Elektronische nieuwsbrief -  Jaargang 2012 - Inhoud

eMagazines

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017

februari | april | juni | augustus | oktober | december

Tientallen pagina's onuitgegeven materiaal, studies, vertalingen, recensies, reportages, dat is wat je mag verwachten van dit e-Magazine in PDF-formaat. Om het te ontvangen (tweemaandelijks) moet je lid worden van het Studiecentrum Als Catars.
Gratis proefnummer? Stuur een mailtje naar e-magazine@katharen.be

8ste jaargang – e-Magazine 27 – februari 2012

Guglielma van Bohemen en Milaan en de Kinderen van de Heilige Geest


Op een kale bergkam boven het Meer van Como ligt het pittoreske dorp Brunate dat omwille van het panorama gekend is als ‘het balkon van de Alpen’. Vandaag kan je het gemakkelijk bereiken met een in 1894 aangelegd kabeltreintje, maar voordien was de slingerende klim een spierverzurende kruisweg. Vanaf het eindstation leidt een stenen trap ons over een smal plein naar de barokke kerk van Sant’ Andrea Apostolo waarvan de rooskleurige gevel met witte imitatiezuilen het dorpsplein afsluit. Binnen kan je een kristallen reliekhouder vinden met botresten van Maddalena Albrizzi, gestorven in 1465 als augustijnse abdis van het verdwenen klein klooster en door de roomse kerk zalig verklaard in het begin van de 20ste eeuw. Een matig modern schilderij toont haar in een nonnenhabijt terwijl ze een kruis vasthoudt, maar onze interesse gaat voorlopig naar iets anders uit.
–––––
Het vreemde verhaal van Guglielma, een eenvoudige mystica die, tegen wil en dank, aan de basis lag van de ketterse beweging van de Kinderen van de Heilige Geest. Het toont aan dat de grens tussen ketterij en rechtgelovigheid niet altijd even gemakkelijk te traceren is.

De oorsprong van de grafelijke huizen van Foix en Couserans

Binnen de geschiedenis van het katharisme in de Languedoc nemen het graafschap Foix en het burggraafschap Couserans een prominente plaats in. Bij de albigenzische kruistocht van 1209 tot 1218 werden die gebieden permanent betrokken bij de oorlog geleid door Simon de Montfort. De graven van Foix verloren bij die strijd het Pays de Mirepoix en het Pays d’Olmes, die in bezit kwamen van Guy de Lévis, compagnon van Simon de Montfort, maar behielden toch een bevoordeeld statuut ten opzichte van hun grote grafelijke buurschappen.
Reeds vanaf de vroege middeleeuwen waren het graafschap Foix en het burggraafschap Couserans bevolkt door verbeten strijders die, met een grote onderlinge solidariteit, opkwamen voor hun autonomie en hun gebieden probeerden te vrijwaren van vreemde indringers. Interessant genoeg om even stil te staan bij de oorsprong en de ontstaansgeschiedenis van beide regio’s.

–––––
We kennen de graaf van Foix en de burggraaf van Couserans vooral als bondgenoten van de graaf van Toulouse in zijn strijd tegen Simon de Montfort. Michel Gybels bekijkt de oorsprong van deze twee machtige grafelijke huizen.

De bogomielen: middeleeuwse gnostici of crypto-ketters?

‘Halfhartige huichelaars’ worden de Balkan bogomielen in de middeleeuwse ketterliteratuur vaak genoemd. Ze verwerpen de leerstellingen en de sacramenten van de orthodoxe kerk volledig en toch bezoeken ze de erediensten van die zelfde kerk. Ja, ze laten zich ook de sacramenten van die kerk toedienen. De bogomielen zijn daardoor sociaal onzichtbaar en daarom volgens hun orthodoxe critici ‘gevaarlijk’. De wetenschap gebruikt voor deze situatie de term ‘crypto-ketters’.
Maar is deze kwalificatie ook van toepassing op de bogomielen? In dit artikel wil ik aantonen dat de bogomielen geen crypto-ketters zijn maar middeleeuwse gnostici. Je kunt de bogomielen amper ketters noemen want ze brengen geen dwaalleer die geënt is op het kerkelijk christendom. Ze putten ook uit geheel andere bronnen dan de orthodoxie. Hun door de eigentijdse critici zo gehoonde, hypocriete gedrag komt voort uit een grote zorg om hun innerlijke leer geheim te houden.

–––––
De vermeende hypocrisie van de Balkanbogomielen heeft hen vaak de hoon opgeleverd van hun eigentijdse orthodoxe critici. De bogomielen verwerpen de orthodoxe kerk volledig maar bezoeken er toch de erediensten. Ze laten zich zelfs de sacramenten toedienen.
Dick Van Niekerk laat zien dat dit verschijnsel van ‘crypto-ketterij’ pas bevredigend te verklaren is als we de bogomielen een plaats geven in de eeuwenlange gnostieke traditie. De bogomielen vertegenwoordigen een middeleeuwse variant van de gnostiek. Hun crypto-ketterij is een bewust gekozen gedragslijn die binnen andere gnostieke groeperingen ook gebruikelijk was.

De houding van de religieuze militaire orden bij het kathaarse conflict

Zowat iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de middeleeuwen komt vroeg of laat terecht bij de religieuze militaire orden zoals de Tempeliers, de Johannieters, de Teutonen en de Ridders van Malta om slechts de belangrijkste te vernoemen.
Hun grote bekendheid verwierven die orden door hun exploten tijdens de kruistochten naar het Heilig Land waar ze als christelijke milities niet alleen instonden voor de bescherming van de pelgrims maar ook daadwerkelijk strijd leverden tegen de muzelmannen die het Heilig Land of l’Outre Mer bezet hielden.

–––––
Er is al veel gespeculeerd over de rol van de religieuze militaire orden, zoals Tempeliers en Hospitaalridders, in de albigenzische kruistocht. Ze worden nauwelijks vermeld in de bronnen, alles lijkt er dus op te wijzen dat ze zich buiten het conflict hebben gehouden. Michel Gybels gaat na of ze misschien toch enige rol van betekenis hebben gespeeld.

De Spiegel van Aimengart

De zon gaat onder en staat haar plaats af aan de winterse nevel wanneer, op het einde van deze koude namiddag, de volgende getuige de zaal wordt binnengeleid. De jonge vrouw, een jaar of dertig, houdt zich recht en schrijdt naar voren met een trage fiere stap. Alleen de blonde lokken die uit haar dot ontsnapt zijn vallen rebels over haar aangezicht, de schaduwen onder haar ogen en de rode kleur van haar wangen laten de moeheid, de wanhoop en de afgelegde weg vanuit de Lauragais naar het klooster van Saint-Sernin in Toulouse raden…
Bernard de Caux, de inquisiteur, wacht haar op, rechtstaande in het halfduister, met een uitdrukkingsloze blik; zijn ogen laten haar niet los. Naast hem, gezeten op een bank voor een tafel, nemen zijn notaris en de vier kanunniken die de rechtbank vormen, haar op met een mengeling van nieuwsgierigheid en moeheid. De jonge vrouw vertraagt nog wat haar stap. Instinctief trekt zij haar mantel vol modder vaster aan en zij kruist de armen voor haar buik om te beschermen wat ze als kostbaarste bezit en waarvan ze nauwelijks hoopt dat het zal bestaan. De koude blik van de inquisiteur bevriest haar meer dan de winterse temperatuur en, onder de zachtheid van het bont, voelt ze hoe haar hemd op haar huid vochtig wordt van het klamme zweet.

–––––
Het eerste deel van ‘De Spiegel van Aimengart’, een gloednieuwe roman van Gwendoline Hancke.

En verder...

Editoriaal, Cursief, Reistips.

