt men, enkele balken en een stukje van de haard is er niets meer dat aan de tijd van Dominicus herinnert. In het winkeltje vind je, naast de obligate heiligenlevens, ook de boeiende historische reeks Cahiers de Fanjeaux die van hieruit gedirigeerd wordt.

In het mooie 12de-eeuwse kerkje kan je de balk van het ‘vuurmirakel van Fanjeaux’ gaan bekijken. Bij een debat tussen katharen en katholieken werd besloten de vuurproef toe te passen.
De documenten van beide partijen werden in het vuur geworpen waarbij de kathaarse onmiddellijk vuur vatten en de katholieke ‘tot driemaal toe’ uit het vuur tot tegen de zoldering vlogen, daarbij een brandplek achterlatend op een balk. Deze balk kan je hier in al zijn glorie bewonderen. Al vond, althans volgens sommige bronnen, het ‘vuurmirakel van Fanjeaux’ niet hier plaats maar in het nabijgelegen Montréal.

Naast het dominicaner klooster en de markthal is hier verder niet zoveel meer te zien, al is er natuurlijk nog het immense panorama.

Loop even naar de Seignadou (volg de wegwijzers). Het uitzicht over de vlakte van de Lauragais gaat tot aan de Montagne Noire. Op deze plaats zou Dominicus een vuurbal ter hoogte van Prouille gezien hebben, een aanwijzing dat hij daar een klooster moest stichten.

Fanjeaux
Mirepoix

Via de D119 verlaten we Fanjeaux, 21 km scheiden ons nog van ons volgende doel: Mirepoix, la Médiévale (‘de middeleeuwse’).

De stad zelf speelde niet zo'n erg belangrijke rol tijdens de kruistocht, in 1209 nam Simon de Montfort ze in zonder bloedvergieten. Hij schonk ze vervolgens aan Guy de Lévis en zijn nakomelingen die zich, na aanhechting aan het Franse koninkrijk, definitief in de streek vestigden.

Ook vandaag is de familie Lévis-Mirepoix nog steeds in de streek vertegenwoordigd.

Mirepoix werd, net als Fanjeaux, bestuurd door  coseigneurs - ‘mede-heren’ - (in Mirepoix waren dat er zelfs 35!) en telde flink wat bons hommes, bonnes femmes en kathaarse gelovigen onder zijn inwoners. Er zijn aanwijzingen dat er in 1206 een belangrijke kathaarse bijeenkomst werd gehouden.

Met de heren van Mirepoix zouden de kruisvaarders trouwens meer problemen hebben dan met de stad zelf. Zij schaarden zich met veel inzet achter het Occitaanse verzet. Onder hen o.m. Raimon de Perelha en Pèire-Roger de Mirepoix, de  coseigneurs van Montségur.

Mirepoix
Mirepoix

Wat blijft er over van het kathaarse Mirepoix? Niets! En niet alleen dat, de stad is zelfs verhuisd! Het oorspronkelijke Mirepoix lag op rechteroever van de Hers maar werd, samen met Chalabre, verwoest door de dijkbreuk van het meer van Puivert in 1279.

Onder impuls van de familie Lévis werd de stad snel heropbouwd op de linkeroever in de voor die tijd typerende bastidestijl: een dambordpatroon rond een centrale marktplaats. Die bastidevorm vind je vandaag nog terug in het stratenplan.
De omwalling is verdwenen, één poort van de oorspronkelijke vier staat er nog (de Porte d'Aval).

Maar dé verrassing van Mirepoix ligt helemaal in het midden. Op het marktplein (112m x 55m) herleven de middeleeuwen.

Het plein is volledig omringd door oude vakwerkhuizen met op de begane grond houten gallerijen (les couverts) uit de 14e eeuw. Geen enkel huis lijkt volkomen recht te staan.

Zeer mooi zijn het stadhuis en het Maison des Consuls waarvan de houten balken schitterend zijn bewerkt. Maar het is toch vooral het totaalbeeld dat het hem doet.

Mirepoix
Mirepoix

Het Maison des Consuls is nu een hotel waar je ‘in stijl’ kan overnachten. Vooraf reserveren is dan wel aangewezen.

