Verklarende Woordenlijst

De Kathaarse Religie | Woordenlijst | Kathaarse Teksten

Als je de geschiedenis van de katharen en het katharisme bestudeert kom je onvermijdelijk een aantal namen en begrippen tegen die heel eigen zijn aan het onderwerp. De belangrijkste zijn hier samengebracht in een verklarende woordenlijst die in de toekomst nog verder zal aangevuld worden.

Albigenzen Convenenza Goed en Kwaad Parfait - Parfaite
Auditeur Croyant Jezus Receptatores
Bogomielen Dualisme Kathaar Relaps
Chrétien - Christen Endura Manicheïsme Vrouwen
Consolament Faidit Melhorament Yahweh

Albigenzen

De katharen noemden zichzelf 'christenen' (Fr.: chrétiens) of 'vrienden van God' (Fr.: amis de Dieu). Ze gebruikten geen andere naam voor zichzelf om zich te onderscheidden van de kerk van Rome. En ook de Kerk had die aanvankelijk niet, ze werden gewoon ‘ketters’ genoemd. (Het woord 'kathaar' kwam pas veel later in zwang, zie aldaar.)

Om ze toch te kunnen benoemen als aparte groepering gaven de tijdgenoten van de katharen ze aanvankelijk de naam 'Albigenzen', naar de stad Albi. De kruistocht tegen de katharen kreeg daarom de naam 'Croisade albigeoise', kruistocht tegen de Albigenzen.

Als je de middeleeuwse kronieken leest (zie de pagina 'Teksten & Documenten'), zul je zien dat naar de strijd tegen de katharen en hun beschermers verwezen wordt als 'l'affaire albigeoise', 'de albigenzische kwestie"

Top

Auditeur - Croyant - Chrétien

De benamingen auditeur (toehoorder), croyant (gelovige) of chrétien (christen) duiden op de verschillende niveaus binnen de kathaarse leer. Het is niet altijd even duidelijk of zij deze benamingen zelf gebruikten, of zij alleen maar door hun tegenstanders, met name de Inquisitie, gehanteerd werden.

Wat zij zeker zelf gebruikten was chrétien. Een bon chrétien of bonne chrétienne (goed christen), bon homme (goede man) of bonne femme (goede vrouw) was iemand die de wijding van het consolament had ontvangen. Zij werden door de Inquisitie hereticus perfectus genoemd, een ‘volmaakte ketter’. Vandaar later het veelgebruikte Franse parfait, maar die benaming gebruikten ze nooit zelf.

De croyants geloofden in de juistheid van de kathaarse leer, maar ondergingen geen wijding tijdens hun leven. Ze rekenden er op vóór hun dood een vereenvoudigde vorm van het consolament te ontvangen als een soort sacrament der stervenden. De kathaarse kerk legde de croyant geen enkel gebod of verbod op. Dat bracht de roomse kerk ertoe de katharen laksheid te verwijten; omdat ze hun gelovigen niet voorhielden hoe ze moesten leven. De getuigenissen voor de Inquisitie leren ons dat de meeste croyants zoveel respect hadden voor hun kerk, dat ze daar wel degelijk hun levenswijze op baseerden.

De auditeurs waren degenen die welwillend tegenover het katharisme stonden, zonder daar persoonlijke gevolgen voor hun leven aan te verbinden. Maar in hoeverre deze benaming ook daadwerkelijk werd gebruikt is niet duidelijk, ze komt alleszins weinig voor in de bronnen.

Opmerkelijk is dat de katharen geen naam hadden voor een ongelovige. Voor de kerk van Rome was ongelovigheid in die tijd ontoelaatbaar en op zich al een reden voor zware bestraffing. Voor de katharen niet. Voor hen was de vrijheid om te geloven of niet te geloven zelfs een principieel onderdeel van hun religieuze overtuiging. Een geloof dat onder dwang en dus niet uit eigen overtuiging tot stand was gekomen was voor hen zinloos. Alleen een bewuste keuze maakte voor hen een religie betekenisvol. Daarom kon het consolament der stervenden niet gegeven worden aan iemand in coma als die er voordien niet zelf uitdrukkelijk had om gevraagd, want zonder die bewuste wil was het hele ritueel zinloos. De kathaarse rituelen waren dus bezegelingen van een eerder gemaakte keuze. Zie ook convenenza.

