Le Bézu - Fenouillet, zondag 14 juni 2009

Vorige | Overzicht | Volgende

Le Bézu - FenouilletOm de twee jaar zijn mijn vriend Harry en ikzelf een weekje in het ‘zuiden’ en Willy Vanderzeypen maakt dan telkens voor ons een dag vrij. In de maand mei 2007 maakten we zo op een originele manier kennis met ‘de pog van Montségur’: niet erop, maar errond tijdens een stevige wandeling met een kleine groep.

Dit jaar bezochten we drie plaatsen en Willy bracht ook nog ‘schoon volk’ mee, namelijk zijn sympathieke echtgenote Gerda, gepassioneerd door de middeleeuwse archeologie, en tevens schrijfster Ankie Nolen die ook in de streek woont.

Verder maakten we kennis met twee toffe Vlamingen die eveneens in de Aude een huis hebben, Marc en Frans.

Quillan dus, afspraak om 9 uur op een leuk terras dichtbij de oude brug over de Aude, met aan de overzijde het kasteel. Een koffie en onmiddellijk geestdriftig geklets waarbij Willy de toon zet. We gaan de ruïnes bezoeken van Albedun (Le Bézu) en Fenouillet, en daarna het mysterieuze labyrinth van Nébias.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Het castrum van Albedun is een beetje ons gezamenlijk troetelkind en voor ons een magische plaats.Het is niet mijn bedoeling om de geschiedenis van de site nog eens voor te schotelen. Een uitgebreide studie van Willy en zijn medeauteur Yves kan je lezen op deze website, onder de rubriek ‘Teksten’ en daarna de keuze ‘Studies’. Volgens Willy zal deze site later ook nog aan bod komen in de rubriek ‘Archeologie’. Daaraan wordt gewerkt.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Via bochtige en smalle bergwegen bereiken we de verlaten vallei van Le Bézu. Er valt een piepfijne regen, het is niet te warm, ideaal dus. De gids zegt dat het niet harder gaat regenen en het zal blijken dat hij een goede konijnenpoot in zijn zak heeft. Hij geeft ons eerst enige historische duiding over de site waarna Gerda aan de hand van een kaart ingaat op de economische belangrijkheid van de streek in de middeleeuwen. Vooral de aanwezigheid van molensteenproductie is opvallend en duidt op een relatieve welvaart. De Occitaanse heren waren steeds goed bij kas, vertelt Willy, en konden zelfs geld lenen aan de burggraaf van Carcassonne om diens kruisvaart naar Palestina te financieren.

We maken een niet al te moeilijke klim tot aan het castrum langs een smal pad waaronder een bredere toegangsweg moet liggen.  Vooral Gerda leert ons kijken naar elementen die wijzen op de de locatie van de kapel (buiten het kasteel), regenwaterciternes, huizen gebouwd met de bergwand als natuurlijke muur, toegangswegen, trappen, fundamenten en vooral de limieten van dit toch wel imposante castrum.

Verder gaat Willy in op de veel gestelde vraag of dit ooit een tempelierskasteel was. Het antwoord is kordaat neen. Voldoende oorkonden bewijzen dat de plaats steeds eigendom is geweest van de Occitaanse heren en na de kruistochten van de Franse familie de Voisins. De oude Occitaanse heer van Albedun, Bernard Sermon (of Sesmon) werd wel in 1151 oblaat bij de tempeliers van Campagne, begon in zijn oude dag een nieuwe carrière in deze orde en bezocht af en toe zijn familie. Vandaar wellicht de legende. De familie deed ook zaken met de tempeliers.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Anders ligt het wel met de aanwezigheid van katharen. Het is historisch bewezen dat Guilhabert van Castres en Guilhèm-Bernat Hunaut er meerdere keren verbleven. De heren van Albedun worden in de inquisitieverklaringen gesignaleerd in het castrum van Montségur waar ze naar de predikingen van de katharen gaan luisteren. De dochter wordt een bonne femme en de zoon een faydit. We klimmen tot helemaal boven en genieten van het unieke panorama. Het is even schrikken wanneer een grote groep enorme aasgieren voor ons vanaf de noordelijke bergwand het ijle induikt en wegzweeft.

