Nederlandse Boeken

| Terug |

MartensW.P. Martens
DE KATHAREN
Opkomst en ondergang van een vredelievende ketterse sekte
 

De auteur geeft een overzicht van de kathaarse leer enerzijds en de kruistocht tegen de katharen anderzijds. Maar hij laat zich nogal eens meeslepen in zijn enthousiasme de kathaarse zaak te verdedigen.

Zo lezen we over Simon de Montfort: “Even hebzuchtig als heerszuchtig, trouweloos, zonder ander levensdoel dan het bemachtigen van andermans goederen, belichaamt deze roofridder niet alleen het ware ideaal van de kruisvaarders maar tevens is hij de verpersoonlijkte rancune van de barbaar tegen de dragers van de schitterende meridionale beschaving.” Als ‘objectieve geschiedschrijving’ kan dat tellen.

De Occitanen hadden zich ongetwijfeld wel kunnen vinden in deze uitspraak maar de kruisvaarders dachten er beslist anders over. We mogen niet uit het oog verliezen dat Montort handelde binnen een ‘wettelijk kader’ dat door de Kerk was geschapen. Bovendien was niet Monfort maar abt Arnaud-Amaury de aanvoerder van de kruisvaarders tijdens de invasie (en tijdens de slachtpartij van Béziers).

Martens is ook vrij grof in zijn veroordeling van de cisterziënzermonniken. Arnaud-Amaury, Guillaume de Puylaurens, Pierre des Vaux-de-Cernay en Pierre de Castelnau worden als “grote vijanden van de katharen” bestempeld. Nochtans heeft slechts één van hen, Arnaud-Amaury, daadwerkelijk aan de kruistocht deelgenomen. Pierre des Vaux-de-Cernay is de auteur van de (zeer kleurrijke) kroniek ‘Historia Albigensis’ waarin hij de zuiderlingen er inderdaad nogal van langs geeft. Pierre de Castelnau was de pauselijke legaat wiens dood de onmiddellijke aanleiding tot de kruistocht was, maar je kan hem dat moeilijk verwijten. Guillaume de Puylaurens, tenslotte, was de persoonlijke kapelaan van Raymond VII. Zijn kroniek, die jaren na de feiten werd geschreven, toont een voor die tijd vrij grote objectiviteit.

Er staan ook nogal wat historische onnauwkeurigheden in het boek. Zo wordt de graaf van Foix afwisselend Ramon Roger en Roger Bernard genoemd (in feite vader en zoon). Pierre-Roger de Mirepoix wordt steevast aangeduid als heer van Montségur terwijl dat in feite Raymond de Péreille was, Pierre-Roger was de militaire bevelhebber (en na zijn huwelijk met de dochter van Raymond de Péreille mede-heer). En die Raymond de Péreille wordt dan weer aangeduid als heer van Laroquefixade (Martens haalt hier duidelijk de dorpen Roquefixade en Laroque d'Olmes door mekaar), wat zonder meer fout is, hij behoorde tot de ‘Mirepoix-familie’ en was heer van Péreille (Perelha), zoals zijn naam zegt.

Tenslotte, en misschien is dat wel mijn grootste bezwaar, heeft Martens zich laten inspireren door Antonin Gadal, die hij persoonlijk ontmoet heeft. (zie voor Gadal op deze site het hoofdstuk De Mythe). We krijgen dus nog maar eens het hele verhaal over de ‘spoulgas’, de versterkte grotten in de Ariègevallei, die initiatieplaatsen voor nieuwe bons hommes zouden geweest zijn. En natuurlijk mogen de 500 ingemetselde katharen in de grot van Lombrives ook niet ontbreken. Allemaal verhalen, ofwel ontsproten aan de fantasie van Antonin Gadal, ofwel gebaseerd op enkele vage legenden die niet verder teruggaan dan de 19de eeuw...

Dit was gedurende jaren het enige ernstige Nederlandstalige boek over dit onderwerp en dat is beslist een verdienste. Bovendien werd het geschreven door een enthousiasteling met veel liefde en respect voor de katharen. Inhoudelijk is het nu op een aantal punten achterhaald maar het blijft wel interessant omwille van de vertalingen van de ‘Interrogatio Johannis’ en de ‘Summa de Catharis’ van Rainerius Sacconi.

(Uitgeverij Servire, Katwijk - 1980 - ISBN 90-6325-243-9)

| Terug |