Elektronische nieuwsbrief -  Jaargang 2009 - Inhoud

eMagazines

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017

april | september | december

Tientallen pagina's onuitgegeven materiaal, studies, vertalingen, recensies, reportages, dat is wat je mag verwachten van dit e-Magazine in PDF-formaat. Om het te ontvangen (tweemaandelijks) moet je lid worden van het Studiecentrum Als Catars.
Gratis proefnummer? Stuur een mailtje naar e-magazine@katharen.be

5de jaargang – e-Magazine 13 – april 2009

Van vervolgden tot inquisiteurs


Wie zich verdiept in de geschiedenis van de katharen en het katharisme, gaat zich onvermijdelijk afvragen hoe het mogelijk is dat christenen, die zelf in de Romeinse tijd levend werden verbrand, later medechristenen vervolgden en massaal op de brandstapel ter dood brachten. Wanneer en hoe is het onderscheid tussen ‘ware’ gelovigen en ketters ontstaan?
–––––
Ankie Nolen bekijkt de evolutie van de rooms-katholieke kerk, van de eerste christenen, zelf het slachtoffer van vervolging, tot en met de oprichting van de Inquisitie met de ‘vervolgden’ voortaan in de rol van ‘vervolgers’.

De albigenzische kruistocht

Dit jaar is het 800 jaar geleden dat de kruistocht tegen de Albigenzen werd ontketend die het politieke en maatschappelijke landschap van die tijd ingrijpend heeft hertekend. Het belangrijkste en meest ingrijpende feit was de onherroepelijke annexatie van de Languedoc bij het Franse kroondomein.
–––––
In de Languedoc wordt dit jaar op grote schaal de kruistocht tegen de Albigenzen herdacht, precies 800 jaar geleden. Maar wat gebeurde er precies in het jaar 1209? Michel Gybels bekijkt de aanzet en de start van de kruistocht die met het bloedbad van Béziers meteen de toon zette voor wat zou volgen.

De kathaarse versie van de legende ‘Barlaam en Josaphat’

Op minstens drie punten staan de nauwe relaties tussen bogomielen en katharen onomstotelijk vast. De katharen ontlenen hun scheppingsmythe, ‘Het Geheime Avondmaal’, ook wel de ‘Interrogatio Johannis’ genoemd, aan de bogomielen. Vast staat ook dat de katharen tijdens het concilie van Saint Félix en Lauragais in 1167 op advies van de bogomielse bisschop Nicetas de federale organisatiestructuur van de bogomielse kerken hebben overgenomen. Het derde element van innige verwantschap vormt het inwijdingsritueel van de katharen, het consolamentum (bogomielse term: teleiosis), dat vrijwel identiek is aan dat van de bogomielen.
Maar er zijn meer raakvlakken. In dit artikel richten we ons op de Occitaanse versie van de beroemde middeleeuwse legende ‘Barlaam en Josaphat’ als verbindend element tussen bogomilisme en katharisme.

–––––
Vormt ook de Occitaanse versie van de middeleeuwse legende ‘Barlaam en Josaphat’ een verbindend element tussen bogomielen en katharen? Een verrassende bijdrage van Dick Van Niekerk.

Een ‘schoen exempel’

De dominicanen. De gehate dominicanen volgens sommigen. Maar dat geldt voor deze die via de paus de taak van inquisiteur opgedragen kregen...
Er waren ook andere dominicanen dan die inquisiteurs uit de 13de eeuw, Thomas van Cantimpré was er één van. Een goede Belg avant la lettre. Hij was geboren even boven de taalgrens en studeerde eerst in het Frans. Hij noteerde heel wat anecdoten, exempla, visioenen, mirakels en bracht deze samen in zijn ‘Bonum universale de apibus’, m.a.w. “Het algemeen goed van de bijen”. Maar hij deed het in het Engels van zijn tijd, nl. het Latijn.

–––––
Raymond Doms laat ons kennismaken met een middeleeuwse reporter avant-la-lettre: de dominicaan Thomas van Cantimpré. Enige kennis van het Middelnederlands is aanbevolen maar als het toch niet lukt bezorgen we je graag een moderne vertaling.
Het artikel wordt afgesloten met de opdracht van paus Innocentius III (in zijn geheel eigen stijl) aan zijn legaat Raoul de Fontfroide om apostolische predikers aan te stellen in de Languedoc.

