Cabaret (Aude)

Vorige | Overzicht | Volgende

Cabaret..., een naam die tot de verbeelding spreekt, een symbool van de strijd die de vazallen van Raimon-Roger Trencavel nog lang na diens dood voerden tegen de Franse bezetter en zeer zeker een verplicht programmapunt voor wie op zoek is naar overblijfselen uit de kathaarse periode.

Toch lijkt zo'n bezoek eenvoudiger dan het is, want waar ligt in vredesnaam Cabaret?

Uit de kronieken weten we dat het ergens in de Montagne Noire moet zijn, maar op moderne wegenkaarten is het niet terug te vinden. Heeft Pèire-Roger's machtige vesting de eeuwen niet doorstaan? Is ze van de aardbodem verdwenen? Gelukkig niet.

Cabaret

Wat is er dan gebeurd?

Tot aan de Franse Revolutie hebben de burchten van Cabaret hun strategisch belang behouden, althans in theorie, want er werden door de koning wel militaire bevelhebbers benoemd maar veel meer dan een eretitel stelde dat niet voor. Er waren, en dat kunnen we best begrijpen, weinig gegadigden voor een verblijf in één van de kille middeleeuwse burchten. Gevolg: ze werden aan hun lot overgelaten met alle gevolgen van dien, het schitterende bolwerk verviel langzaam tot een ruïne. De omwonenden staken de aftakeling nog een handje toe, niet weinig huizen in de omgeving zijn gebouwd met stenen van Cabaret. Vooral de trappen zijn duidelijk in de smaak gevallen.

Net als bij veel andere historische sites werd het roemruchte verleden vergeten. Als men over de ruïne sprak, had men het over de ‘torens van Cabaret’ (les tours de Cabaret of in het Occitaans las torres de Cabaretz). In de loop der tijden werd deze benaming afgekort tot Lastours. Als we Pèire-Roger's thuisbasis willen gaan bekijken moeten we op de kaart niet naar ‘Cabaret’ zoeken, maar naar ‘Lastours’.

LastoursDat dorpje ligt 15 km ten noorden van Carcassonne. Zoek op de kaart de D118, de weg die van Carcassonne naar Mazamet voert. Min of meer evenwijdig daarmee loopt de D101 via het wijndorp Conques-sur-Orbiel en dat is de weg die je moet volgen.

Het landschap wordt stilaan woester, heuvelachtig, je nadert de Montagne Noire. Na een bocht in de weg krijg je plots uitzicht op de eerste huizen van Lastours met op de achtergrond een hoge heuveltop met twee burchtruïnes. In Lastours is er, naast de Orbeil, een ruime parkeerplaats aangelegd. Vandaar moet je te voet verder. De oude textielfabriek van Rabier, die sinds het einde van de jaren 1980 leeg stond, werd gerestaureerd, ingericht als onthaalcentrum, en is nu de toegang tot de burchten.

Maar je kan ook eerst het indrukwekkende panorama van de vier burchten gaan bekijken, je moet dan naar Montfermier. Daarvoor neem je in het dorp de afslag naar Salsigne (aan de linkerkant, er staat belvédère aangegeven). Je rijdt twee kilometer bergop tot aan een kleine parkeerplaats. Een wandelingetje van enkele tientallen meters biedt je een adembenemend uitzicht over de vier ruïnes, van links naar rechts: Cabaret, Tour Régine, Surdespine (soms ook Fleur d'Espine genoemd) en Quertinheux. Je kan deze plek ook te voet vanuit Lastours bereiken. Volg de wegwijzers en reken op ongeveer een uurtje stappen.

Historische situering

De vier kastelen van Lastours zijn gebouwd op een rotsgraat van ongeveer 400 meter lengte. Dit maakte een totale controle mogelijk van de toegangswegen naar de Cabardès en de Montagne Noire. Bij het begin van de Albigenzische kruistocht stonden er nog maar drie burchten die later, onder het koninklijk gezag, werden herbouwd. Uit die periode (eind 13de eeuw) stamt ook de vierde burcht, Tour Régine.

