Bouisse (Aude)

Vorige | Overzicht | Volgende

Bouisse ligt in de bovenvallei van de Aude, op een vijftigtal kilometer van Carcassonne, en is bereikbaar via de D118  (tot Limoux) en verder via de D129 (richting Pont d'Orbieu en Albières). Volg deze weg tot aan de afslag naar de D70 die je naar Bouisse brengt.

Op een heuvel aan de rand van het dorp ligt het grote kasteel dat een turbulente geschiedenis heeft gekend maar nog zeer goed bewaard is.

Historische situering

BouisseDe geschiedenis van Bouisse gaat terug tot de 9de eeuw van onze jaartelling. Reeds in de Karolingische tijd wordt het vermeld in akten en in de Dictionnaire de Sabarthès wordt Bouisse genoemd als een  baronie die bestaat uit Bouisse zelf, en verder uit Montjoie, Salagriffe en de Col del Périé. In 870 wordt de plaats Buxa genoemd, in 908 Villa Boxa, in 1260 Castrum de Buxa, in 1366 Buxia, in 1377 Buxanum, in 1538 Boyssa, in 1639 Boysse en tenslotte in 1781 Bouisse. De Occitaanse vorm is Boisas.

In 870 wordt het toenmalige Buxa door Karel de Kale in leen gegeven aan graaf Oliba van Carcassonne  die zo de eerste heer van Bouisse wordt. In een akte uit 908 lezen we dat Villa Boxa aan de abdij van Lagrasse geschonken wordt en in 1128 is Villa de Buxa in het bezit van de machtige heren van Termes. Nog datzelfde jaar schenken Raimon en Guilhem, zonen van Olivier van Termes, de rechten die ze bezitten over de dorpen Palairac, Buzenac, Lairière, Treviac, Quintillan, Fourques, Bouisse en Taxo opnieuw aan de abt van Lagrasse en verklaren ze zich vazallen van diens abdij. Maar blijkbaar kwam Bouisse later toch terug in bezit van de heren van Termes, want in 1208 schenkt edeldame Rixovende van Termes opnieuw enkele plaatsen, waaronder Bouisse, aan abt Guillaume de Serviès van Lagrasse, door een akte waarin wordt gestipuleerd dat dit gebeurde “om de zonden te vergeven van haar vader Pèire en haar grootvader Raimon I die beiden wegens ketterij geëxcommuniceerd werden door Pons d'Arnac, aartsbisschop van Narbonne en diens opvolger Berenger, op last van de paus”. Maar bij het uitbreken van de Albigenzische kruistocht in 1209, amper een jaar later, zien we Bouisse, samen met andere plaatsen in de omgeving, weer in het bezit van de familie van Termes. We weten niet met zekerheid of het kasteel van Bouisse een rol van betekenis heeft gespeeld bij die kruistocht.

Bouisse Bouisse

Na de verovering van het burggraafschap Carcassonne door het kruisleger, worden de bezittingen van het huis van Termes geconfisqueerd en komt Bouisse in handen van Alain de Roucy, een Franse ridder en trouwe compagnon van Simon de Montfort. Dit gebeurt met een akte uit 1215 waarbij Roucy weliswaar het vruchtgebruik krijgt van Bouisse, maar het dorp en het kasteel toch een leen blijven van de abdij van Lagrasse. De nieuwe heer versterkt het Castrum de Buxa en wordt in 1220 nog steeds genoemd als heer van Termes, samen met Guillaume de Serviès, abt van Lagrasse. Datzelfde jaar overlijdt Alain de Roucy echter als gevolg van de verwondingen die hij opliep bij het beleg van Montréal, waardoor het Castrum de Buxa integraal in het bezit komt van Lagrasse, wat blijkt uit een pauselijke bul van 1228 en twee akten uit 1242. Pas in 1250 komt Bouisse opnieuw in handen van Olivier de Termes.

Die Olivier de Termes neemt in 1240 deel aan de opstand van Raimon Trencavel, en aan de belegering van Carcassonne, en wordt daarvoor geëxcommuniceerd. Maar in 1241, na de mislukte heroveringspoging, onderwerpt hij zich aan de Franse koning, trekt in 1246 op kruistocht naar het Heilig Land en krijgt als gevolg daarvan in 1250 een deel van zijn geconfisqueerde bezittingen terug van koning Lodewijk de Heilige, waaronder het kasteel van Bouisse.

