Franse Boeken

| Terug |

André VauchezAndré Vauchez
LES HÉRÉTIQUES AU MOYEN ÂGE
Suppots de Satan ou chrétiens dissidents?

In oktober 2014 verscheen bij CNRS Editions Les Hérétiques au Moyen Âge – Suppôts de Satan ou chrétiens dissidents? van de Franse historicus André Vauchez. Het boek is een verzameling van meerdere oudere publicaties van deze auteur, gespecialiseerd in de geschiedenis van de middeleeuwen in het algemeen en in die van de religies en de middeleeuwse spiritualiteit in het bijzonder. Vooral de vroege bedelorden, Franciscus van Assisi en de ketterijen in het algemeen behoren tot zijn onderzoeksterrein.

Het hier besproken werk herneemt veertien hoofdstukken en artikelen die her en der door de auteur gepubliceerd werden van 1987 tot 2003. Hij bezorgt daarmee de lezer heel wat interessant studiemateriaal dat ondertussen moeilijk te vinden of zelfs helemaal onvindbaar is geworden.

Het jaar duizend: de in Europa opkomende ketterijen raken in de meeste gevallen slechts diegenen die behoren tot de geletterde culturele en sociale elite van die tijd. Twee eeuwen later zijn die dissidente bewegingen evenwel uitgegroeid tot opstandige verzetshaarden tegen de rooms-katholieke clerus, zodanig zelfs dat ze voor Rome een serieus probleem vormen. Vanaf het Duitse Rijnland en Italië naar Noord-Spanje, via de Languedoc, worden meerdere regio’s van de christenheid serieus ‘besmet’ door die verschillende vormen van religieuze dissidentie wier adepten we kennen als katharen, patarenen, waldenzen en spirituele franciscanen. De door paus Innocentius III in 1209 gelanceerde kruistocht tegen de katharen in de Languedoc, de instelling van de Inquisitie vanaf 1231 en de opkomst van bedelorden als dominicanen en franciscanen, het waren allemaal elementen van de zware repressie die Rome voerde tegen die dissidenten.

In de loop van de 14de en 15de eeuw vermeerderen de beschuldigingen van ketterij nog en worden al degenen die zich niet plooien naar de richtlijnen van de roomse kerk, of haar autoriteit betwisten, als ketter gebrandmerkt met alle gevolgen van dien. De vervolgingen breiden zich uit en raken ook heel wat mannen en vrouwen wier enige ‘fout’ erin bestaat dat ze de corruptie en de fouten van de in ongebreidelde luxe levende roomskatholieke prelaten openbaar aanklagen en hun autoriteit in vraag stellen.

André Vauchez hecht veel belang aan de historiografische benadering van het onderwerp in zijn boek. In de inleiding stelt hij dat de studie van de ketterijen blijkbaar wat passé en uit de mode is geraakt, hij leidt zulks onder meer af uit het verdwijnen van het toonaangevende tijdschrift Heresis in 2011, alhoewel het katharisme in de Languedoc blijkbaar door het toerisme goed werd gerecupereerd met de promotie van de zogenaamde ‘kathaarse’ sites en de lancering van het commerciële label Le Pays Cathare.

Dikwijls terugkerend naar die historiografische evolutie voor de analyse van de ketterijen en de ketters, onderlijnt de auteur in dat verband dat de oude ‘marxistische’ analyse, die de opkomst van de ketterijen verbond aan een strijd tussen de verschillende middeleeuwse sociale feodale klassen, rijk tegen arm, nu gelukkig werd verlaten. Na een fase van deconstructivisme, vooral door historici als Monique Zerner en Jean-Louis Biget, waarbij werd geopperd dat de ketterij louter een intellectuele constructie was van de roomse kerk en dus nooit echt had bestaan, stelt Vauchez dat het nu hoog tijd wordt om de aandacht van het onderzoek toe te spitsen op de ketters zelf, wil men een duidelijk inzicht in de ketterijen krijgen. Dat objectief wordt hier evenwel niet gehaald, het is ook niet de opzet van dit boek, maar het is wel een duidelijke oproep naar de jongere generatie historici om een nieuwe richting in te slaan.

De diepliggende oorzaken van het ontstaan van de ketterij worden hier duidelijk en relevant uit de doeken gedaan. Door dikwijls kleinschalig te werken aan de hand van zeer specifieke voorbeelden, schetst de auteur de evolutie van de diverse ketterijen, die door de rooms-katholieke tegenpartij, die zij bestreden, op één grote hoop werden gegooid en als ‘verward’ werden beschouwd, maar die ieder op zich fundamenteel van elkaar verschilden. Hij schat ook duidelijk de raakvlakken tussen de middeleeuwse ketters naar waarde: katharen en waldenzen, spirituele franciscanen en hussieten, Engelse lollards en Milanese patarijnen. Al die dissidenties sproten voort uit het verlangen van leken naar een alternatieve religieuze beleving om op die manier te kunnen participeren aan een religieus leven wars van de beklemmende autoriteit van Rome, maar niettemin toch christelijk georiënteerd. We lezen hier ook dat die ketters geen marginalen waren maar in veel gevallen deel uitmaakten van een economische en culturele elite, goed geïntegreerd in het stedelijk en ruraal milieu, en ook in het sociaal weefsel van die tijd.

Vauchez legt dus duidelijk uit welke band al die ketterijen met elkaar verbond en hij peilt ook naar de oorzaak van hun sterk antiklerikalisme. Wat zich in het boek duidelijk aftekent doorheen de geschiedenis van opstand en ketterij is het ontstaan van een echte ‘contra-geschiedenis’ van het middeleeuwse christendom, een contra-geschiedenis die ditmaal niet geconcentreerd is rond het roomse pausdom, maar die verankerd is in een brede culturele en alternatieve spirituele context, gedragen door leken.

André Vauchez gaat als gereputeerd academicus steeds zeer grondig te werk en geeft blijk van een diepgaande eruditie en uitgebreide kennis van het aangesneden onderwerp. Samen met collega’s als Jacques Le Goff en Georges Duby was hij destijds een graag geziene gast op colloquia en studiedagen. Hij is ook nu nog een gewaardeerd godsdiensthistoricus.

Zeer interessant en nog niet eerder gezien vond ik zijn peiling naar het katharisme in de Languedoc aan de hand van een sermoen van aartsbisschop Federico Visconti van Pisa en de beschrijving van het religieuze leven van Marie d’Oignies door Jacques de Vitry als antwoord op de ketterij.

Het boek is ook overvloedig voorzien van bibliografische verwijzingen en voetteksten. Ook al gaat het dikwijls om ietwat verouderde werken, ze hebben nog steeds hun studiewaarde. (MG)

(CNRS Éditions - 2014 - ISBN 978-2-271-08204-6)

| Terug |