Nieuwe katharen: van toeschrijving naar toe-eigening

In de afgelopen decennia is er in het departement Ariège in het zuiden van Frankrijk, niet ver van de grens met Andorra en Spanje, sprake van een continu stijgende stroom van bezoekers. Met name Nederlandse toeristen komen, in hun altijd stemmige kledij, graag naar de ‘Midi’. Ze laten zich niet alleen tot een bezoek verleiden door de nabijheid van de Middellandse Zee, maar ook om eens behaaglijk te griezelen om de bloedige en heroïsche geschiedenis van de katharen. Wie deelneemt aan een excursie door de grotten van Lombrives, verneemt hun gruwelijk lot. De beulen van de Inquisitie hebben immers in de 14de eeuw reusachtige rotsblokken voor de ingang van het laatste toevluchtsoord van de katharen gerold om zo de opgelegde straf van de inmetseling te voltrekken en aldus de ketters onder het stof van de geschiedenis te bedelven.
Helaas, dames en heren, of misschien wel juist gelukkig: deze huiveringwekkende geschiedenis ontbeert de basis van historische feitelijkheid. De hartstochtelijke patriot en historicus Napoléon Peyrat heeft haar overgeleverd in zijn in 1870 verschenen ‘Histoire des Albigeois’. Aan zijn weergave van de gebeurtenissen ligt een interpretatiefout ten grondslag. Wanneer in de inquisitieakten sprake is van ‘immuratio’, wordt daarmee geen inmetseling bedoeld. Murus is kerker, immuratio is de kerkerstraf, intussen ook geen milde straf.

–––––
Een indringend overzicht van de recuperatie van het kathaarse gedachtegoed tijdens de 19de en 20ste eeuw, voor doeleinden die niet allemaal even zuiver op de graat waren.
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Kerkgeschiedenis en Geschiedenis van het Christendom aan de Faculteit der Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen op donderdag 19 maart 2009 door dr Daniela Müller.

Het zaaisel van de kruistocht

Terwijl huurlingen Occitanië plunderden wendde graaf Raimon V van Toulouse zich naar anderen om hulp tegen zijn nieuwe vijanden. Hij koos ervoor een beroep te doen op de Kerk en om haar in de arena te trekken, schreeuwde hij ‘ketterij’. Zijn meest memorabele bijdrage tot de geschiedenis van Occitanië nam uiteindelijk de vorm aan van een heilige oorlog in de schoot zelf van de christenheid.
In 1177, bij het prille begin van de lange oorlog die hij ontketende door tijdelijk Ermengarda te verjagen uit de stad Narbonne, liet Raimon een brief brengen naar Alexander, abt van het klooster van Cîteaux, in Bourgondië. De scherpe toon die hij aansloeg en de bijbelse taferelen die hij borstelde hadden als doel de angst van een gekwetst geloof te vertolken.

–––––
Narbonne is een aantrekkelijke stad waar het goed toeven is. Het is ook verrassend voor de toeristen uit de Nederlanden in het parkje dat grenst aan de kathedraal twee gedichten op de grond te vinden: één in het Fries en één in het Nederlands. De stad heeft ook een interessant verleden. De Amerikaanse historicus Fredric L. Cheyette wijdde er een boek aan: ‘Ermengard of Narbonne and the world of the Troubadours’. Ter kennismaking vertaalde Raymond Doms een hoofdstuk in het Nederlands.

En verder...

Editoriaal, info over de opendeurdag van het Studiecentrum Als Catars, ‘Les chevaliers cathares’, een chanson van Francis Cabrel, een boekbespreking, enz.