CabaretHet strategisch belang van dit wat vreemde complex is duidelijk: drie (of vier) burchten, onder het bevel van één heer (eigenlijk twee: Pèire-Roger en zijn broer Jordan waren co-seigneurs of ‘mede-heren’). Om een belegering een kans van slagen te geven moest de vijand het hele plateau omsingelen, een vrijwel onmogelijke opdracht.

Het is niet van alle burchten even duidelijk hoe oud ze zijn. Men verwijst daarvoor gewoonlijk naar hun vermelding in archieven en geschriften, maar een erg juiste datering is dat natuurlijk niet, vóór Karel de Grote bestonden er nauwelijks archieven.

Wat wel vaststaat is dat deze heuvel reeds een vorm van bewoning kende in de prehistorie, zoals de vondst van een graf uit de Bronstijd heeft aangetoond. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat de mijnen in de buurt door de Romeinen werden geëxploiteerd. In de 9de eeuw duikt voor het eerst de streeknaam Cabardès op, maar het blijft de vraag of de streek haar naam kreeg van de burcht, of andersom.

De eerste schriftelijke vermeldingen van Cabaret dateren uit het begin van de 11de eeuw (1063). Pas in 1153 wordt er over een tweede burcht gesproken (Surdespine) wanneer de burggraaf van Carcassonne protesteert tegen de bouw ervan die hij als een bedreiging beschouwt. Het geschil wordt in der minne geregeld. Quertinheux zou kort voor de kruistocht zijn gebouwd en Tour Régine (in het begin Tour Neuve genoemd) een goede halve eeuw later. De naam Régine, die ‘koninklijk’ betekent wijst er op dat de bouw plaats had na de aanhechting van de Languedoc aan het koninkrijk (de eerste vermelding van Tour Régine dateert uit 1260).

CabaretVóór de kruistocht was Cabaret een heel belangrijke plaats. De heren haalden het grootste deel van hun inkomsten uit de mijnontginning. Ze exploiteerden o.m. de goudmijn van Salsigne, wat hen een comfortabel en vrij luxueus bestaan opleverde. Tot aan de overgave in 1211 woonde er een belangrijke groep bons hommes en bonnes femmes in het castrum van Cabaret, onder de bescherming van de beide kasteelheren. Die heren voerden tijdens de eerste jaren van de kruistocht een echte guerillastrijd tegen het invasieleger. Zo werd de belegering van de burcht van Termes in de Corbières aanzienlijk vertraagd omda,t door een raid vanuit Cabaret, het oorlogstuig dat klaarstond onder de muren van Carcassonne  grotendeels werd vernietigd. Bij het begin van de kruistocht hebben de troepen van Simon de Montfort meermaals getracht de vesting in te nemen. Bouchard de Marly, neef van Montfort, werd tijdens de strijd gevangen genomen. Zijn vrijlating zal later een belangrijk onderhandelingspunt worden bij de overgave.

Deze overgave betekende niet dat de broers de strijd definitief staakten. Jordan de Cabaret vinden we terug bij de slag om Castelnaudary, aan de zijde van de graaf van Foix. En als Amaury de Montfort in 1224 de strijd opgeeft en de Languedoc verlaat, zal Pèire-Roger zijn vesting terug in bezit nemen. Cabaret wordt vanaf dan de zetel van het kathaarse bisdom Carcassonne. Tijdens de koninklijke kruistocht wordt de vesting opnieuw belegerd door de Franse opperbevelhebber Humbert de Beaujeu. Na die kruistocht worden de burchten definitief aan de Franse kroon overgedragen, nadat alle bons hommes en bonnes femmes in veiligheid zijn gebracht naar het Pays de Sault (zoals dat ook al eens in 1211 was gebeurd).

CabaretVeel lijkt er trouwens niet te veranderen na de overgave. Tussen 1269 en 1284 leidt Pagès, één van de laatste bekende bons hommes, bijeenkomsten in Cabaret. Als we de lijst van de aanwezigen overlopen, zien we daar niet alleen de (koninklijke!) kasteelheren op staan, maar ook de adel uit de streek én de pastoors van de naburige dorpen. Omdat de koninklijke vertegenwoordigers en de katholieke geestelijkheid op het gepaste moment een oogje dichtknijpen, zal het katharisme zeker tot het begin van de 14de eeuw in de Cabardès standhouden.