Top

Bogomielen

De eerste sporen van een met het katharisme verwant christendom komen uit de Balkan in een tekst van een zekere Cosmas de Priester, uit ongeveer 970, waarin vermeld wordt dat een bogomiel een vorm van katharisme zou hebben gepreekt in Bulgarije. Bogomiel is Bulgaars voor ‘vriend van God’, een benaming die de katharen ook gebruikten. De religie zou zich toen al hebben verspreid over Griekenland, Klein-Azië, Dalmatië en Bosnië.

In een tekst over een bijeenkomst van katharen in Saint-Félix-Lauragais in 1167, wordt melding gemaakt van de aanwezigheid van een hooggeplaatste dignitaris uit Constantinopel, Nicétas of Niquinta. Op deze vergadering worden o.m. de grenzen van de kathaarse bisdommen in Frankrijk vastgelegd. Daarna ontvangen de bisschoppen het consolament van de hoge buitenlandse gast.

Er zijn nog andere bronnen die contacten tussen katharen en de bogomielen aantonen. Sommige historici zijn de mening toegedaan dat het katharisme is ontstaan uit het bogomilisme, maar die piste wordt tegenwoordig meer en meer losgelaten. Het bogomilisme is uit de geschiedenis verdwenen toen de Oost-Europese gebieden door islamitische heersers werden veroverd.

Top

Consolament

Bezoek een website over de katharen, lees een toeristische folder over Le Pays Cathare, en wat lees je daar over het katharisme? Hoogstwaarschijnlijk dit: “De katharen beschouwden de stoffelijke werkelijkheid als het rijk van het Kwaad”.

Dat zou betekenen dat de katharen alles wat stoffelijk is, zoals de aarde en het menselijk lichaam, als minderwaardig zouden beschouwen, als behorend tot het kwaad. Dit misverstand is al duizenden malen overgeschreven van andere websites en andere toeristische folders. Het wordt herhaald en herhaald en herhaald, tot het werkelijk lijkt alsof het zo is, omdat iedereen het zegt, dus moet het wel waar zijn.
Maar het is niet waar.

Hoe is het dan wel?
Hoe het wel is vinden we bijvoorbeeld in de beschrijving van het belangrijkste ritueel van de katharen, het consolament (Lat.: consolamentum). Een aantal teksten daarover werden na de Tweede Wereldoorlog herontdekt. Je vindt het ook in de belangrijke kathaarse tekst Liber de duobis principiis, het ‘Boek van de Twee Principes’.

In geen enkele van deze teksten wordt gesproken over de verwerping van de stoffelijke werkelijkheid als kenmerkend voor het katharisme, want daar gaat het katharisme helemaal niet over. Die teksten gaan erover dat een mens in zijn leven een keus kan maken tussen twee ‘werelden’. De ene wereld wordt geregeerd door geweld en leugens, de andere door geweldloosheid en waarheid.

Het consolament, het belangijkste ritueel van de katharen, viert dat iemand, man of vrouw, heeft gekozen voor een leven van geweldloosheid en waarheid. Die keuze wordt in het consolament ritueel bevestigd. Tijdens dat ritueel belooft de betrokkene onder andere dat hij zich geweldloos zal gedragen en altijd de waarheid zal spreken. En dat heeft niets te maken met stoffelijk en niet-stoffelijk.

Het woord hereticus, ketter, stamt etymologisch van een woord dat betekent: ‘hij die een keuze maakt’. Het woord hereticus is daarom een correcte betiteling van de katharen. Een kathaar is dus niet iemand die de materie afwijst, maar iemand die een keuze maakt voor een geweldloze en waarachtige manier van leven, voor een wereld zonder dwang. Volgens de katharen was dat de ware navolging van Christus. En ze onderscheidden zich daarmee van de kerk van Rome die wel het geweld had omarmd en daarom volgens de katharen behoorde tot het ‘rijk van het kwaad’.

