Elektronische nieuwsbrief -  Jaargang 2007 - Inhoud

eMagazines

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017

april | september | december

Tientallen pagina's onuitgegeven materiaal, studies, vertalingen, recensies, reportages, dat is wat je mag verwachten van dit e-Magazine in PDF-formaat. Om het te ontvangen (tweemaandelijks) moet je lid worden van het Studiecentrum Als Catars.
Gratis proefnummer? Stuur een mailtje naar e-magazine@katharen.be

3de jaargang – e-Magazine 7 – april 2007

De kathaarse kerk


Het woord ‘kathaar’ begon zijn carrière in Duitsland toen Eckbert von Schönau het toepaste op de beweging van de bons chrétiens en bonnes chrétiennes. Er werd zo een verbinding gemaakt met de Novatianen uit de late Oudheid die zichzelf Oekatharoi, de Zuiveren, noemden omwille van het feit dat zij hun geloof niet hadden verloochend bij de grote vervolging die systematisch gevoerd werd door keizer Decius in de 3de eeuw. Zij hadden geweigerd offers te brengen voor de Romeinse afgodsbeelden en beschouwden zich dus als zuiveren, terwijl de leden van de Kerk, die later katholiek zou heten, bevlekt waren met de zonde van verraad van hun geloof – de Novatianen weigerden hen daarna kategoriek elke mogelijkheid om deze zware zonde uit te boeten, dus de mogelijkheid tot reïntegratie in de gemeenschap.
–––––
Hoewel de kathaarse leer gebaseerd was op de bijbel en meer bepaald op het Nieuwe Testament, beweren een aantal historici dat de katharen geen christenen waren. In deze boeiende synthese geeft Daniela Müller de katharen de plaats waar ze recht op hebben en dat is wel degelijk binnen het christendom, ondanks enkele essentiële verschillen met de katholieke leer.

Albi: het proces van Bernard de Castanet

Het archief van het Vaticaan bevat een schat aan eeuwenoude documenten met informatie over de centrale middeleeuwen, het spirituele begin van onze westerse maatschappij. Tussen de ontelbare registers ligt een reeks oorkonden die handelen over het ongewone proces van een zekere Bernard de Castanet. Deze in opspraak gebrachte katholieke bisschop van Albi werd ondervraagd rond hetzelfde tijdstip waarop de tempeliers van Frankrijk op bevel van koning Filips de Schone werden gearresteerd.
–––––
Meer dan zestig jaar na de brandstapel van Montségur waren de inquisiteurs nog steeds uiterst actief in de geannexeerde zuiderse graafschappen. Maar de burgers van een aantal zuiderse steden waren de aggressieve wijze waarop de dominicanen en sommige andere prelaten inquisitie voerden meer dan beu. Dat zou onder meer leiden tot een heftig en langdurig conflict tussen de bisschop en de stadsbestuurders van Albi, waarbij koning Filips de Schone en zijn legisten een belangrijke rol zouden spelen. En ook de paus zou zijn zegje krijgen. Willy Vanderzeypen doet het verhaal.

Bruna Pourcel van Montaillou

18 jaar geleden ongeveer, in de Paastijd, de dag herinner ik mij niet meer, kwam Azalaïs, de weduwe van Bernat Riba van Montaillou, bij mij en vroeg mij mijn zoon Raimon, die de borst kreeg en zo’n zes maand oud was, naar haar te brengen, want er was daar een vrouw van de Razès die onwel was door haar melk. Ik zei dat ik dat niet zou doen omdat de melk van de vrouw slecht kon zijn voor mijn zoon. Uiteindelijk, omdat deze Azalaïs bleef aandringen, bracht ik mijn zoon bij haar, en toen ik in het huis was, vond ik die vrouw van de Razès gezeten bij het vuur. Ik zag er ook mijn vader Prades Tavernier, de ketter, die leunde tegen een kamerdeur.
–––––
Raymond Doms zet zijn vertaling van de boeiendste fragmenten uit het Inquisitieregister van Jacques Fournier verder. Ditmaal komt de weduwe Bruna Pourcel uit Montaillou aan het woord.