Top

5de jaargang – e-Magazine 14 – september 2009

De exodus van de Occitaanse katharen naar Italië en de schat van Montségur


Ondanks de vele oorlogsbrandstapels van de voorbije kruistochten is het Occitaanse katharisme in 1229 minstens even levenskrachtig als dat in 1208. Na twintig jaar oorlog is het aantal bons hommes en bonnes femmes amper gedaald en volgens de meeste inschattingen zelfs gestegen. Dat blijkt onder meer uit de stichting van een vijfde kathaars bisdom in 1226, dat van de Razès of het land rond Limoux en de bovenvallei van de Aude. Gedurende deze periode van reconquista slagen de katharen erin om vele novicen te wijden. Zij kunnen hun religieuze verbintenis met het volk krachtig en openlijk hernemen. De geloofwaardigheid van hun heilsysteem is nog toegenomen door de vasthoudendheid van hun martelaars en het onophoudelijk dienstbetoon van de katharen aan hun gelovigen tijdens de oorlog. De solidariteit is gegroeid. De resultaten van de militaire operaties op religieus vlak zijn dus al bij al nihil. Het wereldlijke zwaard ketst af op het onzichtbare pantser van spirituele volharding en volkse solidariteit.
–––––
De belangrijkste vluchtroute van de bons hommes en de bonnes femmes liep van de Languedoc naar Italië. Maar waarom precies Italië en hoe zat het met de praktische organisatie? Willy Vanderzeypen bekijkt de zaak.

De site van Cabaret-Lastours, een archeologische stand van zaken

In het kader van de Zomeruniversiteit van Lastours organiseerde de culturele vereniging ‘Amicale Laïque de Carcassonne’ tijdens de maanden juli en augustus, in samenwerking met de Universiteit van Perpignan, een reeks lezingen in het onthaalpaviljoen van de historische site van Cabaret-Lastours in de Aude.
Op woensdag 22 juli jl. was het de beurt aan archeologe Marie-Elise Gardel die een stand van zaken gaf over de archeologische prospectie van de site van Cabaret, reeds meer dan 30 jaar haar levenswerk.

–––––
Het archeologisch onderzoek op de middeleeuwse site van Cabaret, waar door Marie-Elise Gardel onder meer het castrum van Cabaret werd opgegraven, heeft ons beeld van die site grondig gewijzigd. Bovendien is Cabaret meer dan ooit uitgegroeid tot een belangrijk referentiepunt bij andere opgravingen in de regio. Michel Gybels bekijkt met ons de stand van zaken.

Hugh Eteriano en zijn geschrift tegen de patarenen

Op minstens drie punten staan de nauwe relaties tussen bogomielen en katharen onomstotelijk vast. De katharen ontlenen hun scheppingsmythe, ‘Het Geheime Avondmaal’, ook wel de ‘Interrogatio Johannis’ genoemd, aan de bogomielen. Vast staat ook dat de katharen tijdens het concilie van Saint-Félix-en-Lauragais in 1167 op advies van de bogomielse bisschop Nicetas de federale organisatiestructuur van de bogomielse kerken hebben overgenomen. Het derde element van innige verwantschap vormt het inwijdingsritueel van de katharen, het consolamentum (bogomielse term: teleiosis), dat vrijwel identiek is aan dat van de bogomielen.
Maar er zijn meer raakvlakken. In dit artikel richten we ons op het curieuze geschrift ‘Contra Patarenos’  – geschreven tussen 1165en 1180 – van Hugo Eteriano, een theoloog van naam uit het Italiaanse Pisa die door keizer Manuel Comnenus naar Byzantium was gehaald om hem te adviseren over de relaties met de westelijke kerk.
Het geschrift is in de actualiteit gekomen omdat Professor Bernard Hamilton, en zijn vrouw Janet en dochter Sarah, het onlangs uitvoerig geannoteerd opnieuw hebben uitgegeven. In zijn brede inleiding
geeft Hamilton het meest actuele beeld van de stand van zaken bij de studie van het bogomilisme.

–––––
Op het einde van de twaalfde eeuw schreef Hugo Eteriano zijn ‘Contra Patarenos’, een geschrift dat gericht was tegen een gemeenschap van ketters in Constantinopel. Maar wie waren zij precies? Waren het bogomielen of katharen? Een bijdrage van Dick Van Niekerk.

Du côté de Nogent...

