Montréal-de-Sos (Ariège)

Vorige | Overzicht | Volgende

Het kasteel van Montréal-de-Sos ligt in de bovenvallei van de Vicdessos op het grondgebied van de gemeente Auzat in het arrondissement Foix in het departement Ariège. De vallei van de Vicdessos is een dertigtal kilometer lang en de gelijknamige rivier ontspringt in Sabart nabij Tarascon-sur-Ariège. Het kasteel van Montreal-de-Sos situeert zich stroomopwaarts op ongeveer 15 kilometer (vogelvlucht) vanaf de bron van de Vicdessos. Montréal was in de middeleeuwen slechts een bescheiden dorp met een schaarse bewoning. Later werd op een plateau, 981 meter boven het dorp, de burcht gebouwd.

Montréal-de-Sos

De eerste ernstige archeologische opgravingen op de site dateren van 1852, waarbij een zekere abbé Pouech in de omgeving van het kasteel in een grot rotsschilderingen ontdekt en in 1887 een korte beschrijving van de site opstelt: “Vicdessos, 14 augustus 1887. De toren van Olbier werd door een geweldige blikseminslag die zich voordeed op 14 juli 1887 om 23 uur, volledig doormidden gekliefd. Er was op dat ogenblik inderdaad een enorm onweer boven de valleien van de Suc, Saleix, Vicdessos en Siguer. Het is vooral het westelijk deel van de toren die van de top tot aan de basis zwaar geleden heeft van de blikseminslag. Thans resten er enkel nog grote hopen puin van de toren die naar mijn oordeel op zijn minst 30 meter hoog moet geweest zijn”.

Ook werd de site van Montréal de Sos nog vermeld in studies van Adolphe Garrigou (1845) en van abbé Duclos, auteur van l’Histoire des Ariègeois, gepubliceerd tussen 1885 en 1887 in Parijs.

In de loop van de 19de eeuw zijn het vooral de inwoners van de naburige dorpen die de site gebruiken als goedkope steengroeve voor hun huizen. Pas in 1963 verschijnt er een nieuwe studie van Joseph Dengerma over het kasteel en in 1979 beschrijft Adelin Moulis de site uitgebreid in zijn werk L’Ariège et ses châteaux féodaux.

Montréal-de-Sos Montréal-de-Sos

In 1960 wordt de grot van Campanal en het plateau waarop de burchtruïne staat onder de loep genomen door de archeologen Ruelle, Gual en Castelle. In 1972 wijdt het tijdschrift Cahiers d’Etudes Cathares van Déodat Roché een vrij grote bijdrage aan de burcht, waarbij vooral wordt stilgestaan bij de vreemde muurschilderingen in de grote grot van Campanal, die door de auteur van het artikel worden toegeschreven aan de katharen. Een theorie die later resoluut naar het rijk der fabelen zal worden verwezen.

Pas in 1990 komt het archeologisch onderzoek van de hele site op gang met het baanbrekend werk van de jonge archeologe Florence Guillot die er haar doctoraatsthesis aan wijdde.

Het gemeentebestuur van Auzat heeft Florence Guillot met ingang van 2000 officieel belast met een uitgebreide wetenschappelijke opgraving van de hele site, waardoor inmiddels heel wat interessant en uniek materiaal heeft blootgelegd. Vermeldenswaard is dat het project elke zomer wordt uitgevoerd door vrijwilligers die op deze manier bijdragen tot de conservering van dit unieke patrimonium.

Montréal-de-Sos - plan

De site

De burcht stond onder het gezag van de graven van Foix en vormt een uitzonderlijk geheel, het grootste van de ganse Sabartès. Het kasteel werd opgetrokken op een grote kalkrots op 981 meter hoogte. Het plateau meet 200 meter lang op 60 meter breed, wat neerkomt op meer dan 10.000 m². De site zelf is opgedeeld in twee stukken, het hoogste deel ten noorden van het plateau aan de kant van de vallei van de Vicdessos en het andere deel ten zuid-westen waar zich ondermeer de ingestorte toren van Olbier bevond.

Op het plateau zelf kan men duidelijk zichtbaar de oude versterkte omwalling onderscheiden, die meestal de structuur van de rotswanden volgt, wat gebruikelijk was in die tijd. Momenteel is die omwalling nergens meer hoger dan twee meter.