In 1260 verkoopt Olivier de Termes de kastelen van Montcournié en Bouisse, en het nabijgelegen dorp Lanet, aan Pierre II de Voisins, heer van Arques. De familie Voisins verbouwt het kasteel van Bouisse in de loop der jaren en zal het in handen houden tot op het einde van de 16de eeuw.

Bouisse Bouisse

Tussen 1260 en de 15de eeuw is de geschiedenis van Bouisse niet goed gekend. Pierre II de Voisins overlijdt omstreeks 1265 waarna zijn zoon Guillaume I zijn bezittingen erft. Die heeft op zijn beurt drie kinderen, waaronder een zoon, Guillaume II, die later baron van Arques en heer van Bouisse wordt. In 1292 onderhandelt hij met de consuls van Limoux over de verdeling van gronden en in 1295 sluit hij een overeenkomst met koning Filips de Schone waarbij hij zijn bezittingen in de Limouxin ruilt voor gebieden in Cuxac-Caudebronde.

In 1329 zien we o.m. een zekere Pierre de Voisins, heer van Rennes(-le-Château), en Guillaume de Voisins, heer van Moussoulens, een eed zweren ten overstaan van de Inquisitie in Carcassonne, waarbij ze plechtig beloven om de ketters op hun grondgebied te verjagen en te vervolgen. Guillaume de Voisins was op dat ogenblik ook heer van Bouisse.

In de loop van de 14de eeuw worden de families Voisins en Moussoulens door allerlei huwelijken en allianties vermengd met de families Lévis, Caraman en Joyeuse. Zo zien we dat Bouisse in de 16de eeuw in bezit is van de rijke en machtige familie Joyeuse uit Couiza. Bouisse zal voor de laatste keer een militaire rol van betekenis spelen tijdens de Godsdienstoorlogen, in 1572 wordt het zwaar beschadigd.

In de loop van de 17de en 18de eeuw komt Bouisse eerst in handen van de familie Saint-Jean de Moussoulens en later van de familie Pompadour du Languedoc. De laatste adellijke familie in Bouisse is de familie Raymond (familienaam), die het kasteel in bezit heeft tot aan de Franse Revolutie. In 1799 wordt het kasteel voor 40.000 francs verkocht aan een zekere Bernard Callat, die het domein opsplitst in een aantal percelen om het makkelijker te kunnen voortverkopen.

Bouisse Bouisse

De percelen worden vervolgens eigendom van een aantal landbouwersfamilies die het gebruiken als stallingen of schuren, waardoor het waardevolle patrimonium heel wat onherstelbare schade oploopt. In 1897 wordt het centrale woongedeelte verworven door een zekere Achille Guizard die er in slaagt ook de twee zijvleugels te kopen, waardoor het gebouw terug één geheel wordt.

Guizards zoon verkoopt op 2 mei 1951 het kasteel aan de bekende Occitaanse historicus en filoloog René Nelli (1906-1982) en diens vrouw Suzanne, die het gedurende meer dan 25 jaar zorgvuldig zullen restaureren om het zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. De Nelli's, die in Carcassonne wonen, gebruiken Bouisse voornamelijk als weekend- en zomerverblijf. Heel wat artikels en boeken van René Nelli over het katharisme en de troubadours, zagen hier het licht en vrienden en collega's als Jean Duvernoy, Déodat Roché en Michel Roquebert, kwamen er op bezoek.

Vermits de Nelli's geen kinderen hadden, kwam het kasteel na de dood van Suzanne Nelli in 2008 in het bezit van hun neef, Philippe Ramon. Hij beheert momenteel het familiepatrimonium en stelt alles in het werk om het te bewaren en te consolideren voor het nageslacht. Philippe Ramon is tevens de bezielende voorzitter van de in 2011 opgerichte Association d'Etudes du Catharisme/René Nelli (AEC/Nelli) in Carcassonne en stelt zijn kasteel elk jaar in juni open voor de Journées René Nelli, studiedagen rond het werk van René Nelli en het katharisme. Hij is ook de stichter van Les Amis du Château de Bouisse (De Vrienden van het Kasteel van Bouisse), een vereniging die als doel heeft het waardevolle historische patrimonium onder de aandacht van het groot publiek te brengen, door er culturele manifestaties, concerten, colloquia, e.d.m. te organiseren.