Het moet een flard uit een Frans chanson zijn die mij bijgebleven is en het heeft weinig belang of het nu Nogent-sur-Seine, Nogent-sur-Marne of Nogent-sur-Oise is, de namen van de drie plaatsen klinken als muziek.
En er is Guibert de Nogent, ons minder bekend ondanks het feit dat, als we Jeroen Deploige geloven, een taalgenote van ons het beste werk over hem geschreven heeft, nl. Trudy Lemmers. Het beste werk van Guibert zelf, althans voor ons, staat bekend onder verscheidene namen: ‘Monodiae’, wat zoveel betekent als ‘Gezangen voor één stem’, ‘sive Historia sua’ omdat dit de eerste autobiografie is uit de middeleeuwen. Guibert schreef ze omstreeks 1115 toen hij abt was van het benediktijner Mariaklooster in het Noord-Franse Nogent-sous-Coucy (!). Het boek verdient gelezen te worden - een vertaling in het Nederlands is mij niet bekend - om een beeld te hebben van de omstandigheden waarin de Kerk werkzaam was in de wereld, meer precies in Laon.

–––––
Raymond Doms brengt ons een vreemd ooggetuigenverslag van duistere rituelen en seksuele uitspattingen. Niet meteen een verhaal dat je van een middeleeuwse monnik zou verwachten. Maar als het was om de ketters in een slecht daglicht te stellen, was er veel mogelijk...

Dissidente kerken in de Balkan

In 1988 maakte ik voor het eerst een lange reis doorheen het toenmalige Joegoslavië, waarbij ik na een bezoek aan de toeristische toppers zoals Dubrovnik, Trogir, Split en de eilanden aan de Adriatische kust, al vlug besloot het meer authentieke binnenland van Bosnië, Herzegovina, Kosovo en Montenegro op te zoeken.
Ruim twee jaar vooraleer de lont het kruitvat, dat de Balkan was, in vuur en vlam zette, was er reeds een latente onderhuidse spanning aanwezig tussen de diverse etnische groepen en religieuze entiteiten van Serviërs, Kroaten, Bosniërs, Kosovaren en Montenegrijnen. In dat onderling sterk verdeelde Joegoslavië leefden zowel katholieken, Grieks-orthodoxen als moslims samen, wat twee jaar na mijn reis uitmondde in één van de bloedigste militaire conflicten in Europa uit het laatste decennium van de 20ste eeuw.

–––––
Een lang artikel van Michel Gybels over de ‘andere katharen’ uit de Balkan: de bogomielen. Hij bekijkt de structuur van de belangrijkste bogomielse gemeenschappen, hun relatie onderling en hun verhouding t.o.v. de westerse katharen.

Bij de oorsprong van de kathaarse ketterij

Hoe is het katharisme ontstaan? Al te veel werd het vereenzelvigd met de 12de eeuw en beperkt tot het Zuiden van Frankrijk. Het kathaarse geloof vertoont in werkelijkheid veel oudere wortels, met vertakkingen die gaan tot aan de grenzen van Europa.
Het woord ‘ketterij’ (haeresis) betekent ‘keuze’: de keuze om niet aan te sluiten bij het dogma van de Kerk. Het woord is nochtans nooit gebruikt door de ketters, het hoort toe aan de Kerk die het gebruikt om aan te duiden wat zij ervaart als een religieuze afwijking. De kathaarse en andere ketters definiëren zichzelf op een positieve manier, zo noemen de katharen zichzelf ‘goede christenen’, expliciet tegengesteld aan de roomse kerk. Vermits de ketterij in essentie bijna uitsluitend gekend is via haar tegenstanders en vervolgers, wordt onze kennis van de afwijkende leerstellingen bijna uitsluitend bepaald door die tegenstanders en vervolgers. De houding van de Kerk, min of meer offensief naargelang de periode, bepaalt van nabij onze kennis van de afwijkende stellingen en stelt de historicus voor een zwaar probleem van interpretatie van de bewaarde bronnen.

