Saissac (Aude)

Vorige | Overzicht | Volgende

Aanleunend tegen de Montagne Noire is het pittoreske dorp Saissac half cirkelvormig gebouwd op terrassen. Het was destijds de residentie van machtige feodale heren en fervente beschermers van de bons hommes en bonnes femmes.

Er resten nog de indrukwekkende ruïnes van de grote feodale burcht van Bertran de Saissac, die net als vele andere Occitaanse heren tijdens de kruistocht tegen de Albigenzen (1209-1218) uit zijn rechten werd ontzet.

Saissac Saissac

Saissac ligt op ongeveer 25 km van Carcassonne en is van daaruit via de N113 (richting Castelnaudary) en de D629 (via Montolieu) vlot bereikbaar. Bij aankomst in Saissac kan je de wagen best parkeren langs de hoofdweg en vervolgens te voet verder het dorp verkennen. De burcht ligt aan het uiteinde ter hoogte van de kerk. Er is een onthaalpaviljoen waar je een ticket kunt kopen en waar ook allerlei toeristische info te vinden is.

Historische situering

Saissac wordt voor het eerst in de geschreven bronnen vernoemd in 960 als een bezit van de graven van Toulouse, die het in leen gaven aan de machtige familie Saissac. In 1209, bij het begin van de Albigenzische kruistocht, werd het kasteel ingenomen door de troepen van Simon de Montfort die de burcht aan zijn compagnon Bouchard de Marly schonk. Later werd Saissac in leen gegeven aan Lambert de Thury, alvorens uiteindelijk in het bezit te komen van de familie de Lévis.

In 1568, tijdens de godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten, werd Saissac gedeeltelijk verwoest door de protestanten en trad het verval in.

Saissac Saissac

Bezoek aan de site

De burcht, die tijdens de gevechten van 1209 zwaar werd beschadigd, werd in de loop van de 15de en 16de eeuw grondig hersteld en getransformeerd in een artilleriekasteel. Ze werd gebouwd op een rotskam die voor een goede natuurlijke verdediging zorgt. De site beslaat een terrein van ongeveer 125 meter lang op 30 meter breed, afgeboord door verscheidene ronde hoektorens. De indrukwekkende vierkante donjon is centraal gebouwd en heeft muren van twee meter dik. Jammer genoeg werd hij tijdens werken in 1862 bijna helemaal afgebroken.

Aan de linkerkant zie je een aantal gebouwen, waaronder een grote zaal die recent werd gerestaureerd en waar nu een audio-visuele voorstelling over de geschiedenis van Saissac kan bekeken worden. Er is ook een klein museum ingericht. Verder zie je magazijnen, ondergrondse opslagplaatsen en vroegere kerkers. De site strekt zich verder zuidwaarts uit via een grote binnenkoer die op elke hoek verdedigd werd door een ronde toren.

Saissac Saissac

Aan de rechterkant kan je de site verlaten en er vervolgens helemaal rond lopen, waarbij je een mooi overzicht krijgt van het geheel. Daar vertrekt ook een pad naar het oude castrum dat momenteel volop door archeologen wordt onderzocht.

Reken voor een bezoek aan Saissac (burcht en castrum) ruim twee uur. In het dorp zijn er enkele eet- en drinkgelegenheden.

Tekst en foto's: Michel Gybels
Bron: Guide des Pays Cathares - Outre Terre

Top

Mededeling van Marie-Elise Gardel - 28 mei 2008

Wie Saissac vandaag bezoekt en de opstelling van de complexe middeleeuwse structuur vergelijkt met die van andere sites, zal verbaasd zijn dat het bergdorp boven de kerk en het kasteel ligt. Dat is uiterst ongewoon voor de feodale tijd met zijn strak gecodeerde drie-orde. Maar komt die opstelling wel overeen met de toestand van de 12de en 13de eeuw, de feodale (en kathaarse) periode?

SaissacDe ontdekking van het castrum te Lastours in 1980 heeft dokter Michel later geïnspireerd om iets gelijkaardigs te gaan zoeken te Saissac. Hij deed dat op de flanken van de berg waarop de imposante kasteelruïne staat.

Tijdens de verwijdering van groen en puin vond zijn ploeg van vrijwilligers inderdaad op die flanken de eerste sporen van een grote habitat. Hij dacht onmiddellijk aan het feodale castrum uit de geschreven bronnen dat dan onder het kasteel en de kerk zou hebben gelegen, waardoor de drie-orde werd gerespecteerd.

