Le Bézu (Aude)

Vorige | Overzicht | Volgende

Le BézuHet kasteel van Albedun-Le Bézu ligt op een hoogte van 823 meter boven het gehucht Le Bézu, niet ver van Quillan, en is ook bekend onder de naam Albezus en Albedunum. Over zijn geschiedenis is al heel wat inkt gevloeid, vooral met betrekking tot de tempeliers, die in het nabijgelegen Campagne-sur-Aude een belangrijke commanderij hadden.

De verhalen en mythes begonnen mettertijd een eigen leven te leiden, vooral na het verschijnen van Mystères et Secrets des Templiers du Bézu van abbé Maurice-René Mazières, die zo mee op de kar sprong van de esoterisch getinte verhalen rond Rennes-le-Château en zijn pastoor, Bérenger Saunière.

Historische situering

De ruïnes van het kasteel liggen hoog boven het gehucht Le Bézu in het bergachtige gebied van de Razès. De adellijke heren van Albedun bewoonden het kasteel van de 11de tot de 13de eeuw en de site maakte destijds deel uit van het graafschap Razès dat op zijn beurt ressorteerde onder het burggraafschap Carcassonne.

De burcht wordt voor het eerst vernoemd in 1067 (onder de naam ‘Albedunum’) en was toen in bezit van Peire I en Bernat I van Albedun. In de loop van de 12de en 13de eeuw waren de opeenvolgende kasteelheren Peire II, Bernat-Sermon I, Bernat II, Bertran en Bernat-Sermon II. Verscheidene onder hen onderhielden nauwe relaties met de tempeliers van het nabijgelegen Campagne-sur-Aude en in 1151 trad Bernat-Sermon I zelfs toe tot de orde en schonk haar een grote som geld. In de loop van de vijftig daaropvolgende jaren bleef ook de familie van Bernat-Sermon I trouw aan de orde en schonk haar aanzienlijke bezittingen. Uit dank daarvoor schonken de tempeliers het dorp Esperaza en zijn aanhorigheden aan de familie.

In 1209 werd de regio betrokken bij de Albigenzische kruistocht en de hele adellijke familie van Albedun bekeerde zich tot het katharisme. Na een hevige strijd moest Bernat-Sermon II uiteindelijk het kasteel in 1210 overdragen aan Simon de Montfort. Niettegenstaande die overgave mocht de kasteelheer om onduidelijke redenen toch in Le Bézu blijven wonen en zijn kasteel verder beheren. Hij verzette zich nochtans nog heviger dan voordien tegen de Franse bezetters en bood in 1229 zelfs een veilige schuilplaats aan de kathaarse bisschop Guilhabert de Castres en de bon homme Guilhem Bernat.

Le BézuUiteindelijk werden de heren van Albedun toch uit hun bezittingen verdreven en het kasteel werd in 1231 door de Franse koning in leen gegeven aan de kruisvaarder Pierre de Voisins, die eerder ook Coustaussa en Arques had gekregen.

Toch werd Bernat-Sermon II nooit openlijk van ketterij beschuldigd noch veroordeeld. Waarschijnlijk genoot hij asiel in de Roussillon bij de tempeliers van Mas Deu. Later keerde hij zelfs terug naar de Razès waar hij met zijn familie een teruggetrokken bestaan leidde tot aan zijn dood.

In 1244 wordt Bernat-Sermon II gesignaleerd in Montségur waar hij het consolament ontvangt. De familie Albedun bleef hoe dan ook een machtige speler in de regio, was bijzonder kapitaalkrachtig, leende zelfs geld aan de burggraven van Carcassonne en schonk tal van bezittingen aan de orde van de tempeliers.

In 1307 werd een zekere Othon d'Aure, toenmalig heer van Albedun, beschuldigd van valsmunterij en daarvoor veroordeeld. In 1344 keert de adellijke familie de Voisins terug naar het kasteel dat bewoond wordt door Jacques en Brunissende de Voisins en later door een zekere Guillaume de Cathala, neef van paus Benedictus XII.