Principiële geweldloosheid, dat is wat de katharen allereerst onderscheidt van de kerk van Rome, en niet de afwijzing van de materie. In die afwijzing van geweld past ook dat de katharen Jezus zagen als een breuk met de wraakzucht en gewelddadigheid van Yahweh, de god van het Oude Testament. Ook de verwerping van Yahweh is een kenmerk van het katharisme.

Een derde punt is dat Jezus volgens de katharen niet aan het kruis is gestorven om te boeten voor de zonden van de mensheid. Die kernboodschap van de kerk van Rome had voor hen geen enkele betekenis. Voor hen was Jezus iemand die de mens opriep tot een bepaalde leefwijze, waar je wel of niet voor kon kiezen.

Er zijn dus voldoende heldere kenmerken om de katharen te onderscheiden van de kerk van Rome. De vermeende afwijzing van de stoffelijke werkelijkheid door de katharen speelt daarin geen enkele rol.
Het consolament is voor de katharen de rituele overgang van de wereld van geweld en leugens naar de wereld van geweldloosheid en waarheid. Het is een echte rite de passage.

Een uitvoerige beschrijving van dit ritueel vindt men in het boek van Bram Moerland, Katharen en de val van Montségur.

Top

Convenenza

Occitaans woord voor ‘overeenkomst’. Om het consolament der stervenden te ontvangen moest de betrokkene nog helder van geest zijn. Hij moest op een aantal vragen kunnen antwoorden en de vereiste gebeden kunnen opzeggen.

Soms kon dat een probleem zijn. Bij de belegering van Montségur, bijvoorbeeld, riskeerden de soldaten van het garnizoen op elk moment dodelijk getroffen te worden. Om ze toch de mogelijkheid te geven op een ‘goed einde’, ook als ze zeer zwaar gewond of zelfs in coma waren, werd de convenenza ingevoerd. Betrokkene maakte dan vooraf een overeenkomst waardoor hij bij zijn dood het consolament zou ontvangen op een geldige manier, ook als hij er niet meer zelf om kon vragen.

Top

Dualisme

Men vertelt gewoonlijk dat het kenmerkend voor de katharen zou zijn dat ze geloofden in twee aparte scheppingen, een goede schepping en een kwade schepping. Alles wat materieel is (dus ook het menselijk lichaam) zou behoren tot de kwade schepping; alles wat geestelijk is (zoals de ziel) behoort dan tot de goede schepping. Er wordt dan meestal het verwijt aan toegevoegd dat men het katharisme niet ernstig kan nemen, omdat het wereldvreemd zou zijn.
Is dat verwijt terecht?

Dat verwijt is niet terecht.
Het is waar, in de gnostische en kathaarse geschriften vindt men soms een heftige afkeer van het lichaam en alles wat stoffelijk is. Maar die afkeer is niet kenmerkend voor het katharisme. De oorsprong ligt bij de filosoof Plato, die omstreeks 300 vC. leefde en in zijn boek de Phaedo enthousiast beschreef hoe de dood een verlossing betekent van de ziel uit de gevangenschap in een verderfelijk lichaam.
Hij beschouwde het lichaam als de kerker van de ziel.

Dat beeld van een verheven geestelijke ziel, gevangen in een verderfelijk stoffelijk lichaam komt voor in veel religieuze teksten uit de klassieke oudheid. Het jodendom kent dit dualisme van materie en geest, van lichaam en ziel niet. Het doortrekt echter nagenoeg het gehele christendom, zodra dat in de eerste eeuwen onder invloed raakt van de Griekse filosofie.

Van de kerkvader Origenes (185-254) wordt verteld dat hij zichzelf castreerde om zich te bevrijden van zijn ‘lage’ seksuele driften. Dat is waarschijnlijk niet meer dan een sterk verhaal, maar het illustreert wel de afkeer die er in de eerste eeuwen bestond tegen de lichamelijkheid, niet alleen onder de gnostici, maar evengoed onder de christelijke kerkvaders, want de zelfcastratie van Origenes werd door hen met grote bewondering vermeld.