De wetenschappelijke opgravingen in de castrumzone te Saissac zijn begonnen in 2005. Een zeer complexe structuur werd langzaam blootgelegd. De werken staan onder leiding van Marie-Elise Gardel en worden enigszins vertraagd door moeilijkheden met de Services d’Archéologie en diverse toelatingen. Het onderzoek in het kasteel en het bergdorp is toevertrouwd aan andere mensen.

Ondertussen heeft men echter voldoende gegevens voor een eerste evaluatie, na drie jaar van prospectie in het castrum, en dat is belangrijk voor de studie van de kathaarse periode want de archeologie is een hoofdbron geworden. Marie-Elie Gardel gaf een primeur van de resultaten op 28 mei 2008, in het Centre d’Etudes Cathares / René Nelli te Carcassonne.

De geschiedenis van de site

Tijdens de Visigotische periode vormde de Montagne Noir een natuurlijke grens van hun rijk met het noorden en westen. Dat waren gebieden onder controle van de opdringende Franken en Bourgondiërs. Een fort te Saissac (Saxiacum of rots) zou dan een bewakende functie van die grens hebben gehad.

In de 10de eeuw verschijnt de naam in de tekstbronnen. Men heeft het over een parochiekerk met de naam Saint-Etienne de Castillon, die niet meer bestaat.

In 957 heeft bisschop Ugo van Toulouse (927-972) het over een castellum de Saxago. Het zou dan een oude viguerie zijn in de kerkelijke provincie van Narbonne met een publieke versterking. De bisschop, verwant aan de graven van Toulouse, laat het erven aan graaf Roger van Carcassone en diens moeder Arsinde.

In 1002 verschijnt Sexagum in een tekst van deze Roger de Oude, graaf van Carcassonne. Daarin lijkt men het reeds te hebben over een feodale structuur met een dubbele functie: militair en monastiek. Hij schenkt het aan zijn oudste zoon Raimon.

In 1034 heeft men het nog steeds over een castellum quo vocant Saxago maar in 1070 gebruikt men als beschrijving het woord castrum. Die twee omschrijvingen worden in de teksten door elkaar gebruikt, maar Gardel leidt er toch uit af dat Saissac in 1070 een versterkt dorp moet zijn geweest met meerdere co-seigneurs die hun inkomen haalden uit de ontginning van het woud en de mijnen.

In 1070 is Isarn Jourdan de eerste seigneur. Hij is vazal van Ramon Berenguer I van Barcelona.

De heren van Saissac gaan deel uitmaken van de hogere regionale aristocratie. Ze zijn wellicht verwant met de graven van Toulouse. De geschreven bronnen laten toe om hen gedurende twee eeuwen te volgen.

Politiek balanceren ze tijdens de 12de eeuw tussen Carcassonne en Toulouse. In 1150 spreekt men over het castrum de Seixac. De heren van Saissac steunen intensief de cisterciënzers met de inplanting van een nieuwe abdij tot gevolg, eerst te Campagnes en daarna te Villelongue. Ze gaan zich feodaal steeds meer richten naar de Trencavels van Carcassonne.

Vanaf 1195 bevestigen de bronnen de aanwezigheid te Saissac van kathaarse huizen.

In 1209 verovert Simon de Montfort het castrum zonder strijd en geeft het aan zijn luitenant Bouchard Marly. Na de reconquista van Toulouse worden de kathaarse huizen van Saissac opnieuw heropend.

Na de vrede van Meaux-Parijs zal een gedeelte van de familie van Saissac zich verzoenen met de koning. Een ander gedeelte zet de strijd verder als faidit. Een nakomeling huwt met Ava van Fenouillet en een andere met een dochter van de heer van Puylaurens. Ze blijven strijden tegen Simon de Montfort, Amaury de Monfort en de koninklijke seneschalken van Carcassonne. Ze nemen deel aan de opstand van Trencavel junior in 1240 en de opstand van Toulouse in 1242.

Jourdan van Saissac-Puylaurens bevrijdt zelfs tijdelijk zijn voorouderlijk castrum van Saissac en blijft tot aan zijn dood zeer kathaarsgezind.