–––––
Het probleem van de bronnen bij de studie van het katharisme is bekend. Het overgrote deel van die bronnen is afkomstig van tegenstanders die er alle belang bij hadden het katharisme in een slecht daglicht te stellen en daarbij vooral oog hadden voor de ‘afwijkende leerstellingen’, terwijl er best ook heel wat overeenkomsten met de ‘rechtgelovigheid’ waren. Historicus Julien Roche probeert daar doorheen te kijken bij zijn zoektocht naar de echte oorsprong van het katharisme. Raymond Doms vertaalde.

De sociale en religieuze rol van vrouwen in de middeleeuwse dissidente gemeenschappen: bogomielen, katharen en lollarden

Vermeldingen van middeleeuwse vrouwen die binnen een geloofsgemeenschap een religieuze functie autonoom konden opnemen, vinden we voor het eerst bij de bogomielen uit de Balkan. Vanaf de 10de eeuw kende deze ketterse beweging een grote belangstelling bij het gewone volk in het Bulgaarse rijk. Binnen hun rangen is er voor het eerst sprake van religieus gerichte vrouwen die de leer in de volkstaal prediken en de boodschap van het Nieuwe Testament in hun geloofsgemeenschappen verspreiden. Dit was een nooit eerder gezien fenomeen in de middeleeuwse Europese maatschappij. Het prediken door vrouwen druiste immers regelrecht in tegen de gangbare praktijken van de rechtgelovigheid.
–––––
Michel Gybels publiceerde al eerder over de rol van de vrouwen in het katharisme. In dit artikel komen ook andere dissidente religies, zoals de bogomielen en de lollarden, aan bod.

En verder...

Brief van de voorzitter, Editoriaal, informatie over het 7de Internationaal Colloquium, nieuwe uitgaven,  diverse berichten en mededelingen.

Top

5de jaargang – e-Magazine 15 – december 2009

De gemeenschap van kathaarse gelovigen te Arques


Rond 1300 verhuizen meerdere kathaarse gelovigen en symphatisanten vanuit het bergland van de Sabarthès in de Ariège naar de lager gelegen vallei van Arques. Het klimaat is er beduidend beter en er is meer werk. Op dat ogenblik is de Inquisitie van Carcassonne er minder of zelfs niet actief. Bovendien functioneren de weiden in de vallei van Arques sinds mensenheugenis als winterweiden voor de schapen van families uit het nabije hooggebergte. De immigranten zijn dus zeker niet onbekend in Arques en zij worden door de andere dorpelingen en de baljuw goed ontvangen.
–––––
Het Inquisitieregister van Jacques Fournier is een onuitputtelijke bron van informatie over het middeleeuwse dorpsleven in de Languedoc tijdens de ‘ketterse’ periode. Denk maar aan Montaillou. Willy Vanderzeypen neemt hier de kleine dorpskern van Arques onder de loep.

De houding van koning Jaume I van Aragon en graaf Nunyo Sanchez van Roussillon bij het kathaarse conflict

Het gebied van de Roussillon en de grensgebieden van het oude Occitanië met Catalunya, met name de Alt Pallars en Cerdanya worden nog maar al te dikwijls ofwel genegeerd ofwel stiefmoederlijk behandeld wat de studie van het katharisme betreft.
Recente studies van de Catalaanse historicus Carles Gascon Chopo werpen nochtans een ander licht op de verspreiding van het katharisme in deze regio’s.

–––––
Stilaan komt het historisch onderzoek naar het katharisme in de bergachtige Catalaanse gebieden in Noord-Spanje op kruissnelheid. Dat de leer van de bonnes hommes niet stopte aan de grens met Aragon is inmiddels duidelijk. Michel Gybels belicht een en ander.

Ketterjacht of theologisch debat? Atrecht in 1025: zware repressie?

De bijdrage van Michel Gybels over het manuscript van Atrecht besluit op een voor mij verrassende wijze: “… het manuscript [nr.] 1067 uit de Stedelijke bibliotheek van Arras bewijst overduidelijk de opkomst en de aanwezigheid van pre-kathaarse bewegingen in het noorden van Frankrijk dat destijds deel uitmaakte van Vlaanderen. Dat de katholieke clerus zeer bevreesd was voor de expansie ervan blijkt overduidelijk uit dit unieke document. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bisschop Gerardus I van Cambrai (1013-1048) reeds in 1025 een heksenjacht ontketende op de ketters in Arras, wat leidde tot zware repressie, waarbij slechts een handvol bougres zich bekeerden tot het katholicisme.”
Zijn dit de feiten zoals ze uit de documenten naar voren komen? Het document draagt de titel ‘Synodis Atrebatensis’. Het werk werd door d’Achery e.a. gepubliceerd in het ‘Spicilegium’ en het is zo uitgebreid dat niemand er ooit een volledige vertaling van gepubliceerd heeft.