Kerkvader Augustinus spreekt in navolging van Plato over de “lage lusten van de zinnen” waarmee het zondige lichaam de geestelijke ziel aan zich bindt en gevangen houdt.

Bij rooms-katholieke tijdgenoten van de katharen vindt men dezelfde verachting voor het lichamelijke, zowel bij Bernardus van Clairvaux als bij Franciscus van Assisi. Niet minder dan schokkend is de houding van Franciscus tegenover zijn eigen ‘zondige’ lichaam, dat hij veelvuldig tot bloedens toe kastijdde. En sprak de protestant Calvijn zelfs enkele eeuwen na de katharen niet nog over “de zondigheid des vlezes”? Luther zei in zijn beroemde stellingen die hij aan de kerkdeur van Wittenberg spijkerde dat het besef van zonde zonder betekenis is als het niet samengaat met “de dood van het vlees”.

De katholieke kerkvaders uit de eerste eeuwen van het christendom, de katholieke tijdgenoten van de katharen, en de latere grondleggers van het protestantisme vertonen vaak een welhaast obsessieve angst voor ‘het vlees’.

Zo’n obssessieve angst voor het lichaam treft men in geen enkele kathaarse tekst aan. Het dualisme van lichaam en ziel vindt men weliswaar ook daar, maar het heeft er een geheel andere kleur, omdat de katharen de nadruk leggen op de vrijheid als kenmerk van een geestelijk leven en niet op de zondigheid van het lichaam.

De afwijzing van het lichaam zoals we die soms toch in oude kathaarse teksten vinden, komt ons nu vreemd voor. Maar als we de teksten van de rooms-katholieke heiligen uit diezelfde tijd zouden lezen, zouden we even vreemd opkijken want daar vinden we precies hetzelfde negatieve oordeel over het lichaam, en dan vaak nog veel krachtiger uitgedrukt dan bij de katharen.

Het dualisme van lichaam en ziel kan daarom niet dienen om het katharisme te onderscheiden van andere christelijke stromingen uit dezelfde tijd. Toch komen we in veel studies en websites juist dat aspect tegen als kenmerkend, en zelfs als een verwijt tegen het katharisme.

Het dualisme van materie en geest, van lichaam en ziel is dus niet kenmerkend voor de katharen. Men vindt het ook bij de rooms-katholieke kerkvaders, bij de rooms-katholieke heiligen uit de middeleeuwen en bij de grondleggers van het latere protestantisme. Het grote verschil zit in de toepassing van dit dualisme op het dagelijks leven, bijvoorbeeld bij de rol die aan vrouwen werd toebedeeld. Als we willen weten wat de katharen onderscheidt van de Kerk moeten we daar dus vooral naar kijken.

Top

Endura

Van een ernstig zieke die het consolament had ontvangen als een sacrament der stervenden, werd verwacht dat hij zich daarna zou houden aan de leefregels zoals die ook golden voor een bon homme: geweldloosheid, de waarheid spreken, geen eed zweren, vegetarisch eten, celibatair leven. De endura hield in ‘het volhouden van deze leefregels’. De katharen geloofden dat de zegening van het consolament zijn feitelijke werking zou verliezen zodra de ontvanger een van de beloofde leefregels zou overtreden.

Er bestaat een sterk verhaal dat de zieke na het consolament zou moeten vasten tot de dood volgde, zich dus zou moeten doodhongeren. Er werd zelfs beweerd dat sommigen daarbij ‘een handje geholpen’ werden. De historische werkelijkheid is geheel anders. Wie het consolament als een sacrament der stervenden had ontvangen en weer genas kon daarna weer overgaan tot zijn gewone leven, en later opnieuw het consolament vragen.

