Rondrit 2:
Tussen Aude en Ariège

Overzicht | Rondrit 1 | Rondrit 2 | Rondrit 3

QuillanOok voor deze rondrit vertrekken we in Quillan, maar ditmaal volgen we niet de Aude, we nemen de D117 richting Lavelanet en Foix.

De weg stijgt zeer snel, met enkele forse haarspeldbochten tot aan de Col du Portel (601m), en loopt dan verder tegen de bergflank boven de vallei van Brenac. Mooi uitzicht!

Na een tiental kilometer bereiken we Nébias, een mooi rustig dorp waar de inwoners voornamelijk van de bosbouw leven. Het dorp is vooral bekend voor zijn Labyrinthe verte, een indrukwekkend natuurlijk labyrinth tussen kalksteenrotsen met enkele vreemde natuurfenomenen, zoals o.m. de ‘harpden’, een boom in de vorm van een harp. De bewegwijzerde wandeling is zeer de moeite waard, maar hou er rekening mee dat je er een paar uur zoet mee bent. Het is dus misschien niet zo'n goed idee als je deze rondrit op één dag wil doen.

Zeer snel duikt nu het silhouet op van de burcht van Puivert. We zijn hier in de Quercorb, een kleine streek tussen de valleien van Aude en Ariège. Puivert is een buitenbeentje tussen de kathaarse burchten. Mooi symmetrisch gebouwd heeft het niet dat ongenaakbare van de andere forten. Bovendien is Puivert vrij makkelijk te bereiken zonder inspannende klimpartij. Hoewel de parking wat lager ligt, zou je zelfs met de wagen tot aan de ingang kunnen rijden...

PuivertDe burcht is in privébezit en ook nogal in trek bij filmregisseurs, je loopt dus een (klein) risico dat je niet binnen mag. Maar rij er alleszins niet voorbij, een bezoek loont absoluut de moeite.

De eerste sporen van Puivert duiken op rond 1170. Als de kruistocht tegen de katharen losbarst in 1209 is Gailhard de Congost kasteelheer. Zijn familie heeft haar sympathie voor de katharen nooit onder stoelen of banken gestoken en komt daardoor onder vuur te liggen. Gailhard's broer, Bernat, is gehuwd met Alpaïs, zus van Raimon de Perelha, heer van Montségur.

In 1209 wordt de burcht ingenomen door de troepen van Simon de Montfort na een belegering die slechts drie dagen duurt. Lambert de Thury wordt de eerste Franse kasteelheer, later opgevolgd door Pons de Bruyères (de familie Bruyères zal de opdracht geven voor de bouw van het huidige kasteel).

Tijdens de Occitaanse reconquista, in de jaren 1220, wordt de burcht heroverd door Loup de Foix (bastaardzoon van de graaf van Foix) en opnieuw overgedragen aan de familie Congost. Het is maar tijdelijk. We vinden Gailhard en Bernat de Congost later terug bij de laatste verdedigers van Montségur...

In latere eeuwen komt de burcht nog in handen van belangrijke families als Voisins en Joyeuse (in 1680 wordt de heerlijkheid zelfs ‘bevorderd’ tot markizaat) maar na de Franse Revolutie wordt Puivert definitief verlaten.

De indruk die overheerst als je voor de burcht staat is deze: “Dit is niet echt, dit is theater!” Zo stelde je je immers als kind een middeleeuwse burcht voor. Het is dan ook niet toevallig dat Puivert dikwijls wordt uitgekozen voor filmopnamen of theatervoorstellingen. Dat heeft ook zo zijn voordelen. De toegangsbrug en het valhekken in de massieve poorttoren zijn niet authentiek maar werden gereconstrueerd in opdracht van Bertrand Tavernier die hier La Passion Béatrice draaide.

Eens binnen sta je op een immense erekoer van 80 op 30 meter waar je je zo een riddertornooi kan voorstellen. Dit gedeelte dateert uit het begin van de 14de eeuw, honderd jaar na de kruistocht tegen de katharen. Resten van de oude burcht (van voor de 13de eeuw) vind je achter de massieve en zeer goed bewaarde donjon. Deze woontoren van 15 op 15 meter en 32 meter hoog is de attractiepool van Puivert. Boven de toegangspoort zie je de wapens van Thomas de Bruyères en Isabelle de Melun (zij huwden in 1310).

PuivertBinnen zijn er vier verdiepingen met elk één zaal. Vooral de twee bovenste zijn de moeite waard. Op het derde niveau vind je de kapel (met een prachtige doopvont) en op het hoogste niveau de beroemde salle des musiciens (zaal van de muzikanten) met acht sculpturen van muzikanten met hun instrument.

