|
  Fragment Genealogie Lambrecht Plaisirs.
(ca. 1520-1589)
Gezworen doctor in de medecijnen van Antwerpen.
Uit de nevelen van het verleden
vormen zich de contouren van een familie Plaisirs-alias Den Blesers-alias
Wouters. We herkennen hierin achtereenvolgens Lambrecht, volgt I,
en zijn zussen Cecilia, volgt II, Angela, volgt III, Maria,
volgt IV, Margriet, volgt V en Catharina, volgt VI.
Mede door hun huwelijken en contacten met tijdgenoten leverde dit een schat aan
genealogische personen en geschiedkundige feiten op.
I. Volgen we eerst de
levensloop van de hoofdpersoon Lambrecht, welke ons door zijn achternaam
en alias, steeds probeerde, genealogisch, op het verkeerde been te zetten.
Lambrecht, geboren ca. 1520, staat ingeschreven als student te Leuven
op 12 april 1539 als Lambertus Walterius de Dist.
Misschien was hij niet in Diest geboren maar hij was er toen zeker
wel van afkomstig.
Op 21 juli 1544 wordt een akte te
Leuven opgemaakt waaruit blijkt dat Lambrecht Plaisirs filius Valentuny,
“licentiaet in medecijn ende meester in arten” reeds gehuwd is met
Henrica van Broeckhoven. In deze nogal merkwaardige akte, waarin hij de
navolgende personen volmacht geeft om zijn zaken te behartigen, worden genoemd
Jan van Broeckhoven, zijn sweer, Janne Judocy van Herck, Janne
Michiels van Lierop, Jop Moons, Geerde Carbeel, Janne Melaers, Mr. Claes
Berckel, Valentijn Plaisirs, zijn vader, Mathijs van Steenbergen,
Henricus Hamont, Mr. Janne Lebegge en Dieric van Lieshout van Gerwen. Buiten
zijn vader en zwager kunnen wij bij de andere personen geen familierelatie
ontdekken dus denken we meer aan vrienden en/of studiegenoten.
In een andere akte, die op dezelfde
dag is gepasseerd, schenkt Jan van Broeckhoven, “persoen” van
Erp, aan Lambrecht en Henrica “zesse silveren croesen aende
canten rontomme onder ende boven vergult wesent”.
In 1550 vinden we hem terug ingeschreven te Leuven als magister
Lambertus Plaisir, alias Walteri de Diest, licentatius, om af te
studeren als Doctor in de Medecijnen.
Mr. Lambrechts Wouters koopt
van Godevaert van Goirle, Henricsone, op 13 maart 1552, een huis
“genaemt De Fortuyne gestaen ende geleghen inde Kerkhofstrate” te
Antwerpen welk huis destijds gekocht was van Jehanna Haecx en belast
was met jaarlijkse erfrenten aan Jacoba Hertsen, Jacoba van der Straten, de
kinderen Jan Steels, Jan van Doeren, waegemaker en Janne de
Ridder, als momboir van zekere weeskinderen.
In 1554 geven Mr. Lambrecht
Plaisir ende joffrou Hendrica van Broeckhoven volmacht aan Mr.
Janne van Lemmens en mr. Adriane Hallers om “drey huysen metten
hove gestaen ende geleghen neffens malkander inde Zerkstraete neffens Claes
van Lonneville huys ex una (ter ene zijde) ende Dominicus Bosmans
erve ex altera (andere zijde)”, te Antwerpen te verkopen.
Op 16 juni 1558 verkoopt Jacob van
Hamelen of Havelen, rentmeester der stad van Diest, en Mr. Jan
Verwyst“inde
name ende als volcomelick ende onwederroepelijk gemachticht van burgemeester,
schepenen ende raedt der voors. stadt van Diest” aan Mr. Lambrecht
Wouters alias Blesers, medecijn alhier, een huis genoemt De Colve,
“gestaen ende geleghen aende Groote Merct alhier tusschen thuys geheten den
Caetsbal aen deen sijde en Mr. Hubrechts de Mancheleere erve ex altera”,
met als nadere plaatsaanduiding “comende aende Nuewerstraete lopende van
dYserenbrugge naerde Maelderijstraete”. Op De Colve staan nog jaarlijkse
erfrenten van o.a. juffrouw van Sompelen, juffrouw van Ranst en Frederick van
Renesse.