Onder de gallerijen vind je terrasjes, restaurants, leuke winkeltjes en op het plein is in de zomer altijd wel iets te doen: concerten, een internationaal marionettenfestival, ambachtelijke markt, middeleeuwse dagen, enz...

Achter de overdekte markthal staat de voormalige kathedraal Saint-Maurice. ‘Voormalig’, want Mirepoix is al lang geen bisschopszetel meer. De eerste steen werd gelegd in 1298 door Jean de Lévis en Constance de Foix, maar er werd tot in de 19de eeuw aan verder gebouwd.

Met 22m (48m lang en 24m hoog) heeft deze gothische kerk het breedste schip van Frankrijk (er zijn geen zijbeuken). In Europa is alleen de kathedraal van Girona (Catalonië) nog breder, echt indrukwekkend.

We verlaten Mirepoix. Aan de Porte d'Aval nemen we de richting Pamiers (D119). In Rieucros gaan we eventjes rechtsaf richting Vals, een onooglijk dorpje (50 inwoners) maar met een unieke rotskerk (volg de wegwijzers Eglise rupestre de Vals).

Het kerkje staat aan de noordkant van het dorpsplein maar je kan er moeilijk naastkijken, er zijn maar enkele straatjes. Het is één van de oudste kerkjes van Frankrijk en het bestaat eigenlijk uit drie boven mekaar gebouwde heiligdommen. Op de drie foto's hieronder zie je de verschillende niveau's.

Je gaat binnen via een trap door een bres in de rots en komt zo in de crypte waar een eerste heiligdom uit de karolingische tijd (11de eeuw) op aansluit. Dit gedeelte is versierd met prachtige fresco's uit de 12de eeuw, gemaakt door kunstenaars uit de Catalaanse school. Via een trap kom je in het bovenste (romaanse) gedeelte van de kerk. Langs een deurtje kan je naar buiten op het dak aan de voet van de klokkentoren-donjon.

Vals
Vals Vals Vals

Vanuit Vals volgen we de D40 en komen zo terug op de D119, even voor het vliegveldje van Les Pujols.  10 km verder ligt Pamiers. Met zijn 13.000 inwoners is het de grootste stad van de Ariège, tevens bisschopszetel. Maar het is niet de hoofdstad, die eer werd vorige eeuw toegekend aan Foix, tot grote consternatie van de Appaméens, zoals de inwoners van Pamiers genoemd worden.

Pamiers ligt in een bocht van de Ariège en wordt omsloten door kanalen. Water is overal tegenwoordig in de stad, niet in het minst door een aantal fonteinen. Het is een belangrijk centrum voor handel en industrie maar toch vooral in trek als winkelstad met het grootste winkelcentrum uit de Ariège (al moet je je daar nu ook weer niet te veel van voorstellen).

PamiersPamiers was in de kathaarse tijd een belangrijke plaats maar veel blijft daar niet meer van over, daarvoor hebben de godsdienstoorlogen gezorgd.

De stad was in de 16de eeuw in handen van de protestanten die kerken en kloosters vernietigden. De torens lieten ze staan omdat die bruikbaar waren als uitkijkpost.

Eigenlijk heette de stad oorspronkelijk Frédélas en was ze in handen van de abt van de Saint-Antonin-abdij. Maar dat was helemaal niet naar de zin van graaf Roger II van Foix en na heel wat gehakketak werd een soort coseigneurschap afgesproken.

Als symbool voor zijn aanwezigheid in de stad bouwde graaf Roger op de heuvel die ook nu nog Castella heet, een burcht die Castrum Apamiae werd genoemd. De naam Appamée, die later zal verbasterd worden tot Pamiers was dus oorspronkelijk enkel de naam van de burcht. Ook die burcht is inmiddels verdwenen.

Wat is er dan nog wel over uit de kathaarse tijd? De buiten de stad (aan de overkant van de Ariège) gelegen abdij van Cailloup en de (romaanse) portalen van de Saint-Antoninkathedraal en van de Notre-Dame du Campkerk, daarmee zal je het moeten stellen. Je kunt ook een wandeling maken naar de Castella, de burcht is verdwenen maar je hebt er wel een mooi uitzicht op de Pyreneeën.