Mede door deze zaal is de legende ontstaan dat Puivert tijdens de 12de eeuw een belangrijke rendez-vousplaats was voor troubadours, dat het veel meer een minnehof was dan een militaire vesting. Legende, want intussen is gebleken dat die verhalen eigenlijk over een Catalaans kasteel gaan met dezelfde naam.

Nog een verdieping hoger sta je op het dak van de donjon vanwaar je van een prachtig uitzicht over de Quercorb kan genieten. Je ziet het dorp Puivert liggen (met een meer en een vliegveldje) in een komvormig dal. In dat dal lag tijdens de middeleeuwen een veel groter meer. Maar in 1272 brak, om een onbekende reden, de natuurlijke dam en stroomde het meer leeg, daarbij belangrijke plaatsen als Chalabre en Mirepoix (op meer dan 20 kilometer daar vandaan!) verwoestend.

In het dorp is er een klein maar interessant streekmuseum gevestigd waar je o.a. reconstructies kan bekijken van de muziekinstrumenten uit de salle des musiciens.

La Passion BéatricePUIVERT, DE FILMSTER

Sedert jaren is Puivert zeer in trek bij filmmakers. De mooie ligging en de gemakkelijke bereikbaarheid zullen daar zeker niet vreemd aan zijn.

Bij die regisseurs zijn er niet van de minste. Bertrand Tavernier draaide hier zijn La passion Béatrice (naar het boek van Michel Peyramaure), een prachtige maar ook harde en zelfs shockerende film die zich afspeelt in de 14de eeuw en een rauw (maar misschien wel waarheidsgetrouw) beeld schetst van de middeleeuwse samenleving.

The 9th GateBij de Césaruitreikingen in 1988 waren er verdiende bekroningen voor actrice Julie Delpy maar ook voor het scenario en het decor. Terecht, want de burcht komt weer tot leven in deze film. De brug bij de ingang en het houten valhekken zijn daar trouwens nog overblijfselen van.

Ook Roman Polanski was onder de indruk van Puivert en draaide er de slotscenes van The Ninth Gate, een spannende thriller met Johnny Depp, Frank Langella, Lena Olin en Emmanuelle Seigner, naar het boek El Club Dumas van de Spaanse auteur Arturo Pérez-Reverte. (Een Nederlandse vertaling ‘De Club Dumas’ verscheen bij uitgeverij Anthos.)

Les Papillons d'AmaranteNa Puivert blijven we de de D117 volgen, richting Bélesta. Een vijftal kilometer verder verlaten we het département de l'Aude en rijden we over de provinciegrens de groene Ariège binnen,.

We moeten naar Bélesta maar liefhebbers van exotische vlinders moeten hier zeker een ommetje maken. Op de Col del Teil ga je even rechtsaf, richting Le Ressec. Daar hebben Cathie en Pascal Proust, twee jonge landbouwers, puur uit liefhebberij een indrukwekkende vlindertuin opgericht in the middle of nowhere: les Papillons d'Amarante. Al is het dan geen luxeserre zoals je die soms elders ziet, de gevleugelde diertjes zijn er zeker even mooi en indrukwekkend (en er zijn echt enorme exemplaren bij) en de eigenaars vertellen je enthousiast honderduit over hun hobby.

In het centrum van Bélesta gaan we linksaf, richting Fougax-et-Barrineuf en Château de Montségur (wegwijzers) want we zijn nu vlakbij de belangrijkste van de kathaarse burchten.

Van Fougax kan je ook naar de Gorges de la Frau, een indrukwekkende kloof in de kalksteenrots, 300 tot 400m diep, over een lengte van meer dan 3km. Je kan er alleen te voet door, het pad brengt je naar Comus. ‘Frau’ betekent angst en je zult ook echt wel onder de indruk zijn van dit natuurfenomeen. Al komt de naam in werkelijkheid waarschijnlijk van fragor, wat breuk betekent.

De wandeling loont beslist de moeite, maar ze kost je wel enkele uren (je moet ook nog terug) en ze past dus niet in deze rondrit. Je zou er een aparte daguitstap van kunnen maken, bijvoorbeeld in combinatie met Montségur. Als je het niet ziet zitten om ook helemaal terug te lopen, zoek je best een vrijwilliger die je met de wagen in Fougax (Pelail) afzet en je in Comus weer oppikt.