Dat De Colve voordien reeds lang in bezit was van de stad Diest blijkt
uit een akte van 10 oktober 1450: Willem van Beringen, Aernout van der
Ponthen, Jan Walboden en Pauwels van Bukele, “gezwoeren
guldedekene ende guberneurs van der drapperyen bynnen der stadt van Diest”,
verhuren de Halle van Diest, “geheiten de Colve”, staande in de
stad van Antwerpen aan Lievine de Fulle, van Antwerpen.
Borgen waren: Libbrecht vander Mynnen, opt Zant, Peter Creve, van
Ghent, en Jan Hacke, van Stekele.
Een akte uit 1563 onthult de leeftijd
van Mr. Lambrecht Valentijnssone van Diest, out omtrent 43
jaren ende gezworen medecijn deser stadt. Hij brengt samen met Mr. Frans
Ghysbrecht, gezworen chirurgijn, een bezoek aan Janne van Broeckum,
van Diest, die ziek is liggend in de Valckstraete, in het huis genaamd
Het Vlies te Antwerpen en maken een verklaring op “ende dat zij weten
hen kenlick is oock gesien hebben de voors. Jan van Broeckum hadde een
schrabbeken op zijne slincker wanghe dwelcks van eene worp gecregen hadde daer
de voors. Frans Ghysbrechts als chirurgijn gegaen heeft gehadt maer zij
diponeren wel weten en als dat de voors. Jan nyet en gestorven vande
voors. worp oft schrabbeken noch den enighe aandenken van die want tselve
wondeken nyet doodlick oft letael en was”.
Hoewel “onze” Lambrecht een
gestudeerd en geletterd man was valt het wel op hoe slordig hij met zijn
achternaam omging. We kennen hem nu onder de volgende achternamen:
Valentijnssone, Wouters alias
Blesers, Plaisirs, Blesers en Bleysers. De naam Plaisirs zou
in Antwerpen verbasterd kunnen zijn tot Blesers, maar waar de achternaam
Wouters vandaan komt is ons nog een raadsel. Misschien ligt het antwoord
in de archieven van Diest.
Ook werd op 3 maart 1572 gedoopt in OLV kerk: Anna Plaissier, dochter van
Merten Plaissier, peter:(onleesbaar) Ususmaris, meter: Barbara
Offermans. Van een familieverband met Lambrecht is ons tot op heden
niets bekend.
Tijdens de Spaanse muiterij van 1574
bied de stad Antwerpen, om verder onheil te voorkomen, de Spanjaarden een
losgeld aan welke opgebracht werd door middel van een “vrijwillige lening” door
de inwoners. Lambrecht Wouters, medecijn, betaalt hieraan mee met IIIc
lb. Arthois.
Een akte uit 21 juli 1579 geeft een
overzicht van de medische staf in dienst van de stad van Antwerpen:
Mr. Gheeraerdt van Bergen, “gesworen medecyn, out omtrent 58 jaar, in
dienst ende officis geweest synde omtrent 24 jaer”.
Mr. Lambrecht Bleysers, “gesworen medecyn der selve stadt out omtrent 58
jare ende in dienst ende officis geweest synde 24 jaer”.
Mr. Jan van Eversberghe, out omtrent 62 jare, in dienst 22 jaer,
Mr. Jan Heylen, out omtrent 62 jare, in dienst 18 jare, en Mr.
Damiaen Walshaerts, out 48 jare, in dienst omtrent 13 jaer, alle gesworen
chirurgyns derselve stadt.
Adriaen de Bie, officio
vander corte roede, deser stadt gedient hebbende omtrent 28 jare ende als
meester vanden leprozen ter sieckerlieden buyten deser stadt hebbende omtrent 18
jare. Zij ontvingen voor het “jaerlyck int visiteren vande leprozen
buyten deser stadt van elcken leprozen of gevisiteerde persoon van ander
herkomen sesse stuivers”.
Op 29 april 1579 overlijd zijn vrouw
Hendrica van Broeckhoven. Het huwelijk bleef volgens onze gegevens
kinderloos, echter, Lambrecht had wel een natuurlijke zoon (bastaard)
verwekt bij een tot nu toe onbekende vrouw, n.l. een Jan Bleser.
Dit blijkt bij de erfenisverdeling: Mr. Janne Blesers,
chirurgyn, natuerlycke sone van wijlen Mr. Lambrecht Wouters alias Blesers
alsulcke zeshondert Carolus gulden erffelick te quytede daer met twee charters
oft brieve heffen is opde Staten van Brabant die byde voors. wijlen Mr.