In minder dan een uur ben je van Toulouse in Pamiers maar de autosnelweg loopt (voorlopig) niet verder, al is dat wel de uiteindelijke bedoeling. De expresweg (N20) die je van Pamiers naar Foix brengt zal ooit wel eens een volwaardige autostrade worden, maar voorlopig zitten er nog te veel obstakels en versmallingen in de weg.

Foix

Foix is de prefectuur van de Ariège, wat zoveel wil zeggen als de administratieve hoofdstad (met net geen 10.000 inwoners is het eigenlijk maar een ‘hoofdstadje’).

Foix is ook en vooral een gezellige stad, ondanks de drukte die er gewoonlijk heerst. Als je de stad binnenrijdt over de Pont Neuf, rij je recht op de Allées de Villote af, een brede wandelboulevard met veel platanen en aan beide zijden (drukke) rijbanen, een beetje de ‘ramblas’ van Foix. De Allées volgen het tracé van de verdwenen middeleeuwse omwalling. Aan de linkerzijde ligt het moderne Foix, rechts de middeleeuwse kern.

Die kern ligt tussen de Allées de Villotte en de twee rivieren, Ariège en Arget die in Foix samenstromen en een soort schiereiland vormen.

Langs de Allées liggen de belangrijkste overheidsgebouwen, een kazerne, de post, het ziekenhuis, het stadhuis, enz... In de smalle middeleeuwse straatjes zijn hier en daar mooie gerestaureerde huizen in vakwerk te vinden. Speciaal is ook de rue des Grands-Ducs, vlakbij de burcht, met loopbruggen tussen de huizen.

Foix heeft een geanimeerd winkelcentrum dat grotendeels autovrij is.

Hoix
Foix

In die wirwar van straatjes ligt ook de Abbatiale Saint-Volusien, genoemd naar Volusien, bisschop van Tours die, zo vertelt tenminste de legende, in de 6de eeuw door de Visigoten werd onthoofd in Varilhes, niet ver van hier. Na zijn dood werd zijn lichaam naar Foix overgebracht en begraven op deze plaats waar later een abdij werd gesticht.

Saint-Volusien werd gebouwd door graaf Roger II na zijn terugkeer van de kruistocht. In latere eeuwen werd de kerk uitgebreid met een nieuw koor en een klokkentoren (die echter nooit helemaal is afgewerkt).

Als je voor de kerk staat moet je links om naar de burcht te lopen. Er moet weer wat geklommen worden maar zó erg is het deze keer niet en na een paar minuten sta je boven op de rots in de residentie van de graven van Foix. Er bestaan 12de eeuwse zegels met afbeeldingen van de burcht waarop je de twee vierkante torens ziet, verbonden door een woongedeelte met kantelen. De ronde toren dateert uit de 15de eeuw. Deze burcht is van verwoestingen gespaard gebleven. Ze weerstond zelfs de aanvallen van SImon de Montfort en zijn kruisvaarders. Die had gezworen “de rots te doen smelten als vet en de burchtheer te roosteren”, maar het is hem nooit gelukt.

In de burcht is het Museum van de Ariège ondergebracht. Er zijn geleide bezoeken, maar je kan ook op eigen initiatief de burcht ontdekken. Twee van de drie torens zijn open voor het publiek en je hebt er een enig uitzicht over stad en omgeving. De burcht fungeert tijdens de zomermaanden ook als decor voor massaspektakels (Il était une Foix... l'Ariège - Histoire d'OC: la légende des âmes cathares - ...), die je kan gaan bekijken in het Théatre de l'Espinet. Ze worden georganiseerd door de vereniging Foix Terre d'Histoire. Op hun website kan je een video bekijken over de repetities en voorstellingen in 2012.

Foix Foix Foix

FoixDE GRAVEN VAN FOIX: GEDUCHTE HEERSERS

De burcht van Foix wordt voor het eerst vermeld in 1002 in het testament van Roger-le-Vieux, graaf van Carcassonne, die zijn bezittingen verdeelt onder zijn drie zonen. Roger-Bernat erft Foix. Diens zoon, Bernat, is de eerste die officieel de titel ‘graaf van Foix’ voert. In het begin van de 13de eeuw barst de kruistocht tegen de katharen los. Graaf Raimon-Roger wordt de trouwste bondgenoot van Raimon VI van Toulouse in zijn strijd tegen de kruisvaarders van Simon de Montfort en het is een bondgenoot die kan tellen. Zijn leger, dat voor een groot deel bestaat uit het woeste bergvolk uit de Cerdagne, wordt door de kruisvaarders gevreesd.

