Mirabat (Ariège)

Vorige | Overzicht | Volgende

MirabatIn het kader van het valorisatieprogramma van het historisch erfgoed, gepatroneerd door het Syndicat Mixte Pays Couserans, werd, in samenwerking met de overkoepeling van gemeenten van het kanton Oust (Ariège), het plan opgevat om het middeleeuws kasteel van Mirabat te onderwerpen aan een nauwgezet archeologisch onderzoek.

Een eerste archeologische prospectie vond plaats van 2 tot 20 augustus 2006 onder de leiding van de archeoloog Thibaut Lasnier, die deel uitmaakt van het enthousiaste team van Florence Guillot.

Voor het gebied van de Couserans, te situeren in de grote regio ten zuiden van Saint-Girons en grenzend aan Andorra en de Val d’Aran in Noord-Spanje, is er tot dusver weinig of geen historisch onderzoek verricht naar het middeleeuws verleden, in tegenstelling tot de gebieden van de Haute-Ariège, de Haut-Comminges en de Palhars in Noord-Spanje. Er is dan ook zo goed als geen bronnenmateriaal over de middeleeuwse sites in dat gebied voorhanden.

Sinds de start van de succesvolle archeologische research in de Haute-Ariège en de Haut-Comminges o.l.v. Florence Guillot, omstreeks de milleniumwende, waarbij ondermeer de prachtige site van Montréal-de-Sos in kaart werd gebracht (zie in dit verband mijn bijdrage in de rubriek “archeologie” op deze website), werd de aandacht van de archeologen ook getrokken op het historisch patrimonium van de Haut-Couserans. In dat verband werd het kasteel van Mirabat uitgekozen voor een grondige archeologische prospectie omwille van zijn geïsoleerde ligging die er gelukkig voor gezorgd heeft dat de site beschermd was voor “hedendaagse verstoringen” (lees: ongecontroleerde wilde opgravingen, archeologische beschadiging door het toerisme, enz….).

Een hooggelegen site

De middeleeuwse fortificatie Mirabat ligt op een kalkrots op een hoogte van 1270 meter. Het kasteel heeft nooit gediend als habitat maar zijn hooggelegen positie, die een uitzicht biedt van 360° over de omliggende valleien, was bijzonder geschikt als militair bolwerk voor de legering van een garnizoen. De strategische ligging wordt nog geaccentueerd door het feit dat het kasteel ook perfect kon gebruikt worden als uitkijkpost over de bergketens die de grens met Spanje vormen. Zelfs met het blote oog is het mogelijk om vanop Mirabat de hooggelegen grensplaatsen met de Palhars te bewaken (o.a. Couillac, Marterat, Salau en Aula). Noordelijk heeft men dan weer een ongestoord uitzicht op de Haut Salat, een gebied dat overeenkomt met het oude burggraafschap Couserans. Nog verder, op een afstand van een tiental kilometer, ter hoogte van Bouirech en Surroque, kan men met een goede verrekijker zelfs het paleis van de bisschoppen van Saint-Lizier ontwaren. De voornaamste functie van Mirabat, als geprivilegieerde militaire uitkijkpost over de ganse Haut Salat, is dan ook ontegensprekelijk.

Mirabat Mirabat

De historische context van de site

Hoogstwaarschijnlijk kon enkel een belangrijke heer, die over voldoende financiële middelen beschikte, dergelijke grote militaire fortificatie op zulke ligging bouwen en onderhouden. Alvorens hier dieper op in te gaan is het van belang stil te staan bij de verschillende middeleeuwse historische fases van het gebied. De wettelijke suzereinen van de Couserans in de 11e eeuw waren de graven van Foix, die hun macht in die ver afgelegen gebieden aanvankelijk slechts moeizaam konden consolideren. In de loop van de 12e eeuw kwam de Couserans in handen van de graven van de Couserans die hun gebieden konden recupereren als gevolg van een oorlog tussen hen en de graven van Foix op het einde van de 11e eeuw. Niettegenstaande een aantal militaire conflicten langs beide kanten, slaagden de graven van Comminges er niet in om het bisdom van Saint-Lizier aan hen te onderwerpen. De Haut Salat bleef behoren tot het bisschoppelijk graafschap van de Couserans in de 11e en 12e eeuw.

In 1178 werd de Haut Salat inderdaad een leen van het nieuwe burggraafschap van de Couserans, zonder twijfel gesticht op initiatief van de graaf van Comminges om alzo tegengewicht te bieden aan de bisschoppelijke macht. Ten zuiden van Saint-Girons werd het bassin van Lacourt gekozen als centrum van het nieuwe burggraafschap. Deze nieuwe politieke entiteit ontdeed zich al gauw van de voogdij van Comminges. De burggraven van de Couserans onderhielden goede contacten met de graven van Palhars aan de overkant van de Pyreneeën. In het begin van de 13e eeuw werd de burggraaf van de Couserans ook graaf van Palhars door zijn huwelijk met de weduwe van de overleden graaf. Later verenigden de burggraven van de Couserans zich met de graven van Foix in hun drang om hun gebieden naar het zuiden van de Pyreneeën uit te breiden. In de loop van de 13e eeuw werd de macht van de Franse koning echter ook voelbaar in die regio en zeker dan in Seix en omgeving dat volledig aan het Franse kroondomein werd toegevoegd. Later werd die macht van de koning nog uitgebreid naar de zilvermijnen van Castel Minier bij Aulus-les-Bains, die vooral tijdens de 14e eeuw in volle bedrijvigheid waren.