Lambrecht Blesers ende Henrica van Broukhoven (daer aff hem
comparante die verstorven syn) respectievelijck 13 juny 1563 ende 13 november
1571 op de voors. Staten gecocht hebben.
Uit het rekwestboek van 1582 blijkt
dat Lambrecht toen“zwak van zinnen is” en daarom verzoekt zijn
zwager Jan Garijn om zijn zaken te mogen behartigen.
Tevens krijgt hij het beheer, als curateur van Lambrecht Bleser, van
de “goederen die tot Colen oft daeromtrent gelegen syn oft bevonden
souden moghen worden tot hem te nemene, te regelen, gouverneren ende tot
redelicke termeyn van jaerscharen te verhuren ende te verpachte, enz.”.
Mr. Lambrecht Bleser overlijdt
te Antwerpen in augustus 1589.
Waar hij begraven werd mochten we tot nu toe nog niet achterhalen.
Mede door zijn omvangrijke nalatenschap leverde dit veel familiale erfgenamen
met hun gezinsconstructies op.
II. Cecilia Blesers alias Wouters,
ovl. te Antwerpen 1578, was gehuwd met Jan Garijn.
Kinderen uit dit huwelijk, volgorde willekeurig:
1. Valentijn.
2. Hans.
3. Gillis,
ged. OLV Antwerpen 06-02-1563.
4. David,
ged. OLV Antwerpen 06-08-1568.
5. Guillimus
6.
Catharina, ged. OLV Antwerpen 07-02-1572.
7. Cecilia,
ged. OLV Antwerpen 19-01-1574.
8. Marie,
ged. OLV Antwerpen 29-10-1576.
9. Engele.
Dit gezin bewoonde een huis
“genaempt De Wolsack gestaen ende gelegen inde Bullingstrate anders geheten de
Wolstrate alhier tusschen de huysinghen geheeten Den Roostere aen deen syde ende
thuys genoempt Den Vliegende Hert aen dander syde”. Dit huis was gekocht op
26 september 1576 van Jan Baptista Schoti door Jan Garijn en zijn
compagnons Antonus de (du) Bus en Nicolaes Gilleman, beide
kooplieden residerende tot Rijsel. Het huis was toen belast met erfelijke
renten van o.a. de weduwe en erfgenamen van wijlen Lancelot Robiaen en
van Carel en Lodewijck Schoti. Bij het overlijden van de moeder,
Cecilia Wouters, treedt “doctor Lambrecht Wouters medecyn
deser stadt, der kinderen oom ende broeder Jan Garijns huysvrouwe” op
als raadgever. Op advies van hem en omdat “de negotiatien van Jan Garijn
die hy met andere persoonen is hebbende zeer wyt ende breet is geleghen ende
meest in uytstaende schulden” wordt voor de nagelaten kinderen een som geld
gereserveerd van 1500 ponden Vlaems, waarvan ieder kind zijn portie
ontvangt bij huwelijk of op 25 jarige leeftijd. Daartoe werden 2 huizen
gekocht “deen daeraff genaempt Den Keyzere ende dander De Werelt met
noch sekere groote wooninge daer achter al gestaen ende gelegen opde Oude Borse”.
Ze werden gekocht van Cornelis de Renialme als gemachtigde van Jan
Baptist Schoti.
Over de persoon van Jan Garijn
of Garyn zijn nog wat meerdere gegevens bekend omdat hij een rol speelde
in de Calvinistische periode 1579-85 te Antwerpen. Hij wordt het eerst
opgemerkt als koopman op 30 oktober 1567 wanneer hij een getuigschrift aanvraagt
voor zijn dienaars Symon Eschevin en Guillamme de Barris om hen “te
seyndene naer Ludick, Hooch Duytslant, Oostlant, Engelant ende oock
elders, omme te ontfangene ende te gedrygene sekere sommen van penningen ende
schulden die men hem schuldich is”. Mede omdat zijn zaken nogal verspreid
zijn verklaart hij: “dat hy is beduchtende dat hy aldaer ende oock elders
daeromme selver sal moeten reysen”. Het doel van deze getuigschriften was
ondermeer de aanvragers onder ede te laten verklaren dat men ”van gheender
meyningen en is elders dan alhier tAntwerpen alleenlick zyn woonstadt te
kiesen ende te houden”.