Als in 1271 Alphonse van Poitiers kinderloos sterft, wordt het graafschap Toulouse bij het Franse koninkrijk gevoegd maar Roger-Bernat III van Foix weigert de Franse koning te erkennen als leenheer.

Filips de Stoute heeft geen andere keuze dan met militaire kracht de rebel in bedwang te houden. Op 3 juni 1272 staat hij voor Foix. Meteen laat hij alles wat zich in de buurt van de rots bevindt verwoesten. Roger-Bernat, die inziet dat het de koning menens is en dat hijzelf weinig kans maakt, geeft zich over en onderwerpt zich. Een jaar gevangenschap in een toren van Carcassonne is zijn straf. Toch slagen zijn nakomelingen er de volgende jaren in hun gebied nog enorm uit te breiden.

Roger-Bernat III wordt in 1278 co-prins van Andorra en in 1290 erft hij het burggraafschap Béarn van zijn schoonvader. De graven verblijven dan nog zelden in de niet zo comfortabele burcht van Foix. De bekendste onder hen is ongetwijfeld Gaston III, beter bekend als Gaston Fébus, die regeert van 1343 tot 1391. Hij speelt een belangrijke rol als onderhandelaar tijdens de honderdjarige oorlog. Machthebbers, prinsen, ridders en troubadours uit gans Europa worden tijdens zijn regeerperiode ontvangen in de burcht. Hij is zelf ook dichter en auteur van een ‘Boek van de Jacht’, waarin hij het over zijn favoriete tijdverdrijf heeft. Hij is de laatste graaf van Foix die in rechte lijn afstamt van de stichter van de dynastie.

In de 15de eeuw slagen de graven er in ook het koninkrijk Navarra bij hun bezittingen te voegen.
In 1607 wordt de laatste graaf van Foix, Henri III van Navarra, koning van Frankrijk onder de naam
Henri IV. Het graafschap Foix-Béarn wordt dan definitief bij het Franse koninkrijk gevoegd.

MontgailhardVanuit Foix volgen we een stukje de N20 (richting Ax-les-Thermes). We rijden voorbij Montgailhard met de eigenaardig gevormde berg die Pain de Sucre (suikerbrood) wordt genoemd. Bovenop staan nog de minieme resten van een burcht van de graven van Foix.

Toen de graaf van Foix zijn stad moest verlaten en plaats moest ruimen voor een garnizoen van Montfort, vestigde hij zich in Montgailhard, in volle zicht van de vijand (en tot grote ergernis van die vijand).

Ook in Montgailhard: Les Forges de Pyrène een ‘doe’-museum van oude ambachten.

LavelanetEven na Montgaillard, bij Saint-Paul-de-Jarrat, moeten we linksaf, richting Lavelanet. Onderweg heb je nog een mooi uitzicht op het dorp en de ruïne van Roquefixade.

Lavelanet is met zijn 6.500 inwoners de hoofdplaats van het Pays d'Olmes, de streek waarin ook Montségur ligt, en de derde stad van de Ariège (na Pamiers en Foix).

Vanop het marktplein heb je een heel mooi uitzicht op de burcht. De stad ligt op 550m hoogte aan de oevers van de Touyre en op de grens van de graafschappen Foix en Carcassonne.

Het Pays d'Olmes was vroeger het grootste textielcentrum van Frankrijk (en ver daarbuiten), met een zevenhonderdtal grote en kleine bedrijven. De toenemende concurrentie uit de lageloonlanden heeft daar duchtig het mes in gezet en de meeste ondernemingen moesten de deuren sluiten. Enkele hebben kunnen overleven, voornamelijk door zich te specialiseren in nieuwe technologieën en nieuwe weefsels.

Michel ThierryNu werken er nog enkele honderden mensen in de textielsector. Het grootste bedrijf, Michel Thierry, gevestigd in Laroque d'Olmes op de weg van Lavelanet naar Mirepoix, maakt naast kledingstoffen vooral bekleding voor autozetels en is daarin marktleider in Frankrijk. Ook de vliegtuigindustrie in Toulouse (Airbus) is klant. Voor de liefhebbers is er een fabriekswinkel waar soms interessante koopjes te doen zijn. De ‘Michel Thierry Group’ is sinds 2010 volledig in handen van het Amerikaanse Johnson Controls.

