De mythe: Fernand Niel

Napoléon Peyrat | Antonin Gadal | Otto Rahn | Fernand Niel | Vandaag | Rennes-le-Château

Fernand Niel hoort eigenlijk niet helemaal thuis in dit hoofdstuk. Hoewel enkele hardnekkige Montségur-mythes op zijn bevindingen zijn gebaseerd, kan niemand ontkennen dat hijzelf steeds zijn onderzoek op een ernstige manier heeft gevoerd.
Niel werkte als een van de eersten op het terrein en zijn voorzichtige conclusies werden, naargelang het onderzoek vorderde, grondig bijgestuurd. Sommige mensen hebben, al dan niet opzettelijk, die conclusies niet goed gelezen...

Fernand Niel

Elk jaar rond 21 juni trekken hele horden pelgrims naar de top van Montségur om er de zonsopgang mee te maken. Zij denken zo in het spoor te treden van de katharen die, zo beweren zij, op die plaats hun eigen zonnetempel hadden gebouwd.

Dat verhaal vindt zijn oorsprong in het onderzoek dat Fernand Niel vanaf de jaren 1950 voerde in Montségur. Niel was een een van de eersten die op een min of meer wetenschappelijke manier ‘op het terrein’ werkten. Zijn beschrijvingen van de pog en de burcht zijn nu nog altijd boeiend om lezen. Hij bracht niet alleen de burcht, maar de hele bergkam in kaart en was de eerste die de diverse toegangswegen naar de top beschreef (waaronder die naar de Roc de la Tour van waar het fatale offensief tegen Montségur begon). Hij reconstrueerde ook de weg die de ontsnapte bons hommes namen door zich met touwen van de berg te laten zakken. Om te zien of het echt mogelijk was, voerde Niel de ontsnapping in ware alpinistenstijl zelf uit....

Montségur

In de jaren 1960 start het archeologisch onderzoek onder leiding van de GRAME (Groupe de Recherches Archéologiques de Montségur et Environs). Onder de deelnemers, vrijwilligers, meestal studenten die er hun vakantie aan opofferen, de latere wetenschappelijke directrice van het Centre d'Etudes Cathares, Anne Benon. Zij beschrijft in haar boek Montségur 1244-1994, mémoire d'hérétique hoe Fernand Niel de opgravingen volgde en meedeelde in het enthousiasme van het onderzoek.

“...Fernand Niel komt ons bezoeken: hij is één van ons met zijn messcherp accent uit de Languedoc, zijn gegroefd gelaat en zijn vrolijke lach. Hij vertelt ons over de verklaringen die de overlevenden van Montségur aflegden voor de Inquisitie. Hij spreekt over Azalaïs de Massabrac en haar dochter Fays de Plaigne, over de jonge Philippa de Perelha en haar echtgenoot, de ruwe Pèire-Roger de Mirepoix. Samen met hem proberen wij ons voor te stellen hoe zo'n grote geschiedenis kon geschreven worden tussen de muren van deze kleine burcht...”

En ook: “1965. De middeleeuwse archeologie in Frankrijk bestaat nog niet. We weten eigenlijk niet wat we opgraven. Niemand weet hoe we ons een ‘castrum’ moeten voorstellen. Toch komt één vraag steeds naar voren: hoe konden die honderden mensen onderdak vinden binnen de muren van dit kleine kasteel waarvan Fernand Niel ons onvermoeibaar de belegering vertelt...

Ook Fernand Niel had zich bij zijn onderzoek dergelijke vragen gesteld. Waarom was de toegang naar de burcht zo slecht beveiligd? Er was weliswaar die moeilijke klim, maar eens boven stond je pal voor de poort. En wat voor een poort! Drie gewapende aanvallers konden er naast mekaar gemakkelijk doorstappen. Van alle burchtpoorten in de Languedoc heeft enkel de Porte Narbonnaise in Carcassonne vergelijkbare afmetingen. Maar die is beveiligd met een barbacane, valhekkens en een ophaalbrug. Niets daarvan in Montségur. Bovendien is niet de hele beschikbare oppervlakte van de bergtop gebruikt om te bouwen. Bij Quéribus en Puylaurens, bijvoorbeeld, zijn de muren als het ware de voortzetting van de steile rotswanden. Niet in Monségur: je kan er zonder problemen bijna rond de hele burcht lopen.

Later zou het archeologisch onderzoek uitwijzen dat Niel helemaal fout zat. De toegangsweg naar boven werd versperd door niet minder dan drie stevige muren. Niet alleen het kathaarse castrum, maar de hele bergkam was versterkt en beveiligd. En de toegangspoort van de burcht (die dateert van na de kathaarse periode) mocht dan wel breed zijn, ze lag ook meer dan vier meter boven de begane grond en was dus alleen toegankelijk via een wegneembare houten trap.

Het kathaarse castrum. Reconstructie uit 2011.  

Niel meet de hele site op. Van opleiding ingenieur, is hij gepassioneerd door de uitlijning van bouwwerken. Ook Quéribus wordt door hem opgemeten en later zal hij ook een boek wijden aan Stonehenge.

Hij gaat eerst op zoek naar de noord-zuid en oost-west assen. Waar die in de meeste oude bouwwerken gemakkelijk terug te vinden zijn, lijkt dat hier niet zo voor de hand liggend. Maar ze zijn er wel!