Top

8ste jaargang – e-Magazine 28 – april 2012

Nuño Sanç, laatste graaf van de Roussillon (Muret 1)


Met Don Nuño Sanç uit het huis van Barcelona ontmoeten we een graaf die veel meer was dan alleen maar een sleutelfiguur in de geschiedenis van de Roussillon en Cerdagne, het gebied dat de koningen van Aragon hem dertig jaar lang als feodale bestuurder toewezen. Zijn politieke en militaire invloed omvatte een beduidend groter gebied en bereikte onder meer de zuidelijke zone van de Corbières, de Béarn en Mallorca. Zijn impact op de gebeurtenissen van de kathaarse periode in Zuid-Frankrijk wordt door de Franse geschiedschrijving nog steeds onderschat. Te Muret kwam hij echter te laat!
De bronnendocumentatie laat ons niet toe om een gedetailleerd portret van deze strijdlustige en intelligente graaf te schetsen. We beschikken slechts over enkele door hem ondertekende oorkonden, zijn testament en vooral wat koning Jaume I op het einde van zijn leven over hem vertelt in zijn zelfgeschreven Boek der Feiten. De koning noemt hem meestal En (heer) Nuño, en koestert duidelijk bewondering voor hem. Voor de jonge en vaderloze koning is zijn oom een model.

–––––
In 2013 zal de belangrijkste veldslag van de kruistochten tegen de albigenzen te Muret worden herdacht. Ongetwijfeld zal deze herdenking het historisch onderzoek naar dit belangrijke moment in onze westerse geschiedenis een nieuw elan geven. Want deze veldslag was niet enkel voor Frankrijk en Aragon van groot belang, maar had evenzeer implicaties voor het hele middeleeuwse Europa. Deze 800ste verjaardag zal tevens zorgen voor een aantal boeiende en gepassioneerde polemieken. We willen vooral het historische perspectief van deze slag verruimen, een aantal studies en conclusies van de geschiedschrijving in de 20ste eeuw kritisch herlezen en overgaan tot nieuwe analyses. We zijn hiertoe gemotiveerd omdat in 2013 ons auteursduo zijn tweede lustrum zal vieren, na onze beslissing in 2003 te Carcassonne om samen de mouwen op te stropen en fascinerende episoden uit de middeleeuwse geschiedenis onder de publieke belangstelling te brengen, waarbij de kathaarse als eerste ons niet loslaat. Deze reeks begint in Aragon, meer bepaald in het graafschap Roussillon, waar we de voorbije jaren samen met vele leden van het Studiecentrum heel wat tijd hebben doorgebracht en prachtige momenten mochten beleven. (Yves Van Buyten en Willy Vanderzeypen)

Het dagelijks menu van bogomielen en katharen

“Zeg me wat je eet en ik zal zeggen wie je bent.” (Jean-Anthelme Brillat – Savarin, 1755 – 1826)
De beroemde uitspraak van de erudiete Franse gastronoom Jean-Anthelme Brillat-Savarin uit de 18de eeuw wordt vaak aangehaald als in de moderne voedingsleer de relatie tussen de persoon en zijn voeding ter sprake komt. Vroeger moest je vaak eten wat de pot schafte maar met de gestegen welvaart kan de thuiskok steeds dichter bij zijn voorkeuren blijven en zich meer persoonlijke frivoliteiten en alternatieve menu’s veroorloven. Met een variant op de Franse gastronoom wordt er ook wel gezegd: “Je bent wat je eet.” Voeding, kortom, is een belangrijke identiteitsfactor voor de mens. Samen met taal en religie vormt voeding het dragende element van ieders identiteit, voor individuen, groepen van mensen en volkeren. Zo wordt vaak gezegd en geschreven.
Dat was al zo in de middeleeuwen; alleen moeten we goed onder ogen zien dat daar het collectieve godsbeeld, het collectieve denken, eten en spreken troef is. Dat collectieve krijgt voor mensen van onze tijd vaak enge, absurde en benauwende trekken.

–––––
Dick Van Niekerk werpt een blik in de kookpotten van bogomielen en katharen. Wat aten ze, of beter wat mochten ze eten en wat was absoluut verboden? Hoe zat het precies met hun vegetarisme? En wat dronken ze? Mochten ze wijn drinken?

De graven van Foix en het katharisme

Wanneer we stilstaan bij de kruistocht tegen de Albigenzen, bij het onrecht aangedaan aan de katharen, bij het lot van de zuiderse adel en bij het diplomatieke spel in de Languedoc van de 13de eeuw, dan kruisen we bijna altijd het pad van de graven van Foix. Het is de enige adellijke familie van
dergelijk hoog niveau die de weg van de katharen van nabij gevolgd heeft, maar tegelijk ook de enige die deze verschrikkelijke 13de eeuw heeft overleefd.
Meer nog, het grafelijk huis van Foix is uit die eeuw groter en machtiger dan ooit opgestaan. Bovendien zijn de twee symbolisch belangrijkste plaatsen van het katharisme in het graafschap Foix gelegen: Montségur in het Pays d’Olmes, symbool van verzet en absoluut geloof in het katharisme, en Montaillou, de plek waar de laatste katharen van de Sabarthès leefden, waar de bevolking collectief werd opgepakt door de Inquisitie en vervolgens en masse werd veroordeeld. Een overzicht van de betrokkenheid van de graven van Foix bij het katharisme...

–––––
Ondanks de vooraanstaande rol die de graven van Foix speelden in het verzet tegen de Franse bezetter, zijn ze met betrekkelijk weinig kleerscheuren uit het kathaarse avontuur gekomen. Dat ze niet alleen geduchte strijders maar ook grote diplomaten waren, heeft daar ongetwijfeld mee te maken. Maar hoe zat het met hun religieuze overtuiging? Van de Raimons van Toulouse en de Trencavels van Carcassonne weten we dat ze steeds katholiek zijn gebleven. Maar was dat ook zo voor de graven van Foix? Michel Gybels gaat na in hoeverre zij betrokken waren bij het katharisme en dat blijkt een heel ander verhaal te zijn.

Ketters en heksen

In deze bijdrage wordt nagegaan wat het verschil is tussen de ketters en de heksen, twee categorieën marginalen in de geschiedenis. Sedert wanneer duiken zij op? Sedert wanneer werden zij als een bedreiging ervaren door Kerk en Staat. Afwijkende religieuze overtuigingen en gedragingen leidden dikwijls tot marginalisering. Sinds de prilste geschiedenis van de Kerk bestonden er dissidente meningen en gedragingen terwijl zij al het mogelijke deed om de zuiverheid van de leer te bewaken en in stand te houden.
Wat werd de ketters en heksen precies verweten en hoe werden ze als gevaarlijke marginalen geëlimineerd? Bestonden er overeenkomsten tussen de twee groepen? Wat waren de verschillen tussen de twee soorten religieuze delinquenten in de Middeleeuwen en de Moderne Tijd? Is er ook een evolutie waar te nemen?

–––––
Objectief gezien zou je verwachten dat de Kerk heksen strenger zou aanpakken dan ketters. Heksen aanbaden immers de duivel, zij waren de handlangers van het Kwade. Maar uit deze bijdrage van Fernand Vanhemelryck blijkt het tegendeel. Ketters werden veel harder bestreden dan heksen. Prof. Vanhemelryck geeft daar ook een verklaring voor. Een heks was doorgaans een geïsoleerde marginale figuur in de dorpsgemeenschap, terwijl de ketters dikwijls beschikten over een goed geoliede organisatie met een eigen hiërarchie. Op die manier ondergroeven ze de kerkelijke structuren en waren ze veel gevaarlijker voor kerk en staat dan een arme heks in een of ander dorp.