De route naar Montségur wordt beschreven op de archeologiepagina. Na een bezoek aan de burcht (vergeet ook het archeologisch museum in het dorp niet) vervolgen we onze weg via de Col de Montségur en Montferrier (D9). In Villeneuve d'Olmes komen we terug op de grote weg (D117) waar we de richting Foix nemen. Een drietal kilometer verder gaan we rechtsaf, richting Château de Roquefixade.

RoquefixadeLes Montagnes du Plantaurel is de naam van de heuvels waar we nu over rijden, een noordelijke uitloper van de Pyreneeën.

Vrij snel krijg je uitzicht op het dorp en de burcht van Roquefixade. In het dorp is er gelegenheid tot parkeren bij een kruis. Het uitzicht is enorm met het Saint-Barthélémy-massief en in de verte de pog van Montségur.

Tijdens de kruistocht vonden een aantal kathaarse bons hommes een schuilplaats in de burcht. Om deze reden zou het dorp vernietigd zijn door de troepen van Montfort.

RoquefixadeMaar eigenlijk weten we zeer weinig over de rol van Roquefixade tijdens die periode.

Later wordt het een koninklijk fort dat, samen met Montségur, de grens met Aragon moet bewaken. Ook het dorp wordt dan opnieuw opgebouwd en krijgt de naam La Bastide de Montfort.
De burcht blijft een miltaire rol spelen tot in 1632. Dan gaat het bergaf en wordt Roquefixade, zoals zovele andere middeleeuwse burchten, gedegradeerd tot goedkope steengroeve.

Mits een klimmetje kan je de burcht bezoeken maar veel schiet er niet van over. Wel indrukwekkend is het panorama. In de verte zie je Montségur liggen. Beide burchten konden met elkaar communiceren door middel van vuursignalen.

We vervolgen onze weg en komen via Leychert en Soula uiteindelijk terecht in Montgailhard aan de voet van de heuvel die men hier Pain de Sucre (suikerbrood) noemt.

Liefhebbers van oude ambachten moeten hier beslist Les Forges de Pyrène bezoeken, een combinatie van een levend museum en een themapark, uitgebouwd over 5ha rond een oude smederij. Meer dan 120 oude ambachten zijn hier vertegenwoordigd, een aantal ervan worden in authentieke werkplaatsen uitgevoerd en gedemonstreerd. Verder zijn er tentoonstellingsruimten met o.m. een verzameling van 6500 oude werktuigen.

Pont du DiableWe zijn nu in de Ariègevallei. Als we rechtsaf gaan komen we in Foix, maar die stad bezoeken we tijdens de volgende rondrit. We gaan dus linksaf, richting Tarascon-sur-Ariège.

Iets verderop, bij Montoulieu, loont het de moeite even halt te houden en naar beneden, naar de Ariège, te gaan kijken want hier ligt de Pont du Diable (wegwijzers).

De Ariège is hier zo woest dat de brug enkel kon gebouwd worden met de hulp van de duivel. Die eiste in ruil de ziel van het eerste levende wezen dat de brug overstak. Het was... een hond.

Toch waagden de mensen het niet 's nachts de brug over te steken. De duivel ging dan op zoek naar andere verloren zielen.

In werkelijkheid was dit 13de eeuws bouwwerk een tolbrug waar moest betaald worden om de rivier over te steken.

Via Mercus en Bompas rijden we naar Tarascon-sur-Ariège. Karel de Grote zet deze plaats voor het eerst op de kaart als hij er in 778 slag levert tegen de Saracenen (of tenminste zijn troepen, want het is vrij onwaarschijnlijk dat Karel de Grote er persoonlijk bij was). Hij wint en uit dankbaarheid wordt op de plaats van de veldslag een kapel opgericht, Notre Dame de la Victoire, nu ook Notre Dame de Sabart genoemd. Van bij het begin van de 11de eeuw valt de streek, de Sabarthès, onder de bevoegdheid van de graaf van Foix. In de 14de eeuw wordt het grafelijk kasteel gebouwd, gevolgd door een tweede burcht, het Château de la Motte, eigendom van de familie Miglos. Beide kastelen worden in 1632 vernietigdt in opdracht van kardinaal Richelieu.

Tarascon-sur-AriègeIn 1775 wordt op de plaats van de oude donjon de Tour du Castella gebouwd, het typische klokkentorentje dat de stad domineert. Een mooi doel voor een wandelingetje.

Hier en daar zijn nog wat resten te vinden uit het verleden maar twee grote branden (in 1640 en 1701) hebben veel verwoest.

Het oudste gedeelte wordt gevormd door de bovenstad, je loopt er doorheen als je naar de Castella wandelt (mooi uitzicht!).

