Aguilar (Aude)

Vorige | Overzicht | Volgende

Op 3 km van Tuchan en 16 km van Durban-Corbières liggen de ruïnes van het kasteel van Aguilar tussen de wijngaarden die de heerlijke Corbières-wijnen produceren. Het betreft hier één van de weinige sites uit de 12e-13e eeuw in de Corbières die nog niet volledig aan een doorgedreven archeologisch onderzoek werd onderworpen en die dan ook een erg authentieke indruk nalaat temidden van een prachtige zuiderse setting.

AguilarHet kasteel ligt op ongeveer 320 meter boven de zeespiegel, op een heuvel die de vlakte van Tuchan domineert over een lengte van ongeveer 100 meter.

De eerste vermelding van Aguilar in de geschiedenis dateert uit het jaar 1021 en staat in het testament van Bernat Taillefer, graaf van Bésalu. Daarin is er sprake van een puio que dicunt Agilar ofwel van een heuvel genaamd Aguilar, maar er staat niets bij over een of ander kasteel of castellum.

Na die korte vermelding in 1021 verdwijnt Aguilar uit de geschreven documentatie tot in de 13e eeuw wanneer we Aguilar terug tegenkomen in documenten uit die tijd waarin dan specifiek sprake is van een castrum dat in handen is van de machtige familie van Termes.

In overgeleverde documenten uit 1154 wordt een zekere Ademarus de Aguilena vermeld, die aan de zijde van Raimon de Termes getuige was bij het opstellen van het testament van burggraaf Raimon Trencavel, heer van Carcassonne.

Aguilar Aguilar

Hoe de familie van Termes in het bezit kwam van Aguilar is onduidelijk en niet meer te achterhalen. Het is hoe dan ook een feit dat er geen enkele twijfel bestaat dat Aguilar wel degelijk toebehoorde aan die familie aangezien Olivier de Termes zich in 1241 onderwierp aan de Franse koning met zijn terram meam et castrum meum de Aguilario. (“met al mijn gebieden en mijn castrum van Aguilar”) Wat de juiste betekenis van Aguilar was ten tijde van de kruistocht tegen de Albigenzen is niet duidelijk aangezien er bitter weinig werd overgeleverd. Uit enkele getuigenissen voor de Inquisitie is wel af te leiden dat het castrum dienst deed als schuilplaats voor faidits als Raimon de Congost en Othon de Montbrun die in 1240, ten tijde van de revolte van Trencavel, apud Aguilar een veilig onderkomen vonden. Vanaf 1241 is Aguilar hoe dan ook bezit van de Franse koning en is er een Frans garnizoen gelegerd. Omwille van de opmerkelijke wapenfeiten van Olivier de Termes in het Heilig Land vraagt koning Lodewijk de Heilige aan de seneschalk van Carcassonne in 1250 om Aguilar terug te geven aan zijn rechtmatige eigenaar.

Aguilar Aguilar

In 1257 legateert Olivier de Termes in zijn testament het kasteel opnieuw aan de Franse kroon op voorwaarde dat aan zijn erfgenamen een bedrag van 30.000 sous tournois word betaald. Vanaf dan is Aguilar definitief een Frans garnizoenskasteel dat mee instaat voor de bewaking van de grens tussen Frankrijk en Aragon. Die grens liep toen ter hoogte van Tautavel, niet ver van Tuchan. Op die manier kon Aguilar de toegang tot het Franse grondgebied via twee belangrijke verbindingswegen (de Col van Nouvelle en de Col d’Extrême) blokkeren.

Uit andere documenten blijkt dat het kasteel in 1272 door Pierre de Mirepoix, kasteelheer van de Franse koning, werd uitgebreid met een kapel en met tal van militair wapentuig voor het garnizoen. In 1321 werd zelfs wapentuig aangevoerd vanuit Carcassonne om de verdediging van Aguilar nog te versterken.

In 1525 werd Aguilar uiteindelijk ingenomen door de Spanjaarden en in 1543 platgebrand. Daarna verdwijnt het in de nevelen van de geschiedenis en is het van geen strategisch belang meer.

Aguilar Aguilar

De hedendaagse bezoeker kan Aguilar vrij makkelijk per auto bereiken vanuit Tuchan via een goed aangelegde kronkelige weg die door de wijngaarden leidt naar een kleine parking aan de voet van het kasteel. Op de parking bevindt zich een klein houten loket waar je een toegangsticket kunt aanschaffen en vervolgens leidt een pad naar de site die je op amper tien minuten wandelen bereikt. Een makkelijke wandeling, huzarenstukjes zijn hier niet nodig.

Het eerste gebouw dat je aan de linkerkant van de site tegenkomt is de castrale kapel gewijd aan Sainte-Anne, die nog in vrij goede staat verkeert en die je ook binnenin kunt bezoeken. Recht tegenover de kapel staan de resten van een cirkelvormige barbacane of voorfortificatie die de toegang tot het kasteel bewaakte. Aguilar bezit twee concentrische omwallingen, gedomineerd door een centrale donjon. De eerste buitenomwalling wordt geflankeerd door zes ronde torens die allen uitgeven op de gorges en open zijn aan de binnenkant van de omwalling. Die torens werden na de Albigenzische kruistocht toegevoegd door koning Filips III van Frankrijk. De borstwering tussen die torens en de kantelen is jammer genoeg verdwenen of vernield. Men ziet nog wel de talrijke schietgaten die in de torens zijn aangebracht voor de kruisboogschutters. Ten westen van de omwalling bevindt zich een sluippoort waarlangs manschappen, proviand en materieel konden worden aangevoerd.

Aguilar - plan

Als men het kasteel verlaat op terugweg naar de parking dan merkt men aan de rechterkant nog enkele overblijfselen op van een oude steengroeve waaruit de stenen voor de bouw van de burcht werden gehaald.

AguilarMede door zijn mooie ligging temidden van de wijngaarden en de goede en makkelijke bereikbaarheid is Aguilar zeker een bezoek meer dan waard en kan het kasteel zich gerust meten met zijn nabije buren Queribus, Termes en Puilaurens.

AguilarTekst & foto's: Michel Gybels

Vorige | Overzicht | Volgende