Lavelanet is (of was) dus vooral een industrieel centrum. In één van de voormalige weverijen is een museum ondergebracht dat écht de moeite waard is: het Musée du Textile et du Peigne en Corne waar o.a. op ware grootte (2.000m²) een weverij uit de 19de eeuw wordt getoond.

Er is ook plaats voor wat de tweede industriële pijler van de streek was: de productie van hoornen kammen. In 1930 waren er nog 30 ondernemingen bedrijvig, nu nu zijn er nog een tweetal. Ook deze industrietak gaat terug tot de middeleeuwen. Guilhem Bélibaste, de laatste bon homme, voorzag door o.a. de verkoop van hoornen kammen in zijn levensonderhoud. Toen het Studiecentrum Als Catars in 2012 de ‘Orde van Bélibaste’ oprichtte, waarmee het mensen die zich hadden onderscheiden bij het historisch onderzoek naar de katharen in het zonnetje wou zetten, en naar een gepast symbool zocht, lag de keuze voor een ambachtelijke hoornen kam dan ook voor de hand.

Orde van Bélibaste

Van Lavelanet kan je, als je de D117 verder volgt, via Bélesta en Puivert terug naar Quillan. Maar als je nog wat tijd overhebt loont het zeker de moeite eerst nog een ommetje te maken. Neem in Lavelanet de richting Mirepoix en rij via Laroque d'Olmes naar Aigues-Vives. Daar ga je rechtsaf naar Léran, een groot, gezellig dorp met middeleeuwse roots. Het kasteel dateert oorspronkelijk uit de 12de eeuw maar de donjon en de twee torens (uit de 13de eeuw) werden opgenomen in het huidige gebouw dat uit de 17de eeuw stamt. In de 19de eeuw werd het kasteel integraal gerestaureerd door Viollet-le-Duc, die o.m. ook Carcassonne onder handen nam. Het kasteel was gedurende lange tijd de woonplaats van de familie Lévis-Mirepoix. Het is in privébezit en kan niet bezichtigd worden.

CamonVia een smalle weg kan je van hier naar Camon. Zeker doen! Camon is een versterkt dorp dat nog heel wat van zijn middeleeuws karakter heeft bewaard. Net zoals de andere dorpen uit de streek werd Camon in 1279 verwoest door de dijkbreuk van het meer van Puivert, maar snel weer opgebouwd. De abdij werd gebouwd tussen 1280 en1316 en verbouwd en uitgebreid in 1503 door Philippe de Lévis, bisschop van Mirepoix.

Het Maison Haute in vakwerk steekt boven het dorp uit en werd tegen de 16de eeuwse omwalling gebouwd.

Camon

De Tour ronde werd in 1684 uitgerust met een uurwerk, dat er nog steeds in zit. De bronzen klok dateert uit 1342.

De smalle straatjes, de abdij en de dubbele omwalling maken dat Camon zich terecht bij de ‘mooiste dorpen van Frankrijk’ mag rekenen.

Van Camon volg je de D16 naar Chalabre, nog een 13de-eeuwse bastide.

Het Château de Chalabre werd ingericht als themapark waar je je de ganse dag kan laten onderdompelen in de middeleeuwen.

De D12 leidt van Chalabre naar Puivert waar je opnieuw de D117 kan nemen naar Quillan. Maar misschien heb je wel zin om eerst even een frisse duik te nemen.

Door afdamming van de Hers werd een groot stuwmeer gecreëerd dat vooral dient als waterreserve voor de irrigatie van de landbouwgebieden.

Dat meer van 570 ha, het Lac de Montbel, ligt tussen Léran, Camon en Chalabre, we zijn er dus omheen gereden zonder het te zien. Geen probleem, neem in Chalabre de richting Montbel en je bent er zo.

Zwemmen, surfen, zeilen, alles is mogelijk. Bewaakte zwemzones zijn er in Montbel en Léran.

Lac de Montbel

Overzicht | Rondrit 1 | Rondrit 2 | Rondrit 3