NIEUWE GEGEVENS OVER HET KASTEEL VAN NEVELE
door Antoine Janssens
Aan de doorgang tussen de kerk en het klooster van Nevele bemerkt men aan het verblijf van de Zusters een muur in veldsteen. Hij is nu nog een drietal meter hoog en 1,80 m dik. Achter die muur is nog een stuk toren te zien in dezelfde veldsteen; sinds 1941 is hij hersteld met bakstenen en daarbij onder hetzelfde dag gebracht als het nevenstaande gebouw.
Dit is alles wat overblijft van het versterkte kasteel van Nevele, waarover ook onze geschiedschrijvers ons eerder schaarse gegevens verschaffen. Heel toevallig echter ontdekten wij onlangs in het Stadsarchief van Gent een bundel die nogal uitvoerig over dat kasteel handelt en heel wat nieuwe elementen aanbrengt.
Wat al bekend is
De Potter en Broeckaert nemen aan dat Adam van Nevele (1067) er een viercante torre ghemetst van blauwe schorre, en waertoe 18 bunder onder motte, wallen, land, meersch en weide behooren. Er waren twee motten oft ghesinghe rondomme bewatert, de eene palende aen de reviere die men heet de Poeke, daerneffens loopende gebouwd heeft.
Sanderus vermeldt in zijn Flandria Illustrata zondermeer dat Nevele een heerlijk versterkt kasteel had.[1]
De Potter en Broeckaert leren ons in hun geschiedenis van Nevele op blz. 45 dat de kasteelmuren zes voet dik waren.
Uit de 17de eeuw is ons over het Nevelse kasteel heel wat bekend via het werk van De Potter en Broeckaert.
De toegangsdeur had toen een dikte van 4 duim en was helemaal beslagen met breedkoppige spijkers. De benedenruimte was 30 voet lang en 20,5 voet breed.[2] De vensters waren van ijzeren staven voorzien. In de hoek van die voorplaats was er een stenen trap van 20 treden die naar de civiele gevangenis leidde. Die kamer was 19 bij 11,5 voet groot en bezat…een fraaie schoorsteen.
Deze beschrijving brengt ons terug naar de jaren 1600 maar… betreft het heropgebouwde kasteel en laat ons volledig in het duister over het vroegere kasteel.
Wat is er nu eigenlijk met dat eerste kasteel gebeurd? Waarom blijft de geschiedschrijving juist op dit punt erg vaag? Waarom bezorgde Sanderus er ons bv. geen tekening van in zijn standaardwerk?
Onze bevindingen
De hierboven gestelde vragen kunnen wij in grote mate beantwoorden door de ontdekking van een bundel Uitghaven ende betalinghe bij lettren van ordonantien nopende ende aengaende der demolitie ende afbrekene van de casteele te Nevele, meer bepaald de rekeningen aengeslagen goederen van afwezigen.[3]
De jaren 1488-89, waarop deze archiefstukken betrekking hebben, maken deel uit van de bewindsperiode van Maximiliaan van Oostenrijk (1482-1492). Deze hertog streefde ernaar de machtige steden, ook Gent, definitef aan het centrale gezag te onderwerpen. Voor Gent slaagde hij daar tijdelijk in, maar het ligt voor de hand dat het machtige Gent zich daar niet zondermeer bij zou neerleggen. In korte tijd werd de stad versterkt: men sleepte er letterlijk alles heen om een belegering te kunnen doorstaan. Bij die "versterkingsgolf" lieten de Gentenaren hun oog vallen op het kasteel van Nevele, dat sedert de slag van 1381 tussen Lodewijk van Male en de Gentenaren veel schade geleden had. Het was wellicht gedeeltelijk vervallen want de eigenaar ervan, de heer van Nevele, had nu zijn intrek genomen in het nieuwe kasteel van Ooidonk. Aldus werd het kasteel van Nevele een gemakkelijke prooi voor de Gentenaren. Dat toont het volgende relaas van de plundering.
Van 6 tot 8 augustus 1488 komen Gillis van den Bossche, deken van de Witte Kaproenen, en zijn gezel Janne de Luechenaere naar Nevele. Zij verkennen het kasteel, maken een inventaris op van al wat nog bruikbaar is en trekken weer stedewaarts.
Zodra zij verslag uitgebracht hebben, komt een groot aantal Gentenaren naar Nevele: tussen 20 augustus en 5 september zijn het er 38, die samen 144 dagen werk leveren en het kasteel van Nevele begonnen af te breken. Van 6 tot 12 september komen er 4 mannen, die samen 28 dagen werkzaam zijn bij het sorteren van de stenen. Van 15 tot 29 september komen er nog eens drie stedelingen om al de stenen tot aan de Poekebeek te voeren. De nodighe curtewaghens kochten zij hier terplaatse bij Pieter Penneman en Coninck Kint voor 7 pond, 14 schellingen en 6 deniers groten. Al die tijd logeren de Gentse Afbrekers bij Pieter Penneman op de markt.