De Spiegel van Aimengart - deel 2

Na een uur op de rug van het paard voelt Aimengart het zweet in grote druppels van haar rug druipen. Haar benen, aangedrukt tegen de romp van het paard onder de wollen kleren, zijn doornat van het zweet. Nochtans staat de zon nog niet op haar hoogste punt. In de drukkende stilte laat ze haar blik dwalen over de door de zomerse hitte uitgedroogde bleke grond. Het licht is zo intens dat ze moet vechten om haar oogleden niet neer te slaan en toe te geven aan het zachte wiegen van haar merrie.
Naast haar heeft haar vader geen woord gezegd sinds hun vertrek deze morgen. Aimengart durft nauwelijks opkijken, maar kan toch niet verhinderen dat zij van tijd tot tijd een snelle blik werpt op het onverstoorbaar gezicht van Isarn. De zomerzon verlicht zonder erbarmen zijn vermoeide trekken, de blankheid, hier en daar roodachtig, van zijn huid, die haar vroegere getaandheid helemaal kwijt is.

Aimengart vermoedt welk kwaad aan haar vader knaagt en zij heeft begrepen dat deze man, hoewel hij veel meer op zijn gemak is in een woordenwisseling dan zijn dochter, zijn fierheid niet kan laten varen en de twijfels die hem kwellen aan niemand zal bekennen.

Zijn hele leven lang heeft hij gepoogd een rechtschapen man te zijn, zijn familie en zij die zijn geloof delen te verdedigen. En dat is ook wat hij een jaar geleden getracht heeft te doen, toen hij zich onderwierp aan de koning van Frankrijk om niet alles te verliezen en zijn naastbestaanden in nood achter te laten. Maar Ransana, zijn echtgenote die al zover van hem verwijderd lijkt, deelt zijn mening niet. Hoewel ze er nooit een woord over gezegd heeft, voelt Isarn dat zij zijn gedrag beschouwt als verraad.

–––––
Het tweede deel van ‘De Spiegel van Aimengart’, een roman van Gwendoline Hancke..

En verder...

Editoriaal, info over de vijfde opendeurdag van het Studiecentrum Als Catars, Reistips.

Top

8ste jaargang – e-Magazine 29 – juni 2012

Bankiers, buit en belastingen van Montfort (Muret 2)


Oorlogvoeren kost geld, veel geld, en op kruistocht gaan naar vreemde gebieden nog meer. Denken we maar even aan Godfried van Bouillon die belangrijke bezittingen moest verkopen aan de vooravond van zijn kruistocht naar Palestina. Of aan Graaf Thibaud IV van Champagne die het massaproces van katharen en hun gelovigen te Mont-Aimé in 1239 gebruikte om met de opbrengst van zijn deel van de confiscaties enkele weken later naar het Heilig Land te vertrekken. Of de immer lege oorlogskas van Filips IV de Schone, die hij probeerde te vullen met het geld en de bezittingen van de joden en de tempeliers.
Het is niet anders voor Simon IV van Montfort in 1209. De te veroveren steden in de Languedoc zijn uitgestrekt en versterkt met grachten, palissades en stevige muren. Ze beschikken over grote financiële middelen en sterke milities en zijn bovendien gemotiveerd om hun verworven voorrechten te behouden. Om deze steden te kunnen innemen, waren machines, manschappen, huurlingen, tijd en bevoorrading nodig en bijgevolg grote financiële middelen. De belangrijkste geldschieters voor zijn peperdure kruistocht in Zuid-Frankrijk zijn Montfort zelf, want een arme graaf is hij allerminst, de nog rijkere familie Montmorency van zijn echtgenote Alix, twee bankiers uit Cahors, de tempeliers van Parijs, de gefortuneerde paus uit eigen zak en de roomse kerk als instituut.

–––––
Om succesvol oorlog te voeren volstaat militair en strategisch talent niet, er is ook geld voor nodig, veel geld. Bovendien verwachten geldschieters ook wederdiensten. Yves Van Buyten en Willy Vanderzeypen bekijken de financiële toestand van Montfort en zijn kruisleger.

De laatste heropleving van het katharisme

Gedurende de jaren 1318-1325 leidt de cisterciënzer bisschop Jacques Fournier, daartoe officieel aangesteld door de inquisiteur van Carcassonne, vanuit Pamiers de Inquisitie in de Sabarthès (Ariège). Door zijn minutieuze aanpak brengt hij gedetailleerd in kaart wat er nog overblijft van het katharisme, dat zo goed als uitgeroeid was door de meedogenloze strijd tijdens de Albigenzische kruistocht (1209-1218, de koninklijke kruistocht (1226-1229) en de daaropvolgende inquisitie.
Het inquisitieregister van Jacques Fournier, dat getuigenissen van katharen en hun sympathisanten over een periode van ruim 25 jaar omvat, werd door historicus Jean Duvernoy integraal uitgegeven in het Latijn in 1965, een Franse vertaling volgde in 19781. Dankzij dat levenswerk beschikken we niet alleen over een getrouwe reconstructie van de geschiedenis, maar kunnen we ons tegelijk een levendig beeld vormen van de maatschappelijke en sociale structuur van de middeleeuwse samenleving en de beleving
van de kathaarse leer..

–––––
De eerste jaren van de 14de eeuw kent het katharisme een ware heropleving in de hooggelegen gebieden van het graafschap Foix. Daarvoor zijn de gebroeders Autier en hun volgelingen in hoge mate verantwoordelijk. Maar de Inquisitie laat niet zomaar begaan. Michel Gybels beschrijft de laatste jaren van het katharisme in de Languedoc.

Domingo de Guzman y Aza en de orde van de predikbroeders

Toulouse en Bologna zijn al heel lang zustersteden. Maar er is tussen de Occitaanse en de Italiaanse stad nog een andere, minder in het oog springende band. Het was in Toulouse dat Dominicus in 1215 de religieuze gemeenschap stichtte die in 1217 de orde der predikbroeders zou worden. Een deel van
het huis waarin toen hij woonde staat er nog (Maison Seilhan - Place du Parlement). In 1221 overleed hij in Bologna en werd er begraven in de kerk van het dominicaner klooster dat hij zelf stichtte.
In 1215 heette de heilige Dominicus nog gewoon Domingo de Guzman y Aza. Hij werd geboren omstreeks 1170 in een familie die behoorde tot de kleine landadel van Caleruega, een afgelegen dorpje in de bovenvallei van de Douro in Oud-Castilië. Zijn moeder, Juana d'Aza, vreesde dat ze kinderloos zou blijven en was daarom op een dag gaan bidden bij het graf van Santo Domingo de Silos, niet ver daarvandaan, die in 1073 gestorven was. Ze werd verhoord en kreeg een zoon die ze, naar de aanroepen heilige, de naam ‘Domingo’ gaf. In het Latijn betekent Dominicus ‘behorend aan de Heer’, het is dus niet onmogelijk dat Juana haar kind al van bij de geboorte voorbestemde voor een religieus leven. Van een oom aan moeders kant, die aartspriester was, kreeg de jonge Domingo zijn eerste lessen.

–––––
Over Dominicus, de stichter van de dominicaner orde, doen nogal wat misverstanden de ronde. Zo wordt hij door sommigen verantwoordelijk geacht voor de Inquisitie, terwijl die instelling pas een hele tijd na zijn dood werd opgericht. Michel Roquebert bekijkt wat we echt weten over het leven van de heilige.

