Nederlandse Boeken

| Terug |

Malcolm BarberMalcolm Barber
DE KATHAREN

Bij Uitgeverij Pearson Education Benelux verscheen de Nederlandse vertaling van het in kringen van wetenschappers en historici hoog gewaardeerde boek ‘The Cathars - Dualist Heretics in Languedoc in the High Middle Ages’ van Malcolm Barber, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Reading (Engeland). De Nederlandse vertaling kreeg als titel "De Katharen" en werd als paperback-editie uitgegeven, voorzien van een mooi ogende cover met een kleurenfoto van het kasteel van Peyrepertuse.

In het boek werden ook tal van zwart/wit foto's, verklarende tabellen, overzichtskaarten en een chronologisch overzicht van de Albigenzische kruistochten opgenomen, wat voor de lezer een boeiende en tegelijk aanvullende verduidelijking is.

Bijzonder interessant en verdienstelijk is hier de wel heel uitvoerige lijst van aanbevolen literatuur, die maar liefst 25 bladzijden omvat, het register en de zeer relevante voetnoten, mooi ingedeeld per hoofdstuk, die voor de geïnteresseerde lezer op zoek naar meer, een onuitputtelijke bron van informatie zijn. Bij mijn weten is er tot dusver geen enkel ander Nederlandstalig werk over de katharen beschikbaar dat zulke uitgebreide literatuurlijst en voetnoten weergeeft, wat het boek alleen al daarvoor de moeite waard maakt.

In zeven grote hoofdstukken geeft de auteur een chronologisch en goed gestructureerd correct overzicht van de ganse geschiedenis en de religie van het katharisme. In een beknopte inleiding wordt de lezer in grote trekken wegwijs gemaakt in de materie, waarna de dualistische leer van de vroege gnostici wordt besproken, een overzicht wordt gegeven van de leer van de bogomielen, die aan de basis lag van het katharisme, om dan vervolgens uit te komen bij de oorsprong van het dualisme in het Westen.

Bijzonder interessant is dat Barber een duidelijke omschrijving geeft van het ontstaan van het katharisme in de Languedoc en daarbij de link legt met de Bulgaarse, Bosnische en Italiaanse connecties. Hij schetst daarbij ook het uitzonderlijk grote belang van het kathaarse concilie van Saint-Félix de Caraman in 1167, waarbij het absolute dualisme van de katharen in Occitanië werd vastgelegd. Hij baseert zich daarvoor overwegend op het relaas van tijdgenoten aan de hand van overgeleverde teksten, wat een extra boeiende dimensie geeft aan zijn uiteenzettingen.

In het hoofdstuk over de katharen en de samenleving van de Languedoc maken we uitgebreid kennis met de feodale structuur van deze bijzonder hoogstaande maatschappij, waarbij de plaatselijke adel en de regionale machthebbers meer en meer het kathaarse gedachtegoed ondersteunden binnen een geest van een voor die tijd nooit geziene tolerantie en "paratge", zo eigen aan die samenleving. De lezer wordt hier vooral gewezen op het grote belang van het netwerk van onderling gerelateerde graafschappen en seculiere machthebbers die samen met de vele kathaarse "domussen", geleid door kathaarse vrouwen, er voor zorgden dat het katharisme alom verspreid en ondersteund werd in de regio.

Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 uitvoerig stilgestaan bij de structuur van de kathaarse kerk, zijn hiërarchie, de ceremoniële ontvangst van het consolamentum als enig erkend sacrament van de Gleisa de Dio en de kathaarse theologie aan de hand van verklarende uittreksels uit het "Liber de Duobus Principiis", één van de overgeleverde kathaarse bronteksten i.v.m. het geloof. Aan de hand van getuigenissen afgelegd voor de inquisitie wordt als slot van dat hoofdstuk nog een interessant beeld geschetst van de geloofsbeleving door de gewone katharen, waaruit duidelijk naar voren komt hoe diep het katharisme ook bij de eenvoudige "croyants" was verankerd in hun dagdagelijks bestaan.