Tijdens de Spaanse muiterij van 1574
betaalde Jan Garijn mee aan de “verplichte lening” voor Ic L lb. Arthois,
en tijdens de Spaanse Furie in 1576 heeft hij 3 obligaties van elk 1.333 kronen
verkocht om zijn lijf en goed te kunnen afkopen.
Op 9 juni 1578 komt Jan Garyn
voor op een lijst: “dannominatie vanden persoonen om op te brengen Ic LXXXm
guldenen”.
Blijkens de navolgende akte van 14
april 1579 was hij toen al in functie als Kapitein der stad en zou hij dat
blijven tot de overgave van de stad in 1585: “Geordineert ende bevolen den
Coronel Loys Verbeke ende den Capiteyn Jan Garyn hunne supposten
ende alle andere diet soude moigen aengaen, te staken tegen den parsoon van
Aernoudt Buçuoy, guldebroeder van den Ouden Boge, omme hem te
bedwingen om onder hun vendel te komen”.
Op een lijst van 27 juli 1579 behoort
hij tot de personen die een rente op de stad heffen.
Als het beleg van Antwerpen door de Spaanse veldheer Farnese
serieuzere vormen aan gaat nemen wordt er op het stadhuis een soort
hoofdkwartier ingericht. Op de “listen vande Heeren ende parsoonen te
assisteren tot tgene bevonden sal worden nootelyck tot bewaringe deser stadt
ende frontieren derselver” van 6 augustus 1579 worden o.a. 3 kapiteinen
hiervoor benoemd: Roelandt Pauleth, Lodewyck Blommaert en Jan Garyn.
Voor de stadslening van 22 augustus 1580 komt zijn naam voor bij de personen
die bijdragen voor 50 gulden per maand.
Als op 17 augustus 1585 de stad
Antwerpen zich overgeeft aan de Spanjaarden plaatst ook Jean Garin
(Jan Garijn) zijn handtekening onder deze overeenkomst.
Verder tekenden deze overeenkomst: Philips van Marnix van St. Aldegonde,
Willem van Merode, Jan van Schoonhoven, Andries Hessels, Mattheus van Lannoy,
Loys Meganc, Cornelis Pruynen, Philips de Lantmeter, Adriaen Bardoul, Hans de
Weert, Gillis Sautijn, Aert of Arnoult Boudewijns, Willem van Schooten,
Johan Godin, Balthasar de Moucheron in plaetse van Louis Malepart, Jan
Rademaker, Herman van Dadenborch, Henrick van Erp en Dierick van Os.
Wij vermoeden dat Jan Garijn de calvinistische zaak aanhing en hij
verliet, zoals velen, waarschijnlijk de stad.
Bij de erfenisdeling van Lambrecht
in 1592 duiken 2 kinderen Garijn op: “Mr. Jan Bloker inde
name ende als gemachticht van Valentyn ende Davidt Garijn,
Janskinderen, daer moeder aff was Cecilia Blesers alias Wouters
blijckens by procuratie in latijnse tale gepasseert voor Borgemeester ende Raedt
der stadt Dansich (het huidige Gdansk-Polen) in dato des 16 marty
1591”. Zij erven ondermeer: 6 beempdekes geheten het
Cattebeempdeke gelegen onder Diest, zes en half bunder land gelegen
in het Wyngaertvelt tegenover de dijk van Webbecom, drie bunder
beempt gelegen tot Loo, twee en half sillen “broucklant” ook gelegen
onder Loo, een erfelijke rente op het huis De Colve te Antwerpen,
diverse erfelijke renten op de Staten en Hertogdom van Brabant, een rente op
zekere goederen gelegen tot Bekkevoorde “aent Roode” toebehorende aan
Niclaus van Paelts (?) en een lijfrente van 10 gulden jaars op de stad van
Diest.
III. Angela Wouters alias Blesers, wonende te
Diest (1615), was gehuwd met Henrick
van Boom, ovl. te Diest
vóór 1615.
Kinderen uit dit huwelijk, volgorde
willekeurig:
1.
Valentijn van
Boom.
2. Magriet van
Boom.
3. Ingelken van
Boom.
4. Mayken van
Boom.
5. Henrick van
Boom tr. met Mayken van Mol.
6. Anna van
Boom tr. met Wouter Smolders.
7. Catlijn van
Boom tr. met Henrick van Hous.