Broeder Stephanus Borbone van Belleville en zijn exempla over katharen

In een eerdere bijdrage hebben we kennisgemaakt met de predikende broeder en inquisiteur Stephanus Borbone van Belleville (Etienne de Bourbon). Na het afsluiten van zijn bewogen carrière stelde hij zijn geschriften op tussen 1250 en 1260 in zijn dominicaner klooster te Lyon. Voor het onderzoek zijn deze primaire bronnen erg interessant alhoewel ze lange tijd ongekend bleven. Dat veranderde door toedoen van Albert Lecoy de la Marche (1839-1897), paleograaf en conservator van het Nationale Archief te Parijs, die in 1877 een gedeelte van het Latijnse manuscript Tractatus de diversis materiis praedicabilibus van broeder Stephanus publiceerde.
–––––
Het het e-Magazine nr. 20 beschreef Willy Vanderzeypen het leven van inquisiteur Etienne de Bourbon. In een nieuwe bijdrage maken we kennis met zijn werk via een overzicht van de exempla (stichtende verhalen) die hij schreef over de katharen.

De katharismen in Italië

Lange tijd voorgesteld als een dualistische ketterij, ingevoerd vanuit het Oosten, wordt het katharisme dankzij het recent wetenschappelijk onderzoek inmiddels erkend als een van nature uit christelijke geloofsstrekking waarvan de wortels te situeren zijn binnen de spirituele en institutionele hervorming die doorheen de ganse westerse christenheid van de 11de en de 12de eeuw loopt. Het is zelfs mogelijk om de oorsprong van het katharisme in de tijd te laten teruglopen naar de theologische debatten uit de Karolingische periode van de 9e eeuw, wanneer de eerste disputen rond de betekenis van de sacramenten, en met name dan het doopsel en de eucharistie, zich manifesteren.
–––––
Het katharisme wordt nog te dikwijls gezien als een ketterse stroming uit Zuid-Frankrijk, terwijl het in werkelijkheid ook ver buiten de grenzen van de Languedoc voorkwam. Michel Gybels beschrijft diverse kathaarse kerken in Italië die, naast overeenkomsten, ook heel wat onderlinge verschillen vertoonden.

De Spiegel van Aimengart

Het is nog vroeg als Aimengart opstaat. De zon is nauwelijks opgekomen en het hele huis slaapt nog. Zij daalt geluidloos de trap af, nog in hemd, opent de deur en ademt met volle teugen de koude lucht in. De omliggende valleien liggen nog verborgen onder de ochtendnevel. Alleen de heuveltop van Fanjeaux – waar ze de nacht heeft doorgebracht – ontwaakt onder de streling van de eerste zonnestralen.
Aimengart klemt het spiegeltje in haar hand. De vorige dag, haar vertrek uit Queille en het afscheid van haar moeder lijken ver weg. Ransana, gewoonlijk zo afstandelijk, heeft haar lange tijd in haar armen gehouden, zonder één woord. En toen ze afdaalde naar de brug van de Touyre, op de rug van haar merrie, zag ze haar moeder haar met tranen in de ogen nakijken vanop de top van de heuvel.
Ze is vertrokken in het gezelschap van haar vader en Poma, haar toekomstige gezelschapsdame, een meisje van twaalf uit een verre verarmde tak van Ransana’s familie. Sinds de aankondiging van het huwelijk is de woede van Aimengart voor haar vader enigszins bekoeld, ze vindt dat hij er oud en fragiel begint uit te zien en de bleekheid van zijn gelaat en zijn voortdurende ademnood maken haar ongerust.
Tussen Queille en Mirepoix vult het beeld van de besneeuwde Pyreneeëntoppen onder de felblauwe hemel van haar kinderjaren de ogen van de jonge vrouw met tranen. De angst om haar geboortedorp nooit meer terug te zien weegt op haar.

–––––
Het derde deel van ‘De Spiegel van Aimengart’, een gloednieuwe roman van Gwendoline Hancke.

En verder...

Editoriaal, Montségurdag op de Gentse Feesten.

Top

8ste jaargang – e-Magazine 30 – augustus 2012

Katharen en mystiek, een onmogelijke relatie?


Eens, in lang vervlogen tijden, maakte ik in Carcassonne – of misschien wel in Rennes-les-Bains, dat weet ik niet meer zo precies – een colloquium over het katharisme mee. Eén van de sprekers, een dame uit het noorden, gaf in het kader van haar betoog, en passant, wat meer uitleg over de mystiek, zoals die bijvoorbeeld in de 13de en 14de eeuw door nogal wat vrome vrouwen – vooral in Duitse gebieden, specificeerde ze – werd beleefd. Ze beschreef, zo meen ik mij te herinneren, de geëxalteerde poëzie van het verlangen naar een totale vereniging met God op een licht spottende manier. Zo was ook de reactie van de zaal, spottend en zelfs enigszins verbijsterd. Hadden mensen dat echt kunnen geloven, dat ze met God een relatie konden hebben zoals een vrouw dat heeft met een man? Dat ze dat heftige verlangen en de vervulling ervan, zelfs op een even lichamelijke manier beleefden en ook zo probeerden te verwoorden? Ik, die op dat ogenblik toch al enkele gedichten van Hadewijch had gelezen, was verbijsterd over die verbijstering. Dat was wat mystiek wàs, wisten die mensen dat dan niet? En het had op z’n minst schitterende poëzie opgeleverd.
–––––
Als inleiding op de volgende bijdrage staat Mieke Felix even stil bij de mystiek en bij het verband (als dat al bestaat) tussen mystiek en katharisme.

Amor de Lonh, enkele bedenkingen omtrent mystiek en erotiek

Hoe we erop gekomen waren, weet ik niet meer, maar we hadden het over Teresa van Avila en haar mystieke ervaringen. “Toch wel heel erotisch,” zei ik al lachend tegen mijn vriendin en ik beschreef enkele details van het meesterwerk van Bernini, de houding van de heilige zelf, met gekromde rug, halfgesloten ogen, de mond licht geopend – en die engel dan, een engel die misschien zelfs helemaal geen engel is, maar een puber-versie van de aloude Amor – kijk naar zijn dubbelzinnige glimlachje en het onbetwistbare genot waarmee hij met zijn speer het lichaam van de heilige wil binnendringen – en waarom, o waarom, lijkt hij zo op Tadzio uit Death in Venice? Mijn vriendin was diep verontwaardigd, dat was allemaal de schuld van Bernini, zei ze, die viespeuk had de wondermooie en absoluut niét erotische tekst van Teresa bewust verkeerd begrepen, zeg maar verkracht. Ik moest die tekst maar eens lezen, dan zou ik het wel zien. Ik vond de beschrijving van de extase bij Simone De Beauvoir.
–––––
Een boeiende kijk op het verband tussen het verschijnen van de eerste grote mystici en het ontstaan van de troubadourslyriek in de twaalfde eeuw. Maar wie was er eerst?

Het interbellum van 1213 (Muret 3)

Na bijna vier jaar strijd verlangt paus Innocentius III naar vrede in de Languedoc. Zijn wens kunnen we duidelijk opmaken uit een lange brievenreeks die hij begint in januari 1213: Dankzij God en door de verdienste van het ontketenen van de oorlog heeft de zaak van het geloof voldoende succes in de wacht gesleept.
Op 15 januari vertrekken zijn eerste boodschappen vanuit Rome naar de Languedoc. Simon van Montfort, de militaire chef van deze kruistocht, mag volgens de paus zeker niet vergeten dat hij vazal is van de koning van Aragon, tenminste voor alle burggraafschappen die hij sinds 1209 op Trencavel heeft veroverd. De leenverplichtingen veranderen niet door het feit dat de bezitter wijzigt, aldus de paus. Zijn andere correspondent, de legaat Arnau Amalric, maant hij aan om zo snel mogelijk in de gehele Provence verdragen te sluiten om een solide en blijvende vrede te verzekeren. En daarbij zal Arnau rekening moeten houden met de wensen van de Aragonese vorst, Pere II.

