Juni 1209. Een indrukwekkend kruisvaardersleger trekt door de Rhônevallei zuidwaarts.
Het is niet de eerste keer, sinds de 11de eeuw zijn al herhaaldelijk christelijke legers richting Jeruzalem getrokken. Maar dit leger wil helemaal niet naar Jeruzalem, het trekt naar de Languedoc. Voor de eerste maal in de geschiedenis is een officiële katholieke kruistocht niet tegen de Islam gericht maar tegen àndere christenen, tegen de ‘ketters’ uit het zuiden en hun ‘beschermheren’, Raimon VI, graaf van Toulouse, en Raimon-Roger Trencavel, burggraaf van Béziers en Carcassonne.

Deze kruistocht is het levenswerk van paus Innocentius III. Al sedert zijn aantreden in 1198 onderneemt hij verwoede pogingen om een kruisleger op de been te brengen maar stoot daarbij steeds op het verzet van de Franse koning, Philippe-Auguste. Die voelt niets voor een gewapend conflict met de graaf van Toulouse, zijn schoonbroer. Bovendien is hij al in een oorlog verwikkeld met de Engelse koning. De paus moet zich noodgedwongen beperken tot zijn traditionele banbliksems, excommunicatie en interdict, en het zenden van legaten. Het haalt allemaal niet veel uit.

Tot op 14 januari 1208. Pauselijk legaat Pierre de Castelnau wordt, na een onderhoud met Raimon VI, vermoord terwijl hij wacht om de Rhône over te steken. Voor Innocentius is de zaak zo klaar als een klontje: Raimon VI is de opdrachtgever! Of dat werkelijk zo was valt te betwijfelen, een meesterlijk diplomaat als de graaf van Toulouse zou zeker de gevolgen van een dergelijke daad op voorhand goed hebben ingeschat...

Maar de lont zit in het kruitvat. Na lang aarzelen geeft de Franse koning toestemming aan enkele baronnen om aan de operatie deel te nemen. Zelf houdt hij zich nog altijd afzijdig. Noodgedwongen moet de Kerk dan maar zelf de leiding van de kruistocht in handen nemen: Arnaud-Amaury, abt van de invloedrijke abdij van Cîteaux, wordt algemeen opperbevelhebber, een waardige functie voor een katholiek prelaat!

De graaf van Toulouse ruikt onraad. Hij regelt een ontmoeting met de kruisvaarders en in Saint-Gilles-du-Gard verzoent hij zich officieel met de katholieke kerk. Waarna hij zich plechtig bij de kruistocht aansluit... Algemene consternatie, want als kruisvaarder is zowel de persoon als het grondgebied van Raimon onschendbaar.

Niet getreurd, een oplossing is vlug gevonden. Tussen Toulouse en Montpellier liggen de uitgestrekte gebieden van de machtige familie Trencavel, grootste vazallen van Raimon VI (en van de koning van Aragon), burggraven van Béziers, Carcassonne en Albi, heren van de Razès. Raimon-Roger Trencavel, aangespoord door Raimon VI, ontmoet de kruisvaarders in Montpellier met de duidelijke bedoeling zich ook te onderwerpen aan de Kerk. Dit wordt hem botweg geweigerd. De pauselijke legaten zijn niet zinnens om tweemaal in de val te lopen. En eigenlijk hebben ze ook belang bij deze gang van zaken. Raimon VI mag als kruisvaarder niet aangevallen worden maar hij kan ook niet tussenbeide komen als zijn vazal Trencavel wordt aangepakt. Dat sluit meteen de mogelijkheid van een grote Occitaanse coalitie Toulouse - Carcassonne - Foix uit.

Op 21 juli staat het kruisleger voor de muren van Béziers. De aanvoerders eisen de uitlevering van alle ketters. Béziers weigert, de stad wordt belegerd. Trencavel zelf is ondertussen naar Carcassonne vertrokken om ook die plaats in staat van paraatheid te brengen. Béziers heeft immers alle troeven om een lange belegering met succes te doorstaan...