Het is niet zo moeilijk uit te vissen waar de geruchten dat de endura een verplichte zelfmoord zou zijn vandaan kwamen. Bij het consolament voor de stervenden werd dikwijls gewacht tot de zieke er zo slecht aan toe was dat herstel nagenoeg uitgesloten was (soms werd zelfs gewacht tot betrokkene niet meer kón eten). Het kwam dus frequent voor dat de zieke overleed tijdens de drie vastendagen die op het consolament volgden. In de inquisitieverslagen kan je dan ook nogal eens de zin lezen “mort en endura” (gestorven tijdens de endura). Voor de propagandamachine van de rooms-katholieke kerk was dat voldoende om te beweren dat de endura een rituele zelfmoord was.

Tenslotte nog dit: als je vraagt naar de betekenis van het woord endura aan iemand die de Occitaanse taal machtig is, dan zal die je ongetwijfeld zeggen dat het ‘vasten’ betekent, een woord dat ook goed bekend is bij rooms-katholieken. Toch zal niemand het in zijn hoofd halen te beweren dat de veertigdaagse vastenperiode voor Pasen gelijkstaat met een rituele zelfmoord...

Top

Faidit

Faidit was de naam die men gaf aan een landheer die schuldig was bevonden aan ketterij (dat betekende niet noodzakelijk dat hij zelf een ketter was, bescherming bieden aan ketters was voldoende) en als gevolg daarvan uit zijn gebieden werd verdreven. Die gebieden werden vervolgens overgedragen aan een kruisridder die zich speciaal had onderscheiden in de strijd of (vanaf 1229) soms ook rechtstreeks aan de Franse koning..

Veel faidits vluchtten naar Aragon maar sommigen sloten ook vrede met de bezetter en de Kerk in de hoop zo hun eigendommen terug te krijgen. Dat ging gepaard met zware boetes en sancties, bijvoorbeeld een klooster onderhouden of een kerk bouwen, de Inquisitie steunen in haar onderzoek en soms ook deelname aan een kruistocht naar Jeruzalem.

De meeste faidits gingen in het verzet. Zij vormden de ruggengraat van de strijdmacht waarmee Raimon VII vanaf 1215 zijn hele gebied heroverde. Maar die herovering was maar tijdelijk. Na het verdrag van Parijs (1229) verstevigde de Franse kroon stilaan haar greep op de Languedoc en moesten de faidits weer op de vlucht, ditmaal voorgoed.

Top

Goed en Kwaad

De katharen onderscheidden twee werelden, een goede en een slechte. De slechte wereld is ‘het rijk van het kwaad’ en de goede wereld is ‘het koninkrijk’. Wat is het wezenlijke onderscheid tussen die twee werelden?

Het rijk van het kwaad is de wereld waarin angst en geweld regeren. Het koninkrijk is de wereld van liefde en geweldloosheid. Het verschil tussen deze twee werelden berust op ethische principes. Deze opvatting van de katharen is een ethisch dualisme. Dat kathaarse onderscheid tussen het rijk van het kwaad en het koninkrijk heeft dus niets te maken met het andere dualisme, namelijk dat van materie en geest, en het dient daarvan nadrukkelijk te worden onderscheiden.

De katharen rekenden de kerk van Rome tot het rijk van het kwaad, omdat de kerk niet schroomde angst en geweld als middel aan te wenden om mensen te ‘bekeren’ tot hun versie van het christendom. Het aanwenden van angst en geweld was voor de katharen het criterium om de kerk van Rome tot het rijk van het kwaad te rekenen en niet dat de kerk van Rome ‘stoffelijk’ zou zijn.

In het consolament vieren de katharen de rituele overgang van het rijk van het kwaad, dat is dus de wereld van angst en geweld, naar het koninkrijk. Van de wijdeling wordt verwacht dat hij tijdens de rite van het consolament beloftes zal afleggen voor een geweldloos leven. Daar horen nog wat andere aspecten bij, maar het wezenlijke is dat de wijdeling christen wordt door zijn keuze voor een bepaald gedrag. Als de wijdeling door zijn gedrag zijn beloftes breekt, houdt hij daardoor op een christen te zijn.
Ook hier zien we dus een streng ethisch principe als grondslag voor het al dan niet christen zijn. De wijdeling wordt geen ‘geestelijke’ zoals in de kerk van Rome. In de kerk van Rome wordt een priester een ‘geestelijke’ door de materie af te zweren. Niets daarvan vindt je bij de wijding tot christen door het consolament. Een bon homme of bonne femme wordt een christen door een levenswijze in navolging van Christus.

