Molhet (Aude)

Vorige | Overzicht | Volgende

De ruïnes van het castrum van Molhet liggen in de zuidelijke Corbières, tussen de dorpen Cucugnan en Padern. De resten van de kerkmuren zijn vanuit de verte goed zichtbaar. Ze staan op de noordzijdeflank van de laatste bergkam van het massief van de Corbières. Het castrum ligt 400 meter lager dan de versterking Quéribus, de bewaker van de pas van Grau de Maury. Molhet en Quéribus zijn met elkaar verbonden door een goede weg.

MolhetHet castrum van Molhet is gebouwd op een rotsachtig plateau dat van oost naar west loopt en volledig werd afgevlakt.

Aan de oostzijde van de kerk wordt het plateau begrensd door een steile helling met uitzicht op Padern (afstand 2 km).

Vanop datzelfde observatiepunt ziet men links de indrukwekkende Mont Tauch.

Ten westen van het plateau, dat op die plaats natuurlijk wordt beschermd door een rotspartij, verbreedt de vallei zich in de richting van het goed zichtbare Cucugnan (afstand 2,8 km), met daarachter Peyrepertuse.

Molhet domineert de ten noorden van de site gelegen vallei, waar de beek van Cucugnan in de Verdouble uitkomt. Aan de andere zijde van deze vallei kan men op de hellingen meerdere steengroeven en mijnontginningen ontwaren. Belangrijk was eveneens de productie van molenstenen. In de onmiddellijke buurt waren liefst vier watermolens actief, een belangrijke bron van inkomsten voor de feodale rechthebbenden van het gebied, en tevens een bewijs dat het land vroeger meer graan kon produceren dan vandaag.

Lambert III- coördinaten: X=624,500 ; Y = 3062,150 ; Z = 338 m.
SRA-inventaris-nummer : 11-270-003
Opgravingen : 1991, 1992, 1996, 1997 (Gau M. en J.B.)

Molhet Molhet

Geschiedenis

De kerk gewijd aan Saint-Martin verschijnt voor het eerst in de documenten in een tekst van 805, waarin Karel de Grote aan de abdij van Lagrasse een plaats schenkt met de naam Padern. De site is dus reeds ingericht en bewoond in het begin van de 9de eeuw. De naam Molhet wordt echter pas in 951 vermeld, namelijk in een pauselijke bul waarin de schenkingen van graaf Roger van Carcassonne worden bevestigd.

In 1024 wordt Molhet opnieuw in een oorkonde beschreven als een leen van de abdij van Lagrasse. Uit deze periode dateren de vergrotingswerken aan de kerk en dat wijst op een toename van de bevolking. Iets voordien (1020) verschijnt voor het eerst Quéribus in de geschreven bronnen in een testament van de Catalaanse graaf van Bésalu. Molhet moet dus ouder zijn.

In 1119 noemt men in een bul van paus Gelasius II Molhet een “villa met kerk”. Pas in 1228 gebruikt men de duiding castrum, wat erop wijst dat het dorp ondertussen werd versterkt. Op dat ogenblik is de omgeving erg kathaars gezind.

Pas in 1247 onderwerpt de heer van Cucugnan zich aan de Franse koning Lodewijk IX. In 1248 beveelt deze koning aan zijn seneschalk van Carcassonne om de plaatsen Padern en Molhet terug te bezorgen aan de abdij van Lagrasse. Ze werden toen nog steeds bezet door de Occitaanse faydit Xabert van Barbaira die tot in 1255 Quéribus en Molhet tegen de Fransen verdedigde. In Quéribus had tot in 1241 een kathaarse bisschop verbleven. Zonder twijfel ging deze prediken in het nabije Molhet, en waren er in het dorp bons hommes gehuisvest. Pas in 1283 kan Lagrasse officiëel Molhet recupereren.

In de 14de eeuw verliest Molhet aan belang in het voordeel van Padern. In 1327 wordt nog uitsluitend de kerk Saint-Pierre van Padern geciteerd als parochiekerk. Tijdens een bezoek van de hoofd-vicaris van Narbonne in 1404 wordt de kerk van Molhet beschreven als ondergeschikt en afhankelijk aan die van Padern. Op dat ogenblik telde de parochie van Molhet nog slechts 28 parochianen waarvan er een tiental in het dorp woonden.

In de 16de eeuw (1579) wordt Jean-Pierre de Vic, kapitein van Termes, de heer van Molhet. Zijn nakomelingen gaan onophoudelijk met de monniken van Lagrasse bekvechten om het bezit van Padern en Molhet, vooral denkende aan die molens.

