Nederlandse Romans

| Terug |

Het Verloren LabyrintKate Mosse
HET VERLOREN LABYRINT

“Sorry Dan Brown, maar dit is het echte werk,” schreef de Engelse recensent Val McDermid over deze graalroman van Kate Mosse en hij heeft overschot van gelijk. Het verhaal speelt zich afwisselend af in 1209 (en later) en 2005. Bij archeologische opgravingen in de buurt van de Pic du Soularac (één van de twee toppen van het St.-Barthelémymassief bij Montségur) ontdekt amateur-archeologe Alice Tanner een grot met daarin twee skeletten. Op de rotswand is een vreemd labyrint gekerfd en bij één van de skeletten vindt ze een ring met dezelfde tekening.

Het bange besef dringt tot haar door dat ze ‘iets’ verstoord heeft dat verborgen had moeten blijven. Wanneer ook de politie zich met de zaak gaat bemoeien besluit ze zelf op onderzoek uit te gaan en stuit daarbij op een aantal merkwaardigheden.

Een tweede verhaallijn speelt zich af in Carcassonne in 1209. Alaïs is de zeventienjarige dochter van Bertrand Pelletier, rentmeester van burggraaf Raimon Roger Trencavel. Als de dreiging van de kruistocht toeneemt krijgt ze een boek in handen dat, volgens haar vader, het geheim van de graal bevat. Of tenminste een deel ervan want er zijn nog twee andere boeken die ze zal moeten proberen in handen te krijgen om zo het geheim van de graal veilig te stellen.

Deze twee, op het eerste zicht totaal verschillende verhaallijnen gaan, naargelang je verder leest, steeds meer door mekaar lopen om uiteindelijk te versmelten.

Kate Mosse is een getalenteerde schrijfster en ze heeft een vlotlezende en bij wijlen erg spannende roman afgeleverd die met kop en schouders boven zijn soortgenoten uitsteekt. Al zitten ook hier alle geëigende ingrediënten in: de graal, invloedrijke geheime genootschappen, eeuwenoude geheimen, enz., het boek (dat toch meer dan 500 pagina's telt) verveelt nooit en daar zit de verfrissende vlotte stijl van de schrijfster voor veel tussen. Zij borstelt levensechte hoofdpersonages die je meteen in je hart sluit.

Bovendien zit de historische setting juist. Wie de geschiedenis van de kruistocht tegen de Albigenzen een beetje kent zal merken dat hier grondig geresearched werd. In het begin lijkt het zelfs een beetje té grondig door de overvloed aan Occitaanse woorden en uitdrukkingen. Maar dat went snel en de bijgevoegde verklarende woordenlijst helpt. Als je dan toch eens een historisch foutje vindt, dan is het meestal een detail. Franciscus van Assisi, bijvoorbeeld, naar wie (in 1209) terloops wordt verwezen als de ‘Heilige Franciscus’ terwijl de man toen nog in leven was (hij stierf in 1226) en pas in 1228 heilig werd verklaard. Maar daar zal niemand aanstoot aan nemen.

Wie houdt van deze combinatie van een historische en een fantasy-roman zal aan ‘Het Verloren Labyrint’ veel plezier beleven!

(Van Holkema & Warendorf - 2005 - ISBN 90-269-8361-1)

| Terug |

Telkens er sprake is van een nieuwe ‘katharenroman’, voor zover we dat als een op zichzelf staand genre mogen beschouwen, is het een beetje bang afwachten voor het resultaat. Want, we moeten daar eerlijk in zijn, heel dikwijls zijn die dingen niet meer dan pulp. Op het forum van de website (toen we dat nog hadden) heb ik ze destijds wel eens ‘stationsromannetjes’ genoemd, wat mij door de auteur(s) niet altijd in dank werd afgenomen. Nu goed, dan moeten zij maar wat meer hun best doen!