Er is een anekdote over Franciscus van Assisi. Hij wandelde met een gezelschap monniken door een berglandschap langs een meer. ’s Avonds vertelde een monnik hoezeer hij genoten had van de schoonheid van de natuur. Hij werd onmiddellijk door Franciscus gecorrigeerd. Door zich te verlustigen in de stoffelijke schepping had hij onvoldoende besef getoond van zijn zondigheid. Dit verhaal over Franciscus berust waarschijnlijk op fantasie maar is niettemin betekenisvol, want het werd verteld om te laten zien dat Franciscus echt een goed katholiek was. Dat het kwaad verbonden is met de materie, dat vind je daar dus.

Goed en kwaad heeft volgens de katharen niets te maken met materie en geest, maar met gedrag, en dat is iets heel anders.

Top

Jezus

Voor de katharen was Jezus een goddelijke boodschapper die de mens kwam oproepen zichzelf te herinnneren en zich zo weer met de goddelijke vonk in zichzelf te verbinden. Jezus was ook degene die met zijn leven een voorbeeld ter navolging stelde.

Christen is men volgens de katharen door te kiezen voor een levenswijze van geweldloosheid en waarachtigheid. Een mens kan zo leven omdat hij door de goddelijke vonk die in hem schuilt verbonden is met de God van Liefde die Jezus ‘mijn Vader’ noemt.

In de kerk van Rome en in het latere protestantisme is Jezus de zoon van God die op aarde neerdaalde om hier met zijn lijden te boeten voor de zonden van de mens. De katharen wezen deze uitleg van het lijden van Jezus stellig af.

In de kerk van Rome en in het latere protestantisme ziet men het geloof als het middel tot verlossing. Ook dat telde voor de katharen niet. Tegenover het geloof stelden zij het gedrag van een mens. Niet het geloof, maar het gedrag van een mens bepaalt of hij christen is. Als een mens koos voor een levenswijze in navolging van Christus, vierden de katharen dat in het ritueel van het consolament.

Top

Kathaar

Het woord ‘kathaar’ duikt voor de eerste keer op in 1163 in een Duitse tekst van Eckbert von Schönau. Het was een verlatinisering van het Duitse woord Katzer, waarmee vermeende duivelaanbidders werden aangeduid. De duivel zou zich in de gedaante van een kat onder de mensen begeven en de Katzer zouden hem vereren door zijn achterwerk te kussen. De katholieke theoloog Alanus van Rijsel schrijft in 1200 over de ketters in de Languedoc: “Men noemt ze katharen omdat ze het achterste van een kat kussen...” Vermits een kat toen een duivels dier was, werd zo de link gelegd met satanisme.

Het woord Katzer (en dus ook het woord katharen) was dus een scheldwoord!
De katharen zelf gebruikten het woord in geen geval. Zij noemden zichzelf eenvoudigweg ‘christenen’, of ‘vrienden van God’. Door anderen werden zij in hun tijd meestal albigenzen genoemd, naar de stad Albi.

Charles Schmidt, een Duitser uit de Elzas, schreef in 1849 een historische studie met als titel Geschichte der Valdesier und Katharer. In het Frans werd dat Histoire et doctrine de la secte des Cathares ou Albigeois. Dat was de eerste keer dat het woord Cathares in de Franse taal gebruikt werd, dus pas ruim vijf eeuwen nadat de laatste kathaar verbrand was. Het woord begon vervolgens een eigen leven te leiden en werd de aanduiding van degenen die men daarvoor meestal albigenzen had genoemd.

Het Nederlandse woord ‘ketter’ is een verbastering van het oorspronkelijk Duitse woord Katzer. Het woord ‘ketter’ is dus niet afgeleid van het woord ‘kathaar’, zoals wel eens beweerd wordt.

