Lordat (Ariège)

Vorige | Overzicht | Volgende

Op een hoogte van meer dan 800 meter, op de rechteroever van de Ariège en gesitueerd tussen Tarascon-sur-Ariège en Ax-les-Thermes, bevindt zich het dorp Luzenac dat doorsneden wordt door de N20, belangrijke verbindingsweg naar Andorra en Spanje.

Hoog boven Luzenac ontwaar je vanaf de N20 de ruïnes van een middeleeuwse burcht. Het zijn de nog altijd imposante resten van het kasteel van Lordat, destijds toebehorend aan de gelijknamige familie, één van de belangrijkste vazallen van het huis van Foix.

LordatIn tegenstelling tot de vele andere burchten in de regio is Lordat door zijn strategische ligging en het sterke verzet van zijn verdedigers nooit belegerd en dus ook nooit ingenomen door het kruisleger van Simon de Montfort.

Geschiedkundige situering

Het kasteel van Lordat, dat vooral gedurende de 13e eeuw van groot strategisch belang was in de regio, werd gebouwd op de resten van een Romeins oppidum in de tijd dat het gebied toe behoorde aan de stam van de Tarusken.

In de 13e eeuw bestond de baronie van Lordat uit maar liefst vijftien dorpen, die zich uitstrekten vanaf de Ariège tot aan de Pyreneeën, met name Lordat, Urs, Vèbre, Axiat, Aspy, Lasar, Garasson, Vernaux, Unac, Causson, Savenac, Bestiac, Luzenac, Caychax en Sensonac.

Het huis van Lordat was, samen met die van Rabat en Castelverdun, één van de eerste adellijke families in het graafschap Foix, die onder meer mede-eigenaar waren van de baronie van Mirepoix, vooraleer de Albigenzische kruistocht het gebied in vuur en vlam zette. De familie had verder nog eigendommen in de Haut-Languedoc en was tevens een trouwe bondgenoot van de huizen van Foix en Aragon. Tijdens de repressie tegen de katharen kozen de Lordats duidelijk de kant van de bons hommes en bleven ze tot het einde trouw aan de kathaarse zaak. Verscheidene leden van de familie streden trouwens in de rangen van de verdedigers van Montségur.

Lordat Lordat

Omstreeks 1300 hadden de Lordats een twintigtal zijtakken, die evenwel in de loop van de 14e eeuw langzaam uitdoofden. Drie van die zijtakken bleven evenwel bestaan tot aan de Franse Revolutie en de laatst gekende waren de baronnen van Bram.

De eerste keer dat Lordat wordt vernoemd is in het jaar 966 wanneer Hugues, bisschop van Toulouse, aan een zekere Arnaud de Comminges, zoon van Arsinde de Carcassonne, het gehucht van Bèbre schenkt, ook gekend onder de naam Minestarrat de Lourdat. Later ontvangt Roger de Comminges het leenheerschap over de Sabarthès. Zijn oudste zoon Pierre wordt later bisschop van Girona in Catalonië. De andere zoon Bernard krijgt o.a. Prades, Saurat, Bèbre, Cadorcet en Sainte-Marie-du-Lordalais. Diezelfde Bernard had twee zonen en de oudste daarvan, Roger, wordt de eerste graaf van Foix en krijgt de kastelen van Castelpenent, Roquemaure, Lordat en Foix in bezit.

In 1075 is een zekere messer Guilhem kasteelheer van Lordat. In dezelfde periode betuigt graaf Roger II van Foix leenhulde aan de abt van de abdij van Cluny en ruim tien jaar later verkoopt Roger II enkele kastelen aan Ermengarde, burggravin van Béziers, alvorens op kruistocht naar het Heilig Land te vertrekken. Het betreft hier de kastelen van Foix, Castelpenent, Pamiers en Lordat.

Roger II keert echter ongehavend terug van de kruistocht en enkele tijd later wordt zijn dochter Brademonde, dame van Lera, in het kasteel van Lordat uitgenodigd om er de leenhulde van de kasteelheer te ontvangen.

In 1142 is een zekere Guilhem de Salles heer van Lordat die, bij gebrek aan een erfgenaam, het kasteel legateert aan graaf Roger III van Foix. Enkele jaren later is een zekere Ramon de Lordat getuige bij de leenhulde van Arnaud de Quié aan de graaf van Foix. We belanden stilaan in de periode die de kruistocht tegen de Albigenzen voorafging. Ramon de Lordat en zijn broer Pons behoorden tot de intieme vrienden van de graaf van Foix en daardoor waren ze onder meer als getuigen aanwezig bij het huwelijk van de oudste dochter van de graaf van Foix in 1162, wiens echtgenoot Guilhem de broer was van Marquesia de Lanta, belangrijke kathaarse bonne femme.