In 1690 wordt Molhet nog slechts vermeld als terroir en is de spelling veranderd (Mouillet). Vanaf 1713 staat het op de kaarten als geruïneerd kasteel of kerk.

Molhet Molhet

Beschrijving

De toegangsweg vanaf de D14 is dezelfde als in de middeleeuwen. Voldoende breed en niet te steil kon men langs deze weg met karren tot aan het castrum rijden. Rechts van deze weg liggen enkele geïsoleerde ruïnes die echter niet noodzakelijk oud zijn.

De voor de gebouwen gebruikte stenen vertonen kleurschakeringen die ontstaan zijn door de oxydatie van onzuiverheden in de rots. Het meest gebruikte materiaal is gele gres voor de lagen met grote steenvlakken en verschillende soorten van kalksteen met fijne korrel, vooral voor de kerk. De meeste stenen werden ter plaatse gedolven maar een gedeelte van de gres komt uit een steengroeve op de andere oever van de Verdouble.

Molhet

Meerdere bronnen in de buurt van de site zorgen voor water. Onderaan het dorp, aan de zuidkant, bevindt zich een nimmer droogvallende bron, waarvan de moderne mens echter best niet drinkt.

Het castrum is georganiseerd in twee zones. Het hoogste terras is vierkant (33 x 29 m) van vorm en droeg de kerk en een versterkte herenwoning. Het geheel was omringd door een muur van 1 meter dikte. Van die woning blijft niet veel over, van de kerk wel.

Molhet - plan

De absis daarvan is typisch voor de romaanse bouwstijl van de Languedoc in het begin van de 11de eeuw. Ze is aan de buitenzijde versierd met lombardische banden in bogen, steunend op uitstekende stenen elementen. Het schip en de absis werden in een latere periode verhoogd, wellicht tijdens de 12de of 13de eeuw. Zonder twijfel werd dat gedaan om defensieve redenen want men kan nog steeds een hoog schietgat zien. Door de verhoging konden de boogschutters over de walmuur heen schieten, of deze met hun pijlen bestrijken indien de aanvallers de muren hadden veroverd. De kerk was aan de binnenzijde 9,2 m lang en 6,5 meter breed.

Molhet Molhet Molhet

Onder dat hoogste terras, ongeveer 2,5 meter lager, begint een naar het westen afdalend terras, met daarop twee parallelle rijen woningen. Ze zijn gescheiden door een centrale straat, waarop alle deuropeningen uitkomen. De grondplannen van deze relatief grote woningen zijn niet identiek. Op het gelijkvloers bevatten ze soms twee en soms drie kamers. De woonsten hadden slechts één ingang: een deur van de centrale ruimte die uitgaf op de straat. De daken waren afgedekt met aardewerken pannen.

De straat met de twee rijen woningen is gemiddeld 30 meter breed. Meer kan niet gezien de steile hellingen aan de noord- en zuidkant. In de lengte beslaat het dorp, samen met de kerk en de wining van de heer een lengte van 80 meter. Ten westen daarvan ligt nog een zone op het plateau van 50 meter lang die minder intensief door de archeologen werd onderzocht.

Molhet Molhet

De straat is 2,8 m breed en 46 meter lang. Waar het plateau in het westen versmalt, werd de straat weggelaten en zijn de constructies slechts gescheiden door een muur van 1 m breed.

MolhetDe woningen werden beschermd door een buitenmuur, zowel aan de noord- als aan de zuidzijde, die het terrein volgt. De noordelijke is ongeveer 80 m lang. De hoge rots in het westen zorgt voor een natuurlijk verdediging. De zuidelijke muur is 100 meter lang. Beide muren dienden tegelijkertijd als buitenmuur voor de woningen.

De wandeling vanaf de D14 tot het castrum is erg gemakkelijk. Bij het betreden van de site zijn we echter voorzichtig. Het sinds lange tijd niet meer verwijderde groen maakt observaties niet altijd eenvoudig, zoals we dat nog gemerkt hebben tijdens onze archeologische workshop met enkele leden van Studiecentrum Als Catars.

De Franse auteur Nicolas Gouzy gebruikte Molhet als kader voor zijn historische roman Le chevalier assis (2009).

Tekst: Gerda Vancayzeele en Willy Vanderzeypen (2010)
Fotos: Chris Cordemans (2008)
Opmetingen: Lassance P. & G. (1997)
Werken: Gau M. en J.B.

Vorige | Overzicht | Volgende