Toch is Cabaret dan officieel een koninklijk fort en het zal dat ook min of meer blijven tot aan de Franse Revolutie. De vesting takelt langzaam af. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw ontstaat er weer belangstelling voor dit historisch patrimonium als de overheidsinstelling Bâtiments de France noodzakelijke herstellings- en consolideringswerken laat uitvoeren. Het betekent de redding voor de gewelven van Cabaret en voor de toren van Quertinheux die er zeer slecht aan toe is, hij vertoont een bres van meer dan 40 cm. Sindsdien worden de burchten beheerd door de gemeente Lastours en het Centre d'Archéologie Médievale du Languedoc, in samenwerking met de plaatselijke vereniging Las Torres de Cabaret.

Bezoek aan de site

Een belangrijke opmerking die eigenlijk bij elk bezoek aan een archeologische site zou moeten herhaald worden, is dat het ten strengste verboden is om op eigen houtje ‘opgravingen’ te doen. Het lijkt misschien voor de hand liggend, maar je zou verbaasd zijn als je wist hoeveel bezoekers, in de hoop één of andere belangrijke vondst te doen, de ondergrond beginnen om te woelen of als souvenir een steentje van de burcht meenemen. Op die manier blijft er binnen een paar jaar helemaal niets meer over. De Franse overheid lacht daar niet mee, wie betrapt wordt riskeert zwaar gestraft te worden.

CabaretJe moet er ook rekening mee houden dat het bezoeken van dergelijke hooggelegen burchtruïnes nooit zonder gevaar is. Volg steeds de aangegeven paden en wees zeer voorzichtig, ook bij het betreden van de ruïnes, zeker als er kinderen meegaan. Meestal staat er ook een flinke klimpartij op het programma, wie last heeft van hoogtevrees moet daar zeker rekening mee houden. Een bezoek bij felle regen of wind is af te raden.

Het bezoek start in de gerestaureerde Rabierfabriek waar een onthaalcentrum is ingericht. Naast de kassa vind je er een grote souvenirshop (boeken, CD's en DVD's, streekproducten,...) en een tentoonstelling over de geschiedenis van de site. Via een metalen loopbrug ga je dan verder richting burchten.

Vooraleer je de castrale site bereikt kom je eerst bij de resten van een middeleeuwse kapel, waarschijnlijk hoorde die bij een van de kastelen, of misschien was het de parochiekerk van het onder het koninklijk gezag gebouwde dorp Rivière, dat ten zuiden van het castrum van Cabaret lag. Van daar volg je het pad tot aan le Trou de la Cité, waar je door moet lopen. Het is een van de tientallen grotten in de streek (er zijn er een veertigtal). Volgens de legende zou in deze grot een ondergrondse gang uitmonden uit Carcassonne, die zelfs zou gebruikt zijn bij de evacuatie van de Cité tijdens de belegering in augustus 1209. Meer dan waarschijnlijk fungeerde de grot als een soort van benedenzaal of kelder voor de bovengelegen burcht Quertinheux. Er zijn nog resten van een muur te vinden waaruit blijkt dat ze in de middeleeuwen versterkt was. In 1961 werd in een vlakbij gelegen nis (l'abri du collier) het graf ontdekt van ‘de prinses van Lastours’, een meisje uit het Bronstijdperk.

Het eerste kasteel dat je na een flinke klim bereikt is Quertinheux. Gebouwd op een uitstekende rotspunt, werd het in de 16de eeuw aangepast aan de nieuwe militaire normen (vuurwapens). Het bezit nog een goed bewaarde donjon met een draaitrap en twee citernen die vanaf de omwalling zichtbaar zijn.

De volgende burcht is Surdespine, de hoogst gelegen, maar ook de meest geruïneerde van de vier. Een reeks kleine gebouwen vormde waarschijnlijk het verblijf van de kasteelheer. In de centrale plaats is er nog een citerne en zie je ook de overblijfselen van een kanalisatiesysteem in gebakken aardewerk dat diende om regenwater op te vangen.