Niel-Montségur

De noord-zuid as loopt van punt G naar punt B. Punt B is een hoek en dus gemakkelijk te vinden, maar punt G lijkt een willekeurige plaats te zijn in de noordelijke muur. Dat is niet zo. FH is geen rechte lijn, precies op punt G zit er een klein knikje in de muur.

De oost-west as loopt van punt H (weer een hoek) naar punt b en dat is precies het midden van de muur C-B. Een interessante vaststelling al is de relevantie ervan niet meteen duidelijk. Fernand Niel laat het hier niet bij en meet verder...

Kuifje en de zonnetempel

De algemene oriëntatie van de burcht is terug te vinden in de volgende vier evenwijdige rechten.

Niel-Montségur

- van de hoek E naar punt h (midden van de muur H-A)
- van hoek F naar hoek A
- van punt c (midden van de muur D-C) naar punt a (a-A is een derde van de muur B-A)
- van b' (C-b' is een derde van de muur C-B) naar punt a' (B-a' is een derde van de muur B-A)

Waar een verdeling in drie nogal vergezocht lijkt, wijst Niel erop dat in die tijd geen decimaal stelsel werd gebruikt en dat een verdeling in drie zeer frequent voorkwam. Zo bedraagt de lengte van de muur van de donjon (D-C) precies een derde van de totale lengte D-B. De donjon werd voor de aanleg van een waterreservoir (herkenbaar aan de tussenmuur) ook precies in drieën gedeeld.

De vier evenwijdige lijnen vormen een hoek van 33° met de oost-west as en zijn precies gericht naar het punt waar de zon opkomt tijdens de kortste dag, 21 december, de winterzonnewende.

De onvermijdelijke vaag is dan: bestaat er ook zo'n uitlijning op de zomerzonnewende? Deze uitlijning zou dan ook een hoek van 33° met de oost-west as moeten vormen, symmetrisch met die van de winterzonnewende.

En inderdaad...

Niel-Montségur

De lijnen a'-H en a-h zijn precies gericht op de plaats waar de zon opkomt op 21 juni.

In de donjon is er ook iets vreemds aan de hand met de uitlijning van de ramen.

Niel-Montségur

De ramen (of schietgaten) zijn zo uitgelijnd dat de eerste zonnestralen op 21 juni binnenkomen door de ramen N en O en de donjon terug verlaten via de ramen M en L. Moest men zich bevinden op de punten J, respectievelijk K, wat door de ligging van de burcht uiteraard onmogelijk is, dan zou men door de smalle ramen op de as J-N of K-O precies de eerste stralen van de opkomende zon zien.

En dat is nog niet alles. De ramen zijn zodanig geplaatst dat er nooit een zonnestraal de binnenmuren van de donjon raakt. Daarvoor zijn N en O recht in de muur geplaatst, M en L schuin. Als we de as M-N bekijken is punt n het verste dat een zonnestraal kan raken alvorens door raam N tegengehouden te worden.

Deze vrij spectaculaire bevindingen van Fernand Niel, in combinatie met het gebrek aan verdedigingsinfrastructuur, leidden al zeer snel tot de wat overhaaste conclusie dat Montségur niet was gebouwd als burcht maar als heiligdom.

De katharen, aanbidders van de zon..?

De ontluistering van de zonnemythe

Zoals reeds vermeld, in de jaren 1950-1960 stond de middeleeuwse archeologie in Frankrijk nog in zijn kinderschoenen, maar dat zou spoedig veranderen. Intussen weten we dat dergelijke configuraties in de meeste grote middeleeuwse bouwwerken kunnen gevonden worden. De burchten- en kathedralenbouwers, metselaars en timmerlieden, verenigd in hun eigen gilden, waren bekwame vakmensen die met vrij eenvoudige werktuigen een indrukwekkend resultaat konden neerzetten.

Montségur-tracéIn vergelijking met de grote kathedralen, kende het bouwen van burchten nog een bijkomende moeilijkheid, de bodem die dikwijls zeer oneffen was en al dan niet gedeeltelijk uit rots bestond.

In 1990 publiceerde Patrick Garnier, de toenmalige gids van Montségur, een interessante brochure, Montségur, le tracé du château, waarin hij inzicht geeft in de bouw- en meettechnieken van de middeleeuwse bouwmeesters, aan de hand van de burcht van Montségur. Intussen is ook al overvloedig aangetoond dat die burcht dateert van minstens een halve eeuw na de kathaarse periode.

En natuurlijk kennen we ook de kathaarse religie voldoende om te weten dat het ‘aanbidden van de zon’ daar absoluut geen plaats in had.

Montségur-solsticeDat alles weerhoudt heel wat mensen niet van een jaarlijkse ‘bedevaart’ naar Montségur om daar op 21 juni de zonsopgang mee te maken (het fenomeen met de zonnestralen door de ramen van de donjon is zichtbaar van 15 tot 28 juni). Het zal zeker de moeite waard zijn, een zonsopgang op een plaats als Montségur is ongetwijfeld een onvergetelijke ervaring. Maar met de katharen of hun religie heeft het helemaal niets te maken...

Napoléon Peyrat | Antonin Gadal | Otto Rahn | Fernand Niel | Vandaag | Rennes-le-Château