–––––
Als het van Innocentius III had afgehangen, dan was de kruistocht in 1213 gestopt. Koning Pere II van Aragon ‘de katholieke’ drong daar sterk op aan en voor de paus volstond het behaalde resultaat. Maar dat was buiten zijn eigen vertegenwoordigers in de Languedoc en de aanvoerders van die kruistocht gerekend...

De slag bij Montgey (1211)

In de lente van 1211 wordt Lavaur belegerd door de kruisvaarders van Simon de Montfort. Lavaur ligt in de driehoek Toulouse - Albi - Castres en is een waar toevluchtsoord voor bons hommes en bonnes femmes die op de vlucht zijn. Ze worden er opgevangen door kasteelvrouwe Guirauda. Haar broer, Aimeri de Montréal, staat in voor de verdediging van de stad, samen met tachtig ridders-faidits.
Maar die kathaarse aanwezigheid is niet de enige reden voor het offensief van de kruisvaarders. Montfort heeft de burggraafschappen én de adellijke titels van Raimon-Roger Trencavel ingepalmd en richt nu zijn begerige blik op het graafschap Toulouse. Lavaur is een stad die op de wip ligt tussen die twee invloedssferen. Door deze belegering lijkt Montfort de deur naar Toulouse te willen inbeuken. In Toulouse, waar ze de bui zien hangen, wordt er tot actie overgegaan door beide partijen. Bisschop Fulco mobiliseert vijfduizend mannen van zijn ‘witte broederschap’ en trekt ermee naar Lavaur, nadat graaf Raimon VI tevergeefs getracht heeft ze tegen te houden. Ze zullen er steun bieden aan de Franse belegeraars.

–––––
Als ook de graaf van Foix zich in 1211 in de strijd tegen de Franse bezetter werpt, doet hij dat op een manier die nog lang nazindert: hij hakt een vijfduizendkoppige troepenversterking voor Simon de Montfort in de pan. Maar voor de katholieke kroniekschrijvers ging het helemaal niet om hulptroepen, het waren vreemdzame pelgrims die door de graaf vermoord werden. Michel Gybels en Marc Bogaerts reconstrueren deze merkwaardige gebeurtenis.

De ‘Kruistochten der Kinderen’ van 1212 herzien

Precies 800 jaar geleden zijn Fransen en Duitsers getuige van een ongewoon en spectaculair fenomeen waarover de eigentijdse en meestal van elkaar onafhankelijke bronnen ons vol verbazing berichten. In dorpen verzamelen zich in mei en juni 1212 groepen kinderen van beide geslachten. Ze verenigen zich en marcheren zoals een leger naar de Provence of Noord-Italië, tegen de wil van hun ouders en ook die van de kerkelijke en wereldlijke overheden. De kinderen staan onder leiding van twee jonge herders of
veehoeders die beweren dat ze hiervoor een mandaat van God hebben gekregen. Ze willen de Middellandse Zee oversteken en Jeruzalem op een spirituele en pacifistische wijze bevrijden wat de ‘klassieke kruisvaarders’ met de wapens niet meer lukt.
In Frankrijk is hun leider Stephanus (Etienne) van Cloyes en in Duitsland een zekere Nikolas van Keulen. Ondanks de tegenwerking van de roomse clerus, die deze chaotische projecten onmiddellijk afkeurt, worden de groepen tijdens hun tocht dikwijls goed ontvangen door de lekenbevolking van de steden. De groep van Nikolas kan de Alpen oversteken maar lost op in Noord-Italië wegens een gebrek aan middelen om de overvaart te financieren en wellicht ook door tegenkanting. De meeste kinderen keren verward en ontgoocheld terug naar huis of proberen in Lombardije te overleven. De Franse groep van Stephanus vergaat het niet veel beter. Heel wat bronnen hebben het over een deerniswekkend einde van de beweging, al zijn de auteurs het niet eens over de omstandigheden.

–––––
We hebben allemaal het verhaal over de kinderkruistochten wel eens gehoord, maar hoe zat dat nu weer precies in mekaar? Een eigenzinnige kijk op deze vreemde geschiedenis door Willy Vanderzeypen.

De familie Rabat en het katharisme

In de Sabarthès (bovenvallei van de Ariège) leefden er, vanaf de 12de tot de eerste decennia van de 14de eeuw, een aantal adellijke families die verwant waren met de grafelijke familie van Foix.
De bekendste onder hen zijn de families van Castelverdun, Arnave, Miglos, Lordat, Quié en Rabat. Ze waren allemaal, zonder uitzondering, nauw betrokken bij het katharisme, maar slechts enkele zijn in de bronnen voldoende gedocumenteerd om hun geschiedenis te kunnen reconstrueren.
Eén van de best gedocumenteerde families is die van Rabat, die we kunnen volgen van 1095 tot 1401 of ruim drie eeuwen, wat vrij uitzonderlijk is.

–––––
Het uitgebreide bronnenmateriaal over de kathaarse periode maakt het ook mogelijk de geschiedenis van bepaalde families te reconstrueren en zo hun betrokkenheid bij de belangrijke gebeurtenissen uit die tijd na te gaan. Michel Gybels bekijkt de geschiedenis van de familie Rabat.

De Spiegel van Aimengart

– Probeer toch een beetje te eten!
Aimengart bekijkt met walging de schotels die op tafel staan. Vooral de geur van vlees maar ook van sommige groenten vervullen haar met weerzin.
– Je ziet zo bleek, gaat Aélis verder. Je moet je krachten bewaren voor je kind.
– Mijn kind? Hoe kan jij dat nu weten, ik heb er nog met niemand over gesproken.
– Lieve dochter, ik heb drie zonen zien opgroeien en ik heb vijf kinderen in mijn schoot gedragen. Je ziet er al enkele weken vermoeid uit. En hoewel ik je de beste schotels laat voorzetten, bekijk je het voedsel met afkeer en soms eet je zelfs helemaal niets.
– Het is waar dat ik last heb van misselijkheid, van ’s morgens tot ’s avonds, alle dagen… en dat ik niet gebloed heb sinds twee manen. Maar ik verlang al zolang naar een kind dat ik bang was dat mijn ongesteldheid een andere oorzaak zou hebben.
– Maar nee, wees maar zeker, er is geen twijfel mogelijk en ik ben heel gelukkig dat dit huis binnenkort de geboorte zal meemaken van mijn eerste kleinkind, als deze zwangerschap tot het einde gaat…
Aélis staat op en drukt Aimengart tegen zich aan. Daarna zetten de drie vrouwen, schoonmoeder, schoondochter en Poma, hun maaltijd verder. Aimengart slaagt er niet in het vlees door te slikken en kauwt langzaam op een homp droog brood. Af en toe neemt ze een slok wijn die aangelengd is met water.
Sinds enkele weken heeft het leven van de vrouwen in het huis van de Mazerolles zijn gewone loop hernomen. De vrede van Narbonne heeft niet lang geduurd. Inquisiteur broeder Ferrer, die ook al de oorzaak was van de eerste ongeregeldheden, heeft zijn bezigheden hernomen - net als zijn knevelarijen. De inwoners van de Bourg kwamen opnieuw in opstand. De consuls vroegen hulp aan enkele ridders, onder het bevel van een andere belangrijke faidit¸ Olivier de Termes. Pèire de Mazerolles, even strijdlustig en rebels tegenover de Inquisitie als hij sinds zijn jeugd al was tegen de Franse bezetter, heeft geen moment geaarzeld. Zijn jongere broer Arnaut is hem deze keer gevolgd.

–––––
Het vierde deel van ‘De Spiegel van Aimengart’, een gloednieuwe roman van Gwendoline Hancke.

En verder...

Editoriaal, Reistips.