8. Sara van
Boom tr. met Willem Dekens.
9. Lijsbeth.
“altesamen gecomen sijnde tot
haren competenten ouderdom, tot Diest, ende inder qualiteyt erfgenamen
van wijlen Mr. Lambrecht Wouters alias Blesers, haeren moederlijcken oom
in sijne leven Doctoir inde medecynen gewoont ende gedient hebbende de stadt van
Antwerpen”.
Zij erven ondermeer: de helft van 3 sillen beempts gelegen in het
Hasebroeck tot Diest, 3 sillen beempts gelegen ”inden Silbeemden
bij Testelt op de kommer ende last van dry gulden tjaers aen het
Gasthuys der stede van Diest ende noch 25 stuivers
erffelyck Govaert Soels”, een erfelijke rente op zekere erve gelegen
sGenaerde toebehorende aan Lysbeth Cardys, een
erfelijke rente op een huis gelegen tot Diest op de Gerstmerct
toebehorend aan Henric van Bouchoven naast het huis van
Dionysus van Sthoffen, een gedeelte van het huis De Fortuyne te Antwerpen,
enige renten op de Staten en Hertogdom van Brabant, een erfelijke rente op een
huis in de Donckerstraete bij de Vetten tot Leuven naast
het huis van Liedekercke.
Op 6 juli 1615 machtigen de erfgenamen, bij notaris Henrick Torrekens,
met als getuigen Vincent Weerts en Sulpetius Bortels, borgers van
Diest, om hun renten op de Staten van Brabant te verkopen: Wouter
Vrancken en Jannen Vekemans, kooplieden en ingezetenen van
Antwerpen, en Henrick van Hove, Boudewijnssone (?) en Hendrick
Witten, borgers van Diest.
IV. Maria Blesers alias Wouters, was gehuwd met
Aerd Minten, ovl. te Diest vóór 21 februari 1608.
Kinderen uit dit huwelijk, volgorde
willekeurig:
1.
Wouter Minten.
2. Aert
Minten.
3.
Lambrecht Minten.
4. Maria
Minten.
5. Catlyne
Minten tr. met Jan Plas.
6. Valentyn,
ovl. vóór 27 april 1592, tr. met Magriet van Craywinckel, kinderen:
Hansken en Maria Minten.
“Blijckens procuratie gepasseert voor Arnt Wuls, notaris tot
Diest, in dato des 27 aprilles 1592”.
Zij
erven ondermeer: de helft van 3 sillen beempts gelegen in het Hazebroouck
omtrent Diest, een bunder beempt gelegen bij Testelt onder Sichem
“comende opde Demer”, een erfelijke rente op De Colve te Antwerpen,
diverse renten op de Staten en Hertogdom van Brabant, een jaarlijkse
erfrente op een huis te Leuven bij het huis genaamd “Trat van Avonture”,
bij de Lelieschole aldaar en een erfelijke rente op een huis gelegen tot
sHertogenbosch in de Verwerstrate welke Jan van
Broeckhoven op 3 juli 1535 voor Schepenen van sHertogenbosch “terve”
gegeven heeft.
Wouter Minten, borger deser stadt van Diest verkoopt namens de
erfgenamen, de renten op de Staten van Brabant, volgens een akte van 21 februari
1608 gepasseert voor notaris Henrick Torrekens, aan Wouter Vrancken
en Dieric van Roosendael, kooplieden en borgeren van Antwerpen.
SAA, Schepenregister Antwerpen, nr. 512, f° 291v° 192, d.d. 06-07-1614. SAA, Schepenregister Antwerpen, nr. 407, f° 98 e.v. d.d.
23-05-1592. SAA, Schepenregister Antwerpen, nr. 512, f° 291, 292, 292v.
jaar1614. SAA, Schepenregister Antwerpen, nr. 407, f° 98 e.v. d.d.
23-05-1592. SAA, Schepenregister Antwerpen, nr. 407, f° 98 e.v. d.d.
23-05-1592.
SAA, Schepenregister Antwerpen, nr. 512, f° 295, 295v. jaar 1614
V. Magriet Blesers alias Wouters, was gehuwd met
Hubrecht Typoets, ovl. vóór 23 mei 1592.
Kinderen uit dit huwelijk, volgorde
willekeurig:
1.
Jeronimus
Typoets alias Parys.
2. Johanna
Typoets alias Parys, tr. 1e met Dieric van Appeloo.
