DE HEILIG-BLOEDPROCESSIE TE MEIGEM
door Armand Bauwens
Bij het Schipdonkkanaal, tussen Nevele en Deinze, ligt te midden van vruchtbare akkers en groene weiden het rustige dorpje met zijn lentenaam Meigem. Een bezoekje aan dit dorp is voor de moderne mens nog een openbaring, want het geraas en de jacht van de moderne welvaartstaat zijn nog niet tot hier doorgedrongen.
Eenmaal per jaar nochtans, rond de eerste zondag van juli, wordt die rust er verbroken en valt er een koortsachtige bedrijvigheid waar te nemen. Langs de wegen zijn grote affiches aangebracht, aan de kerk staat een groep mooie houten beelden opgesteld; er wordt druk vergaderd door een actief comité en drie kwart van de Meigemse bevolking wordt opgetrommeld om Meigems mooiste dag van het jaar voor te bereiden: de rondgang van de Heilig-Bloedprocessie.
De verering van het heilig bloed in Meigem dateert van het jaar 1722. Zij ontstond als volgt: in een nis van de Sint-Praxediskerk te Rome bevindt zich een zuil, die in 1223 uit Jeruzalem werd meegebracht en die, volgens de overlevering, de zuil zou zijn waaraan Christus gegeseld werd. In 1722 bracht een Norbertijn van de abdij te Drongen twee stukjes van die zuil over naar Meigem, waar zij sedertdien bewaard en vereerd worden.
Op een bedevaartprentje van 1724 vonden wij de volgende tekst:
"De Alderheiligste Colomme aen de welcke onsen Heere Jesus is vastghebonden ende ghegeesselt, van Jerusalem overgebracht door den Cardinael Hieronymus Colonna, ghestelt in de Kercke van de H. Praxedis tot Roomen, van 't orden van Vallis Ombrosa ten Jaere 1223, en waervan eenige partikelkens zyn overgebrocht (en rusten tot Meyghem) van Roomen ten jaere 1724. Ende aldaer in groote eere gehouden worden tot troost aller geloovigen in alle hunne sieckten en quellinghen.
GHEBEDT
O Aldersoetsten Jesu? Mynen Heere
ende mynen Godt, Ick bidde u uyt geheel myn herte, door uwen doodtstrydt, ende
door uw dierbaer Bloedt dat ghy ghestort hebt, soo in den Hof, als in de
tormenten van uwe alderbitterste Passie, ende besonderlyk versoecke ick
ootmoedelyck (o Verlosser van mijn ziele) dat die menighvuldighe slaegen met de
welcke ghy aen dese Colomme ghebonden zijne, voor myne sonden met soo een groote
schande ende pynen van uwe alderheylighste Menscheyt hebt willen geslaeghen
worden, mij niet toe en laezt sonder berouw uyt dit leven te scheyden, nochte
door eene subiete ende onvoorsienighe doodt verrast te worden, maer in uwe
gratie stervende, magh verdienen de vruchten van uwe Verlossinghe, in u altijdt
te beminnen te loven ende te gebenedijden. Amen
Verrijkt met aflaten door de Bisschop van Gent Philippus Erardus Van der Noot te
Gent 26 juli 1724.
Ghedruckt te Gendt by Petrus de Goesin woonende in de Veltstraete."
Die bedevaart te Meigem is blijven bestaan en kende tijden van bloei en verval. In 1933 werden door toedoen van pastoor Pijpers de oude kapelletjes van de ommegang vervangen door vijf staties in hardsteen. Het zijn werken van de beeldhouwer Oscar Sinia. De derde statie, het beeld van Christus aan de geselkolom, is ingemetseld in de muur van de sacristie en is gekapt in Franse "pierre d'Euville" (Boergondië), een steensoort die goed bestand is tegen ons klimaat.
Dat merkwaardig beeld werd op zondag 5 maart 1933 gewijd door E.H. E. Bessens, pastoor-deken van Nevele. Meer dan tweeduizend bedevaarders waren daarbij aanwezig. Hon. De Geetere van Nevele vervaardigde een ijzeren offerblok, die onder het beeld in de muur ingewerkt werd.
Pastoor Van Zandycke (1939-1949) zag het echter nog grootser en organiseerde een Heilig-Bloedprocessie, die de eerste maal uitging op de eerste zondag van juli 1945. Sindsdien trekt die processie jaarlijks langs de gevlagde straten en de rijpende akkers van het landelijke Meigem. In die processie worden het lijden van Christus en de overbrenging van de relikwie treffend uitgebeeld door heel de Meigemse bevolking. Zij bestaat uit ruim driehonderd deelnemers, waarbij talrijke sprekende groepen en fraai versierde praalwagens. Deze "ommegang" is een openbare hulde van de hele bevolking aan de heilige relikwie die in hun kerk bewaard wordt. Het is een ontroerende aanblik, die honderden eenvoudige mensen vroom en diep meelevend te zien opstappen in hun processie. Duizenden bedevaarders volgen eerbiedig de rondgang en laten zich daarna in de kerk zegenen om vrijwaring of genezing van allerlei bloedziekten te bekomen.
Toen E.H. A. De Vos pastoor was te Meigem kende de bloedprocessie een enorme bloei. Hij maakte eigenhandig de fraaie houten beeldengroep die aan de kerk wordt opgesteld en vervaardigde een schilderij van Jezus aan de geselkolom. Het was een groot verlies voor Meigem toen deze dynamische man in 1957 bij een motorongeval om het leven kwam.
In 1959, toen E.H. A. De Jaeger pastoor was te Meigem, was Mgr. Callewaert, bisschop van Gent, aanwezig op de processie. Hij zegende de gelovigen en stak zijn bewondering voor Meigems prestatie niet onder stoelen of banken.
Sommige wagen het een vergelijking te maken met de Heilige-Bloedprocessie te Brugge. Als id de manifestatie van Meigem niet zo groots als die van Brugge, toch ontroert ze door de landelijke vroomheid en de eenvoud waarmee de vertolkers optreden.
De bedevaartdagen beginnen ieder jaar op 1 juli, feest van het H. Bloed. Tijdens de volgende acht dagen komt elke dag een parochie uit de omgeving op bedevaart. Op de zondag in de week tussen 1 en 8 juli gaat dan de processie uit om 16 uur.
Sinds 1945 was het in Meigem een komen en gaan van pastoors; ook de tijden zijn heel wat veranderd. Toch is in elke Meigemnaar de verering voor de relikwie en de fierheid over zijn Heilig-Bloedprocessie blijven voortleven. Nog enkele zijn er die straks, op zondag 4 juli 1971, voor de 27e keer mee zullen opstappen in "hun" processie, die met de onmisbare medewerking van de jongeren nog een mooie toekomst in het verschiet heeft.
Meigem, meimaand 1971