Top

8ste jaargang – e-Magazine 31 – oktober 2012

Over Jezus en zijn vrouw:
bedenkingen rond een spraakmakend papyrusfragment


Het leek spectaculair nieuws: “Jezus was getrouwd!” kopten de kranten en: “Had Dan Brown dan toch gelijk?” Dit alles naar aanleiding van een zeer serieuze presentatie van theologe Karen King op een wetenschappelijk congres. Zij toonde daar een stukje papyrus waarop Jezus (in het Koptisch) de woorden “Mijn vrouw...” in de mond worden gelegd. Let wel, de onderzoekster maakte meteen duidelijk dat dit absoluut geen historisch bewijs is voor de huwelijkse staat van Christus. “Wél,” preciseerde ze, “voor het bestaan van bepaalde christelijke groepen die er, nog in de 4de eeuw, van overtuigd waren dat dat het geval was.”
–––––
Even haalde dit bericht het wereldnieuws. Er was een papyrusfragment opgedoken met een spectaculaire boodschap, althans volgens de krantenkoppen. Mieke Felix zet een en ander in het juiste perspectief.

Van Muret tot Bouvines (Muret 4)

Het sneuvelen van koning Pere II van Aragon tijdens de slag van Muret in september 1213 was militair en politiek gezien een ongeluk, door niemand echt gewild. Koningen doodt men immers niet tijdens middeleeuwse veldslagen. Men probeert ze gevangen te nemen om daarna politieke eisen te kunnen stellen en een fortuin aan losgeld te vragen. Aan een lijk heeft men niets, integendeel, men kan er een martelaar van maken zoals de meeste Occitaanse troubadours inderdaad de dode koning zullen bezingen. En men kan er ook wraak mee uitlokken zoals nadien bij de ridders van Aragon. Toch is het zo dat het gerucht van Pere’s dood paniek veroorzaakte in de gelederen van de coalitie en op die manier bijdroeg tot de onverwachte overwinning van de kruisvaarders. Maar dat is analyse achteraf en zeker niet de enige oorzaak.
–––––
Was de dood van koning Pere II van Aragon in Muret een 'ongelukje'? Te lezen aan de reacties achteraf had geen van beide partijen er echt belang bij. Maar de gevolgen waren groot. Yves Van Buyten en Willy Vanderzeypen kaderen de gebeurtenis in zijn Europese context.

Katharen in de Catalaanse Pyreneeën

Een Catalaanse geschiedenis, geredigeerd in de 15de eeuw door een zekere Pere Tomic, maakt melding van de aanwezigheid van kathaarse dissidenten op het einde van de 11de eeuw in het graafschap Urgell, in Andorra en in de Cerdagne. Hoewel die geschiedenis vrij goed gekend is in
academische kringen in Catalonië, schijnt die bron evenwel niet echt gebruikt te zijn door historici die zich met ketterijen bezighouden.

–––––
Door het recent onderzoekswerk van enkele jonge Catalaanse historici, krijgen we een steeds duidelijker beeld van de toestand aan de overkant van de Pyreneeën, zo staat het nu ook vast dat het spreidingsgebied van het katharisme niet ophield aan de zuidgrens van het huidige Frankrijk. Een van de bronnen is de 15de eeuwse kroniek van Pere Tomic. Michel Gybels legt uit wie die Pere Tomic was en wat we uit zijn werk kunnen leren.

Het vonnissenboek van inquisiteur Bernard Gui

De handelingen van de geloofsinquisiteurs in de Languedoc tussen 1240 en 1330 hebben gezorgd voor een indrukwekkende documentatie betreffende de bestrijding van ketterij. We hebben het over hun talrijke registers waarvan een groot aantal nog steeds door ons kunnen worden geraadpleegd, ondanks het verlies tijdens de voorbije eeuwen. Sommige teksten komen uit de originele manuscripten, andere zijn het resultaat van later kopieerwerk zoals de enorme Collectie Doat in de Nationale Bibliotheek van Frankrijk te Parijs.
In dit documentaire fonds neemt het vonnissenboek van hoofdinquisiteur Bernard Gui een gewichtige plaats in door de inhoudelijke rijkheid, vele details en zorgvuldige opstelling. Dit register bevat 221 folios (36 x 25 cm), met 940 juridische beslissingen en 636 berechte personen, te vermeerderen met de volledige bevolking van een stad in Zuid-Frankrijk.

–––––
Willy Vanderzeypen bekijkt met ons een van de belangrijkste inquisitoriale bronnen uit de Languedoc: het vonnissenboek van Bernard Gui. Dat Bernard Gui zo'n bekende naam is heeft veel te maken met de manier waarop hij door Umberto Ecco wordt geportretteerd in diens roman ‘De Naam van de Roos’, al klopt het beeld in boek en film niet helemaal met de werkelijkheid...

Jean De Vienne

In het jaar van de Heer 1319, op de zaterdag na het feest van de heilige Laurentius [11 augustus] liet de Eerbiedwaardige Vader in Christus monseigneur Jacques – bij de gratie Gods bisschop van Pamiers, zetelend in zijn bisschoppelijke zetel en bijgestaan door broeder Gaillard de Pomiès, hem toegevoegd door monseigneur de inquisiteur van Carcassonne, en door de eerbiedwaardige en discrete persoon monseigneur Pierre du Verdier, aartsdiaken van Majorca – in zijn tegenwoordigheid voorleiden, Jean, naar hij verklaart, burger uit Vienne, die hij had gevangen gezet in zijn kerkers omwille van feiten die het voorwerp uitmaken van aanklachten waarvoor hij zeer verdacht was. Omdat hij tegen hem een onderzoek wou starten over deze feiten, schreef hij hem voor en gaf hij hem meerdere keren het bevel te zweren de hele en zuivere waarheid te zeggen over het voorwerp van dit onderzoek, zowel wat hemzelf betreft in hoedanigheid van gedaagde als over andere levenden of doden, in hoedanigheid van getuigen, hem daarbij een boek voorleggend dat de heilige Evangeliën van God bevatte.
Deze Jean zei en antwoordde dat hij op geen enkele wijze zou zweren, en dat hij het niet durfde, en bracht als reden het feit naar voren dat hij in het verleden was getroffen geworden door ‘le mal caduc’, waardoor hij ernstige letsels had opgelopen aan hoofd en armen, reden waarom hij de belofte had afgelegd nooit te zweren voor wat ook, zelfs niet om de waarheid te zeggen. Zodus wou hij niet zweren, alhoewel hiertoe meerdere keren verzocht.

–––––
Een nieuwe verklaring uit het inquisitieregister van Jacques Fournier. Ditmaal worden er twee waldenzen ondervraagd, Jean de Vienne (dit nummer) en zijn echtgenote Huguette (het volgende nummer). Ze weigeren beiden de eed af te leggen op het Evangelie en dat zal hen duur te staan komen. Raymond Doms vertaalde.