Het draait helemaal anders uit: op de avond van de tweede dag is Béziers nog slechts een rokende puinhoop. Wanneer garnizoen en bevolking een overmoedige en totaal overbodige uitval wagen, reageert het voetvolk van het kruisleger zo snel dat de stad onder de voet wordt gelopen, geplunderd en in brand gestoken. Het is meteen het einde van het fiere Béziers, nagenoeg de ganse bevolking wordt zonder onderscheid uitgemoord. Op de vraag van enkele ridders hoe ze ketters en katholieken uit mekaar kunnen houden zou Arnaud-Amaury geantwoord hebben: “Doodt ze allen, God zal de zijnen wel herkennen...” Of de abt deze woorden werkelijk heeft uitgesproken is eerder twijfelachtig, waarschijnlijk komen ze uit de verbeelding van kroniekschrijver Caesarius van Heisterbach, de enige die deze uitspraak vermeldt, maar de kruisvaarders hebben er alleszins wel naar gehandeld. Zelfs zij die hun toevlucht zochten in kloosters en kerken ontkomen niet aan hun lot en worden omgebracht.

De gevolgen voor het verder verloop van de kruistocht zijn enorm. Meer dan honderd versterkte plaatsen, dorpen en burchten bieden spontaan hun overgave aan of worden gewoon door hun bewoners verlaten. Burggraaf Aimeri en bisschop Bérenger van het nabijgelegen Narbonne geven zich zonder slag of stoot over.

Wie niet wijkt is Raimon-Roger Trencavel, ook niet als de kruisvaarders op 1 augustus voor de muren van Carcassonne staan.

Carcassonne

De strijd om Carcassonne

Het indrukwekkende Carcassonne heeft in 1209 nog niet het uitzicht zoals we dat vandaag kennen maar is zeer zeker reeds een indrukwekkende vesting. De opeenvolgende burggraven Trencavel hebben de kleine versterkte plaats in de loop van de twaalfde eeuw uitgebouwd tot een machtig bolwerk.

Als de kruisvaarders voor de stad verschijnen zijn ze ongetwijfeld onder de indruk van de sterke omwalling waarboven een dertigtal torens uitsteken. Het is duidelijk dat deze stad een lange belegering kan doorstaan en het is uitgesloten dat de bewoners dezelfde fout zullen maken als in Béziers. Maar er is één belangrijk probleem. Door de snelle val van Béziers is Carcassonne niet voldoende op de belegering voorbereid.

Wanneer de kruisvaarders erin slagen de waterbevoorrading af te snijden wordt de toestand in de stad stilaan onhoudbaar. Door de warme zomer zijn de twee waterputten drooggevallen en opgeslagen voedselvoorraden beginnen door de hitte te bederven en een kwalijke geur te verspreiden. Door de overbevolking neemt het risico op epidemieën gevaarlijk toe.

Een week na een mislukte bemiddelingspoging van de koning van Aragon, die ongetwijfeld vindt dat het wapengeweld wat te dicht bij zijn grenzen komt, bieden de kruisvaarders aan om te onderhandelen. Trencavel verlaat de stad maar wordt prompt gevangen genomen. Op zaterdag 15 augustus trekken de kruisvaarders de stad binnen, Carcassonne valt hen ongeschonden in handen. De inwoners moeten hun huizen verlaten en al hun bezittingen achterlaten. Trencavel zelf wordt opgesloten in een van zijn eigen kerkers. De eerste zet is voor de kruisvaarders: de burggraaf van Béziers-Carcassonne is verslagen en in hun handen, maar de strijd is nog niet gestreden...