In het uiterste noord-oosten en zuid-westen bevinden zich de resten van twee zwaar gehavende torens. De noordelijke toren, met uitzicht op Auzat, werd door onderzoeker Joseph Dengerma de toren van Barry gedoopt. De zuidwestelijke toren ligt nabij het pad dat leidt naar Goulier en het hoger gebergte. Beide bouwsels beslaan ongeveer 25 m² oppervlakte maar de hoogte ervan kan niet meer worden ingeschat.

Op het plateau waar zich het kasteel bevind kan men nog resten onderscheiden van een kleine nederzetting die in de schaduw van het kasteel werd opgetrokken, wat de grote omvang van de site verklaart. Het kasteel zelf besloeg om en bij de 5000 m². Het is één van de grootste militaire fortificaties van het graafschap en alleen de graaf van Foix zelf was in de 13de eeuw bij machte om dergelijke constructies te laten bouwen. Onderzoek heeft uitgewezen dat een gracht van ongeveer 20 meter lang de nederzetting van het kasteel scheidde.

Montréal-de-Sos Montréal-de-Sos

In het centrale noordelijke gedeelte van het plateau bevinden zich twee terrassen die ieder een constructie van ongeveer 5 tot 6 meter hoogte bevatten, zijnde de centrale donjon, die zoals gebruikelijk in de 13de eeuw, zich altijd op het centrale en hoogste punt van de site bevond. De muren van de donjon bestaan uit zorgvuldig gemetselde steenblokken en zijn 1,40 meter breed, wat het kasteel tot één van de best gefortifieerde in de Sabartès maakt. Archeologische opgravingen hebben aangetoond dat de donjon pas in de 14de eeuw werd vernield bij het definitief verlaten van de site door de graven van Foix.

De volledige vernieling van de site is te situeren in het begin van de 15de eeuw, wanneer de gebieden van de graven van Foix, na de dood van Gaston Febus, werden verdeeld onder zijn neven van het huis van Castelbon.

De burcht van Montréal-de-Sos was tijdens de middeleeuwen duidelijk een belangrijk militair steunpunt in de bovenvallei van de Vicdessos en maakte tegelijk deel uit van een militaire gordel van grafelijke kastelen, samen met Lordat, Montgrenier, Miglos en Castelverdun en Foix, stuk voor stuk goed verdedigbare arendsnesten in het hart van de Sabartès, strategisch centrum van het graafschap Foix en van groot belang sinds de kruistocht van 1209 tegen de Albigenzen.

Het kasteel wordt voor de eerste maal vernoemd in een document uit 1213, waaruit kan worden geconcludeerd dat het niet gebouwd werd voor het midden van de 11de eeuw. Hoogstwaarschijnlijk is de bouw te situeren tussen 1150 en 1213.

Op het einde van de 13de eeuw had Roger-Bernat, graaf van Foix, tal van twisten met de koningen van Frankrijk en Aragon. De inzet was het eerbetoon van de Sabartès in de persoon van de graaf aan één van beide koningen. In de loop van de strijd gaf de graaf van Foix maar liefst vier burchten in onderpand die zijn politieke macht in de bovenvallei van de Ariège symboliseerden: Montgrénier, bij Montgailhard, Lordat, Foix en Montréal-de-Sos. Mogelijk werd ook nog de burcht van Calamès nabij Bédeilhac als vijfde aan de lijst toegevoegd. Al die fortificaties vielen onder het direct gezag van de graaf van Foix die er hem gunstig gezinde kasteelheren installeerde. Buiten de perioden van oorlog waren de burchten militair eerder onderbemand en werden de gebouwen dikwijls slecht onderhouden.

In het begin van de 14de eeuw raakten de verschillende grafelijke fortificaties stilaan in verval en werden enkel de grote sites nog onderhouden. De nederzetting van Montréal-de-Sos werd stilaan verlaten en vervangen door het dorp dat nu nog altijd bestaat onder de naam Olbier.

Montréal-de-Sos Montréal-de-Sos

De laatste vermelding van Montréal-de-Sos dateert uit de 16de eeuw als op het einde van die eeuw het castrum van Vicdessos werd gereconstrueerd omdat er in de omgeving geen enkel verdedigingspunt meer bestond. De definitieve vernieling van de burcht van Montréal-de-Sos begon op het einde van de 14de en het begin van de 15de eeuw, wanneer een groot deel van de gebouwen werden gesloopt tot op de grond en de stenen werden hergebruikt voor bouwsels in de omliggende dorpen.

Ook de naburige kastelen Lordat, Miglos en Castelverdun ondergingen hetzelfde tragische lot….

Tekst en foto's: Michel Gybels

Vorige | Overzicht | Volgende