Elektronische nieuwsbrief -  Jaargang 2006 - Inhoud

eMagazines

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017

april | september | december

Tientallen pagina's onuitgegeven materiaal, studies, vertalingen, recensies, reportages, dat is wat je mag verwachten van dit e-Magazine in PDF-formaat. Om het te ontvangen (tweemaandelijks) moet je lid worden van het Studiecentrum Als Catars.
Gratis proefnummer? Stuur een mailtje naar e-magazine@katharen.be

2de jaargang – e-Magazine 4 – april 2006

De verborgen moeder, mythe of werkelijkheid?


Toen het vrouwelijk deel van God zoekraakte is God hard geworden en veruiterlijkt, meent Annine van der Meer. Hij werd een vreemde. Iemand die ver weg en hoog in de hemel op mensen neerkeek zonder in hun hart te wonen. Veel mensen zijn daarna gaan geloven dat God ‘dood’ is. Hij is in zekere zin doodgegaan toen het vrouwelijk deel van hem zoekraakte. ‘Willen we God verinnerlijken,’ aldus de schrijfster, ‘dan moeten wij zijn vrouwelijke kant, de verborgen Moeder of de Godin, in ons hart en in ons lijf zoeken.’
–––––
Op 22 april 2006 is theologe en godsdiensthistorica Annine van der Meer de centrale gast op onze jaarlijkse themadag, naar aanleiding van het verschijnen van haar boek ‘Van Venus tot Madonna, een verborgen geschiedenis’. Een inleidend gesprek.

De prekathaarse ketterij van Pierre de Bruis en Henri de Lausanne

In de 12de eeuw is de roep naar spirituele zuiverheid en terugkeer naar de bronnen van het christendom zo uitdrukkelijk dat er een gunstige voedingsbodem ontstond voor tal van ketterijen die eigenlijk protestbewegingen waren tegen de verloedering van de rooms-katholieke kerk. Eén van de toonaangevende figuren in die protestbewegingen was Pierre de Bruis, een eenvoudige dorpspastoor uit de Dauphinois, die niet alleen de roomse kerk uitdaagde maar die zich ook de woede van het volk op de hals haalde, wat uiteindelijk leidde tot zijn dood op de brandstapel in 1139.
–––––
In de aanloop naar de ‘grote’ ketterijen als katharen en waldenzen, manifesteren zich een aantal kleine, meestal plaatsgebonden gemeenschappen die willen terugkeren naar de bron van het christendom. Michel Gybels schetst hier de beweging van Pierre de Bruis en Henri de Lausanne, die al duidelijk de kiemen van het latere katharisme in zich draagt.

De graven van Toulouse en hun echtgenotes

Vanaf Raimon V gaan de graven van Toulouse een ambitieuze huwelijkspolitiek voeren door te huwen met prinsessen uit belangrijke geslachten. Raimon V huwt Constance van Frankrijk, dochter van Lodewijk VI en dus zuster van de op dat ogenblik regerende vorst Lodewijk VII. Dit huwelijk, gesloten in 1154, is vooral strategisch want het vindt plaats op een ogenblik dat de graaf bedreigd wordt door de graaf van Barcelona en de hertog van Aquitanië. Een huwelijk dat vooral Raimon goed uitkomt vermits op 27 oktober 1156 Constance het leven schenkt aan een eerste zoon. Voordelig ook omdat in 1159 de schoonbroer van de graaf hem komt bijstaan als de koning van Engeland dreigt met een beleg voor Toulouse.
–––––
Huwelijken in middeleeuwse adellijke kringen hadden meestal meer met strategie dan met liefde te maken. Laurent Macé bekijkt hier de huwelijkspolitiek van de laatste drie graven van Toulouse. Raymond Doms vertaalde uit het Frans.

