Boeken
8
plus
MIJN BROER IS EEN PUNKER
Als
je, zoals Tinneke, thuis helemaal alleen bent, heb je het wel eens moeilijk.
Altijd maar puzzelen of met de lego spelen gaat je uiteindelijk vervelen.
Vooral als je een vriendin hebt met wel vijf broers en zussen, voel je
dat zeker. En als dan op de koop toe een hond of een kat ook niet mag,
omdat je moeder er allergisch voor is, kan het zijn dat je het niet meer
zo goed ziet zitten en heel sterk naar een broertje of een zusje gaat
verlangen. Hoe Tinneke ten slotte aan een broer komt, die eruitziet als
een punker, lees je in dit boek. Een fijn verhaal over adoptie.
KNABBELSNUITJE
Avonturen die beleefd worden door bosdieren. Wat die allemaal meemaken!
Knabbelsnuitje en zijn vrienden hebben het niet altijd gemakkelijk. Er
dreigt gevaar en er zijn dikwijls problemen. Maar als je elkaar helpt kom
je daar wel doorheen. Plezier maken ze in elk geval genoeg. Dat is toch
normaal als je dikke vrienden bent.
DE DRAADJESPOP
Tijdens een eenzame vakantie ontmoet Annelies in de stad een student
die een draadjespop viool laat spelen. Wibo, zo heet de pop, blijkt dol
op Annelies te zijn en zij is weg van hem. Iedere dag gaat ze naar hem
toe. Hij wordt haar vakantievriendje. Aan Wibo kan ze haar zorgen kwijt,
want zorgen heeft Annelies, ook al is het vakantie.
12 plus
DE WITTE VOGEL
Upali is een Thee-Tamil. Als de regering honderden Tamils van Sri
Lanka
naar een onherbergzaam gebied in het zuiden van India wil overbrengen,
verbergt hij zich. Hij wil op Sri Lanka blijven want hij houdt van dat
land. Ook al moet hij zijn familie alleen laten gaan en weet hij dat de
honger dikwijls zijn gezel zal zijn, toch duikt hij onder en wacht tot
iedereen vertrokken is. Hij verlaat de bergen en trekt naar de kust. Op
zijn tocht door het land ontmoet hij het meisje Asma.
Ze heeft haar ouders verloren en gaat op zoek naar haar grootmoeder die
bij een oom inwoont. Upali neemt het meisje onder zijn hoede en samen
gaan ze op stap. Ze worden gevolgd door een witte vogel die voor Asma
een bijzondere betekenis heeft. Of is het de vogel die hen de weg wijst?
(Prijs Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen
1986)
DE SCHAT VAN
DE DODE ZEE
Er worden nu nog altijd schatten gevonden.
We lezen dat soms in de krant. Maar meestal horen we er niets over. Vooral
als een gewone bedoeïenenjongen als Jethro een schat vindt, want hij zwijgt
en verbergt zijn vondst. Wat gaat hij ermee doen? Zal hij hem toch kwijtraken?
Of zal zijn schat, die veel geld waard is, heel zijn leven en dat van
zijn zuster Mada veranderen? En het meisje Bea, dat in Jeruzalem woont
en altijd weer moet vluchten voor haar twee broers. Zal ze op Jathro’s
voorstel ingaan en hem volgen?
(Prijs Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen
1987)
REIS
NAAR HET VERLEDEN
München, Tweede Wereldoorlog. Als Hans, een joodse jongen, op een middag
thuiskomt, wordt hij door Ruth, hun heupwiegende buurvrouw op hoge hakken,
naar binnen getrokken. Terwijl hij buiten was, zijn zijn ouders, zusje
en broertje door soldaten weggevoerd. Hans is alleen. Ruth houdt hem op
haar flat verborgen, tot dat gevaarlijk wordt. Hans geraakt in Oostenrijk
en maakt na de oorlog de Exodus naar Palestina mee. Daar vindt hij de
oorsprong van zijn volk terug en hij vindt er Viky, een Italiaans meisje.
Veel later zal hij zesendertig rozen op een graf leggen.
(Prijs Letterkunde Provincie Antwerpen
1980)
JEANNE d’ARC
De Maagd van Orléans, een meisje dat al meer dan vijfhonderd jaar
sterk tot de verbeelding spreekt. Was ze een heks, een heilige, een gewoon
boerenmeisje of een heldin? Zeventien jaar was Jeanne en tachtig jaar
was het al oorlog, toen ze naar de Franse kroonprins trok om te vragen
haar een deel van het leger toe te vertrouwen. Ze wilde de stad Orléans
ontzetten en de Engelsen uit het land verdrijven. Haar verhaal, hoe ongelooflijk
ook, is realiteit, geschiedenis, geen verzinsel.