De kathaarse tragedie van de Mont-Aimé

In dat jaar [1239] , op vrijdag voor Pinksteren, was er een zeer groot brandoffer dat aangenaam was aan de Heer bij de verbranding van ‘Bulgri’. 183 Bulgri werden verbrand in aanwezigheid van de koning van Navarra en de baronnen van Champagne bij de Wimerberg, die sinds de oudheid Wedomarusberg wordt genoemd.
–––––
Een fragment uit de kroniek van cisterciënzermonnik Aubri des Trois-Fontaines. Op vrijdag 13 mei 1239 werden op de Mont-Aimé in de Champagnestreek bijna 200 ketters verbrand, de doodsteek voor de ‘kerk van Frankrijk’, zoals de Noord-Franse kathaarse kerk wordt genoemd in de notitia van Saint-Félix. Want dat het hier om katharen ging staat wel vast. Aubri des Trois-Fontaines heeft zelfs een connectie met de manicheeërs gevonden, waar hebben we dat nog gehoord?
Michel Gybels ging een kijkje nemen op de Mont-Aimé.

Peyrepertuse, een reus op lemen voeten

De burcht ligt in de zuidelijke Corbières, vlakbij de grens met de Catalaanse Roussillon. Die Roussillon is nu al enkele eeuwen een deel van Frankrijk maar in de kathaarse periode was het een afzonderlijk graafschap, een leengoed van de graaf van Barcelona die ook koning van Aragon was. Peyrepertuse was dus een grensfort en zou dat blijven tot de grens in 1659 definitief naar het zuiden opschoof. Als je Peyrepertuse voor het eerst in beeld krijgt snak je even naar adem. Een enorme kalksteenrots, 300 meter lang, 60 meter breed en met loodrechte rotswanden tot 100 meter hoog, de vergelijking met een enorm schip dat in de lucht drijft werd al meermaals gemaakt. Van veel burchten wordt beweerd dat ze ‘onneembaar’ zijn maar het lijkt wel of dat woord speciaal voor Peyrepertuse is uitgevonden.
–––––
Marc Bogaerts zet zijn tocht langs de kathaarse burchten verder. Ditmaal bezoekt hij Peyrepertuse, zonder meer de indrukwekkendste kathaarse burcht. Alhoewel, kathaars...? Op enkele kleine schermutselingen na speelde Peyrepertuse nauwelijks een rol in het kathaarse drama. De Franse koning heeft de burcht niet veroverd, hij heeft ze gekocht voor 20.000 goudfranken. Bij de buren (het 6km verderop gelegen Quéribus) liep het wel enigszins anders. Daar gaan we de volgende keer een kijkje nemen.

De bevolking van de Lauragais tegenover de Inquisitie

Iedereen weet dat op woensdag 16 maart 1244 meer dan tweehonderd mannen en vrouwen op de brandstapel eindigden na de overgave van Montségur. Dat waren uiteraard kathaarse parfaites en parfaits die zich daar hadden gevestigd rond hun bisschoppen Bertran Marty en Raimon Agulher en die eensgezind besloten hadden hun geloof niet af te zweren. Er waren niettemin onder hen twintig personen die parfait noch parfaite waren, anders gezegd die in hun bestaan geen professie van religieus leven in de schoot van de kathaarse kerk hadden afgelegd. En zoals al de anderen die in Montségur verbleven en geen parfait of parfaite waren, hadden deze twintig personen in leven kunnen blijven zo ze het gewild hadden. Maar op zondag 13 maart, d.i. drie dagen voor de overgave van 16 maart, vroegen zij spontaan om het consolament te ontvangen uit de handen van Bertran Marty, wat hen onvermijdelijk voor de brandstapel bestemde die op woensdag zou opgericht worden. In de ogen van de Inquisitie waren ze voortaan ‘volmaakte ketters’ zoals de andere parfaits en parfaites.
–––––
Wie waren die mensen die vrijwillig voor het offer kozen? Michel Roquebert volgt een van hen: de koewachter Guilhem Garnier. Raymond Doms vertaalde.