CabaretTour Régine is de ‘jongste’ van de vier. Er blijft enkel de grote ronde toren, een trap en het zuidelijke gedeelte van de omwalling over. Als je helemaal boven staat, heb je een prachtig uitzicht over de hele site en over de Montagne Noire.

De laatste in de rij is Cabaret zelf, waarvan de omwalling vrij goed bewaard is gebleven. De toegangspoort werd verdedigd door een barbacane of voorfortificatie. Blikvanger is hier zeker de donjon die destijds aansloot bij een corps de logis of het verblijf van de heer. Aan de noordkant ligt nog een vierkant gebouw, een van de oudste delen van de burcht.

Let wel, deze burchten zijn alle vier ‘koninklijke’ kastelen, boven op de bergkam gebouwd na de aanhechting bij Frankrijk. De drie burchten van Pèire-Roger en Jordan de Cabaret stonden lager op de helling. Wil je de resten zien uit de ‘kathaarse periode’, dan moet je naar beneden, waar het castrum wordt opgegraven.

Reken voor een bezoek aan de ganse site, inclusief het castrum minstens drie uur. In het dorp zijn er enkele eet- en drinkgelegenheden.

Tekst en foto's: Marc Bogaerts en Michel Gybels
Bronnen:
Marie-Elise Gardel, Bruno Jaudon & Sylvain Olivier, De Rivière à Lastours - histoire d'un village Languedocien, Loubatières Histoire 2011.
Marie-Elise Gardel (dir.), Cabaret. Histoire et archéologie d'un castrum. Les fouilles du site médiéval de Cabaret à Lastours (Aude), CVMP 1999.

Top

Het castrum van Cabaret

CabaretDe site van Lastours ten noorden van Carcassonne is bij het grote publiek vooral gekend door de vier koninklijke torens die uitdagend prijken op de hoogste punten van een hoge bergkam. Deze militaire torens hebben weinig te maken met het oorspronkelijke Occitaanse castrum. Dat werd in 1980 lager op de westelijke flank ontdekt. Jaarlijks leggen de archeologen daar steeds meer gebouwen bloot. Het castrum bestond uit drie kernen.

Het castrum van Cabaret (de oude naam van Lastours) was in de periode van 1063 tot 1229 het centrum van een belangrijke heerlijkheid in de Montagne Noire. De rijke en machtige heren beschermden de katharen die in de straten en op de pleintjes predikten en in de huizen consolamenta toedienden aan de stervenden of aan degenen die zich ook religieus wilden engageren en tot de clerus behoren. Bijna permanent bevonden zich binnen de muren hoogwaardigheidsbekleders van de kathaarse kerk zoals diakens en bisschoppen. Deze ketterse aanwezigheid werd het castrum fataal.

De opgravingen hebben aangetoond dat het versterkte stadje in het midden van de 13de eeuw plots en verplicht werd verlaten en dat de huizen grondig werden vernietigd. Pas daarna werd begonnen met de bouw van de koninklijke torens.

Cabaret Cabaret

Door de archeologen onder leiding van Marie-Elise Gardel werden ondertussen meer dan 30.000 artefacten gevonden. Het onderzoek is daardoor in staat om het dagelijkse leven van de inwoners en hun economische activiteiten tot in vele details te beschrijven. Cabaret moet in het begin van de 13de eeuw een centrum zijn geweest dat rijk was geworden door de ontginning van ertsen en de bewerking daarvan in de grote pre-industriële smidsen binnen de muren.

Cabaret - plan

De inplanting van de huizen werd overdacht en met veel kunde aangepast aan de natuurlijke eigenschappen van het terrein: ze staan dicht op elkaar, er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bewerkte rotsen en grotten. Ze vertonen meestal meerdere verdiepingen. Binnen zijn de vierkante huizen vrij groot: tussen 32m² en 50m². De oppervlakte werd nog vermeerderd door bijgebouwen en overdekte koeren. Zo beschikte elke eigenaar bijna over meer dan 100 m².