In hoofdstuk 4 krijgen we dan de katholieke reactie en haar rechtvaardiging om met geweld deze "verderfelijke ketterij" met wortel en tak uit te roeien. Bij zijn analyse van de reacties van Rome en de daarop volgende Albigensische kruistocht van 1209 baseert Barber zich vooral op de kronieken van de drie belangrijkste verslaggevers uit die tijd, te weten Pierre des Vaux-de-Cernay, een roomskatholiek die duidelijk aan de kant van Simon de Montfort en zijn kruisleger stond, Guillaume de Puylaurens, een priester uit Toulouse, die eveneens aan de kant van de katholieken stond en Guillaume de Tudèle, die zowat de meest betrouwbare van deze drie vormt. (Hun kronieken werden inmiddels vertaald in het Nederlands en zijn beschikbaar op deze website onder de rubriek "bronteksten".) In dit hoofdstuk zien we ook hoe de verschillende campagnes tegen de ketterij in de twaalfde en vroege dertiende eeuw uitmondden in een escalatie van geweld tijdens de Albigensische kruistochten die het gebied in vuur en vlam zetten en waarbij deze verfijnde en cultureel hoogstaande maatschappij quasi volledig werd vernield in een meedogenloze en barbaarse strijd. Zowat alle belangrijke veldslagen en wapenfeiten passeren hier de revue waarbij de geïnteresseerde lezer, die hierbij het noorden dreigt te verliezen, nog kan terugvallen op de chronologische tabellen 2 en 3 achteraan in het boek, die een goed gestructureerd overzicht geven van alle belangrijke militaire acties uit die tijd.

Het uiteindelijke verval van het katharisme wordt in hoofdstuk 5 besproken, waarbij vooral de excessen van de inquisitie en haar onmenselijke praktijken in de verf worden gezet, maar ook de onverzettelijkheid van vele kathaarse gelovigen diep respect afdwingt. Ook wordt hier aandacht besteed aan het belang van de Italiaanse connectie en het voortleven van het katharisme in Lombardije met de vier kerken van Concorezzo, Desenzano, Bagnolo en Vicenza, waar tal van gevluchte Occitaanse katharen probeerden te overleven na de val van Montségur in 1244.

In het hoofdstuk over de laatste katharen wordt dan nog de korte revival van het katharisme onder de gebroeders Authié uit Montaillou en het leven van de laatste kathaarse parfait Guillaume Bélibaste besproken, waarbij de schrijver zich vooral baseerde op de inquisitieverslagen van bisschop Jacques Fournier. Dit hoofdstuk is eerder een gecondenseerde weergave van hetgeen daarrond reeds uitvoerig werd gepubliceerd door Emmanuel le Roy Ladurie in zijn bestseller "Montaillou - een ketters dorp in de Pyreneeën".

Als waardige afsluiter van het boek besteedt Barber vrij uitgebreid aandacht aan het neo-katharisme en belicht hij daarbij de belangrijke rol van Déodat Roché, Simone Weil en Otto Rahn bij de "recuperatie" van het katharisme in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ook wordt hier stilgestaan bij de mogelijke "invloed" van het katharisme op het protestantisme en bij de huidige recuperatie van het katharisme binnen het streven naar een eigen Occitaanse identiteit.

Besluit

In het algemeen kan gesteld worden dat "De Katharen" één der meest belangrijke en tegelijk historisch correcte werken is die het laatste decennium over het katharisme in het Nederlandse taalgebied zijn verschenen. Wel gaat Barber er heel dikwijls van uit dat zijn lezer reeds de nodige voorkennis heeft over deze vrij complexe materie, waardoor hij het niet nodig acht om bepaalde personages, historische feiten en kwesties in verband met de religie uitgebreid te duiden of te verklaren. Voor mensen die (nog) niet voldoende vertrouwd zijn met het onderwerp kan dat mogelijk leiden tot verwarring of situaties waarbij sommige zaken moeilijk begrijpbaar zijn. Vooral dan de hoofdstukken over de religie zijn m.i. zonder voorkennis moeilijk te vatten. Het is zeker geen boek dat zich richt tot beginnende "katharisten".

Ronduit schitterend en zeer lovenswaardig zijn hier, zoals reeds gezegd in de inleiding, de uitgebreide bibliografie, het register, de interessante voetnoten en de vele goed gestructureerde tabellen en overzichtskaarten die het boek een erg waardevolle extra dimensie geven en die voor de (gevorderde) lezer een schat aan informatie bieden.

Eerlijkheidshalve moet wel worden opgemerkt dat bij de vertaling regelmatig fouten werden gemaakt op het vlak van de correcte vermelding van namen van plaatsen en personages, zoals Laurageais i.p.v. Lauragais, Bertrand Mary i.p.v. Bertrand Marty, de gebroeders Autier i.p.v. Authié, Chabert de Barbéra i.p.v. Chabert de Barbaira, Fontrevault i.p.v. Fontevrault en Sibylla den Balle i.p.v. Sibylle Baille; om maar de meest in het oog springende te noemen.

Niettemin blijft "De Katharen" een indrukwekkend en boeiend standaardwerk dat zijn plaats verdient tussen de "groten" zoals Duvernoy, Roquebert en Brenon en dat in geen enkele bibliotheek van de ware liefhebber van het katharisme mag ontbreken! (MG)

(Pearson Education Benelux, Amsterdam - 2004 - ISBN 90-430-0948-2)

| Terug |