Fanjeaux, kathaars centrum in de Lauragais

In de geschiedenis van het katharisme neemt Fanjeaux, gelegen op de grens van de Carcassès met de Lauragais, een belangrijke plaats in. Het stadje, dat van ver zichtbaar is en uitrijst boven de vlakte van de Lauragais, herbergde ten tijde van het katharisme heel wat belangrijke adellijke families en kathaarse vrouwengemeenschappen, die er allemaal hun stempel drukten op de kathaarse religie en de verspreiding ervan in de regio. Meest opmerkelijk feit is dat ook de kathaarse bisschop en filius maior van Toulouse, Guilhabert de Castres, er resideerde. Meer dan genoeg stof om even stil te staan bij deze belangrijke site.
–––––
De Lauragais was ongetwijfeld de streek waar het katharisme het diepst was ingeworteld (zie ook Kathaarse Kroniek 10: ‘De Lauragais’). Michel Gybels bekijkt er een van de belangrijkste centra: Fanjeaux. Guilhabert de Castres had er een huis, Dominicus was er pastoor en stichtte er zijn eerste klooster en Simon de Montfort had er lange tijd zijn hoofdkwartier.

En verder...

Editoriaal, info over de 3de themadag, het volledige programma van het Colloquium van Mazamet en alle praktische info over de daaropvolgende lente-workshop in de Languedoc, nieuwe uitgaven, enz.

Top

3de jaargang – e-Magazine 8 – september 2007

Het ‘Fonds Doat’ en Villelongue


In meer ernstige publicaties over het katharisme verwijst men voor de bronnen uitvoerig naar het ‘Fonds Doat’. Maar wat is dat ‘fonds’ eigenlijk en hoe kwam het tot stand?
–––––
Het ‘Fonds Doat’ is een bestand in de Nationale Bibliotheek van Parijs dat 17de eeuwse kopies bevat van oudere archieven uit de Languedoc. En vermits veel van de originele documenten intussen zijn verloren gegaan, is het van onschatbare waarde voor de moderne onderzoeker. Willy Vanderzeypen legt uit hoe die grote kopieeractie in zijn werk ging en bewijst, aan de hand van de geschiedenis van de cisterciënzer abdij van Villelongue, hoe belangrijk het Doat-bestand is voor de hedendaagse historicus.

Het dualisme van de katharen

Voor sommige historici is het katharisme spontaan gegroeid uit de wens om te leven volgens een zuivere moraal, ontstaan uit een verregaande uitdieping van de christelijke leer, gekoppeld aan een kritische benadering van de evangelies. Dit alles is dan te situeren binnen de grote beweging van de evangelische vernieuwing die zich in de ganse christenheid in de 12de en 13de eeuw manifesteerde. Om al die zaken te kunnen verklaren en vereenvoudigen dienen we stil te staan bij de kosmologische en spirituele perceptie van de twee belangrijke tendensen binnen die middeleeuwse ketterij: het gematigde en het radicale dualisme.
–––––
De katharen waren dualisten, dat kan je lezen in elk boek dat over hen handelt. Maar binnen dat dualisme wordt dan ook nog een onderscheid gemaakt tussen twee grote stromingen: het radicale en het gematigde dualisme. Wat zijn de overeenkomsten en wat zijn de verschillen? Michel Gybels zet de twee naast elkaar.

De twee werven van Fontcaude

Tijdens de jaren 1180 mobiliseert de strijd tegen de ketterij de kerkelijke gezagsdragers van het zuiden. Maar hoe moet men zich organiseren tegen ‘ketterse predikers’? Moet men beroep doen op geweld of de aan de kaakstellingen in het publiek verder zetten en prediken met het voorbeeld van een streng apostolisch leven? In dergelijke context is het geen gemakkelijke taak verantwoordelijkheid op te nemen voor de toekomst van een jonge communauteit kanunniken. Te Fontcaude, tussen Béziers en Narbonne, draagt abt Bernard zijn steentje bij.
–––––
Sinds vorig jaar publiceert het ‘Centre d'Etudes Cathares’ in Carcassonne vier maal per jaar het tijdschrift ‘Histoire du Catharisme’. Anders dan het vrij academische ‘Heresis’, richt ‘Histoire du Catharisme’ zich tot een groot publiek. Van bij het begin heeft het Studiecentrum Als Catars het tijdschrift aangeboden in Vlaanderen en Nederland, voorzien van een Nederlandse vertaling van de niet-tijdsgebonden artikelen. Ter illustratie dit artikel van Charles Peytavie uit nummer 4.