DE
VERDWENEN KONINGIN
Vijftien jaar was Tadouchepa, dochter van de koning van Mitannïe,
toen zij uitgehuwelijkt werd aan de farao van Egypte. Wat een sprookje
had kunnen worden, bleek een nachtmerrie te zijn. Toch groeide uit dit
meisje een vrouw die in Egypte zulke ingrijpende veranderingen veroorzaakte,
dat de farao’s vonden dat ze haar beter konden doodzwijgen, maar naar
wie wij nu nog met bewondering opkijken.
(5 jaarlijkse Lod. Lavkiprijs 1989)
IK BEN TWEEDEHANDS
Als klein kind werd Elke in een weeshuis gestopt. Ze heeft dit nooit
kunnen verwerken, vooral omdat haar moeder het broertje van Elke wèl bij
zich hield. Heel haar jeugd heeft ze in haar eentje naar een echte thuis
gezocht, maar die nooit gevonden. Als achttienjarig meisje wil ze het
verleden vergeten om een nieuw leven te beginnen. Maar er is één vraag
die haar niet loslaat en die ze toch aan haar moeder zou willen stellen.
In dit boek maken we de ups en downs mee in het gevoelsleven van een jong
meisje dat in haar kinderjaren heel wat te verwerken kreeg.
SPRONG IN DE RUIMTE
Hongkong. Een klein dorp aan de grens met China. Mei Fong is een meisje
dat daar opgroeit en op haar zestiende naar België komt, waar haar vader
werkt. Wat haar een aantrekkelijk avontuur toeschijnt, wordt een leven
van hard werken, van aanpassing aan een heel andere cultuur. Maar Mei
Fong heeft karakter. Als ze tenslotte verliefd wordt op een Belgische
jongen, worden de problemen er niet minder om. Zal ze ‘de sprong in de
ruimte’, het huwelijk met een Europeaan, durven wagen?
EEN VRACHT HERINNERINGEN
Annelies
is de dochter van een binnenschipper. Ze moet naar een internaat, omdat
haar ouders nooit lang op dezelfde plaats blijven. Ze kan ten hoogste
één keer per maand naar haar ouders toe. Het leven in het internaat is
bijna ondraaglijk. Gelukkig is er ook Jetje, haar hartsvriendin en haar
enig lichtpunt. Het echte leven begint voor Annelies pas als ze Jan leert
kennen. Samen maken ze plannen voor de toekomst. Maar dan wordt het oorlog.
HET MEISJE MET DE STER
Mieke weet niet wat haar overkomt als ze plotseling gewekt wordt door
het onheilspellend geronk van vliegtuigen. “Oorlog”, zegt pa. Ze moeten
meteen de kelder in. Door de angst van haar moeder beseft Mieke dat oorlog
heel erg moet zijn. De familie moet vluchten voor de oprukkende Duitsers,
met het schip van Miekes vader. Het leven gaat echter gewoon door. Ondanks
de spanning en angst is er nog steeds de vreugde om de kleine dingen van
iedere dag. En als ze terug thuiskomen is er de innige vriendschap tussen
Mieke en het meisje met de ster. Maar de wereld van de joden gaat de ondergang
tegemoet.
EMMA EN DE NAAKTE PAPEGAAI
Emma lijkt niet bepaald voor het geluk geboren. Na een adoptie komt ze
in een weeshuis terecht. Ze vindt het daar vreselijk en besluit er zo
vlug mogelijk vandoor te gaan, maar waar naartoe? Emma blijft heel haar
jeugd in het weeshuis. De omstandigheden beïnvloeden fel haar karakter
en maken dat ze maar moeilijk vriendschap kan sluiten. Alleen voor de
turnlerares gaat er in haar iets warms groeien, maar ook zij verdwijnt
voorgoed uit haar leven. Emma wordt overgeplaatst naar Geel, een plek
in de kempen waar men aan gezinsverpleging doet. De directeur van de instelling
begrijpt Emma. Hij probeert haar te helpen, maar beseft ook dat ze zich
nooit ergens thuis zal voelen, net zoals de naakte papegaai die alleen
voor Emma zijn vriendschap laat blijken.
DE DWERG VAN MONTMARTRE
Henri de Toulouse-Lautrec, van adellijke afkomst, werd geboren op een
mooi landgoed in het zuiden van Frankrijk. Als gevolg van een ongeval
op jeugdige leeftijd was hij gedoemd om verder als dwerg door het leven
te gaan. Hij had een verbitterd man kunnen worden, maar Lautrec had de
gave van het tekenen gekregen. Met die gave en dank zij zijn wilskracht
heeft hij getracht van zijn leven iets te maken. Misschien is dat leven
anders geworden dan dat van een gewoon mens, maar Henri de Toulouse-Lautrec
is de geschiedenis ingegaan als een van de meest waardevolle kunstenaars
van zijn tijd.
