Palaja (Aude)

Vorige | Overzicht | Volgende

PalajaDe gemeente Palaja ligt op een zestal kilometer van de Cité van Carcassonne aan de D42. Halverwege Cazilhac en Palaja ligt aan de linkerkant van de D42 de zogenaamde ‘duiventoren’ van Palaja, een middeleeuwse toren die dateert uit de 11de eeuw.

Een eerste archeologische prospectie in 2012 door een team van Inrap (Institut de recherches archéologiques préventives), een organisatie die noodopgravingen uitvoert op bedreigde archeologische sites, wees uit dat we hier niet te maken hebben met een duiventoren (pigeonnier), zoals altijd werd gedacht, maar wel degelijk met de resten van een monastiek gebouw. In 2013 werd het archeologisch onderzoek overgenomen door Marie-Elise Gardel van de Amicale Laïque de Carcassonne, die eerder reeds haar sporen verdiende op o.m. de grote site van Cabaret (Lastours).

Zij zorgde voor baanbrekende resultaten, zo legde ze de resten bloot van een grote middeleeuwse priorij die destijds van zeer groot belang was aan de periferie van Carcassonne.

Historische situering

Uit opzoekingen in de archieven blijkt dat Palaja voor het eerst vernoemd wordt in een akte uit 917. Tussen 1028 en 1049 is er de eerste vermelding van een priorij; in 1119 wordt die priorij gewijd aan Saint-Foulc en in 1247 vestigen er zich een vijftiental monialen. In 1328 wordt in de grote kerk een zekere Aude de Villeneuve begraven, edelvrouw van Palaja. In de loop van de 14de eeuw wordt de site evenwel om een niet gekende reden verlaten en in 1662 is er alleen nog sprake van een ruïne. Na de Franse Revolutie wordt de toren van de kerk, het enige wat dan nog rest van de priorij, openbaar verkocht en verbouwd tot een duiventoren die zorgt voor extra vleesbevoorrading van de plaatselijke bevolking. De toren staat ook vandaag nog wijd en zijd bekend als ‘de duiventoren van Palaja’.

De archeologische opgraving

Zoals gezegd werden tijdens de eerste noodopgraving in 2012 de resten blootgelegd van een groot gebouw aan de voorzijde van de toren. Het betreft hier duidelijk een kerkgebouw van 37m lengte op 17m breedte met drie straalkapellen, wat duidelijk uit de grondvesten kan worden afgeleid. Wat verderop werden tijdens de opgravingen van 2013 de resten blootgelegd van een gebouw van 22m op 15m, waarschijnlijk een kapittelzaal die mogelijk op een verdieping ook een dormitorium huisvestte. Hier en daar zijn er ook overblijfselen van middeleeuwse huizen gevonden die door middel van de carbon-14 methode konden gedateerd worden in de 13de eeuw.

In totaal beslaat de site ongeveer anderhalve hectare en er zijn ook sporen gevonden van een agrarische gemeenschap, waar aan landbouw werd gedaan (gerst en graan) en waar ook dieren voor consumptie werden gekweekt (er werden o.m. beenderen van schapen en geiten opgegraven). Rond de toren werden heel wat resten van keramiek teruggevonden, waaronder veel potscherven en vooral huishoudkeramiek. Ook werden resten van drie ovens teruggevonden en acht graftomben waarvan er drie werden onderzocht. De graftomben waren op het formaat van de overledene uitgehakt in de rotsbodem met een mooi gestructureerde uitsparing voor het hoofd. Ze dateren uit de periode van de 10de tot de 14de eeuw en zijn zeer sober, er werden geen juwelen noch grafgiften gevonden. Naast het kleine middeleeuwse kerkhof lag er waarschijnlijk nog een kloostertuin met daarnaast een woning voor de prior, af te leiden uit het grondplan.

Saint-Martin d'EscalesQua architectuur is het grondplan van de kerk te vergelijken met dat van de kerk van Saint-Martin d’Escales, een gebouw dat in Romaans-Lombardische stijl werd opgetrokken, goed bewaard is en kan bezocht worden in Escales (Aude).

Opmerkelijk in Saint-Foulc de Palaja is de bijzonder goed bewaarde originele vloer uit de 11de eeuw, die cirkelvormig is aangelegd en waarschijnlijk gebaseerd is op de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. In die tijd waren er immers veel pelgrimstochten naar het Heilig Land en tal van pelgrims zorgden voor de uitwisseling van informatie, ook op architecturaal vlak. In de loop der eeuwen werden evenwel veel herstellingen/wijzigingen aan de architectuur aangebracht en na het verval werden heel wat stenen opnieuw gebruikt voor andere gebouwen, die inmiddels ook al niet meer bestaan.

Het enige goed bewaarde gebouw is de grote toren met een grondplan van ongeveer 4m op 3m en een hoogte van 15m. Er werden maar liefst zes bouwstijlen gevonden, daterend van de 11de tot de 14de eeuw. Er waren ook heel wat verbouwingen en herstellingen. Binnenin de toren zijn resten van drie verdiepingen teruggevonden en van het gebinte waar destijds de klokken hingen. De laatste verbouwingen dateren uit de 18de eeuw toen het gebouw werd omgevormd tot een duiventoren die dienst heeft gedaan tot in het begin van de 20ste eeuw.

De site van Saint-Foulc de Palaja is zeer schaars gedocumenteerd in de archieven. In het archief van het kapittel van de kathedraal van Saint-Nazaire in Carcassonne werd gevonden dat de site tot en met de 12de eeuw van dat kapittel afhing en later in handen kwam van de abdij van Lagrasse tot alles werd verlaten. De naam Saint-Foulc is waarschijnlijk afgeleid van een van de bisschoppen van Carcassonne, Fulco of Foulque.

De site is heel makkelijk te bezoeken en vrij toegankelijk aan de linkerkant van de D42, iets voorbij Cazilhac. Je kunt de auto daar achterlaten en dan tot aan de voet van de toren wandelen. De binnenkant van de toren is om veiligheidsredenen niet toegankelijk (afgesloten met een metalen hek). Een groot deel van de opgegraven fundamenten is intussen ook terug overwoekerd door de natuur en nog moeilijk te onderscheiden.

Er bestaan plannen om op de site enkele infoborden te plaatsen met uitleg en een 3D reconstructie van de gebouwen, maar daar moet het gemeentebestuur van Palaja nog het nodige geld voor uittrekken…

Tekst: Michel Gybels
Bron: lezing door Marie-Elise Gardel, Palaja 17 juni 2014.
Foto site Palaja: Marie-Elise Gardel
Foto kerk Saint-Martin d’Escales: EmDee (Wikimedia Commons)

Vorige | Overzicht | Volgende