De Spiegel van Aimengart

Van bij de eerste keer dat Aimengart haar nieuwe schoonzus ziet, weet zij dat ze van haar niets te vrezen heeft. De jonge vrouw, nog bijna een kind ondanks haar veertien jaar, wekt bij haar eerder moederlijke gevoelens van bescherming op – en dat is blijkbaar ook zo voor Aélis. Ermessent is heel mooi. Arnaut heeft niet overdreven over haar uiterlijk. Ze is klein, bijna even klein als haar schoonmoeder, een fijn lichaam, ontluikende borstjes. Haar haar is blond zoals dat van Aimengart, maar in plaats van een zware gladde haardos wordt haar gelaat omrand door mooie natuurlijke krullen. Haar melkkleurige huid, bijna transparant, kleurt lichtjes als ze wordt aangesproken of aangekeken.
De zeer jonge echtgenote komt aan in het gezelschap van haar min en een sergeant van haar vader die onmiddellijk rechtsomkeer maakt. Arnaut probeert haar met zijn bekende hoffelijkheid op haar gemak te stellen maar, verlegen als ze is, durft ze zich nauwelijks te verwijderen van haar min. Pas na enkele dagen begint ze meer vertrouwen te krijgen in Aélis en Aimengart wiens gezelschap ze meer en meer opzoekt. Ze zegt nauwelijks een woord en lijkt evenveel angst te hebben voor haar man als voor haar schoonbroer.
Aimengart heeft haar sinds haar aankomst minstens tweemaal samen met haar min zien bidden in de kerk van Gaja. Ze is dus niet verrast als ze op de eerste zondag – de vrouwen zijn bij elkaar – de wens uitdrukt om te gaan mishoren in de veronderstelling dat haar schoonmoeder en schoonzus dat ook zullen doen. Maar Aélis maakt haar snel duidelijk, op een beleefde maar krachtige manier, dat niemand van de familie Mazerolles ooit een voet zet in de kerk en Ermessent dringt niet verder aan.
Vanaf dat ogenblik spreekt Aélis, alsof er niets aan de hand is, met Aimengart over de bons chrétiens en hun geloof in het bijzijn van Ermessent en werpt daarbij soms discreet een blik op haar nieuwe schoondochter. Die reageert aanvankelijk niet tot, de zondag daarop, haar nieuwsgierigheid het overneemt van haar schuchterheid: “Wie zijn die mensen waarover jullie spreken, wie zijn die bons chrétiens of bons hommes en bonnes femmes? Zijn het religieuzen? En waarom prediken ze dan niet in de kerk?

–––––
Het vijfde deel van ‘De Spiegel van Aimengart’, een gloednieuwe roman van Gwendoline Hancke.

En verder...

Cursief.

Top

8ste jaargang – e-Magazine 32 – december 2012

De Burchtenoorlog


15 augustus 1209. De abt van Cîteaux, Arnaud Amaury, legaat van paus Innocentius III, confisqueert in naam van de Heilige Stoel alle titels en bezittingen van Raimon-Roger Trencavel, burggraaf van Béziers, Carcassonne en Albi, heer van de Razès. De belegering van Carcassonne heeft precies twee weken geduurd. De burggraaf is zelf gaan onderhandelen met de aanvoerders van de kruistocht, maar tegen alle gebruiken in hebben zij hem gevangengenomen en onmiddellijk daarop de cité bezet. En dus kondigt de abt de inbeslagname af van de bezittingen van Trencavel, beschuldigd van medeplichtigheid aan ketterij, en stelt ze ter beschikking van de eerste katholieke heer die zich ertoe wil verbinden de ‘albigenzen’ te verjagen – ‘albigenzen’ was de benaming die in die tijd gebruikt werd voor de ketters uit de Languedoc die we vandaag meestal ‘katharen’ noemen.
–––––
Het is niet omdat Simon de Montfort door de pauselijke legaat wordt aangesteld als nieuwe burggraaf van Carcassonne, dat hij meteen ook heel zijn gebied onder controle heeft. De belangrijkste vazallen van Raymond-Roger Trencavel zien hun nieuwe leenheer niet echt zitten. Montfort zal dus zijn nieuwe gebieden eerst moeten veroveren. En liefst zo snel mogelijk. Michel Roquebert doet het relaas.

De geschiedenis van de heerlijkheid Mirepoix

De hedendaagse toerist die tijdens zijn reis door de Ariège de stad Mirepoix bezoekt, raakt in de eerste plaats gecharmeerd door de middeleeuwse stadskern met zijn prachtig bewaarde arcades en vakwerkhuizen en zijn beroemd Maison des Consuls, te situeren op en rond de place Maréchal Leclerc. Gebouwd op de rechteroever van de Hers, was Mirepoix in 1206 de plaats waar meer dan 600 katharen verzamelden voor een bijeenkomst van hun kerk en waar in 1209 Simon de Montfort het feodaal kasteel van de plaatselijke heren belegerde.
Na de rampzalige overstroming van 16 juni 1289, waarbij enkel het klooster, de kerk van de franciscanen en enkele huizen werden gespaard, werd de stad heropgebouwd waarbij ze haar unieke vorm kreeg. Vandaag is Mirepoix het mooiste voorbeeld van een middeleeuwse bastide in de regio. Bezienswaardig zijn verder nog de oude 14de eeuwse stadspoort Porte d’Aval en de indrukwekkende voormalige kathedraal Saint-Maurice met een koor van maar liefst 22 meter breedte. In de zomer worden in Mirepoix middeleeuwse festivals gehouden, wat de toeristische aantrekkingskracht zeker nog vergroot.

–––––
Michel Gybels vertelt in het kort de boeiende geschiedenis van deze heerlijkheid die een sleutelrol heeft gespeeld in de geschiedenis van het Occitaanse katharisme. Het zijn leden van de familie Mirepoix die, bij het begin van de 13de eeuw, het nabijgelegen castrum van Montségur heropbouwen waar ze gedurende bijna een halve eeuw bescherming zullen bieden aan heel wat bons hommes en bonnes femmes, terwijl de kruistochten tegen de albigenzen volop woeden. Vandaag is Mirepoix een van die magische plekken waar je je soms nog in de 13de eeuw waant.

Kathaarse vrouwen, een religieuze uitzondering

Tegen alle geldende regels in, zowel religieuze als niet-religieuze, hebben de kathaarse vrouwen - de bonnes femmes - een uiterst belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van het katharisme. Voor die rol hebben zij een zware prijs betaald, tientallen onder hen zijn gestorven op de brandstapel.
Zoals alle zogenaamde religies van het boek, draagt het christendom, misschien zelfs nog meer dan de andere, een duidelijke stempel van vrouwenhaat. Bij het negatieve imago van Eva, de moeder van ons allemaal, uit het boek Genesis en de patriarchale moraal van het hele Oude Testament, worden in het Nieuwe Testament nog een aantal macho-opmerkingen gevoegd van de apostel Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs (1Kor 11,2-16), met als gevolg een hele catalogus van antivrouwelijke argumenten afkomstig van de kerkvaders - Augustinus, Isidorus, Ambrosius en de anderen…

–––––
Volgens de kathaarse leer waren alle zielen gelijkwaardig en bestonden er alleen verschillen in de ‘stoffelijke omhulsels’, verschillen die dus totaal irrelevant waren, een bonne femme genoot dezelfde status als een bon homme. Anne Brenon wijst erop dat mede daardoor het succes kan worden verklaard van het katharisme in de Languedoc, door de belangrijke rol van de vrouwen werd het als het ware verankerd in het hart van de Occitaanse families.

Het Tractatus de Hereticis van Anselmus van Alessandria

Eerst en vooral moeten we noteren dat er in Perzië iemand leefde die Manes werd genoemd. Hij verkondigde: “Als God bestaat, waarvan komt dan het kwade, en als God niet bestaat waarvan komt dan het goede?” Hij beweerde dat er twee principes bestonden. Hij onderwees in de gebieden van Druguntië, Bulgarije en Philadelphia en de ketterij verspreidde er zich zodat er drie bisschoppen werden aangesteld: een in Druguntië, een andere in Bulgarije en nog een andere in Philadelphia.
Daarna kwamen de Grieken van Constantinopel, dat op drie dagmarsen van Bulgarije ligt, naar dat
land om er handel te drijven. Na hun terugkeer naar hun eigen land, toen ze talrijker werden, stelden ze
ook daar een bisschop aan die bisschop van de Grieken werd genoemd. Later kwamen de Fransen
naar Constantinopel met de bedoeling het land te onderwerpen en ze ontdekten daar die sekte. Toen ook zij in aantal toenamen, benoemden ze een bisschop die ze bisschop van de Latijnen noemden. Later volgden nog de Slaven, afkomstig uit het gebied dat Bosnië wordt genoemd, die naar Constantinopel kwamen om er handel te drijven. Na hun terugkeer in hun eigen land, predikten zij er
en toen ze in aantal toenamen, stelden zij er een bisschop aan die bisschop van Slavonië of Bosnië
wordt genoemd. Later keerden de Fransen, die naar Constantinopel waren gekomen, terug naar hun eigen land, waar ze predikten en, toen ze in aantal toenamen, stelden ze een bisschop voor Frankrijk
aan. Omdat de Fransen in Constantinopel met de ketterij werden besmet door de Bulgaren, noemt
men de ketters in heel Frankrijk Bulgaarse ketters.