SPINALONGA
Op een dag ontdekt Helana’s moeder dat ze melaats is. Ze wordt verbannen
naar het eiland Spinalonga, een melaatsenkolonie
voor de kust van Kreta. Haar kinderen willen haar echter niet missen,
besluiten haar zelf te verzorgen en verbergen haar in de bergen. Enkele
dagen na de dood van haar moeder ontdekt Helena een donkere, gevoelloze
plek op haar hand.
(Prijs Kinder- en Jeugdjury Limburg
1998)
IN DE BAN VAN
DE FARAO
Het Engelse meisje Dorothy Eady valt op driejarige leeftijd van de
trap. Als ze weer tot bewustzijn komt, voelt ze zich een vreemde in haar
eigen huis. Sinds die dag wordt ze onweerstaanbaar aangetrokken door alles
wat met Egypte te maken heeft. Dorothy is er van overtuigd dat zij in
een vorig leven in Abydos heeft gewoond en dat ze de minnares is geweest
van de grote farao Seti I. Ze groeit op met maar één verlangen: teruggaan
naar het land waar ze meer dan 3000 jaar geleden heeft geleefd. ‘In de
ban van de farao’ is het waar gebeurde verhaal van deze onsterfelijke
liefde.
RIMPELS
IN HET WATER
Op een dag vertrekt Jean, de oudere broer van Elise, naar Rusland
om er te vechten in het leger van Napoleon. Elise blijft achter met haar
doofstomme broertje Michel. Ze kijkt uit naar de brieven van Jean waarin
hij vertelt over de oorlog. Onrust en angst worden haar deel. Wanneer
een mysterieuze doedelzakspeler hun pad kruist, verandert er veel voor
Elise en Michel.
(Prijs Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen
2001)
VOETTOCHT
NAAR DE VRIJHEID
Anka heeft drugs gedeald, wordt gevat en door de jeugdrechter
in een instelling geplaatst. Wanneer ze daar de mogelijkheid krijgt haar
straf om te zetten in een voettocht naar Santiago de Compostela, aarzelt
ze niet. Thomas is er achter gekomen dat de man die hij pa noemt zijn
echte vader niet is. Die blijkt in het Spaanse Burgos te wonen. Twee jongeren
op zoek naar hun eigen indentiteit, naar hun eigen bevrijding. Hun paden
kruisen elkaar, uiteraard.
(Prijs
Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen
2003)
TERUG NAAR ABOE
SIMBEL
Egypte,
1960. Saïd, net zestien, wil dolgraag gids worden. Hij heeft gehoord dat
men werklui ronselt om naar Aboe Simbel te gaan. Daar wordt een nieuwe,
reusachtige stuwdam gebouwd. Achter die dam zal het grootste meer van
de wereld ontstaan, maar het zal wel alle dorpen in de streek onverbiddelijk
onder water zetten. Net als de tempels die nog door de farao’s gebouwd
werden. Die oude bouwwerken moeten nu dringend gered worden. Saïd waagt
zijn kans. Wanneer hij op een avond langs de tempel van Ramses II wandelt,
lijkt er een briesje langs zijn gezicht te strelen. Er beweegt niets en
er is niets te zien. Toch heeft hij het gevoel dat er iemand bij hem is.
SCHRIJF HET OP
Vlaams Filmpje
“Schrijf het op”, zegt Jan. “Als je er niet over kunt praten, kun je het
beter op papier zetten.” Misschien heeft hij gelijk. Jan is mijn vriend
en hij is met me begaan. Ik hoop zelfs dat hij een
beetje van me houdt, maar dat heeft hij nog nooit gezegd. Niemand houdt
van me, niet echt, nu niet meer, vroeger
wel. Mijn moeder hield van me en mijn grootvader. Dat is voorbij, weg,
verdwenen in de nevel van het verleden. “Niet meer aan denken”, zegt pa.
Pa verlangt dat ik hem zo noem, maar hij is mijn vader niet. Hij is iemand
die voor me zorgt als een vader, maar dat is anders. Ik heb geen ouders
meer, toch geen echte.
(John Flanders Prijs 2001)
DE HERDER VAN
ARKADI
In
dit boek wordt het verhaal geschetst van Nikos die in het midden van de
negentiende eeuw een overlevingsbestaan leidt met op de achtergrond de
voortdurende strijd van de Turken en Kretenzers. Maar geregeld
treedt die dreiging dramatisch op de voorgrond. Nikos begint pas
écht goed over zijn toekomst na te denken wanneer hij Helena ontmoet.