Volgens een hardnekkig (maar compleet verzonnen) verhaal zou Albedun op het einde van de 13de en in het begin van de 14de eeuw in handen geweest zijn van de tempeliers. Net als de tempeliers van Mas-Deu zouden die van Albedun bij de massale arrestaties in gans Frankrijk (op 13 oktober 1307) buiten schot zijn gebleven omdat zij niet onder het gezag van de Franse koning stonden maar onder dat van de graaf van Barcelona. Dat verhaal wordt onder meer opgedist in het boek Rennes-le-Château et l'énigme de l'or maudit van Jean Markale maar wordt nergens wetenschappelijk noch historisch onderbouwd.

Le Bézu Le Bézu

Beschrijving van de site

Het is niet echt makkelijk om de site van Albedun-Le Bézu te bereiken. Vanuit Couiza neem je de D118 tot enkele kilometers vóór Quillan, waar je links afslaat naar de D109 die je volgt tot aan de afslag links naar de D609. Die slingerende baan volg je door de bergen tot in Saint-Just-et-le-Bézu en dan nog een beetje verder tot het gehucht Le Bézu waar de weg doodloopt op een afgelegen woonhuis.

Een dertigtal meter vóór dat woonhuis ligt aan de linkerkant van de weg een grote weide waar je de auto kan achterlaten. Bij ons laatste bezoek in 2009 stond daar nog een houten bordje met de melding château dat de weg wijst naar een pad dat naar het hooggelegen kasteel leidt. Je volgt dat pad dat eerst door de weide loopt en dan overgaat in een smaller pad tussen de bomen. Je komt dan vanzelf tot aan de eerste resten van kleine gebouwen en voorfortificaties.

Bij die eerste grondvesten ga je verder omhoog naar links en zo bereik je de resten van de eerste omwalling. Albedun-Le Bézu is één van de weinige 12de-eeuwse kastelen in de regio met drie omwallingen die terrasvormig zijn aangelegd.

Als je de eerste (laagst gelegen) omwalling volgt, kom je bij de resten van een ronde verdedigingstoren die gebouwd werd tegen de rand van het ravijn. Van daaruit heb je een schitterend uitzicht op de omgeving. Je kan dan verder naar boven klauteren tot bij de resten van de tweede omwalling, die destijds het corps de logis omsloot.

Een klein en erg steil pad leidt nog hogerop, naar de top van de site, waar ooit de donjon stond waarvan thans zo goed als niets overblijft. Op dat kleine plateau zie je duidelijk dat de donjon gebouwd werd met gebruik van de natuurlijke rotspartijen en pal tegen de rand van de rotsgraat die uitgeeft op een diep ravijn. Hier heb je opnieuw een overweldigend panorama en zie je in de verte de Pic de Bugarach.

Le Bézu Le Bézu

Zoals bij veel middeleeuwse burchtruïnes moet je ook hier een beetje verbeeldingskracht hebben om je de site in zijn volle glorie voor te stellen. Het pad naar de site is goed begaanbaar en zonder risico's. Eens boven moet je erg voorzichtig en constant op je hoede zijn voor diepe kuilen, oneffenheden enzovoort. Het laatste stukje van het pad dat leidt naar de donjon is bijzonder gevaarlijk, je moet jezelf hier echt omhoog hijsen tot op het plateau. Absoluut te mijden voor mensen met hoogtevrees. Het is ook ten zeerste af te raden om deze site helemaal alleen te bezoeken.

Reken voor een bezoek ten minste twee uren. Eet- en/of drankgelegenheden zijn er niet in de omgeving, daarvoor moet je naar Quillan of Couiza.

Le Bézu Le Bézu

Tekst en foto's: Michel Gybels
Bron: Georges Kiess, Les Templiers en Haut-Razès, Editions Tinena, 1990.

Vorige | Overzicht | Volgende