Tarascon-sur-Ariège

Niet minder dan vijf valleien komen samen bij Tarascon, wat voor een unieke ligging zorgt (Ariège, Saurat, Vicdessos, Courbière en Arnave). Stad en omstreken zijn echter vooral bekend om de vele grotten. In een aantal daarvan werden waardevolle prehistorische vondsten gedaan.

De grootste is Lombrives met bijna 4 kilometer gangen en zalen die bezocht kunnen worden. Indrukwekkend is de cathédrale, een zaal van meer dan 100 meter hoog.

Tarascon-sur-Ariège

Wereldberoemd om hun prehistorische rotstekeningen zijn de grotten van Bédeilhac en vooral Niaux. Ze bezoeken is een andere zaak. Om beschadiging te voorkomen worden in Niaux nog slechts 11 bezoeken van maximum 20 personen per dag toegestaan. Lang vooraf reserveren is een noodzaak geworden. Maar daar hebben ze in de Ariège iets op gevonden!

Parc de la PréhistoirePARC DE LA PRÉHISTOIRE
Vlakbij Tarascon-sur-Ariège (volg richting Banat) werd door het departement een uniek initiatief opgezet. Le Grand Atelier is een nieuw museumconcept waar reproducties van de belangrijkste gedeelten van Niaux werden ondergebracht, ook van die gedeelten waar de bezoeker van het échte Niaux niet bij kan of mag. Het resultaat is op zijn minst imposant.
De gids is hier vervangen door een infra-roodgestuurde koptelefoon zodat je alles kan bezoeken aan je eigen tempo en in een taal naar keuze (waaronder Nederlands).

Lichteffecten, virtuele voorstellingen, film, maquettes begeleiden je op je tocht door de prehistorie. Het hoogtepunt is de reproductie van het Salon Noir. Indrukwekkend!
Uniek is ook de Dune des Pas. Hier werden de voetsporen van één volwassene en drie kinderen uit de prehistorie vereeuwigd. Dit is een van de plaatsen die je in het echte Niaux niet kan bezoeken omwille van de slechte toegankelijkheid.

Parc de la Préhistoire Parc de la Préhistoire

Rond het gebouw werd een themapark aangelegd en ook dat is een bezoek meer dan waard. Waterpartijen, geisers, watervallen, een "prehistorisch bos", een panorama, een geluidendoolhof, het kan echt niet op. Ook zeer leuk voor kinderen die hier aan allerlei activiteiten en workshops kunnen deelnemen.

Parc de la Préhistoire Parc de la Préhistoire

Ten zuiden van Tarascon wordt de Ariègevallei smaller en woester. Dit is het beroemde (of beruchte) grottengebied van Ussat-les-Bains en Ornolac.

Ussat-les-BainsUssat is een klein kuuroord dat tot het midden van de vorige eeuw vrij populair was. Sindsdien heeft het veel van zijn pluimen verloren maar onder impuls van enkele jonge krachten is het de jongste jaren aan een remonte bezig.

Bovendien dankt het een groot stuk van zijn bekendheid aan de figuur van Antonin Gadal die beweerde hier de ‘initiatiegrotten’ van de katharen ontdekt te hebben.

Lees meer over de mythe van de kathaarse initiatiegrotten.

Lees meer over het kuuroord Ussat-les-Bains.

Door de bovenvallei van de Ariège rijden we nu richting Ax-les-Termes. We passeren het ‘talkdorp’ Luzenac. De multinational Imerys Talc exploiteert hier de grootste openlucht talkwinning ter wereld. Niet in het dorp natuurlijk, daar bevindt zich alleen de fabriek, maar in de groeve van Trimouns op de flank van de Saint-Barthélémy. De groeve, waar een zestigtal arbeiders aan de slag zijn van mei tot oktober, ligt op een hoogte van 1800. Voor het transport van de ruwe talk werd tussen de groeve en de fabriek een kabelbaan gebouwd van meer dan 5 kilometer. Je kan de groeve bezoeken van 15 mei tot 15 oktober (als het weer het toelaat) per autocar met gids.

Meer informatie over een bezoek aan de kalkgroeve van Trimouns.
Meer informatie over Imerys Talc.

Ax-les-ThermesAx-les-Thermes is de hoofdplaats van Les Vallées d'Ax, een vereniging van gemeenten met als doel het promoten van het toerisme, zomer en winter (er zijn hier nogal wat skistations). Een van die promotiemiddelen is de Tour de France, waarvan hier bijna jaarlijks een spectaculaire ritaankomst op het programma staat (Ax-Bonascre of Plâteau de Beille).