In 1240/50 werd het castrum van Lastours blijkbaar plots verlaten. Men denkt aan een verband met de mislukte opstand van Trencavel in 1240 en die van Toulouse in 1242 en de daaropvolgende periode van koninklijke woede die bewoners van verscheidene opstandige en kathaarsgezinde castra deed deporteren en de plaatsen liet afbreken. Van Lastours weet men dat door de archeologie met zekerheid.

Saissac Saissac

De site

Saissac beschikt over elementen die men niet heeft te Lastours: een kerk met een plein dat wellicht ooit het kerkhof was ( maar dat niet noodzakelijk de kapel was van het castrum), een intacte poort (de poort van Toulouse), een stuk van de omwallingen van ongeveer 40 meter lang.

Porte de ToulouseHet kasteel boven op de berg is een complex gebouw, met elementen daterend uit verschillende perioden en met verscheidene functies: eerst een louter militair-defensieve dat vervolgens werd aangepast aan de artillerie en ten slotte als residentie werd gebruikt. Het is in de loop der tijden uitgebreid naar de lager gelegen terrassen. Volgens Gardel is het oudste gedeelte dat aan de kant van de kerk en komt het eerste rechthoekige voorplein misschien overeen met het grondplan van een oudere vesting. Zeker is dat niet want ook aan de onderkant van het kasteel zijn elementen in de muren die ouder lijken te zijn.

Het lager gelegen castrumgedeelte strekt zich uit over de drie flanken van de berg en werd natuurlijk verdedigd door twee bergstromen, die samenkomen aan de voet.

In het centrum van het castrum werd een grote woning gevonden. De afmetingen daarvan zijn ongewoon groot (17 x 9 meter) en de muren extra dik (1,70m). Men vermoedt dat hier een primitieve donjon stond. Een tweede groot gebouw aan de voet van het huidige kasteel, zou een andere primitieve donjon kunnen geweest zijn.

Het volledig ommuurde castrum had twee poorten waarvan die van Toulouse nog overeind staat. De doorgang is 1,9 meter breed. Aan de kant van het huidige dorp sloot die muur waarschijnlijk aan op het kasteel dat zo de zwakste zijde van het castrum verdedigde.

De huizen hebben dezelfde afmetingen zoals in Lastours (meestal 8 x 4 meter), net zoals hun muren (0,8 à 0,9 m).

Over de bergstromen lagen wellicht meerdere bruggen. Molens maakten gebruik van de waterkracht. De grote molensteen die men heeft gevonden dateert echter uit de 18de eeuw.

Het castrum is aangepast aan de morfologie van het terrein. Men maakte gebruik van een terrasorganisatie. Er is overal drainage voorzien omwille van de hevige onweders in de omgeving.

De constructies zijn vooral het gevolg van seigneurale beslissingen. Met zekerheid was Saissac één van de belangrijkste plaatsen in het graafschap van Carcassonne, met een grote bevolking en veel passage.

Artefacten

SaissacDe zuidkant is de rijkste wat vondsten betreft (keramiek en andere). De vondsten dateren van niet later dan de 13de eeuw. Dat lijkt de stelling van een transfer van de bewoning naar het hogergelegen dorp te bevestigen. Dan beginnen de bronnen ook te spreken van een dorpsfort, versterkt omwille van de Honderdjarige Oorlog.

Na de prospectie van 2005 had men 2195 objecten geïnventariseerd. De meeste lagen in en rond de primitieve donjon.Veel keramiek is grijs (83%). Dit vergt een bijkomende bewerking van het roodgebakken keramiek en maakt het sterker. Die techniek is in Europa vergeten met uitzondering van Portugal.

Momenteel zijn er ongeveer 10.000 artefacten gevonden, die men een voor een dient te wassen. De vormen zijn gelijkaardig aan die van de artefacten die men te Lastours heeft gevonden.

In 2007 zijn er aanvullende prospecties uitgevoerd en is de oostelijke calade vrijgemaakt (een steile toegangsweg met bestrating en afvoerkanalen).

Toekomst

De opgravingen gaan in 2008 progressief verder met als doel :
(1) een verdere en meer nauwkeurige bepaling van het plan van het castrum,
(2) een meer preciese bepaling van de chronologie van de bewoning,
(3) een integratie van de studie in het geheel van de castra aan de zuidkant van de Montagne Noir.

Verslag & foto's: Willy Vanderzeypen

Vorige | Overzicht | Volgende