Allesbehalve zelfs! In tegenstelling tot de burggraaf, die ondanks zijn sympathie voor de ketters zelf katholiek is, behoort een groot deel van de kleinere landadel wel tot de religie van de bons hommes en de bonnes femmes. En bij deze heren zijn er niet van de minste. Ze voeren het bevel over zwaar versterkte vestingen in de Montagne Noire en de Corbières. Er staan de kruisvaarders nog moeilijke tijden te wachten.

Simon de Montfort

Carcassonne is stevig in handen van het kruisleger maar hoe lang zullen zij de stad kunnen houden? Volgens de geplogenheden van de kruisvaart moet een ridder 40 dagen gevechtsdienst volbrengen (zijn quarantaine) om aan al zijn verplichtingen te hebben voldaan. Velen maken dan ook aanstalten om terug te keren naar het Noorden zodat het leger met rasse schreden begint uit te dunnen. Er moet dringend iemand gevonden worden om de bezittingen van Trencavel over te nemen.

Abt Arnaud-Amaury, die de combinatie van militaire én geestelijke leiding misschien toch wat zwaar vindt, gaat op zoek naar een nieuwe opperbevelhebber. De graven van Nevers, Bourgogne en Saint-Pol weigeren. Ze hebben grote bezittingen in het noorden en voelen er niets voor zich voor lange tijd in vijandelijk gebied te vestigen. Ze willen ook geen moeilijkheden met hun leenheer, de Franse koning, die zijn afkeer voor deze kruistocht nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. Arnaud-Amaury moet noodgedwongen bij de lagere adel gaan zoeken in de hoop daar minder scrupules scrupules aan te treffen. Hij vindt de geschikte man in Simon de Montfort die enkele bezittingen heeft in de buurt van Parijs (Montfort-l’Amaury) en zich onderscheiden heeft tijdens de vierde kruistocht. Hij is ook graaf van Leicester, maar veel meer dan een titel stelt dat niet voor, door de voortdurende vijandelijkheden tussen Engeland en Frankrijk, zal hij zijn Engelse bezittingen nooit bezoeken.

Montfort krijgt van Arnaud-Amaury de titel van burggraaf van Béziers en Carcassonne, maar die titel moet nog wel bevestigd worden door een eed van trouw aan de wettelijke leenheer, de paus wil geen moeilijkheden met het feodale rechtssysteem. Die leenheer is koning Pedro II van Aragon, bijgenaamd ‘de katholieke’, geen enkel probleem dus. Of toch wel. Net als de Franse koning is Pedro II helemaal niet opgezet met deze kruistocht en hij weigert Montfort als vazal te erkennen. Hiermee wordt de aanzet gegeven voor een gevecht om titels dat tientallen jaren zal duren en tot onoverzichtelijke, soms ronduit hilarische toestanden zal leiden. Zo zullen er op een bepaald moment niet minder dan drie hertogen van Narbonne zijn die mekaar het licht in de ogen niet gunnen, laat staan de titel.

Met zijn beperkt legertje moet Montfort trachten zijn nieuwe bezittingen definitief in handen te krijgen. Montréal, Fanjeaux, Limoux... één voor één vallen ze. Door zijn strategische ligging zal Fanjeaux Montforts belangrijkste uitvalsbasis worden. Maar eens zal hij ook de ontoegankelijke burchten in de Montagne Noire en de Corbières moeten in handen krijgen en precies daar zitten zijn machtigste tegenstanders...

Cabaret (Lastours)

De Burchtenoorlog

In de Montagne Noire liggen de zwaar versterkte burchten van Peire-Roger en Jordan de Cabaret. Surdespine, Quertinheux en Cabaret: drie vestingen op dezelfde bergkam die samen een zo goed als onneembaar bolwerk vormen. Het wordt de eerste grote militaire operatie van Montfort sinds zijn benoeming als opperbevelhebber. De katholieke kroniekschrijver Pierre des Vaux-de-Cernay schrijft: “Het sein tot de aanval werd gegeven maar zonder groot succes.” In de terminologie van deze schrijver wil dat zoveel zeggen als: “De belegering was een totale mislukking.” Montfort is met zijn handvol ridders niet opgewassen tegen Peire-Roger en moet noodgedwongen de belegering opgeven.