In die context bekeken moeten we ons dan ook afvragen wie het kasteel van Mirabat heeft gebouwd. Hebben de graven van Foix in de 11e eeuw en de graven van Comminges in de 12e eeuw een rol gespeeld bij de bouw van de vesting? Is het ook niet mogelijk dat het kasteel werd opgetrokken in de periode van de in bezit name van het graafschap van Palhars door de burggraven van de Couserans, waarbij het kasteel dan instond voor de bewaking van de toegangen tot de regio vanuit het zuiden? In laatste instantie zou het ook nog mogelijk zijn dat het initiatief voor de bouw van Mirabat uitging van Arnaut van Spanje, die op het einde van de 13e en het begin van de 14e eeuw zijn grenzen met de Palhars wou verstevigen in het kader van onderlinge vijandelijkheden die maar liefst veertig jaar duurden.

Mirabat Mirabat

De constructie van Mirabat

Het kasteel bestaat uit vier hoofdelementen: het lage gedeelte, de terrassen, uitgehouwen in de rotsen, de grot en het feitelijke kasteel met zijn omwalling en zijn gebouwen binnen die omwalling. Het eerste stuk van het lager gelegen gedeelte is een rechthoekige structuur die half is uitgegraven met de basis van een muur in harde steen, die nog gedeeltelijk zichtbaar is in het struikgewas. Het zijn de resten van een gebouw dat dienst deed als schuur of als habitat. De tweede structuur laat denken aan een vooruitgeschoven uitkijkpost, rond van vorm en duidelijk gemetst. Maar de vrij fragiele muren van slechts 0,50 meter dik spreken de hypothese van een uitkijkpost tegen. Waarschijnlijk betreft het hier een voorraadschuur of een ijskelder. Het tweede belangrijke gedeelte zijn de uitgehouwen terrassen die ruimten vormen gaande van 10 tot 120m². Waarschijnlijk werd hier een steengroeve geëxploiteerd die de bouwmaterialen leverde voor de omwalling en de gebouwen binnen die omwalling. Mogelijk dienden die terrassen later voor het stallen van dieren en werden er mogelijk overdekte bijgebouwen of stallingen op gezet. De bodem vertoont evenwel geen enkel spoor van eventuele bebouwing.

De grot, gelegen op 10 meter van de ingang van het kasteel, is gekend door plaatselijke speleologen en werd reeds uitvoerig onderzocht. Het laatste gedeelte betreft de versterkte site. De omwalling, waarvan bepaalde muurgedeelten niet minder dan zeven meter hoog zijn, omsluit een oppervlakte van ongeveer 400m² met middenin overblijfselen van drie gebouwen. Het best zichtbaar is de citerne bij de ingang. De vrij dunne muren zijn gemetseld en op de bodem zijn resten van tegels teruggevonden. De derde structuur is volledig vernield en situeert zich aan de zuidelijke omwalling. Het betreft hier de hoofdtoren, waarvan enkel nog de fundamenten kunnen onderscheiden worden. Het is vooral hier dat archeologische peilingen zijn gebeurd.

Mirabat - plan

Een aantal archeologische ingrepen hebben het mogelijk gemaakt om de tot dusver kleinste hoofdtoren van de Haut Couserans te reconstrueren, die slechts een binnenoppervlakte heeft van 4 m² met muren die nergens dikker zijn dan één meter. De muren van de omwalling zijn tussen de 1,10 en de 1,70 meter dik. Het is tot dusver het enige kasteel uit de regio waarvan de hoofdtoren minder dikke muren heeft dan de omwalling. De reden hiervan is waarschijnlijk dat die toren eerder een pronkstuk was dan een defensief bolwerk. De hoge en vrij gevaarlijke ligging van de site en de versterkte omwalling ervan waren ongetwijfeld meer dan voldoende om in de verdediging ervan te voorzien. De vrij eenvoudige hoofdtoren maakte niettemin deel uit van de fortificaties die aanvallen van eventuele belegeraars moesten afslaan.

Dergelijke types van summiere verdedigingstorens komen ook nog voor in de Castillonnais en de Comminges maar nergens in het oude graafschap Foix. Het feit dat van die toren enkel nog de grondvesten zijn overgebleven laat veronderstellen dat hij vrijwillig is afgebroken en niet bij een belegering is vernield. Naar alle waarschijnlijkheid is hij enkel gebruikt als uitkijkpost en had hij zeker geen functie als donjon.

Verder bevinden zich op de site in het noorden de resten van een tweede citerne van ongeveer 5 m² oppervlakte met muren van 0,70 meter dik. Uit de voorwerpen die daarin zijn aangetroffen (gesp van een riem, mes, beschilderde faience) kan men afleiden dat de citerne nog in gebruik was in de 14e eeuw. De opgravingen hebben inmiddels een duizendtal voorwerpen aan het licht gebracht, die vooral dateren uit de 14e eeuw.

Mirabat Mirabat

Het archeologisch onderzoek op Mirabat loopt inmiddels nog steeds verder onder de leiding van Thibaut Lasnier. Er mag aangenomen worden dat de site al zijn geheimen nog niet heeft prijsgegeven en we zien dan ook met veel belangstelling uit naar het verdere resultaat van de opgravingen.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Michel Gybels (tekst); Guido Coppens (foto's).
Bron: Bilan de l’operation de sondage à Mirabat 2006 - Thibaut Lasnier in “Naissance, évolutions et fonctions des fortifications médiévales dans les comtés de Foix, Couserans et Comminges”.
Met dank aan Flo Guillot voor de welwillende medewerking.

Vorige | Overzicht | Volgende