Maar soms, en meestal wanneer je het eigenlijk helemaal niet verwacht, zit er een leuke verrassing tussen. Dat was zo in 2005. Een turf van meer dan 500 pagina's met een groenige omslag lag te blinken tussen de nieuwigheden in de boekhandel. ‘Het Verloren Labyrint’ luidde de titel, maar wat mij vooral opviel waren die twee lijntjes, helemaal onderaan: De heuvels van Carcassonne verbergen al 800 jaar een groot geheim...

Zo'n boek kon ik niet laten liggen, een groot geheim, stel je voor! Niet dat ik er veel van verwachtte. Ik had nog nooit van Kate Mosse gehoord. Wel van haar bijna-naamgenote Kate Moss, maar het leek me zeer onwaarschijnlijk dat die plots historische romans was gaan schrijven. Bovendien zaten we in de nasleep van De Da Vinci Code dat een jaar eerder was verschenen, met als gevolg dat onze boekhandels letterlijk werden overspoeld met flauwe doorslagjes.

Ook ‘Labyrinth’, of tenminste ‘Het Verloren Labyrint’ (waarom kunnen onze vertalers nooit de originele titel behouden, wat is daar in ’s hemelsnaam mis mee?) begint voorspelbaar: archeologische opgravingen op de flanken van de Soularac, de ontdekking van een grot met geheimzinnige symbolen, de vondst van een geheimzinnige ring, een nog geheimzinniger geheim genootschap waarbij meteen al iemand wordt vermoord, als u het genre een beetje kent begrijpt u me wel... Maar dan gebeurt het plots en lijkt het alsof professor Barabas met zijn teletijdmachine heeft ingegrepen, zonder verdere verwittiging word je overgeflitst naar het 13de-eeuwse Carcassonne waar je het bevallige gezelschap krijgt van Alaïs, de zeventienjarige dochter van Raymond Roger Trencavels rentmeester Bertrand Pelletier du Mas...

Toen ik me na een tiental middeleeuwse pagina's nog niet één keer had moeten ergeren begon het me te dagen, aan dit boek was een grondige research voorafgegaan, zoveel was duidelijk. Soms spatte die research gewoon van de pagina's, je werd letterlijk om de oren geslagen met Occitaanse woorden en uitdrukkingen. Een verklarende woordenlijst die, samen met een bibliografie die er ook mocht zijn, achteraan in het boek was opgenomen kon dan soelaas bieden. Maar toen was het me al lang duidelijk dat dit helemaal geen doorslagje van De Da Vinci Code was. Kate Mosse werkte ongetwijfeld al jaren aan dit project toen de bestseller van Dan Brown op de mensheid werd losgelaten. En eigenlijk had de Engelse recensent die op de achterflap werd geciteerd overschot van gelijk: “Sorry Dan Brown, maar dit is het échte werk.”

Natuurlijk, en ik kan het niet genoeg herhalen, Labyrinth is een historische roman, noem het desnoods een avonturenroman of een graalroman, maar altijd met de nadruk op ‘roman’. Wie een historische studie verwacht moet een ander boek lezen. Er wordt al eens een loopje genomen met de historische werkelijkheid, sommige gebeurtenissen worden vereenvoudigd, soms wordt er zelfs wat aan de chronologie gemorreld. Het gaat dus duidelijk om fictie, maar toch is het boek geschreven met een groot respect voor, en vooral vanuit een grondige kennis van de geschiedenis. Het resultaat was een spannend avonturenverhaal dat schreeuwde om een verfilming.

En die verfilming is er intussen. Geen bioscoopfilm, maar een mini-serie voor de televisie. Toen bekend werd dat de productie in handen was van Tandem Communications en Scott Free Films (de productiemaatschappij van Tony en Ridley Scott), werd het duidelijk dat er met een ruim budget zou gewerkt worden. Dezelfde combinatie zorgde eerder al voor de televisiebewerking van The Pillars of the Earth, naar het boek van Ken Follet, over de verwikkelingen rond de bouw van een kathedraal in het fictieve Zuid-Engelse Kingsbridge. Voor Labyrinth werd er op locatie gedraaid in Zuid-Frankrijk, maar ook in de studio in Kaapstad (Zuid-Afrika), waar grote delen van het middeleeuwse Carcassonne werden nagebouwd.