Cabaret Cabaret
De grootste smidse, onderaan de donjon  

De rotskam is doorboord met vele grote en kleine natuurlijke grotten. Deze werden geïntegreerd in de kelders van de woningen en zelfs ingericht. Het waren natuurlijke frigo’s voor voedselbewaring en in de zomer een vorm van airconditioning. Sommige werden volgestouwd met het ijs van de winter om de temperatuur nog te verlagen.

De bouwvlakken van de huizen werden eerst gelijk gemaakt waarna de verwijderde rots in stukken werd gehakt die als muurstenen konden dienen. De constructies zijn verzorgd en robuust met muren van een meter dik. De huizen hadden gemengde daken van leistenen en dakpannen en waren bijzonder waterdicht.

De hoogte van het plafond boven het gelijkvloers ligt tussen 1,9 en 2,5 m. Deze ruimten dienden meestal als kelder. Men woonde op de verdieping. De woonruimten werden onderverdeeld door lichte afsluitingen in hout of klei.

In elk huis waren meerdere vuurhaarden met telkens een specifieke functie (verwarming, keuken, broodoven). Een aantal daarvan staan in de hoeken van de huizen om de rookafvoer te vergemakkelijken. Van de inrichting is niets overgebleven behalve de vele stenen muurkasten, uitgehakt in de rots of voorzien in de muur tijdens de bouw daarvan. Deze waren van binnen bekleed met leisteen om het vocht te weren. De middeleeuwer was een voortreffelijke eco-bouwer.

Cabaret Cabaret Cabaret

Elk huis had meerdere toegangsdeuren, die vrij breed zijn: 1,2 tot 1,6 m. De verticale verbindingen werden mogelijk gemaakt met houten en stenen trappen.

De semi-horizontale straten zijn ongeveer 2 meter breed en volgen de bochten van de helling. Ze waren bedekt met een laag klei en afgeplatte keien. De kronkelende tussenstraatjes zijn erg hellend en 1,2 tot 2 m breed. Deze waren beter afgewerkt met rijen van kalksteen, afgesleten door het gebruik door mens en dier. De muren waren aan de binnenzijde niet met een kalklaag afgewerkt. De vloeren bestonden meestal uit aangestampte klei, hout of rots.

Het geheel getuigt van een doordachte urbanisatie, waarbij de noden van verdediging en industriële productie primeerden op het comfort van de bewoners. De kern van de donjon en bijgebouwen, waarin de heer en zijn soldaten verbleven, is omringd door meerdere rijen van aaneengesloten huizen. Elke rij gebouwen vormde een verdedigingslinie. De veiligheid van het centrale gedeelte hing dus af van de urbanisatie en de stevigheid van de huizen.

Water! In zuiderse gebieden is dat steeds een basisprobleem. Meerdere onneembare vestingen hebben zich moeten overgeven wegens een gebrek daaraan. Men moet het dus kunnen opvangen en stockeren, maar evengoed er zich tegen beschermen. In het castrum van Cabaret zijn acht grote citernen gevonden, allen ingeplant op het hoogste gedeelte van de rotskam en steunend tegen de rots. Ze werden gevuld met het regenwater dat op de daken viel en via buizen in gebakken steen werd afgeleid. Ze waren aan de binnenkant afgewerkt met een roze en zeer waterdichte mortel. De meer huiselijke citernen konden 3 à 4 m³ bevatten, de industriële tot 12m³.

Op de bodem van een citerne heeft men de resten van kruiken gevonden, die gebruikt werden om het water naar de keukens te brengen. Men dronk uit versierde bekers. Het verzorgde keramiek is meestal grijs omdat het in de oven werd nagebakken met toevoeging van rook en dus CO2, wat het product sterker maakte.

Cabaret Cabaret Cabaret
Citerne    

De resten van graan die werden gevonden zijn gerst, tarwe, rogge en gierst. Er werden werktuigen ontdekt die erop wijzen dat men meel maakte en plantaardige olieën. De beenderen van dieren zijn voor 60% van runderen en schapen, 25% van varkens en 15% van gevogelte. Kip, eend en gans zijn overvloedig aanwezig. Visresten zijn zeldzaam. De vrij gevarieërde voeding die voortkwam uit eigen kweek werd aangevuld met het wild van de jacht. De snijvlakken wijzen op een familiale verwerking en niet op die van een beenhouwerij. Voor de bereidingen werden verschillende soorten potten gebruikt.