Uit dit huwelijk, volgorde willekeurig:
a. Margriet
van Appeloo tr. met Tobias Boel.
b. Anna van
Appeloo tr. met Niclaus Rutgers.
c.
Janneken.
Johana Typoets, tr. 2e met Melchior Ruts.
Uit dit huwelijk, volgorde willekeurig:
a. Gillis Ruts.
b.
Leysabeth Ruts.
Bij de afwikkeling van de
nalatenschap van Lambrecht wordt Jan Typoets “gemachticht van
Johanna ende Jeronimus Typoets alias Parys, Huybrechtskinderen wijlen,
daer moeder aff was Margriet Blesers alias Wouters, blijckens by
procuratie gepasseert voor wethouders der heilige stadt Colen in dato des
28 apriles 1592”.
Ook op 28 januari 1614 blijken zij nog te Keulen te wonen.
Zij erven ondermeer: 3 sillen beempts in het Webbecousbrouck tot
Aerschot welke op 10 juni 1557 gekocht is van Jan Grieten en
consorten, vijf en een half sillen beempt op de Schantbroucke “in genots
Wouter Boone”, de helft van het huis De Fortuyne en een rente op De Colve
te Antwerpen, diverse renten op de Staten en Hertogdom van Brabant en
“noch alle tverloop van alsulcke sesse gulde erffelick die de state van
sHertogenbossche de 5 aprilis 1532 vercocht hebben te erve van wijlen
Henric van Brouckhoven, die gestorven is den 27 aprilis 1582”.
Blijkens een akte van 26 januari 1614 bij notaris Jan Dustelius te
Keulen verkopen ook zij al hun renten op de Staten van Brabant en op De
Colve aan Wouter Vrancken, velblooter.
Op 2 december 1616 koopt Wouter Vrancken het vierendeel van het huis
De Fortuyne van Jeronimus Typoets.
VI. Catharina Blesers, was gehuwd met Wouter
Boone, ovl. vóór 23 mei 1592.
Kinderen uit dit huwelijk, volgorde
willekeurig:
1.
Hen(d)rick
Boone, doctor inde medecyn, ovl. vóór 21 november 1616, tr. met
Anna Huys.
2. Maria Boone,
in 1592 “ongehout maer bejaert”.
3. Clara Boone,
tr. met Herman van (der) Ryst, ovl. vóór 1616.
4. Wouter
Boone, wonende (1592) te Temse in Vlaenderen.
5.
Valentijn Boone, in 1592 “ongehout maer bejaert”.
6. Susanne
Boone, tr. met Aerdt Kuipers; een dochter van hen, Elisabeth
tr. met Hans Rijmers.
7. Angela
Boone, tr. 1e met Mr. Jan Lintermans, tr. 2e met Mr. Jan Loobosch,
een zoon uit dit huwelijk: Mr. Jan Loobosch, chirurgijn.
8. Lambrecht
Boone.
9. Magriet
Boone.
Bij het overlijden van Mr.
Hen(d)rick Boone, in 1616, zijn de volgende personen betrokken: Anna Huys,
weduwe van wijlen Mr. Henrick Boone, Valentijn Boone, Clara Boone,
weduwe van Herman van Ryst, Elisabeth Kuipers, Aerdsdochter, “daer
moeder aft was” Susanne Boone, met haar man Hans Rijmers, Mr. Jan
Loobosch, chirurgijn, in de naam en procuratie hebbende van Angela Boone,
weduwe van wijlen Jan Lintermans, hij is ook gemachtigd door Lambrecht
en Margriet Boone, verder Peeter Kuipers, Aertssone, “daer
moeder aft was” Susanna Boone, samen met Franchoys Minten als
momboiren over de “naerkinderen” van Suzanna Boone.
Verdere worden genoemd in de
afwikkeling van de nalatenschap van Hen(d)rick Boone: Peeter Bonneroy,
Maria Loomans, Michiel van Vlaanderen, weduwnaar van Elisabeth Eggers,
Anna Beijtels, Jacques de Witte, Jan Witterinck, Peeter van Tongerloo en
Guillaume Gaubau.
Wij willen graag de heer R.M.A. de
Jong (Oud-Turnhout) en Prof. H.Van Goethem bedanken (Universiteit Antwerpen)
voor hun hulp bij het tot stand komen van dit artikel.
Jaap Plaisier
Mia Akkermans
|