–––––
Raymond Doms komt terug op een artikel uit het e-Magazine nummer 10 over de repressie tegen de ketters in Arras bij het begin van de 11de eeuw en stelt zich daar, aan de hand van de bronnen, enkele vragen bij.

De familie Lordat, belangrijke vazallen van het huis van Foix

Op een hoogte van meer dan 800 meter, op de rechteroever van de Ariège en gesitueerd tussen Tarascon-sur-Ariège en Ax-les-Thermes, bevindt zich het dorp Luzenac dat doorsneden wordt door de N20, belangrijke verbindingsweg naar Andorra en Spanje.
Hoog boven Luzenac ontwaar je vanaf de N20 de ruïnes van een middeleeuwse burcht. Het zijn de nog altijd imposante resten van het kasteel van Lordat, destijds toebehorend aan de gelijknamige familie, belangrijke vazallen van het huis van Foix. In tegenstelling tot de vele andere burchten in de streek is Lordat door zijn strategische ligging en het sterke verzet van zijn verdedigers nooit belegerd en dus ook nooit ingenomen door het kruisleger van Simon de Montfort.

–––––
Lordat is een van die burchten in de Ariègevallei die de gehaaste toerist meestal links laat liggen. Ten onrechte, de burcht is een bezoek meer dan waard. Bovendien werd ze in de middeleeuwen bewoond door een familie die een belangrijke rol speelde in het verzet. Michel Gybels ging voor ons op bezoek.

De humiliaten

Nergens anders in West-Europa krijgen de idealen van de gregoriaanse hervorming van de 11de eeuw zoveel aandacht als in Noord-Italië. Wanneer het kerkelijk instituut van Rome een aantal daarvan rond 1120 van zich afgooit, en resoluut kiest voor de macht en rijkdom in een theocratisch georganiseerde maatschappij, blijft de behoefte naar het evangelische en apostolische intens verder leven bij de stedelijke lekenbevolking. Dat wordt nog aangewakkerd door de boeteprediking van rondreizende eremieten en van hervormers zoals Arnoldus van Brescia, en tevens de bewondering van het volk voor de nieuwe cisterciënzers van Bernardus van Clairvaux, die zich regelmatig in Italië laat zien.
–––––
Het trotse en steeds rumoerige Milaan speelt lange tijd een hoofdrol in die lekenbeweging. Tijdens de 12de eeuw zullen in de rijke handelsstad vanuit een nimmer afnemende volkse spiritualiteit voortdurend nieuwe initiatieven ontstaan, waaronder de eerste Italiaanse kathaarse gemeenschap rond 1150. Ongeveer gelijktijdig of kort nadien verschijnt een nieuwe groep die men de ‘humiliaten’ zal noemen. De kritische historiografie van deze ‘ordo humiliatorum’ is op dit ogenblik nog in een beginfase. Willy Vanderzeypen geeft een korte stand van zaken en enkele persoonlijke stellingen of beschouwingen.

Literaire reflecties van het katharisme in de middeleeuwse poëzie

Het is in de 12de eeuw dat de hoofse liefde werd geboren, bezongen en gereciteerd door de dichters-troubadours uit de Languedoc. Vanaf het midden van de 19de eeuw ontstaat er een occulte mythe die, niettegenstaande ze op niets concreets is gegrondvest, toch hardnekkig is blijven voortleven tot een eind in de 20ste eeuw en die voeding heeft gegeven aan devovertuiging van sommigen als zou de liefdespoëzie van de troubadours in een soort codevorm geschreven zijn en niet meer of minder dan het geloof, de hoop en de religieuze en politieke programma’s van de katharen vertolken. Wat is hiervan waar? Een analyse.
–––––
Waren de troubadours katharen die hun poëzie in codetaal schreven? Het lijkt ver gezocht maar toch hebben sommige historici in het verleden deze stelling verdedigd. Michel Gybels zet de puntjes op de i.