–––––
Een eeuw na het verschijnen van de katharen in Lombardije, schreef de dominicaan en inquisiteur Anselmus van Alessandria een traktaat over hun herkomst en hun leer. Het maakt deel uit van een verzameling notities die voor een inquisiteur nuttig kunnen zijn bij de uitoefening van zijn ambt. Zo beschrijft hij het geloof en de geloofspraktijken van katharen en waldenzen, vermeldt hij de interne schisma’s tussen de kerken onderling en geeft hij een lijst met de leden van de ketterse hiërarchie. Michel Gybels en Marc Bogaerts vertaalden de delen van het werk die over de katharen handelen.

Huguette, echtgenote van Jean De Vienne

In het jaar van de Heer 1319, de donderdag op de vooravond van Sint-Laurentius (9 augustus), liet Eerwaarde Heer in Christus monseigneur Jacques,bij de gratie Gods bisschop van Pamiers, zetelend in het château des Allemans, bijgestaan door broeder Gaillard de Pomiès, die hem was toegevoegd door monseigneur de inquisiteur van Carcassonne, en monseigneur Pierre du Verdier, aartsdiaken van Majorca, in zijn tegenwoordigheid Huguette de la Côte,voorleiden, in het bisdom Lyon,volgens wat ze gelooft, vrouw van Jean Marinier, burger van Arles, die hij had laten gevangenzetten in zijn gevangenis omwille van bepaalde aanklachten die tegen haar waren ingebracht, waardoor zij zeer sterk verdacht was.
Wanneer zij in zijn tegenwoordigheid was gebracht en hij in verband met dit onderwerp een onderzoek wou uitvoeren, beval hij haar en schreef hij haar meerdere keren voor te zweren dat zij de volledige en zuivere waarheid zou zeggen over haarzelf als gedaagde en over de andere levenden of doden, als getuige, en reikte haar hierbij een boek aan dat de Evangeliën bevatte.
Huguette zei en antwoordde dat ze hoe dan ook niet zou zweren, en dat zij niet durfde te zweren, voorwendend het feit dat ze zwanger was, en dat ze, toen ze een vorige keer zwanger was en gezworen had, een miskraam had gekregen. Om die reden vreesde zij dat zij, indien ze zou zweren, hetzelfde zou meemaken. Zij zei dat een priester genaamd Jean, prior van Saint-Michel de l’Echelle in Arles, haar verboden had te zweren, reden waarom ze in geen geval wou zweren.

–––––
Opnieuw een verklaring uit het inquisitieregister van Jacques Fournier. In het vorige magazine bracht Raymond Doms de Nederlandse vertaling van de verklaring van de tonnenmaker Jean de Vienne, ditmaal is zijn echtgenote Huguette aan het woord.

De familie Castelverdun en haar betrokkenheid bij het katharisme

Met betrekking tot de zogenaamde ‘schat van Montségur’ en de grotten van de Sabarthès, lezen we in de inquisitieverslagen van broeder Ferrer, die de Inquisitie in Montségur leidde, de volgende interessante verklaring van Imbert de Salles, sergeant die meegestreden heeft tijdens de belegering van 1243-1244: “De parfait Mathieu heeft me verteld dat hijzelf en Pèire Bonnet, de diaken van de parfaits van Toulouse, op het moment dat zij de burcht verlieten met goud, zilver en een grote som geld, zij passeerden langs een plaats waar de mannen van Camon de wacht hielden die er voor zorgden dat zij een vrije aftocht hadden. Die parfaits begaven zich vervolgens naar een spoulga in de Sabarthès, die in bezit was van en verdedigd werd door Pons Arnaut van Castelverdun.”
Uit die verklaring kan worden afgeleid dat de adellijke familie van Castelverdun nauw betrokken was bij het katharisme en dat zij de katharen in het graafschap Foix heeft beschermd en gesteund. Meer dan interessant genoeg om die familie wat nader te belichten...

–––––
De historische bronnen bevatten gegevens over tientallen families, belangrijke en minder belangrijke, die zich met alle risico's vandien hebben ingezet voor de bescherming en het voortbestaan van de kathaarse religie. Michel Gybels vertelt hier de geschiedenis van de familie Castelverdun, een van de vele.

De Spiegel van Aimengart

Ze is zwanger. Sinds twee manen heeft ze niet meer gebloed en twee weken geleden is de misselijkheid teruggekomen. Haar borsten zijn zwaar en pijnlijk, er is geen enkele twijfel mogelijk over haar toestand. Toch heeft ze er nog met niemand over gesproken uit angst haar kind opnieuw te verliezen, en ook omdat ze dit wonder nog even voor haarzelf wil houden, haar kostbaarste geheim.
Met haar zesentwintig is ze al vrij oud voor een eerste bevalling en ze hoedt zich voor elke vermoeidheid of spanning. Ze had sinds lang elke hoop opgegeven om ooit nog zwanger te worden, en omdat ze ervan overtuigd was dat ze onvruchtbaar was had ze ook alle drankjes, baden en pommades stopgezet die Gailharda haar had aangeraden. Deze zwangerschap komt zo onverwacht dat het haar een echt mirakel lijkt, een boodschap van hoop in een verloren wereld.
Eind vorig jaar is Jean de Beaumont teruggekeerd naar Frankrijk en is Pèire, zonder een woord te reppen over wat hij intussen had uitgevoerd, weer naar huis gekomen. De koninklijke kamerheer heeft, alvorens de Languedoc te verlaten, zich niet beperkt tot het opnieuw verjagen van burggraaf Trencavel. Omdat de inwoners zich niet wilden onderwerpen heeft hij Montréal vernietigd, vervolgens heeft hij zich tegen Montolieu gekeerd om zich te wreken voor de plundering van het benedictijner klooster. Daarna heeft hij de vluchtende troepen achtervolgd. De repressie was wreed, heel wat strijders werden geëxecuteerd of gevangengezet. En talrijk waren de adellijke rebellen die zich onderwierpen aan het koninklijk gezag om tenminste hun gebied te redden. Onder hen onder meer Géraut de Niort en zijn broers, uit het land van Sault en van Laurac, en Olivier de Termes, die nog met Pèire de Mazerolles hadden gestreden in Narbonne. Maar de heer van Gaja hoort daar niet bij en zal er nooit bijhoren. Hij kiest voor een onzeker bestaan, met het risico alles te verliezen, met inbegrip van zijn leven, eerder dan zijn eer te verraden. Aimengart weet dat de val van haar man ook de hare zal zijn, maar ze weigert voortaan onder ogen te zien wat hen zou kunnen overkomen en zij engageert zich meer dan ooit in de clandestiene kerk.

–––––
Het zesde deel van ‘De Spiegel van Aimengart’, een gloednieuwe roman van Gwendoline Hancke.

En verder...

Cursief.

Top

februari | april | juni | augustus | oktober | december

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017