Vroege ketterijen in de Périgord

De meeste studies omtrent ketterijen beperken zich tot de gekende regio's zoals de Balkan voor de bogomielen, Italië voor de patarenen en later de waldenzen, en de Languedoc voor de katharen. Regio's zoals Périgord, Agenais en Quercy waren nochtans vanaf de 11de eeuw eveneens het toneel van de opkomst van pre-kathaarse ketterijen, die daar reeds in de kiem werden aangepakt door de rooms-katholieke autoriteiten en later manu militari werden bestreden, net zoals dat in de Languedoc het geval was.
–––––
Tijdens de 11de eeuw duiken overal in Europa nieuwe ‘apostolische’ bewegingen op, gemeenschappen van christenen die terug willen naar de bron, die zich afzetten tegen de praal en weelde waarin een groot deel van de rooms-katholieke hiërarchie zich dan wentelt. Zij willen opnieuw gaan leven zoals de apostelen en zijn in dat opzicht de voorlopers van de katharen die omstreeks de helft van de 12de eeuw op het toneel zullen verschijnen. Van het radicale dualisme van de katharen is er dan nog geen sprake maar toch zijn er heel wat overeenkomsten. In die mate zelfs dat een aantal historici sommige van die bewegingen als ‘pre-kathaars’ zijn gaan bestempelen. Michel Gybels bekijkt de toestand in de Périgord.

De hakbijl en de brandstapel

De donjon van Laroque vervaagde in de rug van de ruiters en was bijna niet meer zichtbaar. Wie zich omdraaide kon nog net de melkwitte rook zien opstijgen uit het oude dorp dat ineenhurkte onder de laatste vrieskou, maar dat was ongeveer alles. De lusteloze vlakte rekte zich uit naar Lavelanet. In de verte schemerde de pog van Montségur door de blauwe ochtendmist. De verschansing... Verder kwam de blik tot stilstand, gedwongen, tegengehouden door twee bergtoppen gekroond met de laatste weerkaatsing van de maan en schitterplekken van jonge sneeuw: de Saint-Barthélemy en de Soularac verborgen het castrum van Lordat, Ax met zijn warme bronnen, de passen in het hooggebergte; dat was het domein voorbehouden voor de arenden en voor de grote herders, en dan, langs de andere kant van de grens, Hispania.
–––––
Jean-Louis Marteil, die in het fonds van zijn kleine uitgeverij ‘La Louve’ grote namen als Anne Brenon en Gwendoline Hancke heeft zitten, is zelf de auteur van een vierdelige romancyclus die de hele kathaarse periode bestrijkt. Het is één van de vele projecten van Raymond Doms om die historische romans te vertalen in het Nederlands. Als er tenminste voldoende belangstelling voor is. Vandaar dit voorproefje.

Cisterciënzers bestrijden de ketters in de Languedoc

In eerdere bijdragen hebben we reeds meermaals de belangrijke rol aangetoond van de cisterciënzers bij de bestrijding van de ketterse bewegingen in de middeleeuwen. In dat verband is de bekeringstocht van Bernardus van Clairvaux een van de belangrijkste acties die er in de Languedoc tegen de ketters werden ondernomen. Ook de fameuze brief van Everwin von Steinfeld aan Bernardus van Clairvaux kadert in de bekeringspolitiek van de cisterciënzers.
–––––
De orde van de cisterciënzers werd door de rooms-katholieke kerk volop gemobiliseerd en in stelling gebracht in de strijd tegen de katharen, vooraleer die rol werd overgenomen door de dominicanen. Michel Gybels geeft een overzicht van de rol die de cisterciënzers daarbij speelden en schetst het portret van één van hen: Arnaud-Amaury, de abt van Cîteaux die het eerst tot aanvoerder van de kruistocht en vervolgens tot aartsbisschop van Narbonne bracht.

Gauzia Clergue van Montaillou

23 jaar geleden, de dag na Allerheiligen naar het mij dunkt, ik herinner mij de dag niet anders, bracht ik, zoals het de gewoonte is te Montaillou, een grote homp brood bij wijlen Peire Marty van Montaillou, om het hem te geven als aalmoes. Toen ik in het huis was, ontmoette ik Peire, aan wie ik dit brood gaf, en ik zei hem het aan te nemen voor de verrijzenis van de zielen van mijn vader en van mijn moeder en van mijn andere overleden verwanten. Peire nam het aan en zei: “En aan wie wil je dat ik dit brood geef” Ik antwoordde: “En aan wie zou je het willen geven? Neem het aan voor jezelf en voor de leden van je gezin, eet ervan zo je wil!” Peire antwoordde toen dat het was om de liefde Gods, en toen dit was gezegd verliet ik hem.
–––––
Ook voor dit e-Magazine vertaalde Raymond Doms een fragment uit het Inquisitieregister van Jacques Fournier: de getuigenis van Gauzia Clergue.