De slag van Castelnaudary

Raimon VI had een indrukwekkende artillerie vanuit Toulouse meegebracht en besloot die in te zetten voor een bombardement. De kroniekschrijvers hebben het over een gigantische ‘trébuchet’, een tuig dat in staat was enorme blokken te lanceren. Rond het kamp werden echter geen goede stenen gevonden. De kalkzandsteen brak in duizend stukken bij het raken van de sterkere muursteen. Men ging in de richting van Labécède in een groeve sterkere graniet zoeken, maar dat kostte natuurlijk tijd.
–––––
Aan de hand van de middeleeuwse kronieken doet Willy Vanderzeypen het relaas van één van de rechtstreekse confrontaties tussen de kruisvaarders van Simon de Montfort en de Occitaanse edelen.

De Albigenzische ketterij volgens Caesarius van Heisterbach

Toen ze vernamen via hun bekentenissen dat katholieken vermengd waren onder de ketters, zeiden zij tegen de abt: “Wat moeten we doen, Heer? Wij kunnen de goeden van de kwaden niet onderkennen.” Men vertelt dat de abt die, even goed als de anderen, vreesde dat dezen die overbleven de schijn zouden wekken dat zij katholiek waren uit schrik voor de dood en na hun vertrek zouden terugkeren naar hun verraad, antwoordde: “Vermoordt ze, want de Heer kent de zijnen”. Zo kwam het dat er ontelbare doden in deze stad waren.
–––––
In dit verhaal stelt Caesarius zich niet tevreden met het overbrengen van de beroemde woorden van de legaat Arnaud Amaury: “Doodt ze allen, want de Heer kent de zijnen,” maar hij beschrijft de uitbreiding van de ketterij van de Albigenzen in het Westen, geeft een samenvatting van de geloofspunten, een kort overzicht van de kruistocht vanaf de prediking tot de inname van Béziers en de weerstand van graaf Raimon VI van Toulouse - misprijzend ‘graaf van Saint-Gilles’ genoemd door Caesarius, gezien het vierde Lateraans concilie (1215) hem zijn titel ontzegd heeft.
Raymond Doms bekijkt het werk van deze Duitse monnik.

Deconstructionisme en hyperkritiek: een schisma tussen historici?

In 1986 publiceerde historicus Jean-Louis Biget in het tijdschrift ‘L’Histoire’ een artikel onder de titel ‘Les Cathares: mise à mort d’une légende’. De auteur betwist daarin het belang van de middeleeuwse ketterijen. Volgens hem was er geen sprake van een gestructureerde ketterij maar waren er enkel wat losse dissidente groepen die numeriek eigenlijk te verwaarlozen waren. De mythevorming door de eeuwen heen heeft de ‘katharen’ (een benaming die hij afwijst) een historisch belang gegeven dat zij eigenlijk niet verdienen. Reeds tijdens de middeleeuwen werd, nog steeds volgens Biget, de impact van de ketterijen sterk overdreven door de rooms-katholieke kerk en dan vooral door de cisterciënzers. De Kerk schiep zo een kunstmatige vijand waardoor zij haar oproep tot een kruistocht en de daaropvolgende inquisitoriale repressie kon rechtvaardigen en zo haar greep op de middeleeuwse samenleving verstevigen.
–––––
Sinds de oprichting van het ‘Centre d'Etudes Cathares’ hebben de belangrijkste historici die rond het katharisme werken, in navolging van René Nelli en Jean Duvernoy, de nadruk gelegd op het bronnenonderzoek. Maar nu blijken andere historici plots de waarde van die bronnen te betwisten. Een wetenschappelijke discussie tussen specialisten of is hier meer aan de hand? Marc Bogaerts beschrijft het ontstaan van de controverse.