In november nemen ze Mirepoix in. Eén van de (vele) heren uit deze stad, Peire-Roger de Mirepoix, zal later de geschiedenis ingaan als militair bevelhebber van Montségur. Mirepoix wordt door Montfort geschonken aan zijn vriend en maarschalk Guy de Lévis, wiens familie zich blijvend in de streek zal vestigen. Nu, na meer dan vijfentwintig generaties, wonen er nog altijd directe afstammelingen in de buurt van Mirepoix. Eén van hen schreef in het begin van de vorige eeuw een veel gelezen roman over de val van Montségur (Montségur, les cathares van Antoine Pierre Marie, duc de Lévis Mirepoix, uitg. Albin Michel, 1924).

Montfort zet zijn veldtocht verder, verovert opnieuw enkele kleine plaatsen maar komt daarbij voor de eerste maal in aanvaring met de graaf van Foix. Als vergelding voert deze een nachtelijke aanval uit op Fanjeaux die Montfort’s garnizoen slechts met de grootste moeite kan afslaan. Het is het eerste gewapend incident tussen Montfort en Raimon-Roger van Foix. Het zal niet het laatste zijn...

Op 10 november sterft Raimon-Roger Trencavel in zijn kerker in Carcassonne. Officieel aan dysenterie maar weinigen twijfelen eraan dat hij werd vergiftigd. Als dat zo is, dan hebben de bezetters wel een erg grote blunder begaan, ze hebben de populariteit van de jonge burggraaf onderschat en zijn dood zal hun positie in de Languedoc er niet makkelijker op maken.

In het voorjaar dagen er nieuwe versterkingen op en komt het kruisvaarderslegertje weer enigszins op peil. Het eerstvolgende wapenfeit van Montfort is zonder meer gruwelijk. Hij belegert het dorp Bram, laat van honderd inwoners de ogen uitsteken en de neus afsnijden en stuurt deze macabere stoet naar Cabaret onder leiding van een van de ongelukkigen die één oog heeft mogen behouden. De boodschap is afschuwelijk in haar eenvoud: als Cabaret zich niet overgeeft staat de bewoners hetzelfde lot te wachten. Als Montfort denkt daarmee Peire-Roger van zijn stuk te brengen vergist hij zich. Die wijkt geen duimbreed.

Minerve

De Belegering van Minerve

Een offensief tegen Cabaret is al een paar keer lelijk tegengevallen, tijd dus om een ander doelwit uit te zoeken: Minerve. Door nieuw aangekomen versterkingen, en met de hulp van hun aartsvijanden uit Narbonne, lukt het Montfort om Minerve helemaal te omsingelen. Maar aanvallen is een andere zaak. Minerve ligt op de samenloop van twee diepe loodrechte rotskloven en op de enige plaats waar de stad ‘gelijkvloers’ kan betreden worden, staat de zwaar versterkte burcht. Er zijn nog twee andere poorten maar om die te bereiken moeten de belegeraars eerst in het ravijn afdalen en dat staat gelijk met zelfmoord.

De kruisvaarders moeten het dus op een andere manier proberen: onophoudelijk wordt de stad bestookt met zware katapulten en ook hier zal het de hete zomer zijn die Minerve de das omdoet. Er is slechts één waterput, enkel te bereiken via een overdekte toegangsweg. Deze toegangsweg ligt precies binnen het bereik van Montfort’s zwaarste katapult. Eens weg en put vernield zijn de dagen van Minerve geteld. Er blijft Guilhem de Minerve niets anders over dan onderhandelen...