Quéribus, de laatste vesting

Quéribus was de laatste ‘kathaarse burcht’ die in handen van de Franse koning viel. Dat gebeurde in mei 1255, elf jaar na Montségur, maar de juiste omstandigheden van die overgave zijn, door ontbrekende, onvolledige of fout gekopieerde bronnen, nog altijd duister...
–––––
Met Marc Bogaerts bezoeken we Quéribus op de grens van de Corbières en de Roussillon, de burcht van de legendarische Chabert de Barbaira. Dit was de laatste kathaarse vesting die viel en het is nog steeds een van de indrukwekkendste burchten uit de hele Languedoc.

En verder...

Editoriaal, info over het 5de Internationaal Colloquium en de 9de La Castagne-dag, de nieuwste ‘Histoire du Catharisme’, Cursief bekenen, enz.

Top

3de jaargang – e-Magazine 9 – december 2007

Archeologie in de Ariège: gesprek met Claudine Pailhès


Tijdens het weekend van 27 en 28 oktober 2007 had in Seix (Ariège) het eerste bescheiden colloquium plaats van de ‘Groupe de Recherche Archéologique de l'Ariège et de Couserans’, een groepering van overwegend jonge archeologen die er heel wat sites exploreren en in kaart brengen.
–––––
Het kan vreemd lijken maar de veel gebruikte benaming ‘Pays Cathare’ (Nl. ‘Land van de katharen’ of ‘Katharenland’) heeft niets met de historische katharen te maken. Het is een heel recente naam die gehanteerd wordt door de toeristische instanties van het departement Aude om het (indrukwekkend) cultuurhistorisch patrimonium te promoten. Het spreidingsgebied van het middeleeuwse katharisme beperkte zich uiteraard niet tot de grenzen van het (moderne) departement Aude. Belangrijke kathaarse plaatsen als Minerve (Hérault) en Montségur (Ariège) liggen zelfs helemaal niet in de Aude. Maar het is een feit dat de Aude sinds jaren een voortrekkersrol speelt, zowel wat het historisch onderzoek als de toeristische promotie betreft, en dat men daar al jaren op zoek is naar het ideale evenwicht tussen die twee tegenpolen. Het is heel verfrissend te vernemen dat in de aangrenzende Ariège intussen aan een inhaalbeweging wordt gewerkt. Archeologen zijn er heel wat, voorheen nagenoeg onbekende sites aan het exploreren. In oktober 2007 organiseerde deze enthousiaste ploeg een eerste colloquium in Seix. Als Catars was erbij.

Eèn van de drijvende krachten achter deze nieuwe aanpak is Claudine Pailhès, directrice en conservator van het rijke Departementaal Archief van de Ariège en initiatiefneemster van de tentoonstelling ‘Montségur, village ariégeois’ die tot maart 2008 loopt in Foix. Een gesprek.

De zaak Pèire Maurand

Toulouse, 1178. De christenheid houdt de ogen gericht op de zuiderse metropool. De legaat van paus Alexander III houdt er klopjacht op de ketters. Alles begint bij de zaak Pèire Maurand. Om zijn fouten en deze van zijn medeburgers uit te boeten, zweert deze notabele, deze ‘ketterkoning’, de ketterij af ten aanzien van iedereen tijdens een vernederende ceremonie. Toulouse wordt tot ‘moeder van de ketterij’ verklaard. Maurand, het offerlam, wordt verpletterd onder een complexe politieke en religieuze intrige. De hoofdrolspelers van deze geschiedenis - Rome, de koningen van Frankrijk en Engeland, de graaf van Toulouse - vinden allen baat bij deze mise-en-scène.
–––––
De proloog van wat in de 13de eeuw zal volgen. In 1178 is de ketterbestrijding nog een spelletje Stratego tussen de paus, de koningen van Frankrijk en de graaf van Toulouse. Maar het tij zal snel keren, zoals blijkt uit dit artikel van Charles Peytavie.