De summa over de katharen van Giacomo Capelli (1249)

De ketters hebben een sacrament met handoplegging, dat zij de doop met de Heilige Geest noemen, zonder wie niemand kan gered worden. Althans dat is hun mening. Hun bisschop voert deze handoplegging uit. Wanneer de bisschop afwezig is, hebben zijn twee zonen de machtiging om die handeling uit te voeren. Dan stellen die bisschoppen immers twee lagere adepten aan die zij de zonen van de Kerk noemen. Die twee personen bezoeken de plaatsen en steden waar zij geestesgenoten hebben en bevestigen die navolgers in hun leer. Wanneer zij op hun predikingstochten mensen ontmoeten die in hun geloof niet erg standvastig zijn, dan doen ze extra inspanningen om die mensen te overhalen om zich bij hun sekte aan te sluiten en zich af te keren van de rooms-katholieke kerk. Zij schrikken daarbij niet terug om scherpe blasfemische uitspraken over het ware geloof te doen.
–––––
Giacomo Capelli was lector van het franciscaner klooster in Milaan omstreeks het midden van de 13de eeuw en auteur van talrijke vastensermoenen en een devotiewerk ‘Stimulus amoris’ geïnspireerd op de ideeën en het leven van de heilige Bonaventura. Zijn summa over de katharen is niet alleen ongebruikelijk mild van toon, hij maakt hierin ook een ontleding van het werk van tijdgenoten over deze materie. Michel Gybels vertaalde een aantal uittreksels en schreef er een commentaar bij.

Pèire Cardenal: het geweten van een eeuw

Pèire, die trouw de zaak van Raimond VII gesteund had, viel bij diens dood (1249) zonder beschermheer. Hij, de vastberaden medestander van de graven, de hardnekkige tegenstander van de kruistocht en van de Fransen, diende elders een toevlucht te zoeken al was het maar om de vijandigheid van de clerus en de gestrengheid van de Tolozaanse Inquisitie te ontlopen.
–––––
Het vierde en laatste deel van de boeiende biografie van Pèire Cardenal, één van de belangrijkste troubadours uit de Languedoc. Na de dood van Raimon VII is hij zijn beschermheer kwijt maar hij blijft actief tot aan zijn dood. Maar was hij nu eigenlijk een kathaar..?
Ook nu vertaalde Raymond Doms weer enkele schitterende teksten.

Het katharisme in de Minervois

In de 12de eeuw ontsnapt ook de regio van de Minervois niet aan de grote expansie van het katharisme in de Languedoc en telt het gebied heel wat aanhangers van de kathaarse Gleisa de Dio. Op dat moment is de machtigste heerser over de Minervois de abt van de benedictijner abdij van Caunes-Minervois. Haar macht wordt bevestigd op het einde van de 11de eeuw, wanneer de plaatselijke feodale heren hun bezittingen aan deze abdij, bij hun vertrek op kruistocht naar het Heilig Land, overlieten. Ook heel wat gewone burgers, die de laatste jaren van hun leven in de abdij kwamen slijten, lieten hun bezittingen bij hun dood na aan de abt van Caunes. Later schonken ook tal van abten en monniken, afkomstig uit rijke adellijke families, hun bezittingen aan de abdij bij hun intrede als kloosterling.
–––––
In de geschiedschrijving van het katharisme neemt de Minervois niet echt een prominente plaats in. De meeste studies met betrekking tot de kruistocht tegen de Albigenzen besteden veel aandacht aan de grote belegeringen van Béziers, Carcassonne, Toulouse, enz….maar behandelen de Minervois vrij summier. Niettegenstaande die stiefmoederlijke behandeling is de regio nochtans niet van ondergeschikt belang voor de geschiedenis van het katharisme en zijn er nog veel sites uit die woelige periode bewaard gebleven. Michel Gybels is onze gids.

En verder...

Editoriaal, praktische informatie over de themadag met Annine van der Meer, een overzicht van alle reeds verschenen ‘Kathaarse Kronieken’, enz.

Top

2de jaargang – e-Magazine 5 – september 2006

De oprichting van de Inquisitie


Binnen het kader van dit artikel dient onder de term ‘inquisitie’ verstaan te worden ‘gerechtelijke instelling voor de vervolging van ketters’ maar er zijn ook andere betekenissen geweest.
In de middeleeuwen was de definitie breder en onduidelijker: met ‘inquisitio’ bedoelde men elk gerechtelijk onderzoek en het had dus niet alleen betrekking op ketterse aangelegenheden.
De uitdrukking ‘inquisitio haereticae pravitatis’ (inquisitie van de ketterse verdorvenheid) daarentegen handelde alleen over de instelling waarvoor uitsluitend de paus de rechters delegeerde om de ketterij te bestrijden en dit voor onbepaalde tijd.