Labyrinth heeft een uitgebreide cast met bekende en minder bekende namen, maar het is duidelijk dat de acteurs en actrices met de grootste zorg werden uitgekozen, de casting zit zo goed als perfect. Ik heb even moeten fronsen bij John Lynch die een kortharige Simon de Montfort neerzet, terwijl die op nagenoeg alle prenten met golvende haren wordt afgebeeld, maar ik ben best bereid te geloven dat Raymond Roger Trencavel een beetje op Tom Felton leek. Felton, die in de Harry Potterfilms de valse Draco Malfoy (Draco Malfidus) neerzette, mag nu het toonbeeld van ridderlijkheid en paratge spelen... Wat een fascinerend beroep is dat toch, acteren! Nog een andere grote naam is John Hurt (als Audric Baillard) en ook Kate Mosse zelf verschijnt even aan het einde in een korte cameo als gids in Montségur.

Voor de vrouwelijke hoofdrollen viel de keuze op twee 23-jarige actrices en ook zij zetten beiden zo goed als perfect de personages uit de roman neer. Vanessa Kirby, die in de huid kruipt van Alice Tanner, is vooral bekend van het theater, waar ze de ene award na de andere op haar naam schrijft. Recent heeft ze de stap gezet naar het kleine (en grote) scherm. Grappig is dat ze tijdens haar tienerjaren werd geweigerd aan de prestigieuze Bristol Old Vic Theatre School (in 1946 opgericht door Laurence Olivier). Blijkbaar is het dan toch nog goedgekomen met haar...

Jessica Brown Findlay, die Alaïs Pelletier speelt, was een beloftevolle ballerina (op haar vijftiende danste ze een zomerseizoen met het Kirov Ballet in het Royal Opera House in Covent Garden) tot ze, na twee mislukte enkeloperaties, haar droom definitief moest opbergen, zelfs hoge hakken mag ze voortaan vergeten. Maar ze vond een gepast alternatief bij het theater. Ze is geen onbekende voor televisiekijkend Vlaanderen en Nederland door haar rol in het populaire kostuumdrama Downton Abbey waarin ze lady Sybil speelde, de rebelse jongste dochter van de Crawleys, maar ze verdween op tragische wijze uit de reeks in de loop van het derde seizoen na fatale verwikkelingen bij haar bevalling (wat in Engeland bijna de aanleiding was voor een spontane dag van nationale rouw). De werkelijke reden voor haar vertrek was wat prozaïscher, ze weigerde een contractverlenging omdat ze teveel aanbiedingen kreeg en andere dingen wou gaan doen. Niemand had kunnen voorzien dat de reeks zo lang zou lopen. Eén van die andere dingen was de rol van Alaïs in Labyrinth. Maar we zien haar zeker ook terug op het grote scherm. In 2012 werd ze genomineerd voor een BIFA-award als ‘most promising newcomer’, meestbelovend aanstormend talent zeg maar, voor haar rol als rebelse tiener in de film Albatross. We zien haar nog terug, wees daar maar zeker van.

Maar terug naar Labyrinth. De moeite van het bekijken waard? Zeker, al had het toch iets meer mogen zijn... De plot is vrij ingewikkeld en om die helemaal te ontrafelen volstaan twee afleveringen van 90 minuten niet. Sommige personages en plotwendingen komen zo misschien wat te weinig uit de verf en sommige boeiende verhaallijnen zijn gewoon geschrapt. Of om het met een dooddoener te zeggen: het boek is beter dan de film. En ja, er wordt Engels gesproken in het 13de eeuwse Carcassonne (voor wie dat nog niet erg genoeg vindt is er ook een Duitsgedubde versie beschikbaar). Maar laat u dat vooral niet tegenhouden. De setting is uniek, het is mooi om naar te kijken, soms ook vrij spectaculair, en er wordt meer dan uitstekend geacteerd. Het is en blijft natuurlijk ook een spannend verhaal... (MB)

| Terug |