Carcassonne:
Het doek valt over het Centre d'Etudes Cathares

CEC-logoOp een bijzondere algemene vergadering werd op zaterdag 8 januari 2011 het CEC (Centre d'Etudes Cathares) officieel ontbonden. De schuldenlast was zo hoog geworden (126.000 euro) dat verder werken niet meer mogelijk bleek. De vijf personeelsleden werden ontslagen om economische redenen en er zal een vereffenaar worden aangesteld. Voor de meeste waarnemers kwam de ontbinding niet als een verrassing. De laatste jaren was de toestand van kwaad naar erger gegaan.

De oprichting van een centrum voor de studie van het katharisme was de levensdroom van René Nelli, die hij in 1981, een jaar voor zijn dood, met de steun van het Conseil Général de l'Aude, eindelijk kon realiseren. Het centrum, Centre National d'Etudes Cathares - CNEC genoemd, werd ondergebracht in het kasteel van Villegly bij Carcassonne en op voorstel van René Nelli werd archivaris-paleografe Anne Brenon aangesteld als wetenschappelijke directrice. In 1992 werd ze ook voorzitster.

Onder impuls van het CNEC kwam het historisch onderzoek naar het katharisme de daaropvolgende jaren in een echte stroomversnelling. Tientallen boeken en wetenschappelijke studies werden gepubliceerd, toonaangevende colloquia werden georganiseerd. De naam en faam van het CNEC reikte tot ver buiten de landsgrenzen. In 1983 verscheen het eerste nummer van Heresis, een zesmaandelijks historisch-wetenschappelijk tijdschrift over het katharisme en andere middeleeuwse dissidenties en daarmee vervulde Anne Brenon postuum een andere droom van René Nelli. Heresis werd snel erkend door het CNRS (Centre National de la Recherche Scientifique), de Franse overheidsinstelling die over het wetenschappelijk onderzoek gaat. Voor deze uitgave liet Anne Brenon zich omringen door een wetenschappelijk comité van experten, niet alleen uit Frankrijk maar uit de hele wereld. Bekende buitenlandse historici als Beverly Kienzle, Walter L. Wakefield, Robert I. Moore, Bernard Hamilton, Daniela Müller, Ylva Hagman, Francesco Zambon, e.a. maakten er deel van uit. Er waren samenwerkingsverbanden met de universiteiten van Toulouse en Montpellier.

Maar in 1997 begint het mis te gaan. In de jaren negentig zet het departement het project 'Pays Cathare' op de rails, geen historisch maar een commercieel project, gericht op de plaatselijke economie en het toerisme. De overheid wil dat het CNEC, ondertussen omgedoopt tot Centre d'Etudes Cathares en verhuisd naar Carcassonne, daarin een rol speelt en er wordt een ‘commerciële afdeling’ opgericht, het CVPM (Centre de Valorisation du Patrimoine Médiéval). Anne Brenon, die vindt dat het CEC afdwaalt van zijn oorspronkelijke doelstellingen en de commerciële toer opgaat, neemt ontslag, gevolgd door de meeste leden van het wetenschappelijk comité. Ze wordt opgevolgd door Pilar Jiménez-Sanchez.

En het gaat van kwaad naar erger. Onder het mom van besparingen wordt Pilar Jiménez in 2005 ontslagen en het samenwerkingsverband met de universiteit van Toulouse opgezegd. Het is tekenend voor de ‘nieuwe wind’ die door het CEC waait dat bij een eerste besparingsronde de wetenschappelijke directrice moet opstappen. Het betekent meteen het einde van het wetenschappelijk onderzoek binnen het centrum. Het laatste colloquium werd georganiseerd in 2002, de laatste wetenschappelijke publicatie dateert uit 2004. Heresis, waarvoor het CNRS intussen zijn erkenning weer heeft ingetrokken, wordt nog slechts sporadisch gepubliceerd, wordt vervolgens gereduceerd tot één dubbel nummer per jaar om uiteindelijk in stilte te verdwijnen. Een nieuw blad, het voor een groter publiek bedoelde Histoire du Catharisme, kan zijn doelstellingen niet waarmaken en sukkelt verder tot het uiteindelijk ook verdwijnt. Het CEC vervult, dankzij zijn waardevolle bibliotheek, intussen alleen nog een rol van betekenis als documentatiecentrum.

Het resultaat is dat het CEC nu ophoudt te bestaan. Over wie verantwoordelijk is voor dit debacle zal ongetwijfeld nog gediscussieerd worden, de verwijten zijn nu al niet van de lucht. Maar het is een vaststaand feit dat in het verleden foute keuzes zijn gemaakt. Het is te hopen dat de gedeputeerden van de Aude zullen inzien wat voor een verlies dit betekent voor de internationale uitstraling van hun departement.

Waar nu met spanning wordt naar uitgekeken is wat er zal gebeuren met het archief van het CEC. Voor de studie van het katharisme is dat van onschatbare waarde. Het is de morele plicht van het departement om ervoor te zorgen dat deze waardevolle bibliotheek in zijn geheel bewaard blijft voor het wetenschappelijk onderzoek. Aan het enthousiasme zal het niet liggen. Een aantal leden van het CEC heeft een nieuwe vereniging opgericht die uitsluitend met vrijwilligers zal werken. Zo'n scenario klinkt ons bekend in de oren en kunnen we dan ook alleen maar ondersteunen...

Terug