–––––
Er doen nogal wat misverstanden de ronde over de Inquisitie. Wat heeft de Kerk ertoe geleid een uitzonderingsrechtbank op te richten om te strijden tegen de ketters? Welke procedures werden gebruikt om het onderzoek te voeren en de straffen toe te passen? Daniela Müller legt uit hoe het allemaal begon en wat precies de bedoeling was.

Kathaarse rituelen

Als we de religieuze aspecten van het katharisme willen begrijpen is het in de eerste plaats noodzakelijk om stil te staan bij de rituelen die een gewone sympathisant van de Gleisa de Dio lieten evolueren tot een ‘croyant’ en later tot een ‘parfait’.
Om te worden opgenomen in een kathaarse gemeenschap of deel uit te maken van de kathaarse kerk moest de neofiet een aantal stadia van inwijding doorlopen die uiteindelijk leidden tot het belangrijkste en enige sacrament van de kathaarse kerk: het consolament of de doop met de Geest.

–––––
Slechts enkele kathaarse teksten hebben de Inquisitie overleefd. Maar door ze naast de geschriften van de tegenstanders te leggen (sommigen daarvan waren bekeerlingen die de kathaarse kerk dus goed kenden) en de verklaringen van getuigen voor de Inquisitie te lezen, kunnen we ons toch een vrij goed beeld vormen van de diverse kathaarse rituelen. Michel Gybels overloopt ze met ons.

Raimonda Maury

In het jaar van de Heer 1324 op 21 juni werd Raimonda, echtgenote van Guilhem Marty van Montaillou in het bisdom Pamiers, dochter van wijlen Raimon Maury van genoemde plaats, niet gevonden in de stad Montaillou. Zij was een lange tijd geleden bij brief opgeroepen door eerbiedwaardige Vader in Christus Monseigneur Jacques, bij de gratie Gods bisschop van Pamiers, als verdachte van en medeplichtig aan ketterij.
Uiteindelijk kwam het Monseigneur de bisschop ter ore dat zij in genoemde stad was teruggekeerd en geen aanstalten maakte om op te dagen. Gezien men vreesde dat zij vluchtte, werd zij op bevel van Monseigneur de bisschop gearresteerd en naar de zetel van Pamiers gebracht.

–––––
‘Biecht en getuigenis van Raimonda [Maury], echtgenote van Guilhem Marty van Montaillou en dochter van wijlen Raimon Maury van genoemde plaats wegens de misdaad van ketterij.’
Het leven zoals het was... Raymond Doms vertaalde opnieuw een boeiende getuigenis van een inwoner van Montaillou uit het inquisitieregister van Jacques Fournier.

Carcassonne: middeleeuwse vestingstad of operadecor? (I)

Als je voor het eerst onder de indrukwekkende muren van Carcassonne staat, heb je onwillekeurig het gevoel dat een teletijdmachine je zeven- of achthonderd jaar heeft teruggeflitst. Hier geen ruïnes, zoals bij de meeste ‘katharenburchten’, maar een complete middeleeuwse stad, inclusief twee omwallingen, samen goed voor bijna 3 km muren met 48 torens.
Maar maak je niet ongerust, de duizenden toeristen zullen je vlug uit je droom helpen want Carcassonne is niet alleen heel mooi maar ook erg druk, vooral in de zomer.

–––––
Is Carcassonne een authentieke middeleeuwse stad of een 19de-eeuwse visie daarop? Dat is de vraag die Marc Bogaerts zal trachten te beantwoorden aan het einde van deze tweedelige bijdrage. In het eerste deel belicht hij de geschiedenis van de stad vanaf het prille begin tot aan de val van de machtige Trencavel-dynastie.