Lordat Lordat

Wanneer in 1202 graaf Ramon-Roger van Foix zijn zoon uithuwelijkt aan Ermessinde de Castelbò, op 10 januari in Tarascon-sur-Ariège, krijgt hij als domein de ganse Lordalais. Tijdens de kruistocht van Simon de Montfort was, in 1210 en 1211, Guy de Lévis zijn belangrijkste luitenant. Guy de Lévis heeft het echter nooit aangedurfd om Lordat te belegeren omwille van zijn hoge en strategische ligging. Sommigen beweren evenwel dat Lévis minder geïnteresseerd was in Lordat en daardoor zijn aandacht meer gericht heeft op Mirepoix, dat niet alleen rijker was maar ook makkelijker te belegeren.

Na het echec van Montfort in 1218 bij Toulouse, kon de graaf van Foix in 1223 zijn gebieden terug innemen. Hij schonk Lordat bij die gelegenheid terug aan de toenmalige kasteelheer Ramon de Salles de Lordat

Maar door het noodlottige verdrag van Meaux/Parijs in 1229, waarbij alles terug in vraag werd gesteld, kon graaf Roger-Bernat van Foix, in de steek gelaten door tal van zijn ridders en bezorgd voor een grote en desastreuze invasie van zijn gebieden door het kruisleger, niet anders dan zijn overgave te tekenen in Saint-Jean-de Verges, waarbij zijn bezittingen, waaronder de kastelen van Lordat en Montgrenier, toekwamen aan Blanche van Castillië, regentes van Frankrijk.

Tijdens de verschrikkelijke strenge winter van 1230 is de heer van Lordat nog één van de weinige getrouwen van de graaf van Foix. In die functie begeleidt hij de gravin van Foix, Ermessinde de Castelbò, die stervende is, naar zijn kasteel in Lordat. De gravin werd verjaagd uit Foix en kon nergens meer terecht. Haar wens om te worden begraven in het klooster van Castoga in de Vallespir werd nooit ingewilligd. Meer zelfs, haar stoffelijke resten werden, samen met die van haar man Roger-Bernat III van Foix, later door de Inquisitie opgegraven en alsnog wegens ketterij verbrand.

Lordat Lordat

Drie jaar na de val van Montségur en na ruim twintig jaar verzet tegen de Franse overheersers, moest Bernat de Lordat, die toen veertig was, in 1247 noodgedwongen en compleet geruïneerd de rechten over zijn kasteel overdragen aan de toenmalige graaf van Foix. Op dat moment was Bernat nog slechts mede-eigenaar van Lordat en kon hij zijn schuldenberg niet meer afbetalen. In 1253 waren zijn dochter Guillemette en zijn zonen Guilhem en Arnaud verplicht om het weinige wat hen nog restte ook over te dragen aan de graaf van Foix. Het enige wat ze nog in bezit konden houden was de kerk van Sainte-Marie en een stuk van het terrein rond het kasteel…

In de loop van de daaropvolgende jaren was het kasteel van Lordat nog van belang als militair steunpunt bij de oorlog van 1272 tussen graaf Roger-Bernat van Foix en de graaf van Armagnac. Later moest de heer van Lordat, Pierre-Amiel, het kasteel overdragen aan koning Jaume van Aragon. In 1291 is er nog sprake van Guilhem en Sicard de Lordat als kasteelheren en in 1312 van een zekere Bernat-Pierre de Lordat die veroordeeld werd wegens ketterij.

In de loop van de daaropvolgende eeuwen had Lordat nog steeds een strategisch en militair belang in de regio tot omstreeks 1672, wanneer het definitief werd verlaten en het verval intrad.

Na jarenlange verwaarlozing is het kasteel inmiddels mooi gerestaureerd en sinds enkele jaren terug voor het publiek opengesteld. Het is een indrukwekkend bouwwerk, waarvan de omwalling en verscheidene hoektorens mooi zijn gereconstrueerd en het geheel geeft een goed beeld van hoe de burcht er ooit heeft uitgezien. Bovendien is het schitterend gelegen in de bergen. In het toeristisch seizoen worden er spektakels met roofvogels gehouden die de moeite waard zijn om bij te wonen.

LordatOm het kasteel van Lordat te bereiken dient men op de N20, ter hoogte van Luzenac, de goed aangeduide afslag te nemen naar Lordat. Een zeer goed berijdbare asfaltweg leidt dan naar het hooggelegen dorp Lordat waar een grote parking is aangelegd.

Van daaruit is het een kwartier wandelen tot aan de ingang/onthaal van het kasteel dat makkelijk en zonder veel inspanning bereikbaar is.

Tekst en foto's: Michel Gybels
Bron: Adelin Moulis, l'Ariège et ses chateaux féodaux

Vorige | Overzicht | Volgende