Sainte-Cathérine de Balaguères (Ariège)

Vorige | Overzicht | Volgende

De ruïnes van het kasteel van Sainte-Cathérine de Balaguères liggen in de Haut Couserans, niet ver van Castillon-en-Couserans en zijn bereikbaar via de D 204 die doodloopt op het dorp Balagué.

Sainte-Cathérine de BalaguèresMomenteel is slechts een deel van de castrale site ontbost en bereikbaar, met name de Tour Sainte-Cathérine, waar archeoloog Philippe Rouch vanaf 2006 veldwerk heeft verricht om de site zo goed als mogelijk is in kaart te brengen. Wat hierna wordt beschreven is dus slechts een onderdeel van een veel groter geheel.

Vanuit het gehucht Balagué is het een hele zoektocht om het pad te vinden dat leidt naar het hooggelegen plateau waarop de resten van de site zijn gelegen.

Uiteindelijk vonden we op onze exploratietocht de aanduiding van een GR-pad met de melding "Tour Sainte-Cathérine" dat na meer dan een uur klimmen uiteindelijk naar het plateau op een hoogte van 741 meter leidde.

Eens boven op het plateau is het dan nog een echt huzarenstuk om de verschillende richels en rotspartijen te trotseren om zo uiteindelijk de schamele resten van de Tour Sainte-Cathérine te bereiken. Een vrij zware en gevaarlijke onderneming die aan mensen met hoogtevrees is af te raden.

Ook is het uit veiligheidsoverwegingen absoluut af te raden om de gevaarlijke tocht alleen te ondernemen. Een valpartij kan hier echt fataal aflopen...

De overgebleven resten van de toren en enkele kleine bijgebouwen zijn eerder teleurstellend. Enkel een stuk muur van ongeveer 6 meter hoogte en de schamele grondvesten van kleine gebouwen zijn hier nog te zien. Bij ons bezoek, begin september 2010, merkten we enige archeologische werkzaamheden op die zich enkel beperkten tot het vastzetten van losse stenen van de muur van de toren en van de funderingen van de schaarse gebouwen. Dat werk werd eerder slordig uitgevoerd, wat het geheel zeker niet ten goede komt... Jammer...

Sainte-Cathérine de Balaguères Sainte-Cathérine de Balaguères

Geschiedkundige situering

Het kasteel van Sainte-Cathérine maakte destijds deel uit van de belangrijke seigneurie van Balagué, die in de middeleeuwse archiefstukken vernoemd wordt vanaf 1236 tot in de 16e eeuw. De heren van Balagué waren vazallen van de heren van Aspet, die op hun beurt onderhorig waren aan de graven van Comminges. De familie van Aspet was in de 13e eeuw de belangrijkste van de ganse Couserans.

Zoals de meeste edelen uit die tijd namen de heren van Aspet deel aan de kruistochten naar het Heilig Land. Ramon-At II van Aspet nam, aan de zijde van Bernath-Dodon van Comminges, deel aan de inname van Sint-Jan van Acco in 1190, onder de leiding van koning Filips-Augustus van Frankrijk. In die tijd had de familie van Aspet de lokaliteiten Alas en Balagué al in bezit en vermoedelijk werd het kasteel van Sainte-Cathérine reeds op het einde van de 12e eeuw opgetrokken.

Bij het begin van de 13e eeuw sloten de graven van de Comminges en van Foix een alliantie met de graven van Toulouse om samen te strijden tegen de Fransen tijdens de Albigenzische kruistocht. In 1216 verkreeg Simon de Montfort "nabij het kasteel van Aspet in de Comminges" de onderwerping van de heer van Castillon en Couserans.

In 1236 verschijnt een zekere Rogerius de Balaguer ten tonele, als gulle schenker van een stuk grond waarop een molen kon gebouwd worden aan het riviertje Ugenbac bij Alas, ten voordele van de Tempelierscommanderij van Montsaunès. Deze Roger Balaguier wordt ook genoemd als co-seigneur aan de zijde van Pey Fort de Taurignan, Raimon de Taurignan en Raimon-Bernath, burggraaf van de Couserans in een akte van 3 maart 1242 aan de inwoners van Seix.

Sainte-Cathérine de Balaguères Sainte-Cathérine de Balaguères

In de akte van leenhulde van Bernath V de Comminges aan Raimon VII van Toulouse van 18 november 1244, zijn onder meer ook Gaillard en Uc de Balaguères vernoemd. Beiden zijn waarschijnlijk de erfgenamen van Roger Balaguier.

In de helft van de 15e eeuw behoort de castrale site van Balaguères niet langer meer tot het graafschap Comminges maar tot de baronnie van Aspet. Later wordt een kapel gewijd aan Sainte-Cathérine op de site opgericht, waarnaar uiteindelijk ook het kasteel van Balaguères wordt vernoemd. We zijn dan reeds in 1498. Uiteindelijk wordt de ganse baronnie van Aspet, inclusief het kasteel van Sainte-Cathérine de Balaguères, in 1607 ingelijfd bij het Franse kroondomein. Er wordt een koninklijk garnizoen gelegerd maar daarna verdwijnt alles in de nevelen van de geschiedenis.

Beschrijving van de site

De resten van de toren van Sainte-Cathérine beslaan een oppervlakte van ongeveer 3,90 x 2,45 meter, terwijl de resten van de muur een hoogte van 5,80 meter bereiken. Waarschijnlijk bestond de toren uit drie verdiepingen, doch de exacte ingang is niet meer te traceren. Op een vijftal meter van de toren verwijderd bevindt zich een thans uitgedroogde waterput die uit veiligheidsoverwegingen afgeschermd is door een traliewerk.

Sainte-Cathérine de BalaguèresIn de onmiddellijke omgeving van de toren liggen her en der de funderingen van eerder kleine gebouwen verspreid, die men aan het onderzoeken en consolideren is. Op het rotsachtige terrein bemerkt men ook nog hier en daar wat resten van omwallingen die de randen van het plateau omsluiten. Het is overduidelijk dat de toren van Sainte-Cathérine en zijn bijgebouwen slechts een kleine fortificatie vormden binnen een veel groter geheel. Ook de ligging van de toren ondersteunt deze theorie.

Enkel na grondige archeologische prospecties van de andere overblijfselen van de castrale site van Balaguères, zal men in staat zijn om zich een volledig beeld te kunnen vormen van het wellicht grootse geheel. Uiteraard is dit een kwestie van tijd maar ook vooral van subsidies...

Tekst en foto's: Michel Gybels
Bron: Philippe Rouch, Le château de Sainte-Cathérine de Balaguères, un castrum de montagne, premiers résultats de la recherche.

Vorige | Overzicht | Volgende