Ketters in Vlaanderen (1100-1150)

Als we de geschiedenis van de grote westerse ketterijen overlopen, komen we steevast uit bij de bogomielen in de Balkan, bij de patarenen in Italië, bij de waldenzen in Frankrijk en vooral dan bij de katharen in de Languedoc.
Dat er ook in onze contreien tijdens de middeleeuwen afwijkende geloofsprincipes de kop hebben opgestoken is echter minder bekend. Als dat thema bij de voordrachten van Als Catars wordt aangeraakt blijkt dat velen zelfs onwetend zijn over het bestaan van middeleeuwse ketterijen in Vlaanderen en de toenmalige Nederlanden.

–––––
Het ontstaan van de ketterse bewegingen in de twaalfde eeuw was een Europees fenomeen. Ook Vlaanderen had zijn ketters. Maar in tegenstelling tot in de Languedoc, kregen ze bij ons nooit de kans om hun overtuiging te ontwikkelen. Michel Gybels vertelt het fascinerende verhaal van Tanchelm, Manasses en Everwacher.

Raimon de Cornet

Raimon de Cornet behoort tot de laatsten van de troubadours. Hij werd geboren te Saint-Antonin de Rouergue, naar men veronderstelt op het einde van de 13de eeuw. Men weet dat hij priester was vanaf 1324, maar hij ging over naar de minderbroeders, gedurende acht maanden en negen dagen verklaart hij later in een gedicht.
Hij was in die tijd betrokken bij de spirituelen, de radicale vleugel van de franciscanen, die verdedigd werden door Bernard Délicieux, maar waarvan er ook enkele veroordeeld werden tot de brandstapel waar hijzelf ei zo na was op terecht gekomen.

–––––
Niet zo bekend als Pèire Cardenal maar toch een ongemeen boeiende figuur, deze troubadour.
Een 40-tal teksten zijn van hem overgebleven. Raymond Doms vertaalde de mooiste.

En verder...

Editoriaal, het volledige programma en praktische info over het 4de Colloquium, een overzicht van alle verschenen ‘Kathaarse Kronieken’, enz.

Top

2de jaargang – e-Magazine 6 – december 2006

De twaalfde eeuw: een nieuw mens- en wereldbeeld


Een inleiding schrijven over het mens- en wereldbeeld in de twaalfde eeuw is een dankbare opgave. En dit vooral om twee redenen. Vooreerst gaat het hier om een boeiende periode. Nu is het wel zo dat elk tijdvak zijn interessante zijden heeft maar dit neemt niet weg dat bepaalde periodes zich meer dan andere op het toneel van de geschiedenis schijnen te profileren. In de regel betreft het dan tijdperken die het zaad van verandering in zich dragen. Duidelijk is dit het geval voor de twaalfde eeuw.
–––––
Wat is er toch aan de hand met die twaalfde eeuw? Ketters worden niet alleen meer veroordeeld, ze worden ook effectief vervolgd, net als andere minderheidsgroepen. Terzelfdertijd ondergaat het middeleeuwse Europa diepgaande veranderingen op sociaal, bestuurlijk, economisch en godsdienstig vlak. Prof. Raoul Bauer maakt een analyse aan de hand van de evolutie binnen de Gregoriaanse hervorming en het conflict tussen Bernardus van Clairvaux en Abelardus.

Zuiderse heren in het kamp van de kruisridders

De kruistocht is een complexe periode waarin de bekoring groot is om gebruik te maken van de verwarring en van de aankomst van nieuwe spelers (de kruisridders) om te proberen een openbaar gezag, dat men al te drukkend vindt, in vraag te stellen. De motivaties zijn verschillend: de wil op te staan tegen een alomtegenwoordige heer, de eigen autonomie ter plaatse vergroten, de politieke opportuniteit (tot het kamp van de overwinnaars behoren), strijden tegen de ketterij. Al deze mogelijkheden zijn aanwezig ten tijde van de Albigenzische kruistocht.
–––––
Niet alle zuiderse heren vochten tijdens de kruistocht aan de kant van Toulouse. Zoals in elke oorlog waren er ook hier collaborateurs. Ze zagen er de gelegenheid in om oude vetes te beslechten of om gewoon hun eigen situatie te verbeteren. Meestal liep het slecht af...
Laurent Macé overloopt de belangrijkste namen. De vertaling is van Raymond Doms.