De vele gevonden gespen, in koper of ijzer, zijn dikwijls erg mooi versierd met ridderlijke motieven, wat wijst op de rijkdom van een groot deel van de bevolking.

Wat deden de bewoners van Cabaret? De schapenteelt wordt bevestigd door de aanwezigheid van beenderen en in de geschreven documenten. Zonder twijfel was er een begin van textielproductie gezien de overvloed aan gevonden wolkammen en andere werktuigen voor deze activiteit. In de bronnen wordt geattesteerd dat zowat in alle kathaarse huizen weefgetouwen stonden. Vermoedelijk diende deze productie alleen voor de eigen gemeenschap en enkele dorpen in de buurt. In het Canso spreekt men ook over wijngaarden in de buurt van Cabaret. Keramische producten werden elders vervaardigd.

De belangrijkste economische activiteit was echter metaalontginning- en bewerking. Wapens, werktuigen en accessoires in metaal werden ter plaatse gesmeed in één van de talrijke smidsen, waarvan de belangrijkste zich juist onder de donjon bevindt. De productie diende niet alleen voor de militaire noden van de vele ridders maar werd ook verhandeld.

Cabaret Cabaret

De gevonden muntstukken komen uit Melgueil, Carcassonne, Barcelona en Toulouse. Die van Melgueil werden slechts geslagen tot in 1215. Die van Carcassonne verdwijnen na het begin van de kruistochten in 1209. Er zijn geen koninklijke muntstukken gevonden die pas vanaf 1248 in de Languedoc werden geproduceerd. Dit alles wijst erop dat de grootste activiteit te Cabaret zich concentreerde vanaf de helft van de 12de eeuw tot ongeveer 1240. De totale afwezigheid van koninklijke munten is een archeologisch bewijs dat het dorp voor 1248 werd verlaten.

Dat klopt met wat de geschreven bronnen ons vertellen. In 1153 vragen de coseigneurs van Cabarets aan hun suzerein om wekelijks een markt te mogen houden. Dat wijst op een groeiende bevolking rond 1150, overproductie en handel. De militaire donjon bestond op dat ogenblik reeds een eeuw.

Men vermoedt dat Cabaret werd vernietigd kort na de instelling van de Inquisitie in 1233, een gevolg van het pauselijk decreet dat alle huizen waar men katharen had gezien moesten worden afgebroken. Een tweede mogelijkheid is net na 1240, na de mislukte opstand van Trencavel en andere Occitaanse heren vanuit hun ballingschap in Foix en Catalonië en een periode van koninklijke woede.

Pas daarna wordt begonnen met de constructie van de vier torens op de hoogste punten van de bergkam. Deze werden militair aangepast tijdens de Godsdienstoorlogen en bleven bemand met soldaten tot in de 18de eeuw. De naam van Cabaret verdwijnt dan en wordt vervangen door Lastours.

Cabaret Cabaret

Tips voor een bezoek

  1. Het bezoek aan deze site is door het bergachtige terrein en met zijn vier koninklijke torens en drie castrale kernen behoorlijk vermoeiend. Wie echt in de archeologie is geïnteresseerd, beperkt zich beter tot de zones van de opgravingen.

  2. De bebouwde zone van het grootste castrum loopt ook door aan de andere kant van de bergkam (dus aan de zijde van de grote rivier), bereikbaar via een goed pad dat men echter moet vinden. Het begint rechts, iets lager dan de grote smidse van de donjon.

  3. Wees uiterst voorzichtig met kleine kinderen of mensen met een beperkte fysieke conditie. Begeef u niet in de kleinere grotten. Verdwijn als het regent. Neem water mee. Zorg voor petjes en stevig schoeisel. Kijk alleen rond als u stilstaat. Doe niet aan wilde opgravingen.

CabaretTekst: Willy Vanderzeypen
Foto’s: Gerda Vancayzeele en Chris Cordemans
Bron: Marie-Elise GardelCabaret

Vorige | Overzicht | Volgende