Bezoek

BouisseParkeer de wagen in het dorp, je ziet dan reeds het grote kasteel liggen. Via enkele trappen bereik je de centrale ingang met de binnenkoer. Bekijk eerst de buitenkant en de overblijfselen van de omwalling (vrij toegankelijk). Links en rechts van de binnenkoer zie je grote gebouwen die als opslagplaatsen dienst deden en resten van hoektorens. Die werden in de loop der tijden mooi gerestaureerd. Als je via de linkerkant van het hoofdgebouw langs de ommuring loopt dan zie je op het einde van de omwalling de grote donjon met de afvoer van de vroegere latrines er tegenaan gebouwd. Dat gedeelte dateert nog uit de 13de eeuw.

Via de binnenkoer en de centrale toegangsdeur kom je in de grote hal met een monumentale trap die naar de twee verdiepingen leidt. Links van de hal is er een grote zaal met een mooi bewaarde open haard in stucwerk die dateert uit de 17de eeuw. De schilderingen op het stucwerk, die vazen met bloemstukken voorstellen, werden prachtig bewaard. Het meubilair dateert uit de 18de en 19de eeuw en werd zorgvuldig verzameld door het echtpaar Nelli. Aan de muren hangen schilderijen van de vader van Nelli’s vader en vrienden, waaronder een mooi aquarel van Montségur.

BouisseTussen de hal en de kamer aan de rechterkant van het gebouw is er een klein salon dat is ingericht met meubilair uit de 18de eeuw. De kamer aan de rechterkant was destijds de werkkamer van René Nelli, waar hij heel wat van zijn boeken heeft geschreven. Zijn schrijftafel werd bewaard en ook hier hangen schilderijen gemaakt door zijn vader en grootvader. Erg waardevol is hier ook de unieke collectie zwart/wit foto's waarop je, buiten René en Suzanne Nelli, o.m. ook Déodat Roché, Nitta de Pierrefeux en Michel Roquebert herkent. De honderdste verjaardag van Déodat Roché werd in het kasteel van Bouisse gevierd en ook daar getuigen meerdere foto's van.

Achter deze kamer kom je in een deel van de middeleeuwse burcht, een zaaltje met enkele goed bewaarde gewelven en muren in natuursteen. Je ziet hier ook de resten van een open haard. Deze ruimte is evenwel nog niet gerestaureerd.

Langs de monumentale trap bereik je de eerste verdieping met aan de linkerkant een grote zaal met alweer een indrukwekkende open haard in stucwerk met enkele unieke schilderingen van allegorische taferelen uit de Klassieke Oudheid, die dateren uit 1664 en bijzonder goed werden bewaard. Specialisten hebben enkele jaren geleden zelfs een aparte studie gewijd aan die afbeeldingen, die gepubliceerd werd in een prestigieus vaktijdschrift. Hier zie je ook nog de oorspronkelijke vloer bestaande uit handgevormde gebakken tegels uit de 17de eeuw.

Bouisse Bouisse Bouisse

De kamer aan de rechterkant op de eerste verdieping was de slaapkamer van René Nelli, waarvan het meubilair volledig werd bewaard. Ook hier zie je een aantal schilderijen en ook een aquarel van René Nelli zelf. Via die kamer kom je in een vertrek in het middeleeuwse deel van het kasteel, waar een kleine collectie van munten, oude messen, pijlpunten e.d.m., verzameld door Nelli, te zien is. Hier liggen zelfs enkele Melgoriaanse munten uit de 13de eeuw.

BouisseOp de tweede verdieping zijn er twee grote zolderkamers onder het dak, die echter niets speciaals te bieden hebben.

Op de benedenverdieping, achter de keuken, is er nog een kleine trap naar de oude middeleeuwse donjon. Je krijgt er een idee hoe indrukwekkend hij ooit was, je ziet er ook nog enkele schietgaten uit de 13de eeuw. Ook dit deel moet nog gerestaureerd worden.

Opgelet: het kasteel van Bouisse is in privébezit en kan enkel worden bezocht tijdens de maand augustus en na voorafgaande afspraak.

Een afspraak (uitsluitend in het Frans) kan gemaakt worden via het e-mailadres van de eigenaar Philippe Ramon: philippe.ramon5@wanadoo.fr

Meer (Franstalige) info over het kasteel vind je op de website van Les amis du château de Bouisse: chateaudebouisse.wordpress.com

Tekst en foto's: Michel Gybels
Bron: Suzanne Nelli, ‘Le château et la seigneurie de Bouisse (Aude)  - Etude Historique’ in Mémoires de la Société d'Etudes Scientifiques de l'Aude (SESA), nouvelle série, tome II, 1977.

Vorige | Overzicht | Volgende