Het katharisme in Spanje

Net zoals dit het geval was in het Rijnland, in de Champagnestreek, in Vlaanderen en de Nederlanden, waar zich rond het jaar duizend diverse ketterse gemeenschappen ontwikkelden, die zich afzetten tegen de decadentie van de rooms-katholieke kerk, tegen de verloedering van het priesterambt en de onwaardige houding van de bedienaars van de eredienst, ontsnapte ook het Zuiden niet aan de grote opmars van die dissidente bewegingen.
–––––
Over het katharisme in Noord-Spanje is nog niet zoveel gepubliceerd. Nochtans was het er wel degelijk. Op het einde van de 13de en het begin van de 14de eeuw ontstond zelfs een echte vluchtroute naar de Catalaanse gebieden. Waar de meer bemiddelde vluchtelingen hun geloofsgenoten in Italië opzochten, waren het vooral de armen, boeren, herders, die over de Pyreneeën trokken. Michel Gybels deed de tocht nog eens over.

De trobairitz Na Casteloza

Zij was de vrouw van een heer uit de Auvergne die na zijn kruistocht ‘le Turc de Meyronne’ genaamd werd. Armand de Bréhan was haar minnaar. Zij zong waarschijnlijk aan het hof van Dalfin d’Alverna.
–––––
Er zijn niet veel vrouwelijke troubadours bekend maar ze waren er wel.
Raymond Doms stelt er in dit magazine twee voor.

De Bogomielen

Niet voor niets worden de bogomielen wel eens de katharen uit het oosten genoemd. De verwantschap is zo groot dat velen bogomielen en katharen zien als de exponenten van één en dezelfde gnostiek-dualistische beweging. Er is echter ook een groot verschil. De bogomielen traden aanmerkelijk eerder - halverwege de tiende eeuw - naar buiten dan de katharen. Veel van hun kennis en ervaringen hebben ze later overgebracht op de katharen.
–––––
De verwantschap tussen katharen en bogomielen springt onmiddellijk in het oog als je beide bewegingen vergelijkt. Hoever gaat die verwantschap? Dick van Niekerk analyseert een document uit de begintijd van de bogomielen - het traktaat van presbyter Cosmas - in het perspectief van de latere ontwikkelingen.

Caesarius van Heisterbach over Innocentius III

Sommigen zullen zich de techniek van het biechten nog herinneren. De simpelste manier is te beginnen met: “Eerwaarde biechtvader, het is zoveel tijd (dagen-maanden-jaren) geleden dat ik te biechten ben geweest. Sindsdien heb ik….” En dan een opsomming van zonden laten volgen waarbij men de details niet mag vergeten. Neem bijvoorbeeld: “Ik ben onkuis geweest.” Dan is het toch belangrijk te vertellen of het was met een jongen, een meisje, een gehuwde, enz. Hierbij kan men nog zeer veel details geven. Het probleem is: hoever moeten we hierin gaan? In de vroege middeleeuwen heel ver, men moet er maar de biechtspiegels uit die tijd op nalezen. In zijn ‘Dialogus miraculorum’ kaart Caesarius von Heisterbach dit probleem aan, niet theoretisch maar wel met exempla die de aandacht van de novicen die hij moest opleiden gaande hield en ze zelfs prikkelde.
–––––
Met Raymond Doms werpen we een blik in de interne keuken van de middeleeuwse Kerk aan de hand van de geschriften van Caesarius von Heisterbach. Een handleiding voor biechtvaders.