Tijdens de afdaling terug naar de auto's, maken we ons toch een beetje zorgen over Ankie Nolen want haar rechterschoenzool blijft bijna achter tussen de rotsen. Een nieuw liedje is geboren: “Ankie Nolen zonder zolen”. Harry is de ‘trobar’ van dienst, maar dan wel een moderne.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Reuzenhonger hebben we. Willy, Gerda en Ankie kennen de streek en zeker de toffe mensen die er wonen. We maken het ons gezellig op het terras van restaurant Le Rébenty in de Gorges van de Aude.  Willy stelt ons de uitbaters voor, Christophe, Linda en hun dochter. Jawel, goed geraden, het zijn rasechte Vlamingen. Een aanrader trouwens, hun restaurant, omwille van de culinaire kwaliteit voor een zacht prijsje. Als je de straat oversteekt kom je aan hun forellenvijver, en wat op ons bord ligt, zwom vanmorgen nog in dat water.

Onze tweede (of na Le Rébenty onze derde) inwijding wordt het castrum van Fenouillet. We zijn nu in het departement Pyrénées Orientales. De site bestaat eigenlijk uit drie elementen: het eigenlijke kasteel Saint-Pierre-de-Fenouillet, de verdedigingstoren Castel Sabarda, prachtig en fier op z'n rots, en het bijna totaal verdwenen Castel Fizel. We beperken ons bezoek tot het burggrafelijk castrum. De ruïne ligt op een uitgestrekt plateau en oogt indrukwekkend. Er is door de archeologen hard gewerkt aan de site. Er is een heus opgravingsproject onder leiding van David Maso gaande en tevens worden de muren hersteld om verder verval te voorkomen. “Consolideren” noemen Willy en Gerda dat.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Zoals op Bézu leert Gerda ons alweer aandachtig naar vele details kijken en toont ons een element dat op de rijkdom van de heer wijst, namelijk een tweede steensoort (versiering) in de metselstructuur. Ook de ruïne van de kapel met ronde absis is indrukwekkend. Het ‘analytisch spel’ tussen Willy als historicus en Gerda als archeologe over de site is een lust voor het oor. Je moet het zelf eens meemaken. Op deze website (rubriek archeologie) is er een bijdrage van Michel Gybels over Fenouillet en Gerda heeft een verslag ingediend met de laatste resultaten van de archeologische werken, waaruit blijkt dat deze site een referentie zal worden voor andere in de streek.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Genoeg mensenhanden-cultuur. We begeven ons naar de mysterieuze natuur van Nébias, een klein dorpje in het departement Aude. Het is echter niet zomaar een ordinair dorpje (die bestaan in het ‘zuiden’ trouwens niet), maar is de trotse bezitter van een heus labyrinth.

We parkeren naast de windmolen.Via een klein paadje kom je in dat labyrinth, een duistere en dicht begroeide plaats, waarvan de bomen en stenen behangen zijn met dichte plakken mos. Dit natuurlijke labyrinth wordt gevormd door imposante rotsblokken die soms de indruk geven door mensenhanden (of goden?) in geometrische vormen te zijn neergelegd. Volgens Willy is het een plaats die de mensheid altijd heeft beïndrukt... druïden, adepten van de esoterie en soms ook rare snuiters op zoek naar krachtpunten of poorten naar een andere dimensie. Als je goed uitkijkt, en niet verloren loopt, kan je er ook un pierre dressée vinden. Het is een horizontaal rotsblok waarvan beweerd wordt dat het zou gediend hebben om rituele (dieren)offers op te brengen. Willy en ik zagen er ook wel andere symbolen in.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Onderschat het labyrinth niet. Enkele dagen na ons bezoek liep er een jonge vrouw uit Mirepoix in verloren. Ondanks een zoektocht van de gendarmerie, in een zone die niet zo enorm uitgestrekt is, duurde het liefst twee nachten en meer dan een dag vooraleer ze werd teruggevonden.

We zijn moe maar voldaan en sluiten af met een leuke keuvel en een koele pint op het terras van een klein cafeetje in het dorp. Ik krijg een krop in de keel. Het was een prachtige dag. Dank voor deze mooie ervaring, Willy, Gerda, Ankie, Marc en Frans.

Le Bézu - Fenouillet Le Bézu - Fenouillet

Tekst: Luc De Vos - Foto's: Frans De Backer

Vorige | Overzicht | Volgende