De versterkte grotten in de Sabarthès

Tijdens de periode van het katharisme in de 12de en 13de eeuw vormde de dynastie van de graven van Foix een homogeen politiek en militair blok tegen de Franse overheersing. Vooral tijdens en na de kruistocht van Simon de Montfort en in de einddagen van het katharisme, na de val van Montségur tot pakweg 1320, waren de graven van Foix fervente beschermers van de katharen als ze al niet zelf tot de kathaarse religie waren toegetreden.
–––––
Nog steeds lees je allerlei verhalen over zogenaamde ‘kathaarse initiatiegrotten’ maar dat verhaal klopt niet. De versterkte grotten in de Ariègevallei hadden een militaire functie, ze behoorden tot de verdedigingsgordel van de graven van Foix. Michel Gybels ging er een kijkje nemen.

Het charter van Niquinta

In de 12de eeuw is Saint-Félix-en-Lauragais een castrum, gelegen op een hoge heuvel halfweg Toulouse en Carcassonne. We zijn daar op de grens tussen de machtsgebieden van de raimondijnse graven in de hoofdstad en de burggraven Trencavel, dikwijls in oorlog met elkaar. De feodale heren van Saint-Félix profiteren daarvan en zijn vrij onafhankelijk. Wanneer de gravin van Toulouse hen op een goede dag komt belegeren, moet ze onverrichterzake afdruipen.
–––––
Het Charter van Niquinta of de ‘notitia van Saint-Félix’ is een van de belangrijkste maar ook een van de meest omstreden brondocumenten i.v.m. het katharisme. Elders op deze website (< klik hier >) staat een transcriptie en een Nederlandse vertaling en in dit artikel gaat Willy Vanderzeypen dieper in op de inhoud.

Twee gedichten

In het Occitaanse land heeft men de hoofse liefde uitgevonden, zoveel is zeker. In haar verhevendste of moet ik zeggen moeilijkste vorm ging het zover dat de gehuwde vrouw in bed ging liggen met haar dichter, beiden naakt, maar zij gingen niet over tot de daad. Dat dit soms wel eens uit de hand liep hoef ik niet te zeggen. Maar er waren ook andere poëtische vormen waarin de dichter wat minder streng kon dichten. Er bestaat zoiets als het partimen, een gedicht waarin twee dichters hun opinie geven en de vraag kan soms niet onaardig zijn.
–––––
Wie nog steeds denkt dat de troubadourslyriek niet meer dan zeemzoete rijmelarij was moet beslist dit artikel van Raymond Doms lezen waarin hij twee twistgedichten voorstelt.

De familie Alion de Son

De geschiedenis van het bergdorp Montaillou in de regio van Ax-les-Thermes is bij het grote publiek vooral bekend door de bestseller uit 1975 - ‘Montaillou, een ketters dorp in de Pyreneeën’ - van Emmanuel Le Roy Ladurie. Dat werk, gebaseerd op de inquisitieverslagen van Jacques Fournier, geeft een gedetailleerd beeld van een kleine middeleeuwse dorpsgemeenschap ten tijde van de grote kettervervolgingen door de Inquisitie omstreeks 1300-1320.
–––––
Het dorpsleven in Montaillou bij het begin van de 14de eeuw is goed gekend maar in dit artikel gaat Michel Gybels op zoek naar de heren van Montaillou, de familie Alion de Son.

Liefde, Sex en Inquisitie

Omstreeks 1308 is Beatris de Planisolles voor de tweede keer weduwe en zij vestigt zich te Dalou. Daar maakt ze enkele jaren later kennis met een veel jongere priester die in de kerk aan twee van haar dochters les geeft. Zij wordt zeer verliefd op hem, nodigt hem op een avond uit en verklaart hem haar gevoelens en haar verlangen. Daarna zien ze mekaar regelmatig terug, maar nooit 's nachts en alleen als de dochters van Beatris en de meid niet in huis zijn opdat niemand hen zou betrappen.
–––––
Gwendoline Hancke (zie ook ‘Kathaarse Kroniek’ nr. 11) publiceerde in 2007 een opmerkelijk boek: ‘L'amour, la sexualité et l'Inquisition’. Wat vertellen de verslagen van de Inquisitie ons over liefde en seksualiteit? Een voorsmaakje in afwachting van een uitgebreidere vertaling.