Carcassonne, middeleeuwse vestingstad of operadecor? (II)

Als gevolg van de opstand van 1240 komt er een zware repressie. Van oktober tot december 1240 achtervolgt Jean de Beaumont genadeloos de laatste opstandelingen waarbij steden en dorpen die zich aan hun kant hadden geschaard het moeten ontgelden. De woonwijken rond de cité worden definitief afgebroken en de bewoners kunnen niet anders dan zich in de naburige velden en dorpen verschuilen, in afwachting van een koninklijk pardon dat er maar niet komt.
–––––
Na de val van de Trencavel-dynastie werd Carcassonne een zwaar versterkte koninklijke vesting. Later trad het verval in maar tijdens de negentiende eeuw werd de stad helemaal gerestaureerd onder leiding van de architect Viollet-le-Duc. Maar hoe betrouwbaar is zijn werk? Reeds tijdens de restauratie beweerden zijn tegenstanders dat hij van de middeleeuwse stad een operadecor maakte.

De trobairitz Clara de Anduza

Clara d’Anduza is waarschijnlijk afkomstig uit Anduza, in de tijd toen ze daar nog geen ‘bambouseraie’ hadden. Haar oeuvre moet gesitueerd worden tussen 1220 en 1240. Zij was in die tijd vrij beroemd en had banden met andere dichters: Raimbaut de Vacairas, Pons de Capduelh en met de trobairitz Azlais d’Altier. Zij hield van de trobar Uc de San Circ die een tijd zijn ontboezemingen verdeelde tussen haar en vrouw Ponsa.
–––––
Raymond Doms ontdekte nog een tweede ‘trobairitz’, een vrouwelijke troubadour.

De compagnons van Simon de Montfort

Uit de kronieken weten we dat de militaire leiding van de eerste kruistocht tegen de katharen (1209-1230), ook de Albigenzische kruistocht genoemd, na de val van Carcassonne werd toevertrouwd aan Simon de Montfort en na diens dood aan zijn zoon Amaury. Dat beide Montforts die opdracht niet zonder de nodige steun en medewerking van hun vrienden, geallieerden, vazallen en hun troepen hebben kunnen volbrengen is evident. Het lijkt ons dan ook interessant om even stil te staan bij deze ‘compagnons’ en hun impact op het verloop van die kruistocht.
–––––
Om ‘geldig’ aan de kruistocht deel te nemen moest er veertig dagen gevechtsdienst geleverd worden, daarna mocht de betrokkene weer rustig naar huis vertrekken. Het was dus niet eenvoudig voor Simon de Montfort om voldoende manschappen in de Languedoc te houden. Maar hij kon rekenen op een aantal vrienden en getrouwen die voor hem door een vuur gingen. Michel Gybels stelt ze aan u voor.

Ruusbroec

De 14de eeuw is een tijd van geweldige crisis geweest voor het pausdom. De vreselijke strijd tussen Bonifacius VIII en de Franse koning Filips IV de Schone was pas ten nadele van de Heilige Stoel afgelopen, of de pausen verlieten Rome en gingen zich te Avignon vestigen, waar zij gedurende meer dan zeventig jaar, van 1305 tot 1378, in ‘Babylonische ballingschap’ verbleven. Het einde van die noodlottige verwijdering uit de Eeuwige Stad was dan nog het uitgangspunt van het Grote Schisma dat veertig jaar (1378-1418) aanhield, tijdens dewelke de christenheid voortdurend met minstens twee vijandige pausen geconfronteerd was, die elkander met al hun wederzijdse aanhangers, nl. al de katholieke volkeren en landen van West-Europa bij beurten verketterden en banbliksemden.
–––––
In de heruitgave van de ‘Geschiedenis van de Inquisitie in de Nederlanden’ van Paul Fredericq werden enkele hoofdstukken niet meer opgenomen omdat ze eigenlijk niet veel met de Inquisitie te maken hadden. Ze handelden over Ruusbroec, Hadewijch/Bloemardinne en de sekten van de Dansers en de Geselaars. Dit is het hoofdstuk over Ruusbroec. Raymond Doms vertaalde.

Top

april | september | december

2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017