Tussen 15 augustus en 29 september komen de Gentse schepen naar Nevele gevaren (de Lieven ® de Oude Kale ® de Poeke), zij leggen aan recht tegenover het kasteel van Nevele. De keure van de "Beerstekers" leverde 17 man, die hier in het totaal 69 dagen werkten om al de corelen in de schepen te laden. Zoals uit het hier volgende uittreksel blijkt legden de schepen 8 keer het traject Gent-Nevele af:
Janne Everwijn, dekin van de neeringhe van den sciplieden, de somme van 8 pond voor betalinge aen de sciplieden die 8 reyzen van hier tot Nevele met hunne scepen getrocken hebbe, ende aldaer zekere corelen van mijnen heer van Nevele gheladen ende binnen de stede van Gent gebracht hebben.
Het lossen van de schepen te Gent duurde van 28 tot 30 september 1488. Viertien man leverden daarbij samen 42 dagprestaties. De volledige afbraak en het transport namen de volgende hoeveelheid mankracht en werkdagen in beslag.
|
man |
dagprestatie |
|
|
Afbraak Sorteren van stenen Vervoer naar de Poeke Laden Vervoer naar Gent Lossen te Gent
|
38 4 3 17 ? 14
|
144 28 24 45 ? 42 283 |
Hiermee kennen wij het uiteindelijke lot van het kasteel van Nevele: het werd door de Gentenaren afgebroken, de stenen dienden om de stad te versterken in de strijd tegen Maximiliaan van Oostenrijk.
De vraag waarom Sanderus geen tekening geeft in zijn Flandre Illustrata kan nu gemakkelijk beantwoord worden: het kasteel werd in 1488 afgebroken. Sanderus' werk verschijnt een goeie 100 jaar later kan nu gemakkelijk beantwoord worden: het kasteel werd in 1488 afgebroken. Sanderus' werk verschijnt een goeie 100 jaar later (1586-1644). Toen hij over Nevele schreef lag het kasteel volledig in puin!
Over de bouw van het kasteel zelf maken de rekeningen ons niet wijzer. Alleen kunnen wij uit het aantal arbeiders en werkdagen afleiden dat het vrij groot moet geweest zijn.
In de 17de eeuw werd het heropgebouwd en het Lanthuis, 't Huis of de gevanghenesse genoemd. Het had toen ook duidelijk een andere bestemming gekregen!


Bijlage
Namen van de Gentse arbeiders die te Nevele het kasteel kwamen afbreken.
Gillis van der Bossche, dekin van de witcapproenen -
Leijs van Maercke - Jan de Huvettre - Laukin Heymeersch - Jan de Rouc - Jan van Zele - Zegher Sechaert - Joos Heijlinck - Jasper de Peesmackers - Janne de Lueckeneere
Lieven Cappeel - Michiel Palinck - Lieven de Costere - Heynrie de Bouwere - Jan Castelein - Paesschier van der Meersch - Jan van der Haegen - Martin Sey - Joos Kempe - Gillis van der Bossche - Janne de Lueckeneere - Leijs van Marcke - Laukin Dijmeersch - Janne van Zele - Coolkin van den Bossche - Jan Walins - Jan de Peesmackere
Michiel Palinc - Matheeus van de Brugghen - Heynrie de Bouwere, alle drie werklieden - Leijs van Maercke - Janne van Zele - Janne de Peesmackere, alle drie witcapproenen
Leijs van Marcke, stedehouder van voornoemde dekin - Janne van Zele - Janne Lucribout - Cookin van den Bossche
Laden der schepen: Michel Palinc - Gheenin van den Damme - Andries Claven -Jan Castelein - Heijnric de beesneic - Francoijs Uiterwijlden - Lieven Bake - Theeus van de Brugghen
Janne Everwijn, dekin van de neeringhe van der sciplieden
Pieter Penneman - Joos van den Damme - Fransse van der Wulghen - Lievin Bake - Jacop Creve - Moenin Blomme - Weijn Hubbeleere - Jan Hubbeleere - Francoys van der Wilgen - Jacop Beere
Sijmaene de Caluwe, dekin van de sceepmackers, en van de keure van zijn beerstekers
Pieter Penning om de ghesellen der beerstekers te betalene.
[1]Liber
Quartus, blz. 176.
[2]Een voet = bijna 30 cm.
[3]Stadsarchief Gent, Reeks 20, nr. 5 (1488-89), fo° 145vv.