De ‘katharen’, zoals we ze toch maar zullen blijven noemen, bij gebrek aan een beter woord en omdat dat nu eenmaal gebruikelijk is geworden, kenden het woord ‘kathaar’ dus zelf helemaal niet! En ze hadden al helemaal geen weet van de betekenissen die tegenwoordig op grond van dat woord soms aan hen worden toegekend. Het is bijna gebruikelijk geworden te vertellen dat het woord kathaar afgeleid is van ‘katharsis’, zuivering. De katharen worden op grond daarvan ook wel ‘de zuiveren’ genoemd. Maar dat is dus geheel onterecht.

Top

Manicheïsme

Waren de katharen werkelijk ‘manicheeërs’? Dat waren zij helemaal niet, de reden waarom de katholieke inquisiteurs de ze als manicheeërs bestempelden, komt voort uit hun juridische manier van denken. Men moest een geldig argument hebben om de ketters te kunnen vervolgen en greep daarvoor terug naar de oude veroordeling van het manicheïsme door kerkvader Augustinus. Augustinus had een soort determineerlijst van ketterijen opgesteld. Hij beschouwde het manicheïsme, waartoe hij zelf ooit had behoord, als de meest verderfelijke ketterij en hij stelde dat het Gods wil was dat deze ketters gedood werden.

Ene Guibert, abt van Nogent, verklaart in 1114 dat van alle dwalingen die Augustinus beschreven heeft, het manicheïsme nog het meest lijkt op de nieuwe dwaling. Daarmee had men een geldig argument gevonden om de katharen te bestrijden en te doden.

Het katharisme is echter geen manicheïsme en, ook al zijn er overeenkomsten, het staat vast dat het niet uit het manicheïsme is ontstaan. Het katharisme is gestoeld op de bijbel, de katharen kenden de geschriften van Mani niet.

Top

Melhorament

Een rituele begroeting wanneer een gelovige een bon homme ontmoet. De gelovige maakte drie kniebuigingen en zegt: “Zegen mij, Heer, en bid God dat hij van mij een goed christen make en me begeleide naar een goed einde.” Waarop de bon homme antwoordt: “Dat God van u een goed christen moge maken en u begeleide naar een goed einde.”

Top

Parfait en Parfaite

In de teksten van de rooms-katholieke Inquisitie werden sommige katharen aangeduid als haereticus perfectus, een ‘volmaakte ketter’. Dat was iemand die de rituele wijding van het consolament had ontvangen en die dus met zekerheid een ketter was. Als die persoon zijn geloof niet wou afzweren, kon hij of zij meteen naar de brandstapel.

Perfectus werd in het Frans parfait, en dat woord ging in latere eeuwen, nat als het woord ‘kathaar’, een eigen leven leiden. Het zou betekenen dat er onder de katharen een aparte klasse van ingewijden was die een staat van spirituele perfectie hadden bereikt, de parfaits. De parfaits zouden dan degenen zijn die, als ‘kathaar’, een volledige ‘katharsis’ hadden doorgemaakt en daardoor ‘gezuiverd’ waren van alle menselijke imperfecties.

De katharen gebruikten het woord parfait zelf beslist niet om iemand aan te duiden die een rituele wijding had ondergaan. Zelf noemden ze zo iemand een ‘goed christen’. Het volk gaf ze de naam bon homme (goede man) of bonne femme (goede vrouw).

Zelfs het idee van ‘zuivering’ is niet kathaars. Zuivering hoort bij een veronderstelde staat van eerdere onzuiverheid. Men kan slechts zuiver maken wat eerst onzuiver was. Welnu, het idee dat de mens aanvankelijk onzuiver zou zijn, vindt men in het traditionele christendom. Daar wordt hij door de doop met water gezuiverd van de erfzonde. Beweren dat de parfait door het ritueel van het consolament gezuiverd zou worden, is een volledig misverstaan van de kathaarse religie. Men geeft dan, geheel ten onrechte, aan het consolament in principe dezelfde betekenis als aan het kerkelijke doopsel, zij het onder een andere naam. Het katharisme kent echter het idee van een oorspronkelijke staat van onzuiverheid niet, het kent geen erfzonde. Zuiverheid en onzuiverheid heeft helemaal niets met het katharisme en het consolament te maken. De uitleg van het woord parfait als een ‘zuivere’ is dus zowel historisch als theologisch geheel onjuist.