Kasteelheer en inwoners mogen de stad vrij verlaten als ze zich verzoenen met de Kerk. Bons hommes en bonnes femmes moeten hun geloof afzweren als ze willen blijven leven. Wanneer één van de Franse edelen opmerkt dat de voorwaarden niet streng genoeg zijn antwoordt abt Arnaud-Amaury: “Wees maar niet bang, er zullen er zich maar weinig bekeren...” Hij heeft de kracht van zijn tegenstanders al leren kennen. Bijna dag op dag een jaar na de val van Béziers worden in Minerve 140 ketters levend verbrand...

Termes

Termes

Montfort besluit onmiddellijk munt te slaan uit zijn overwinning en op te rukken naar een volgende verzetshaard, Termes in de Corbières. Zo’n militaire operatie in een ontoegankelijk en woest gebied is geen sinecure. Zelfs in deze tijd is de ruwheid van deze streek nog impressionant, ondanks de comfortabele asfaltwegen. In de middeleeuwen waren er nauwelijks wegen...

De positie van Termes is zeer sterk en weer lijkt een lange belegering onvermijdelijk. In de burcht bevinden zich een groot aantal gevluchte en vogelvrij verklaarde ridders (faidits) en een sterk garnizoen met soldaten uit de Roussillon, Catalonië en Aragon. Er zijn grote voedselvoorraden aangelegd. Bovendien kunnen de belegerden rekenen op de onvoorwaardelijke steun van Pierre-Roger de Cabaret die onophoudelijk de Franse bevoorradingskonvooien aanvalt. Soms stuurt hij zwaar verminkte gevangen terug naar Montfort als herinnering aan wat die de inwoners van Bram had aangedaan.

Opnieuw begint Montfort de belegering met een beschieting. Die wordt deze keer prompt beantwoord vanuit de burcht: ook daar zijn de katapulten in gereedheid gebracht. Termes bestormen is helemaal onbegonnen werk en de belegering sleept vier maanden aan. In de burcht is het opnieuw watergebrek dat voor problemen zorgt. Maar ook de tegenpartij heeft voedselproblemen, in de ondoordringbare Corbières is de bevoorrading van een leger niet eenvoudig. Zeker niet als Peire-Roger de Cabaret achter elke bocht op de loer kan liggen.

Uiteindelijk besluiten beide aanvoerders te onderhandelen. Raimon de Termes wil zijn burcht overgeven op voorwaarde dat hij ze met Pasen 1211 terugkrijgt en al zijn gebieden mag behouden. Geen al te schitterende overwinning voor Montfort maar hij heeft weinig keus, hij neemt het aanbod aan.

Zoals afgesproken trekt maarschalk Guy de Lévis de volgende ochtend naar de burcht om het bevel over te nemen. De poort blijft gesloten. Een hevige regenbui heeft ’s nachts de waterreservoirs opnieuw gevuld en er is water in overvloed. Maar dan neemt de zaak een verrassende wending. Dood ongedierte heeft het water zwaar vergiftigd en er breekt dysenterie uit. De belegerden proberen nog te vluchten, maar de kruisvaarders zetten de achtervolging in en doden iedereen die ze te pakken krijgen. Raimon de Termes wordt gevangen genomen en sterft drie jaar later in de kerkers van Carcassonne.

Opnieuw is een belangrijke verzetshaard uitgeschakeld. Montfort besluit zijn campagne verder te zetten in de Razès en de Kercorb. Coustaussa geeft zich zonder tegenstand over. Puivert biedt wel weerstand maar valt na een belegering van amper drie dagen.

Belangrijke verzetshaarden als Minerve, Ventajou en Termes zijn vernietigd en de brandstapel van Minerve heeft een groot aantal ketterse geestelijken omgebracht. Alleen de onvermoeibare Peire-Roger en Jordan de Cabaret bieden nog weerstand, maar ze raken stilaan geïsoleerd. De tijd is rijp voor een definitieve breuk met Toulouse...

Overzicht | Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deel 5