Ax-les-Thermes is ook een kuuroord (zoals blijkt uit de naam). Er is zelfs (en dat al sinds de 13de eeuw) een gratis warmwaterbad op de Place du Breilh, het Bassin des Ladres.

Col du ChioulaWe naderen stilaan de grens. De N20 brengt je na een twintigtal kilometer bij de Col de Puymorens en Andorra (een tocht over de col (1.920m) kan je je besparen door in Porté-Puimorens de toltunnel te nemen). Wij gaan in Ax echter rechtsaf en volgen de D113 richting Quillan. Met een paar ferme haarspeldbochten rijden we de Col du Chioula (1.431 m) op.

Boven zijn er heel wat recreatiemogelijkheden. Er zijn een aantal mooie wandelingen uitgestippeld, je kunt er paardrijden, er is een café-restaurant met speeltuin, een refuge voor bergwandelaars, enz.

Col du ChioulaMaar geniet vooral van het uitzicht. Als je wil kan je naar het Signal du Chioula wandelen (een uurtje heen en terug). Je bent dan op 1507m hoogte.

In het zuiden heb je uitzicht op de immense bergkam die op de grens met Andorra ligt. Aan de noordzijde ligt het massif Saint-Barthélémy, waar je aan de zijkant een immense witte vlek ziet. Dat is de talkgroeve van Trimouns.

Van de Col du Chioula (de laatste keer door de Tour de France bezocht in 2001, gaat de weg verder naar de Col de Marmare (1361m).

Haute vallée de l'AriègeWie van een sensationeel tochtje houdt, moet hier absoluut linksaf draaien en de D2 volgen, richting Luzenac. Vanop een smalle, zeer bochtige weg krijg je een aantal schitterende panorama's op de Ariègevallei, al zal de bestuurder daar ongetwijfeld een beetje minder van genieten dan de andere inzittenden.

Voorzichtig rijden en opletten voor tegenliggers (al zijn die er gelukkig niet zoveel). Dit is de Route des corniches. De weg volgt de Ariègevallei in de richting van waaruit we gekomen zijn (tot Tarascon-sur-Ariège), maar dan hoog tegen de bergflank in plaats van beneden naast de rivier.

Als je genoeg genoten hebt van het uitzicht keren we terug naar de Col de Marmare en volgen opnieuw de D613 naar Quillan, of zoals men hem hier ook noemt, la route vers l'Aude (de weg naar de Aude).

Kort voorbij het plaatsje Prades kan je een ommetje maken langs Montaillou, bekend door het boek van Emmanuel Le Roy Ladurie, maar stel je er niet te veel van voor, veel staat er niet meer overeind.

MontaillouWe moeten naar Belcaire, maar als je wat tijd over hebt loont het de moeite eerst naar Comus te rijden.

In Fougax-et-Barrineuf, op weg naar Montségur, hebben we het al gehad over de Gorges de la Frau, wel hier ligt de zuidelijke toegang. Maar hier kan je ook de Gorges van bovenaf gaan bekijken.

Daarvoor moet je in Comus rechtsaf, omhoog richting Col de la Gargante. De smalle asfaltweg geeft uit op een aardeweg. Op de col moet je rechtdoor rijden, bergop. Een terreinwagen is geen overbodige luxe, maar als je voorzichtig bent lukt het met een gewone wagen ook wel (we spreken uit ervaring).

Vind je dat te gewaagd, dan kan het ook te voet, het is maar een paar honderd meter. Eens boven zie je aan de linkerkant tussen het struikgewas de uitkijkpost, de Belvédère du Pas de l'Ours. Je staat aan de rand van een diepe kloof, de Entaille de la Frau, die 700 meter diep is. Het uitzicht is indrukwekkend. Je ziet de pog van Montségur en de Saint-Bartélémy met de talkgroeve van Trimouns. Adembenemend!

Terugrijden en richting Belcaire volgen. Dit is het Plateau de Sault, woest, afgelegen en zeer dunbevolkt. Je rijdt hier constant op een hoogte van 900 à 1.000 meter tot de weg plots weer fors daalt en uitkomt in Quillan, ons vertrekpunt.

Er is ook nog een mooie alternatieve route naar Quillan. Aan het kruispunt waar je rechts naar Roquefeuille kan, moet je linksaf, richting Bélesta. Je rijdt dwars door het Forêt de Bélesta, een schitterend bos van 2000ha met reusachtige dennen en sparren, één van de mooiste van de hele Pyreneeën..

De weg geeft uit in Bélesta waar je rechtsaf moet, richting Puivert en Quillan.

Overzicht | Rondrit 1 | Rondrit 2 | Rondrit 3