Top

Receptatores

Mensen die willens en wetens ketters in hun huis ontvangen hadden. Hun wachtte, behalve gevangenisstraf, ook nog de verbeurdverklaring van hun goederen. Meestal werden hun huizen met de grond gelijk gemaakt.

Top

Relaps

Een relaps was een ketter die eerder afgezworen had en vergeving had gekregen, maar later opnieuw betrapt werd op ketterse activiteiten. Zo iemand werd onverwijld tot de brandstapel veroordeeld.

Top

Vrouwen

De gnostiek kent geen principieel onderscheid tussen mannen en vrouwen. Bij de gnostische vieringen konden ook vrouwen sacramentele functies verrichten. Dat was ook zo bij de katharen.
De kerk van Rome hield er een andere mening op na. Kerkvader Tertullianus, fel bestrijder van de gnostici, schreef over vrouwen: “Jullie zijn de poorten van de duivel. De toorn van God rust op jullie geslacht tot in deze tijd, zoals ook jullie schuld noodzakelijkerwijs voortleeft.”

Waar slaat dat op? In het eerste boek van het Oude Testament wordt verteld hoe Eva haar man Adam verleidde tot het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, hoewel God dat streng verboden had. Sedertdien zouden alle vrouwen delen in de toorn Gods, meende Tertullianus en niet alleen hij.

Als in het conflict tussen de Kerk en de katharen in de twaalfde eeuw een rooms-katholieke delegatie een gesprek aangaat met een ketterse delegatie, blijkt er bij de ketters een vrouw te zijn. Een van de katholieke geestelijken roept ontsteld en verontwaardigd uit: “Vrouw, keer terug naar uw spinnewiel!” Hij weigerde te onderhandelen met een vrouw.

We bespraken elders het dualisme van materie en geest, dat we zowel bij de katharen als bij de kerk van Rome vinden. Maar de katharen pasten dat in de praktijk van het leven anders toe dan de Kerk, zeker wat betreft hun houding tegenover vrouwen. Voor de katharen gold zowel voor mannen als vrouwen dat ze een geestelijke ‘ziel’ hadden in een stoffelijk lichaam. Waar de Kerk de nadruk legt op de zondigheid van het vlees, telt voor de katharen vooral het geestelijk aspect van de mens.

Gnostici zien het geestelijke deel van de mensen als van goddelijke oorsprong, en als datgene wat ze gemeen hebben met de geestelijke wereld, daarom zijn voor hen vrouwen en mannen in spirituele zin volstrekt gelijkwaardig. Dat was ook zo voor de katharen, de uiterlijke verschillen tussen de stoffelijke lichamen van mannen en vrouwen, waren voor hen van geen enkel belang.

Voor de Kerk echter zijn vrouwen verbonden met de zondige materie, en mannen met de verheven geest. Daarom mogen vrouwen in de rooms-katholieke kerk geen sacramentele taken verrichten. Ze zijn namelijk niet ‘geestelijk’. Vrouwen zijn in de kerk letterlijk de belichaming van “de zondigheid des vlezes”, en worden daar gezien als degenen die steeds maar weer met hun “lage listen en lusten” de mannen tot de zonde verleiden, precies zoals ook Adam werd verleid door Eva. Men komt onder de aanhangers van de Kerk zelfs de overtuiging tegen dat vrouwen geen ziel bezitten, dus alleen ‘zondig vlees’ zijn.

Voor de katharen zijn vrouwen, net als mannen, in eerst instantie geestelijke wezens, en daarom principieel aan elkaar gelijk.

Top

Yahweh

Volgens de katharen was Yahweh de verpersoonlijking van het kwaad op aarde. Hij was dus beslist niet ‘de Vader’ waar Jezus over sprak. Daarom zien de katharen Jezus als een breuk met het Oude Testament, en niet als de vervulling daarvan.

Top

De Kathaarse Religie | Woordenlijst | Kathaarse Teksten