Grazida, weduwe van Pèire Lizier uit Montaillou

Ongeveer zeven jaar geleden, in de zomer, kwam de rector bij mijn moeder die toen de oogst deed, en hij vroeg mij om mij door hem vleselijk te laten bekennen. En ik stemde toe (ik was toen maagd en kon 14 of 15 jaar oud zijn, me dunkt). Hij ontmaagdde mij in de schuur waar het hooi opgestapeld is. Hij deed mij echter geen geweld aan. Hij bekende mij daarna dikwijls tot de daaropvolgende maand januari, en dat altijd bij mijn moeder, met haar medeweten en haar instemming.
–––––
Uit het Inquisitieregister van Jacques Fournier vertaalde Raymond Doms ditmaal de getuigenis van Grazida uit Montaillou, één van de vrouwen die aan bod komen in het nieuwste boek van Gwendoline Hancke.

De voeding van de benediktijnen

Toen ik met opzoekingen bezig was voor mijn ‘mémoire de maîtrise’ over de abdij van Montolieu, heb ik de middeleeuwse keuken ontdekt. Inderdaad, onder de bestudeerde oorkonden was er een uitzonderlijk document uit 1297, dat tot in de kleinste details vermeldde wat er moest worden opgediend op tafel in de refter.
–––––
De Franse historica Cathérine Jeanjean schreef een artikel over de middeleeuwse keuken in de abdijen van Lagrasse en Montolieu en ging op zoek naar wat daar vandaag nog van overblijft.

Dualistische kerken in de Balkan

Buiten de 2550 westerse dualistische perfecti die door Rainerius Sacconi werden beschreven en waarvan sprake is in zijn ‘Summa de Catharis’, maakt hij melding van een vijfhonderdtal volgelingen van de oosterse dualistische kerken van de Grieken, Sclavonia, Philadelphia, Bulgaria en Drugunthia, terwijl de Latijnse Kerk van Constantinopel er slechts een vijftigtal telt.
–––––
Michel Gybels geeft een overzicht van de verschillende dualistische kerken in de Balkan.

Uwe Brunn en Jean-Louis Biget

We behoren tot de weinigen die het gekocht hebben, zelfs gelezen, het boek van Uwe Brunn, ‘L'Hérésie dans l'archevêche de Cologne entre 1100 et 1233’, in 2002 uitgegeven bij de universiteit van Nice. Maar een bespreking maken van deze 622 pagina's is nog wat anders. We kochten enkele dagen geleden ook het werk van Jean-Louis Biget, ‘Hérésie et Inquisition dans le midi de la France’ waarin de auteur tracht, aan de hand van zes herwerkte artikels, die onder een andere titel reeds eerder in tijdschriften werden gepubliceerd, een stand van zaken te brengen van de historiografie van ketterij en Inquisitie.
–––––
Onder de Franse historici is Jean-Louis Biget het boegbeeld van de ‘hyperkritische’ vleugel, onderzoekers die menen dat het belang van de middeleeuwse ketterijen zwaar overschat wordt. Door via geschriften en preken het beeld van een gevaarlijke ‘tegenkerk’ op te roepen, creëerden de cisterciënzers een kunstmatige vijand voor de rooms-katholieke kerk wat de eenheid binnen deze laatste moest versterken. In de studie van Uwe Brunn vindt Biget argumenten om te besluiten dat die taktiek ook in het Rijnland werd toegepast.

De predikheren en de Inquisitie

De geschiedenis en de inplanting van de Inquisitie in de Languedoc werden breedvoerig behandeld; de geschiedenis van de mensen die haar materieel georganiseerd en juridisch onderbouwd hebben werd nooit echt bestudeerd, met uitzondering van deze die belangrijke boeken hebben geschreven, zoals Bernard Gui, of deze wier religieuze carrière opviel, zoals Bernard de Caux. Het is moeilijk om de geschiedenis van deze mensen in de schoot van hun orde, de orde van de predikheren, en hun rol in het op punt stellen van het inquisitoriaal apparaat integraal voor te stellen.
–––––
In tegenstelling tot wat dikwijls wordt beweerd verliep de relatie tussen de dominicanen en de Inquisitie, voor wie zij de meeste inquisiteurs leverden, allesbehalve rimpelloos en was de orde niet altijd opgezet met de reputatie en het werk van de inquisiteurs die in feite tegen de orderegel handelden. Een bijdrage van Laurent Albaret.

En verder...

Editoriaal, info over de tweede workshopweek in de Languedoc, de nieuwste ‘Histoire du Catharisme’, Actueel, enz.

Top

april | september | december

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017