Silvester en de Schenking van Constantijn,
de mening hierover van de katharen, de waldenzen en Dante


Tijdens een bezoek aan de dom van Keulen kan men in het koor de standbeelden ontdekken van paus Silvester I en zijn tijdgenoot keizer Constantijn de Grote. Ze werden er geplaatst in 1049 ter gelegenheid van het bezoek van paus Leo IX en keizer Hendrik III. De standbeelden zijn zo een symbool voor de christelijke eenheid, voorgesteld door de twee universele machten.
De Silvesterlegende waarnaar deze beelden verwijzen, werd bedacht in de vijfde eeuw om de nieuwe rol van de paus op te schroeven door de historische belangrijkheid van de schenkende keizer Constantijn. Gedurende de middeleeuwen beriepen de pausen zich onophoudelijk op deze overdracht om hun aanspraken tegen de keizerlijke macht wettelijke kracht bij te zetten.

–––––
Deze ‘Constitutum of Donatio Constantini’ heeft eeuwenlang geleid tot gepassioneerde discussies waaraan ook de katharen en waldenzen actief deelnamen. Willy Vanderzeypen en Yves Van Buyten kijken wat die ervan dachten. Zij beginnen echter hun onderzoek bij ‘de opperste dichter’ van het Italiaanse volk die er ook zijn zegje over heeft.

De dood van Raimon Roger Trencavel, burggraaf van Carcassonne

Op 10 november 2009 was het exact 800 jaar geleden dat Raimon-Roger Trencavel, burggraaf van Carcassonne, dood in zijn cel werd aangetroffen in de kerker van Carcassonne.
In het Pays Cathare werd de dood van de burggraaf op 10 november jl. passend herdacht met een grote culturele manifestatie waaraan tal van scholen en culturele instellingen alsook verscheidene auteurs, dichters en zangers meewerkten. Initiatiefnemers waren de verenigingen ‘Compagnons de Paratge’ en ‘Cirdoc’, organisaties die niet alleen de geschiedenis van de streek maar ook de rijke Occitaanse taal en cultuur levend willen houden.

–––––
Na het bloedbad van Béziers en de val van Carcassonne in 1209 was Raimon Roger Trencavel het eerste belangrijke adellijke slachtoffer van de kruistocht. Maar de burggraaf was jong en populair en groeide uit tot een echte verzetsheld. En daar lijkt acht eeuwen later nauwelijks iets aan veranderd te zijn, zoals Michel Gybels kan constateren.

De faidit, de echtgenote en de concubine: het gewone lot van de familie Mazerolles tussen ketterij, kruistocht en Inquisitie

Ter gelegenheid van het eerste colloquium van Mazamet in 2007 rondom de geschiedschrijving van de ketterij, hebben we een studie gewijd aan het belang van en de problemen van de prosopografie van de Languedocse families die in essentie gebaseerd zijn op de bronnen van de Inquisitie. We hebben toen duidelijk aangetoond dat het belang van de familiale monografie voor heel de middeleeuwen vooral bestaat uit het feit dat de familie de basiscel is van elke sociale structuur, dat, binnen het kader van het katharisme, de familie eveneens de basiscel vertegenwoordigt van het religieuze leven en dat de historiografische benadering van de familiale monografie op die manier toelaat de sociale structuren en praktijk, alsook de religieuze gedragingen te bestuderen.
–––––
Aan de hand van de inquisitieregisters schildert Gwendoline Hancke in dit exclusief artikel een portret van de familie Mazerolles. De familie was verwant aan de heren van Mirepoix en Montségur en vooral Pèire de Mazerolles zou uitgroeien tot een van de meest geduchte faidits van zijn tijd.

En verder...

Brief van de voorzitter, Editoriaal, Cursief , ‘Vai, Ugonet, ses trastejar’, een gedicht van Raimon de Miraval en diverse berichten en mededelingen.

Top

april | september | december

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017